Kroniek van een leven dat voorbijgaat

Kroniek van een leven dat voorbijgaat

In de kist van Fernando Pessoa die in 2008 door zijn familie ter veiling werd aangeboden, riepen een slordige 1500 manuscripten van de toen inmiddels 73 jaar geleden overleden auteur om het levenslicht. Een goede 27.000 documenten waren al eerder door de Nationale Bibliotheek aangekocht maar deze kist leverde nog eens allerlei verrassingen op; korte verhalen, poëzie, essays, dagboekaantekeningen, politieke commentaren, aforismen, columns, theaterstukken en delen van een roman.

Vertaler en Pessoa liefhebber Michaël Stoker rondde vijf jaar later zijn promotieonderzoek naar het ‘Boek der rusteloosheid’ (zie ook mijn blog van 21 maart 2015) af en ontdekte dat zo’n tweehonderd teksten in buitenlandse edities niet in de Nederlandse versie waren beland. Daarmee legde hij de basis voor de prachtige uitgave ‘Kroniek van een leven dat voorbijgaat’ die eind vorig jaar bij Uitgeverij Van Oorschot verscheen. Een titel die je stil doet staan bij de boodschap en de vraag opwerpt of we niet allemaal een kroniek zouden moeten schrijven? Of laten schrijven en in een kist opbergen voor het nageslacht?

Pessoa’s laatste notitie op de dag (29 nov. 1935) voor ziekenhuisopname, was de Engelstalige vraag aan zichzelf; ‘I know not what tomorrow will bring’. Die dag bracht hem zoals we nu weten zijn dood en verlossing van de vele existentiële vragen die hem en meerdere van zijn heteroniemen al decennia bezighielden. Zou Pessoa in het Lissabon van de 21e rondlopen dan kon hij waarschijnlijk regelmatig langs de Portugese GGZ om een behandeling voor een dissociatieve identiteitsstoornis te ondergaan. Zijn eigen persoonlijke fantasieën en creaturen zijn bijzonder concreet, lijken écht te leven en communiceren met elkaar. Pessoa liefhebbers kennen al hun namen, karakters en bijzonderheden…

In het hele boek komt de naam van Nietzsche één keer voorbij. In fragment 97 stelt hij dat Nietzsche het juiste beeld had over en van God, zoals deze almacht zijn plek in de Duitse samenleving inneemt én overvleugeld wordt door de staat. Maar Nietzsche is veel meer aanwezig; tussen de regels, in de stijl, opbouw en gedachten van Pessoa lees je zowaar een neef of familielid van Nietzsche. Zeker niet als een verdwaalde zuidelijke epigoon, maar overduidelijk overeenstemmend in de vele overdenkingen. Bij Pessoa vaak nog dichter tegen zichzelf aan liggende gevoelens en gedachten en bij Nietzsche vaak dieper en grootser in onderwerp of perspectief. Maar toch…lees je Pessoa, in deze prachtige kroniek, dan voel en hoor je met regelmaat de adem van Nietzsche. Vrijages met het nihilisme door ‘achterover liggend voor altijd te gaan slapen tegen de borst van het Niets’. Ogenschijnlijke tegenstellingen zoals de bestemming van de mensheid die zich als een deur in een niet bestaande muur aan hem opdient. Mijmeringen over het verlies aan geloof (de dood van God), aan perspectief in het metafysische dat niet door de kunst vervangen kan worden omdat deze – net als religie – niet voor iedereen weggelegd is. En was Christus zelf niet ook een krankzinnige oppert Pessoa, zonder dat we eigenlijk weten wat krankzinnigheid voorstelt? 

Pessoa had een diepe angst om gek te worden of zoals hij die angst zelf verwoordde ‘een van mijn geestelijke moeilijkheden’. In zijn werken kom je deze angst vaak tegen en ja, hij schrijft het zelfs soms letterlijk op. De gedachten gaan dan ‘tekeer’ en de overweging om zijn gedachten te gaan analyseren maakt hem doodsbenauwd. ‘Een gevangene van zijn allesoverheersende verbeelding, die hem zowel in het leven opstuwde als van het leven afdreef’ klinkt het op de achterflap van het boek. Grote en kleine verbeeldingen en vragen rondom zijn eigen psychische gesteldheid en verlangens, soms tegen het decor van zijn eigen leven opgetekend. 

Je ziet met eigen fantasie de licht gebogen boekhouder en verzenmaker op zijn kamer met afgebladerd behang aan het werk. Tegen het glas wurmt zich een blind insect onmogelijk naar buiten en Pessoa heeft al een vergelijk naar de mens getrokken die op zoek is naar licht en warmte. Plato’s grot in het Lissabon van 1908 waarin het kennen en het kúnnen kennen even zo groot en klein als heden ten dage was. Maar het dier wint het zowaar in een verdere overpeinzing aangezien wij, de mens, in Pessoa’s poëtische overdenking, niet meer weten dan de dieren, sterker nog, hij dicht ze het vermogen toe precies te weten wat ze moeten weten, wij niet. Vertaal weten in ‘instinct’ en ‘wil’ en je komt op bezoek bij Nietzsche. En Übermensch-achtige diervergelijkingen weet Pessoa ook op te tekenen door de Duitse filosoof en bioloog Ernst Haeckel ten tonele te voeren met de gedachte dat de afstand tussen een doorsnee mens en een aap kleiner is dan die tussen de doorsnee mens en een genie. Om iets later te verzuchten dat je het volk niet kunt opvoeden want het is en blijft het volk. Verder in het boek (fragment 309) kraakt hij in deze context ook een kritische noot over het begrip Bildung. Wat, vraag je je af, las de filosofie student Fernando Pessoa – die hij kort was – van Nietzsche? Hij hekelt in fragment 175 elke transcendentie wanneer hij de wens uitspreekt met de aarde te willen zijn, onder de blauwe hemel (die hij volgens mij echt liefhad) en niet als medium voor wezens die niet van deze aarde zijn. ‘Bleib der Erde treu’ klonk het al in de Zarathustra. In een verdere beschouwing over de ‘esthetiek van de oorlog’ tekent hij de vele gezichten van de oorlog op. Uiteraard de afschuwelijke en gewelddadige, een gezicht van de oorlog die we het liefst snel vergeten omdat het ons bij stelselmatige blootstelling te vaak en teveel met angst zou vervullen. Maar Pessoa zoekt bijna Nietzscheaans ook naar de esthetische kant van de strijd; de enorme furie en uitdrukkingskracht die ook aan de basis van elke tragedie ligt. Maar toch…ook Pessoa stelt vast, in de oorlog willen deze krachten zich maar niet tot iets esthetisch laten verheffen. Het blijft dood en verderf dat overheerst.

“Het gevoel opent de poorten van de gevangenis waarin het denken de ziel heeft opgesloten”

Nietzsche lijkt zo vaak een intellectuele invloed te hebben gehad in het leven van de eenzame auteur Pessoa. Tot twee keer toe kwam ik zeer expliciet zijn afkeer van overtuigingen en standpunten tegen. In april 1915 omschrijft Pessoa hoe het toch vooral de oppervlakkige wezens zijn die diepe overtuigingen aanhangen, denkbeelden die tot onwrikbare en ongenuanceerde meningen leiden. Hij noemt het zelfs ‘stookhout’ voor de politiek en de religie. Publiek dat van binnenuit door gevoelens wordt geregeerd heeft zich in zijn ogen dan ook vaak in een afhankelijke positie van anderen laten manoeuvreren. Vanzelfsprekend dwalen mijn gedachten naar concrete bewijzen van deze visie, nu de rookpluimen in diverse Nederlandse straten weer opgetrokken zijn, wetende dat de veenbrand evenzogoed verder smeult. ‘Überzeugungen sind gefährlichere Feinde der Wahrheit, als Lügen’ is de bekende uitspraak van Nietzsche in diens ‘Menchliches, Allzumenchliches. Pessoa dwaalt weg bij de wat boze vraag naar wat politiek, religie (‘niets meer dan een emotionele behoefte van de mensheid, de rationalist kan prima zonder’) en andere maatschappelijke waarheidsverkondigers (de media?) nou eigenlijk van het stookhout willen? Geen esthetica is zijn repliek, misschien is ‘macht’ in zijn pen blijven steken. De politicus ziet hij dan ook als een verdwaalde die eigenlijk voorbestemd was om koetsier te worden…Overigens, Nederland krijgt er in fragment 263 ook nog even van langs. Ons land zou evenzogoed kunnen ophouden met bestaan, net als Zwitserland en België, want wat voegen ze cultureel gezien nou aan iets essentieels toe? Geen Nederland betekent in zijn ogen geen schade aan de beschaving op deze wereld. Daar kun je het als lezer van deze kroniek even mee doen. Eventjes hadden we volgens Pessoa de schijn mee, maar toen bleek onze historische bijdrage vooral betrekking te hebben op de handel in plaats van de cultuur. Het zal ingegeven zijn door zijn jeugdige verblijf (van 1896 tot 1905) in Durban, Zuid Afrika. 

Pessoa is een dichter, laten we het niet vergeten. Hij weet met woorden en metaforen te jongleren zoals maar weinigen kunnen. Zijn oproep om niet teveel te handelen aangezien we daarmee onze gevoelens geweld aan doen, doet hij met de prachtige uitspraak alleen vanuit je innerlijk te handelen en ‘de bloemen alleen aan de rand van het leven te plukken’. De dichter is niet van de afdeling ‘handelen’ al komen er later in zijn leven wel angsten en twijfels voorbij wanneer hij terugkijkt en denkt zo weinig te hebben voortgebracht. Tekenend is bijvoorbeeld de aantekening op zijn 38e waarin hij vaststelt weer een stukje dichter bij het eindstation ‘nooit iets in het leven bereikt te hebben’ is aangekomen. Maar zelf hoef ik alleen maar aan de kist met inhoud te denken om het tegendeel als bewijs geleverd te krijgen. Doeners denken weinig of niet, immers, zo schrijft Pessoa, zijn alleen zij die nooit hebben nagedacht tot een conclusie gekomen. De Nietzscheaanse paradox is voelbaar, de uitdrukking idem. Vanuit conclusies ontstaan maar al te gauw opvattingen en meningen en die zijn wellicht het beste bewijs voor het onvermogen daadwerkelijk opvattingen te kunnen hebben. Geen paradox maar een tijdloos appel aan het kritische denkvermogen. Het bracht Pessoa ook tot de gedachte dat je het handelen maar beter kunt overlaten aan hen die denken met andermans hoofd. In mijn eigen woorden, het schoolse repliceren van kennis die anderen hadden of hebben versus het creëren van eigen gedachten. Het slaafse herkauwen, ergens tussen geloof en de kritiek erop of zoals Pessoa – ook weer met een Nietzscheaanse kwinkslag – de rede ook als geloof stelt, aangezien je er toch in moet blijven geloven dat er überhaupt iets te begrijpen valt. En evenals bij Nietzsche ontwaar je met grote regelmaat woorden die elders of eerder geschrevene lijken tegen te spreken. Want alle kritische noten ten aanzien van het menselijke handelen ten spijt komen er soms ook hoopvolle zinnen op zijn maagdelijke vellen papier. In de verheerlijking van de kinderlijke verwondering kan ook Pessoa alleen maar vaststellen hoe mooi het onmogelijke willen is, een drift die ons als mens zoveel brengt, zelfs de slechte dingen. Een wijze van denken waarmee perspectief kan ontstaan, al is de bodem een kinderlijke naïviteit verpakt in een volwassen aforisme zoals we die ook van Hermann Hesse kennen; ‘damit das Mögliche entsteht muß immer wieder das Unmögliche versucht werden’

“Wanneer niets ons aanmoedigt te veranderen, moedigt alles ons aan niet te veranderen”

Uit eigen overdenkingen, ervaringen maar wellicht ook door het lezen van Nietzsche, komen bekende kritische woorden jegens het Christendom in de gedachten van Pessoa. In zijn woorden is het zelfs de grootste flauwekul en bedienen religies zich van krankzinnige beweringen (vertalingen van Michaël Stoker). Omdat wij ernaar luisteren kan de ‘nonsens’ verkondigd worden. 

De kunst krijgt een geheel eigen plek in de beschouwingen. Als schrijver en liefhebber van het woord ziet Pessoa alle kunstvormen primair als een uiting van literatuur. Wanneer het een schilderij, een muziekstuk of beeldhouwwerk wordt, is in zijn ogen alleen de vorm en de materie verschillend, het blijft literatuur, wegwijzers voor het nageslacht.  En de functie van verstrooiing en leermeester blijft de kunst van het begin tot het einde van deze kroniek behouden, want anders dan de geschiedenis is de kunst hetgeen ons leert van en over het leven. En bovendien, wat rest ons anders dan de kunst wanneer de waarheid niet boven water komt, ons niet verteld wordt? Geen groter vermaak dan de leugen om ontspannen mee te boetseren.

Casa Fernando Pessoa in Lissabon (foto: Stephan Peters)

Enkele keren lijkt Pessoa in de verzamelde en gevonden manuscripten zichzelf enige structuur en discipline te willen opleggen door een alternatieve tien geboden op te stellen. Leefregels die op zich wel aardig om te vermelden zijn. Samengevat:

  1. Wees zo min mogelijk vertrouwelijk in hetgeen je vertelt
  2. Droom zo weinig mogelijk en alleen om een gedicht of literair werk te schrijven
  3. Zoveel mogelijk nuchter zijn, zowel in geest als in het lichaam
  4. Alleen vriendelijk zijn uit vriendelijkheid, niet om jezelf prijs te geven
  5. Oefen in concentratie en sterke wil door te denken dat je echt krachtig bent
  6. Weet dat je maar weinig vrienden hebt want weinigen weten wat vriendschap is
  7. Probeer door weinig te zeggen indruk te maken
  8. Blijf niet te lang stil staan bij kleine voorvallen thuis, op het werk of op straat
  9. Leg zoveel mogelijk eenheid in je leven, als een literair werk
  10. Maak een einde aan de moordenaar

De uitnodigende en stilistisch verfijnde overdenkingen doen je deze kroniek lezend af en toe het boek even het boek op schoot leggen en naar buiten staren. Geen Portugese sferen te zien, al schenk je een glaasje port in of zet je een mooie fado op. Het verrassende, soms melancholische en mystieke Lissabon wordt momenteel – net als vele andere delen van het land – geteisterd door een schrijnend tekort aan IC-bedden. De kunst leert ons van en over het leven, niet de geschiedenis. Of met zoveel woorden van Pessoa, ‘welk wonder zal ons redden van onze sinistere neiging gelijk te willen hebben’? Waar liggen de zielsverwantschappen tussen de Portugezen en de Nederlanders nog meer dan de veroveringstochten uit verloren tijden? 

Michaël Stoker beaamt in zijn interessante nawoord zijn eigen samenstelling terecht als een ‘amalgaam van psychologie, filosofie en fictie (…)’. Liefhebbers van Pessoa en ‘Het boek der rusteloosheid’ zullen veel in dit werk herkennen. Vertrouwde maar ook nieuwe en vooral fascinerende teksten. Altijd weer Pessoa als tegendenker, zowel op persoonlijk vlak als de filosofische toeschouwer die altijd op zoek was naar een nieuwe opvatting voordat de vorige vast kon gaan roesten. Jezelf tegenspreken als het meest logische vertrekpunt, twijfelen over eerdere meningen en oog voor de andere kant van het verhaal. Herkenbaar en zo sterk dat je je wel eens afvraagt waar de stelligheid van zovelen vandaan komt? Toen, nu en straks gloeien de verlichte bakens door hun groene knipperende licht. Maar Pessoa wist uit zijn eigen denkfabriek; ‘wie niet denkt zoals ik die volge mij’

‘Kroniek van een leven dat voorbijgaat’ mag niet ontbreken in de bibliotheek van de wereldliteratuur liefhebber. De verzameling die Michaël Stoker bij elkaar heeft gebracht toont vele pareltjes van de literatuur uit de vorige eeuw en is niet alleen een zeer welkome aanvulling voor de Nederlandse Pessoa vertalingen, maar brengt ook tijdloze overdenkingen in een tijdperk dat bol staat van behoefte aan contemplatie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *