Klassiker Auslegen: Menschliches, Allzumenchliches

Klassiker Auslegen: Menschliches, Allzumenchliches

In de serie „Klassiker Auslegen‘ (de serie van De Gruyter over grote werken in de filosofie) volgde na eerdere uitgaves over Genealogie der Moral, Also sprach Zarathustra, Die fröhliche Wissenschaft en  Jenseits von Gut und Böse, vorig jaar als Band 72 Menschliches Allzumenschliches. Paul van Tongeren las de interessante hoofdstukken en schreef er de volgende recensie over:

Auteur: Paul van Tongeren

Menschliches, Allzumenschliches 1878
Menschliches, Allzumenschliches 1878

De onvolprezen reeks “Klassiker Auslegen” waarin belangrijke boeken uit de geschiedenis van het denken van uitleg en commentaar worden voorzien, heeft een nieuw deel over een van Nietzsches boeken uitgebracht. Eigenlijk over twee of zelfs drie van zijn boeken, want Menschliches, Allzumenschliches werd zoals bekend aanvankelijk gepubliceerd in 1878, maar bevat in de editie uit 1886 twee “banden”, waarvan de tweede weer bestaat uit twee delen, Vermischte Meinungen und Sprüche (VM) en Der Wanderer und sein Schatten (WS), die beide in 1879 als aparte boeken waren verschenen. Het is deze uiteindelijke editie die in dit boek wordt behandeld. De negen hoofdstukken van de eerste band van Nietzsches boek krijgen elk een eigen hoofdstuk, de beide delen van de tweede band krijgen elk twee hoofdstukken. 

Een van de kenmerken van de reeks is, dat het steeds gaat om bundels waar een veelvoud aan auteurs meewerkt. De bespreking van de verschillende hoofdstukken of onderdelen van Nietzsches boek hebben dan ook steeds de eigen persoonlijke signatuur van de auteur die het deel bespreekt. Zeker bij een veelstemmige auteur als Nietzsche is dat niet onbelangrijk. Mede hierdoor zijn de bundels bijna steeds van grote waarde voor ieder die zich serieus met Nietzsches teksten wil bezighouden – zowel studenten als onderzoekers. 

De kwaliteit van de bijdragen is hoog, hoewel die van (met name een van) beide redacteuren van de bundel teleurstelt. In haar korte inleiding wordt nauwelijks iets gezegd over de ontstaans- en werkingsgeschiedenis van het boek. Dat Nietzsche een plan voor een geheel herziene editie van het boek uiteindelijk omzet in een nieuw boek, Jenseits von Gut und Böse, komt bijvoorbeeld niet eens ter sprake. 

In de eerste bijdrage schrijft redacteur Jutta GEORG over de voorwoorden die Nietzsche voor de editie van 1886 aan de beide banden van MA toevoegde, zonder de eigen context van die voorwoorden te bespreken. Dat is merkwaardig als je weet dat het hier twee van die (vijf) nieuwe voorwoorden betreft, waarmee hij zijn eerder verschenen boeken uitbreidt voor de verschijning ervan bij een nieuwe uitgever. Wat nog belangrijker is: de voorwoorden bij de twee banden van MA zijn daardoor onderdeel van de reeks van teksten waarin Nietzsche zijn eigen ontwikkeling beschrijft en laat zien hoe hij daarop terugkijkt vanuit het punt dat hij met zijn Zarathustra heeft bereikt. Vreemd is ook dat de auteur de verschillende paragrafen van beide voorwoorden bespreekt als respectievelijk 8 en 7 voorwoorden.

Veel beter is de laatste bijdrage, van de hand van mederedacteur Eike BROCK. Zij karakteriseert WS als geheel, ook in verhouding tot de eerste band van MA, laat zien hoe de “wetenschappelijke” en “cultuurpolitieke” benadering van MA hier haar noodzakelijke persoonlijke en “levenskunstige” component krijgt, werkt de betekenis en het belang van de wandelmetafoor uit en gaat in op Nietzsches aan de Oudheid (en met name Epicurus) ontleende levenskunst en omgang met de dood. Zij bespreekt daartoe alleen die aforismen die in deze lijn passen – wat bij een zo aforistisch boek als dit onvermijdelijk lijkt.

Tussen deze besprekingen van respectievelijk de beide voorwoorden door de ene redacteur en van de laatste helft van het laatste deel van de tweede band door de andere redacteur, staan bijdragen van een uitgebreid gezelschap van erkende specialisten in het Nietzsche-onderzoek en enkele anderen. Achtereenvolgens zijn er bijdragen van Vivetta Vivarelli, Paul Bishop, Dagmar Kiesel, Renate Reschke, Richard Schacht, Martin Liebscher, Michael Skowron, Werner Stegmaier, Günter Gödde, Jean-Claude Wolf, Andrea Orsucci en Volker Gerhardt.

De meeste bijdragen bieden om te beginnen een verzamelende parafrase van de te bespreken aforismen. Vanwege het grote aantal aforismen lukt het bij veel hoofdstukken van de eerste band (hoofdstuk 9 telt meer dan 150 aforismen) en bij de beide delen van de tweede band begrijpelijkerwijze niet om alle teksten in zo’n parafrase te verzamelen. De lezer kan geen uitleg of commentaar bij elk van de 638 aforismen van de eerste band verwachten en nog minder bij de meer dan 700 aforismen van de tweede band. In de meest uitgebreide bijdrage (over hoofdstuk 8 van Band I, dat 45 teksten telt) maakt Werner Stegmaier niet alleen duidelijk hoe lastig het is om Nietzsches veelzijdige en veelvormige denken in een overzicht te brengen zonder aan die veelvormigheid onrecht te doen, maar kwijt hij zich bovendien en niettemin op voorbeeldige wijze van die opgave. Een andere éminence grise uit het gezelschap van bijdragende auteurs, Volker Gerhardt, laat op fraaie wijze zien wat het oplevert als men Nietzsches teksten nu eens niet op thema “plukt”, zoals maar al te vaak gebeurt, maar als geheel leest.

Op verschillende manieren voegen de auteurs van de bijdragen aan de parafrase iets toe: aandacht voor de structuur van een hoofdstuk, dieper gravende analyses van enkele aforismen, van een bepaald thema (het thema ‘vriendschap’ komt in verschillende bijdragen terug), of van de eigen filosofisch-literaire aard van zijn schriftuur, een situering van de thematiek in de context van de discussie daarover ten tijde van Nietzsche, uitwerkingen van de rol van klassieke of voor Nietzsche eigentijdse bronnen (met name Paul Rée, de Franse moralisten en Balthasar Gracian zijn belangrijk), verbindingen met andere teksten uit hetzelfde boek of uit latere werken van Nietzsche of met biografische gegevens.

Bijzonder interessant vond ik de manier waarop Dagmar Kiesel in het tweede deel van haar bespreking van MA I hoofdstuk 3 (over Nietzsches kritiek van de religie en de rol van de ascese daarin) laat zien hoe Nietzsches denken in deze tekst zelf getuigt van het waarheids-streven en de bijbehorende ascese die hij in de religie bekritiseert. Zij wijst er bovendien op dat deze ondergraving van de eigen doelstelling door Nietzsche ook zelf weer opgemerkt wordt in de religie die het voorwerp van zijn analyse is in dit hoofdstuk. Zelfreflectie is een belangrijke mogelijkheidsvoorwaarde voor zijn analyse van de cultuur. 

Klassiker Auslegen: Menschliches, Allzumenchliches
Klassiker Auslegen: Menschliches, Allzumenchliches

Een korte bibliografie en een zaakregister (gebonden en slechts € 24,95) completeren deze bundel die van grote waarde is voor wie Menschliches, Allzumenschliches goed wil lezen, en die degenen die dat nog niet waren gaan doen ertoe aanzet daarmee te beginnen. 

Paul van Tongeren

Eike BROCK, Jutta GEORG (Hrsg.), Friedrich Nietzsche: Menschliches, Allzumenschliches. Serie: Klassiker Auslegen Band 72. Berlin/Boston 2020 (10+302 p.)


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *