Iedereen een Übermensch?

Iedereen een Übermensch?

Wie enigszins met de Duitse taal vertrouwd is en in een klein uur durend gesprek iets over Nietzsche toegelicht wil krijgen, die kan ik een aflevering van de serie ‘Sternstunde Philosophie’ van de SRF (Schweizer Radio Fernsehen) aanbevelen. Hierin interviewt filosoof Barbara Bleisch in 2014 een van de toonaangevende Nietzsche onderzoekers en kenners in het Duitse taalgebied, Volker Gerhardt (zie ook Nietzsche beoefenaars op deze website).

Gerhardt, die al meerdere publicaties over Nietzsche op zijn naam heeft staan, spreekt over de onconventionele mens en denker Friedrich Nietzsche die over de gehele wereld tal van schrijvers en kunstenaars sterk heeft beïnvloed en geïnspireerd. Hij belicht de op dat moment groeiende interesse onder Chinese denkers en studenten die iets van de verbinding tussen poëzie, literatuur en filosofie – zoals men dat in China vanuit het confucianisme kent – terugvinden in de teksten van Nietzsche.

Ook voor Gerhardt was Nietzsche iets wat hem overkwam, een denker die met teksten op een haast tijdloze wijze binnenkomt en nog steeds de huidige tijd vooruit lijkt te zijn. Teksten die niet om kennis en wetenschappelijke benadering vragen maar de lezer provoceert om vanuit een nieuw perspectief telkens weer een stap verder te zetten. Gerhardt beaamt dat ook voor hem het lezen van Nietzsche het begin is geweest voor een verdere beschouwing over de betekenis van de mensheid maar zeker ook over de rol en toekomst van de filosofie.

Philosophie ist riskantes Denken: Sie rüttelt an Dogmen und Vorurteilen und erprobt gedanklich das scheinbar Unmögliche. Für diese Risiken im Denken interessiere ich mich: für die Abgründe, die sich auftun, wenn wir zu Ende denken; für das Ungewohnte, das sich einstellt, wenn wir gedanklich die Seite wechseln; für die Alternativen, die sichtbar werden, wenn wir mutig denken. 
(Barbara Bleisch)

Barbara Bleisch interviewt op een wijze die kennis van zaken verraadt maar ook een gezonde dosis nieuwsgierigheid laat zien. Met een onvervalste Zwitserse tongval vraagt ze Gerhardt over de positie die Wagner en Schopenhauer in het werk en leven van Nietzsche hebben ingenomen. En dat die enorm is geweest mag ik als bekend veronderstellen. Alleen al die eerste ‘Unzeitgemäße Betrachtung’ (Die Geburt der Tragödie aus dem Geiste er Musik) had een voorwoord dat specifiek aan de dertig jaar oudere Richard Wagner was opgedragen: ‘Vorrede an Richard Wagner’. Gerhardt probeert de vraag naar de filosofie van Schopenhauer enigszins kort te beantwoorden waardoor ook een kijker die niets van Schopenhauer kent een beeld krijgt van die zogeheten ‘Urkraft des Willens’ en de ‘Vorstellung’.

Volker Gerhardt en Barbara Fleisch

Uiteraard komt ook het begrippenpaar Apollo en Dionysos op tafel. Ook hier weten interviewer en geïnterviewde de materie soepel in het gesprek te vervlechten en is Gerhardt in staat een korte toelichting te geven op hetgeen door Nietzsche als ‘Dionysisch’ en ‘Apollinisch’ wordt gezien. Een korte duiding die uitmondt in dat belangrijke aspect dat Gerhardt vaker aanhaalt; het autonome denken, een individualiteit die niet om volgen of volgers vraagt maar om een kritische en onophoudelijke reflectie, voor Nietzsche een status die in het scheppen ligt. 

Aan de foutieve interpretatie van de Übermensch lijkt Gerhardt niet al teveel woorden te willen wijden. Niet omdat het nog steeds gevoelig zou liggen maar – volledig tegenovergesteld – omdat het nu zo langzamerhand voor iedereen duidelijk moet of mag zijn dat Nietzsche geen nationalist of antisemiet was. Hij legt het accent op de Europese rol en positie die Nietzsche in zijn werken inneemt en nu nog steeds zijn weerklank vindt, momenteel in Rusland, Frankrijke en Italië meer dan in Duitsland. Ik voeg daar voor Europa graag Griekenland en Spanje aan toe.

Met een voorzichtige lach en het antwoord ‘dat zou ik ook wel eens willen weten’ reageert hij op die andere vraag van Barbara Bleisch; wat heeft Nietzsche bedoeld met ‘God is dood’? Verwijzend naar aforisme 125 uit de ‘Fröhliche Wissenschaft’ komt Gerhardt er misschien in eerste instantie makkelijk mee weg. Toch zoomt hij er later wat meer op in; de kritiek op elke vorm van religie zit ‘m in het aanvaarden van een macht, een wil, die buiten je eigen souvereiniteit en daarmee verantwoordelijkheid ligt. En wanneer die sturende macht, dat goddelijke gebod wegvalt? Wanneer je op basis van je zelfkennis en eigen competenties je leven richting en inhoud moet gaan geven? Hoe te handelen wanneer vrijheid ontstaat, ook ten aanzien van de wetenschap en de techniek? Hoe te leven wanneer vanuit een volledige vrijheid de macht van elke ‘waarheid’ het moet ontgelden door zelf de schepper te zijn? Ik denk dat Gerhardt met de mondiale crises anno 2020 of 2021 hier nog verder op zou zijn doorgegaan.

“Alle Menschen stellen sich philosophische Fragen. Zuweilen gehen sie im Alltagsrummel jedoch unter oder sie werden mit dem Verweis auf Sachzwänge in ihre Schranken verwiesen. In der Sternstunde Philosophie möchte ich solche Grenzen im Denken einreissen und überraschende Einsichten möglich machen.” 
(Barbara Bleisch)

Ook Gerhardt kent zijn eigen kritische houding ten opzichte van Nietzsche. Dat zit ‘m vooral in het taalgebruik dat vaak bol staat van metaforen en begrippen dan wel kreten die een huidige schrijver van reclameteksten nog jaloers zou kunnen maken. Bleisch neemt in dat kader een stevige moker die op tafel ligt in de hand en vraagt Gerhardt naar de betekenis van de hamer in het werk van Nietzsche: ‘Wie mann mit dem Hammer philosophiert’. De interpretaties volgen elkaar in Nietzsche studies elkar doorgaans snel op en voor Gerhardt zou het de reflexhamer van de arts kunnen zijn waarmee de patiënt op zijn knie wordt getikt. Voor anderen is het de hamer die elke zekerheid of waarheid heeft vernietigd of misschien wel dat ene kleine hamertje in het middenoor dat in dit leven om een verfijnd gehoor vraagt…

Uit de Zarathustra wandelen twee van de vele dieren het gesprek in; niet langer de kameel zijn, ook niet de leeuw zijn, maar kind worden van waaruit weer naïef en spontaan het nieuwe kan ontstaan. Twee vragen van scholieren worden wellicht daarom ook aan Gerhardt voorgelegd. De laatste: ‘wat als iedereen nu een Übermensch wordt?’ Hier lijkt Gerhardt het wat lastig te vinden om direct een passend antwoord te geven. ‘Een zeer goede vraag’ haast hij zich te zeggen ‘maar ja Nietzsche heeft zich in zijn boek op het individu Zarathustra gericht en de titel verraadt eigenlijk al de multi-interpretabele positie en focus van zijn creatie; Ein Buch für Allen und Keinen’, aldus Gerhardt.

Het werk van Nietzsche brengt niet echt ‘schönes Wetter’, sluit Gerhardt af. Het interview voor de beginnend geïnteresseerde in Nietzsche is echter wel een tipje van de sluier dat als ‘klare Luft’ aanvoelt en al ruim 430.000 keer op Youtube is bekeken. Ik zou zeggen; op naar de 500.000!


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *