De voorbodes van verval

De voorbodes van verval

Het blijft me intrigeren; hoe de ene ratio zich neerlegt bij de essentie van aanschouwelijke feiten en/of uitkomsten van empirische wetenschap, en de ander voor een ál te grote en bedreigende werkelijkheid en tégen de autoriteit van het ‘ware’ een andere verklaring, een substituut zoekt. Een fenomeen dat in de huidige tijd een hedendaagse gedaante aan kan nemen zoals een ‘complottheorie’ en dat zich sinds mensenheugenis in de meest bizarre vorm manifesteert als legitimering voor menige heksenverbranding, agressie, moord, doodslag en oorlog; jouw vergane gelijk versus mijn diepste overtuiging. ‘Die Anzeichen der Corruption’ uit ‘Die fröhliche Wissenschaft’ werpt in Nietzsches vooruitziende kijkdoos uit 1882 een interessant perspectief op de voorwaarden van dit fenomeen. 

De vrolijke wetenschap
De vrolijke wetenschap (Uitgeverij Vantilt)

‘Anzeichen’ in de titel van aforisme 23 werd in de oudere vertalingen van De Arbeiderspers (Pé Hawinkels) vertaald met ‘symptomen’. In de latere versie uit handen van vertaler Hans Driessen (zie uitgave ‘De vrolijke wetenschap’ van Uitgeverij VanTilt uit 2018) werd het woord vertaald met ‘voorbodes’, een woord dat de lezer iets meer naar de toekomst neemt; voorbodes impliceert immers dat het verval  er nog niet volledig is maar de eerste tekenen zich al laten zien. Ik zal dan ook de laatste vertaling ter hand nemen maar voor de geïnteresseerde af en toe ook delen vanuit het Duitse origineel vermelden. 

Zijn intro eerst maar eens in de woorden zoals Nietzsche ze heeft opgetekend: Sobald irgend wo die Corruption eintritt, nimmt ein bunter Aberglaube überhand und der bisherige Gesammtglaube eines Volkes wird blass und ohnmächtig dagegen: der Aberglaube ist nämlich die Freigeisterei zweiten Ranges, — wer sich ihm ergiebt, wählt gewisse ihm zusagende Formen und Formeln aus und erlaubt sich ein Recht der Wahl. Vertaling: ‘Zodra ergens het verval intreedt neemt een bont bijgeloof hand over hand toe en wordt het heersende geloof van een volk bleek en machteloos; het bijgeloof is namelijk vrijdenkerij van de tweede orde – wie zich eraan overgeeft, kiest bepaalde, hem aansprekende vormen en formules en veroorlooft zich een recht op die keuze’. Laat het even op je inwerken en geef het de ruimte om een connectie met de huidige tijd en maatschappij te maken waarin dit recht een rechtstreeks uitvloeisel is voor het sterke individu dat los staat van een autoriteit die de tot dan toe geldende waarheid verkondigt (religie, wetenschap, politiek). ‘Vanuit dit standpunt’, gaat Nietzsche verder, ‘lijkt het bijgeloof altijd een vooruitgang ten opzichte van het geloof en een teken dat het intellect onafhankelijker wordt en zijn plaats opeist.’ De oude waarheidsverkondigers die – met in de ogen van de nieuwe onderzoekers – kenmerkende ‘arrogantie’ hun ‘monopolie’ verdedigen worden opzij geschoven. Zowel in hun taalgebruik als via de kanalen waarop zij met hun luisteraars communiceren, vinden kleine aanvallen plaats. Het andere geluid krijgt een andere vorm, een nieuw podium. 

Waarin de tragedie door huizen en stegen loopt…’

De aanklacht die soms met waarschuwende krachttermen als ‘tribunalen’ of met hulp van antieke Griekse uilen gewicht dient te krijgen, is een aanval op de algehele ‘verslapping’ in het politieke discours en in zekere zin eveneens een appel aan een algemeen onbehagen en eergevoelens van weleer. Sentimenten die opgeroepen worden in de woorden van Nietzsche: ‘De gemakken van het leven worden nu even naarstig nagestreefd als vroeger de martiale en gymnastische eergevoelens. Maar men ziet gewoonlijk over het hoofd dat die oude volksenergie en volkshartstocht, die door de oorlog en toernooien zo prachtig zichtbaar waren, inmiddels in ontelbare particuliere hartstochten zijn getransformeerd en alleen minder zichtbaar zijn geworden.’ Hij vervolgt met een waarschuwende toon voor het effect van die niet in banen geleide instincten: ‘Ja, waarschijnlijk zijn onder de omstandigheden van het ‘verval’ (de aanhalingstekens staan ook in het origineel ‘Corrruption’ – s.p.) de macht en het geweld van de nu verbruikte energie van een volk groter dan ooit en geeft het individu ze uit, verkwistend als nooit tevoren – destijds was het er nog niet rijk genoeg voor.’ (‘rijk’ hier te lezen als ‘rijk genoeg bedeeld’ of ‘voldoende gerijpt’ – s.p.). Nietzsches frequent bloemige taalgebruik en zijn herhaaldelijk gebruik van metaforen maken het niet altijd even gemakkelijk om zijn pointe uit de zinnen te peuteren. Toch weet hij af en toe ook de minder in Nietzsche geoefende lezer aan te spreken, bijvoorbeeld in de zin die volgt op de vorig aangehaalde: ‘En daarom zijn het juist de tijden van ‘verslapping’ waarin de tragedie door huizen en stegen loopt, waarin de grote liefde en de grote haat worden geboren en waarin de vlam van de kennis alles hemelhoog in lichterlaaie zet.’ (origineel; Und so sind es gerade die Zeiten der „Erschlaffung“, wo die Tragödie durch die Häuser und Gassen läuft, wo die grosse Liebe und der grosse Hass geboren werden, und die Flamme der Erkenntniss lichterloh zum Himmel aufschlägt.). Deze tweede van zijn vier voorbodes van verval vraagt hier wellicht om een moment stilte en een kleine overdenking.

Als derde symptoom van maatschappelijk verval haalt Nietzsche de neiging tot bagatellisering van de meer in het oog springende geweldsfunctie uit vroegere tijden aan. Het huidige bijgeloof zou onschuldiger, wat milder en minder wreed zijn. Maar hier steekt hij opnieuw zijn waarschuwende vinger in de lucht: ‘het enige wat ik toegeef is dat de wreedheid nu verfijnder is en dat haar oudere vormen inmiddels in strijd zijn met de goede smaak, maar de verwonding en foltering door woord en blik bereikt in tijden van verval haar hoogste niveau – nu pas wordt boosaardigheid gecreëerd en het plezier in die boosaardigheid.’ Origineel: nur so viel gebe ich zu, dass jetzt die Grausamkeit sich verfeinert, und dass ihre älteren Formen von nun an wider den Geschmack gehen; aber die Verwundung und Folterung durch Wort und Blick erreicht in Zeiten der Corruption ihre höchste Ausbildung, — jetzt erst wird die Bosheit geschaffen und die Lust an der Bosheit. Vervolgens lezen we duidelijk hoe Nietzsche de zeggingskracht van het woord inschat, zowel gesproken als in tekst, propaganda en voordat het woord bestond, in ‘marketing’. Krachtiger dan vroeger de dolk en de overval was vindt alles wat goed gezegd wordt een geloof. En daarmee plaatst hij de kracht van het derde vervalsymptoom niet alleen duidelijk maar ook actueel én mondiaal in ieders achtertuin.

Gold in die edlere Hände schütten…

Nog voordat de grote namen in de sociologie hun intrede deden klinkt de jonge professor uit Bazel duidelijk en overtuigend in zijn analyse over deze tijdloze systematiek in de samenleving. Ik zou bijna zeggen Unzeitgemäß en bovendien Jenseits von Gut und Böse. In het vierde teken van verval schuwt Nietzsche enig cynisme niet door te stellen dat de machthebbers (tirannen) die het maatschappelijk verval innerlijk creëert, als appels aan de boom hangen die alleen voor hen daar bloeit en groeit. In de mooie vertaling van Driessen: ‘Als de ‘zeden in verval raken’ duiken eerst die wezens op die tirannen worden genoemd; het zijn de voorlopers en als het ware de vroegrijpe eerste exemplaren van individuen. Een tijdje later hangt deze vrucht der vruchten rijp en geel aan de boom van een volk – en alleen voor deze vruchten bestond die boom! Heeft het verval zijn toppunt bereikt en de strijd van allerlei tirannen eveneens, dan komt altijd weer de ceasar (in het origineel met hoofdletter – s.p.), de slottiran, die een eind maakt aan het vermoeide vechten om alleenheerschappij door de vermoeidheid voor zich te laten werken. Origineel: wenn „die Sitten verfallen“, so tauchen zuerst jene Wesen auf, welche man Tyrannen nennt: es sind die Vorläufer und gleichsam die frühreifen Erstlinge der Individuen. Noch eine kleine Weile: und diese Frucht der Früchte hängt reif und gelb am Baume eines Volkes, — und nur um dieser Früchte willen gab es diesen Baum! Ist der Verfall auf seine Höhe gekommen und der Kampf aller Art Tyrannen ebenfalls, so kommt dann immer der Cäsar, der Schluss-Tyrann, der dem ermüdeten Ringen um Alleinherrschaft ein Ende macht, indem er die Müdigkeit für sich arbeiten lässt. Moe van de strijd om het bestendigen van een eigen individuele vrijheid en verlangend naar rust is de ontvankelijkheid  – Nietzsche spreekt niet geheel ten onrechte over ‘omkoopbaarheid’ –  voor de waarheid van een nieuwe almachtige leider groot. Waar het verval maximaal gerijpt is, groeit het verlangen naar een stabieler geluk of zoals ik het al vroeg om me heen hoorde; ‘men strijd voor de vrijheid en smeekt om dictatuur’. In een wat mildere variant en wat ruimer geïnterpreteerd; ‘wiens brood men eet diens woord men spreekt’. In het Duitse origineel is het bijna sprookjesachtige vergelijk te lezen: In diesen Zeiten ist die Bestechlichkeit und der Verrath am grössten: denn die Liebe zu dem eben erst entdeckten ego ist jetzt viel mächtiger, als die Liebe zum alten, verbrauchten, todtgeredeten „Vaterlande“; und das Bedürfniss, sich irgendwie gegen die furchtbaren Schwankungen des Glückes sicherzustellen, öffnet auch edlere Hände, sobald ein Mächtiger und Reicher sich bereit zeigt, Gold in sie zu schütten.

Nietzsche vervolgt iets verder zijn betoog; ‘De toekomst is nu zo onzeker, dat men leeft voor de dag van vandaag: een toestand van de ziel waarin alle verleiders hun spel makkelijk kunnen spelen – men laat zich namelijk uitsluitend ‘voor de dag van vandaag’ verleiden en omkopen, en houdt de toekomst en de deugd achter de hand!’ Een gedachtesprong naar enig actueel politiek opportunisme van groot en grensoverschrijdend formaat laat zich hier moeilijk onderdrukken. Zij die zichzelf tot de grote individuen rekenen, zich distantiëren van de kuddemensen die zich nog in slaap laten sussen door oude waarheden, willen maar al te graag in de gratie komen bij een Caesar of collectief van Caesars in wording. En de gelijkenis tussen actualiteit en de originele tekst van 140 jaar geleden wordt nóg sterker wanneer je het volgende tot je neemt: ‘eveneens knopen ze (‘de sterke individuen’ – s.p.) graag relaties aan met geweldsmensen, aangezien ze zichzelf in staat achten tot daden en uitwegen die bij de massa op begrip noch genade kunnen rekenen – maar de tiran of caesar begrijpt het recht van het individu, ook in zijn buitensporigheid, en hij heeft er belang bij een dapperder privémoraal aan te moedigen en zelfs de hand te reiken.’ Origineel: ebenso knüpfen sie sich gerne an Gewaltmenschen an, weil sie sich Handlungen und Auskünfte zutrauen, die bei der Menge weder auf Verständniss noch auf Gnade rechnen können, — aber der Tyrann oder Cäsar versteht das Recht des Individuums auch in seiner Ausschreitung und hat ein Interesse daran, einer kühneren Privatmoral das Wort zu reden und selbst die Hand zu bieten.

“Ik heb het recht op alles waarvan men mij beschuldigt met een eeuwig ‘dat ben ik’ te antwoorden. Ik sta op afstand van iedereen, ik accepteer voorwaarden van niemand.” Het is een citaat van Napoleon dat Nietzsche ten tonele voert om de kolder die in de Caesars van deze wereld kan ontstaan, ja vaak ontstaat, te illustreren. “Ik wil dat de mensen zich ook aan mijn fantasieën onderwerpen en het heel gewoon vinden als ik me overgeef aan deze of gene verstrooiing” klinkt het uit de Mémoires van Napoleon. 

rijpe appels

Aforisme 23 uit ‘De vrolijke wetenschap’ eindigt in een stijl zoals Nietzsche die zo vaak beoefent, hem tekent echter ook multi-interpretabel heeft getekend, maar hier ook voor de ongeoefende lezer een duidelijke conclusie en samenvatting van zijn totale betoog geeft; ‘De tijden van verval zijn die waarin de appels van de boom vallen; ik bedoel de individuen, de zaaddragers van de toekomst, de grondleggers van de geestelijke kolonisering en scheppers van nieuwe staats- en samenlevingsvormen.’ Om vervolgens poëtisch af te sluiten met een knipoog naar de essentie van de crisis die het verval in zich bergt, namelijk de overgang naar het nieuwe: ‘Verval is slechts een scheldwoord voor de herfsttijden van een volk’. In het origineel echoot het nog even na: Corruption ist nur ein Schimpfwort für die Herbstzeiten eines Volkes.

Nu de bommen en granaten het geluid van de ratio meer dan brutaal overstemmen, kunnen we ons alleen vasthouden aan ons ‘oude geloof’ dat voorafgaand aan de herfst ons eerst nog een verwarmende lente en dito zomer ten deel zal vallen.


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *