Wolf in Weimar

Wolf in Weimar

In 1999 stapte ik waarschijnlijk met dezelfde “Begeisterung” over de drempel van villa “Silberblick” in Weimar, het Nietzsche Archiv (waar al menig grootheid van helaas ook bedenkelijke signatuur mij was voorgegaan), als Herman Wolf, de grootvader van Paul Scheffer, over wie ik verder lees in diens biografie. Wolf bezocht het huis in 1927 en ontmoette daar de 82-jarige Elisabeth, de zus van Nietzsche. Voor Wolf was het natuurlijk een bijna fysieke ontmoeting met zijn grote Nietzsche; de vrouw die de grote filosoof nog had verzorgd in zijn laatste jaren toen hij steeds verder wegzonk in zijn geestelijke onmacht. Maar ook  de vrouw die mede onder invloed van haar echtgenote en uitgesproken antisemiet Bernhard Förster, maar zeker ook om roem te ontvangen van de opkomende nazi-kopstukken met als summum Hitler zelf, de geschriften van haar broer wist te manipuleren. Hierdoor werd Nietzsche decennia lang het fascistische boegbeeld en de intellectuele verantwoording van rassenwaan, Jodenhaat, Übermensch-interpretaties en verheerlijking van Blut und Boden in een Duitsland dat richting en leiding zocht.

Nietzsche Archiv in Weimar


Pas in de jaren ’60, dus in de tijd van de DDR, werden de geschriften van Nietzsche, door nader onderzoek uit handen van de Italianen Giorgio Colli en Mazzino Montinari in hun correcte en originele “Textverfassung” teruggebracht – een gigantische hoeveelheid werk – en kwam er meer bekendheid over de tekstaanpassingen die door Nietzsches zus waren geïnitieerd en werd een zogeheten ‘hoofdwerk’ met de titel “Wille zur Macht” in zekere zin ontmaskerd.

Wolf heeft ook het boegbeeld aanschouwd waarmee Hitler zich tijdens zijn bezoek in 1933 aan de overigens prachtige villa in Weimar heeft laten fotograferen. In de hoorcollege reeks “Vrijheid en verplichting”  van Herman Philipse, vertelt deze Prof. Dr. en Mr. die ik doorgaans hoog acht in zijn religie-analyses, helaas dat Hitler zich met Nietzsche heeft laten fotograferen (hij bedoelde waarschijnlijk de buste van Nietzsche.)

Over de vermeende relatie tussen Nietzsche en het Nazisme zijn al heel wat boeken geschreven (o.a. Ernst Nolte, G.L. Mossse en Fritz Sternberg). Ook Jaap Hagen deed een duit in het zakje met zijn “Nietzsche’s weerklank in nazi-Duitsland (2003). Voor mij zijn het allemaal “Hineininterpretationen”. Wie Nietzsche goed leest, en nog eens leest en zijn literaire en poëtische kracht weet te herkennen, kan in mijn ogen niet anders concluderen dat zijn teksten niet op voorhand letterlijke feiten behelzen, net zo min de eeuwige wederkeer van het gelijke iets met reïncarnatie van doen heeft.

Wolf en Menno ter Braak zaten in de jaren ´30 niet echt op dezelfde golflengte wanneer het over de duiding van Nietzsche’s werk ging. Een belangrijk obstakel was de publicatie van “Nietzsche als religieuze persoonlijkheid” van Wolf. Dit boek kwam deze week bij mij binnen en wil ik in het verlengde van de biografie over Wolf gauw gaan lezen. Ik ben benieuwd hoe Wolf tot zijn stelling komt alhoewel ik de typering wel kan onderschrijven. Thomas Mann sprak over een Christus-epigoon. Voor mij bijna een karaktermoord; Mann was toch ook geen Tolstoj-epigoon? Of heeft Mann hetzelfde als Wolf bedoeld?

“ ´t Was mij alsof de werkelijkheid verdween en een visioen opdoemde: een magische kracht ging van dit vertrek uit (…)”, aldus een 33-jarige Herman Wolf. Een herkenbaar gevoel wat je kunt hebben wanneer je op bekend historische grond loopt of in “nauw contact” met iets groots staat. De villa Silberblick is een prachtig gebouw – in 1902 door Henry Van de Velde stevig onder handen genomen – waarin verwerpelijke gedachten en bedenkelijke associaties helaas vastere vorm kregen. Gelukkig is de plek nu een oord waar voor vele bezoekers uit de hele wereld verhalen over Friedrich Nietzsche enigszins tastbaar kunnen worden.


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *