Een overdaad aan geschiedenis

Een overdaad aan geschiedenis

De woorden van Kurt Tucholsky indachtig “Sage mir, was du brauchst, und ich will dir dafür ein Nietzsche-Zitat besorgen”, zijn er tal  van uitspraken uit de Nietzsche bibliotheek op het huidige militaire en humanitaire drama te plakken. Al is de connotatie anders dan direct doet vermoeden denk ik ook vol ontzetting door de afschuwelijke beelden uit de media aan zijn uitspraak “Weh dem der keine Heimat hat’. In de NRC van zaterdag 5 maart wijst historicus Beatrice de Graaf op Nietzsche die waarschuwde voor de gevolgen van een teveel aan geschiedenis. De uitspraak zou je als de meest korte samenvatting van ‘Vom Nutzen und Nachtheil der Historie für das Leben’ kunnen beschouwen, het tweede essay uit 1874 dat Nietzsche in zijn vierdelige ‘Unzeitgemäße Betrachtungen” schreef. Alle reden om daar eens kort op in te zoomen

In tegenstelling tot zijn latere aforistische stijl geeft Nietzsche op een verder bekende en zijn niets verbloemende wijze uiting aan een inzicht dat hij als een waarschuwing wereldkundig maakt; teveel aan geschiedenis kan averechts werken. Of zoals hij het in zijn voorwoord schrijft: ‘Zeker, wij hebben geschiedenis nodig, maar wij hebben haar op een andere manier nodig dan de verwende leegloper in de tuin der kennis haar nodig heeft (…). Wij hebben haar nodig voor het leven en voor de daad, laat staan voor de vergoelijking van het zelfzuchtige leven en de laffe, slechte daad.’

Kijkend naar het herkauwende dier dat niet geplaagd wordt door de toenemende last van een ongelimiteerde kennis over zijn eigen geschiedenis, wordt de mens die alleen nog historisch zou willen leven, bijna genoodzaakt zich van slaap te onthouden om alleen nog maar herkauwend terug te kijken. Met als gevolg dat ‘het levende verlies lijdt en ten slotte te gronde gaat, of het nu een mens of een volk of een cultuur is’.

Nietzsche breekt dus een lans voor het kunnen vergeten en licht verder in zijn essay toe wat het belang daarvan is. De connectie met huidige machthebbers die een ‘overdosis’ drijfveren vanuit het verleden met zich meedragen is dan gauw gemaakt. Het was ook niet voor niets dat de Keniaanse VN-ambassadeur Martin Kimani zich onlangs in de Veiligheidsraad krachtig uitsprak en op het gevaar van verkeerde nostalgie wees.

Unzeitgemässe Betrachtungen
Vom Nutzen und Nachtheil der Historie für das Leben

Hoe zit dat nu bij Nietzsche? De psycholoog in hem duidt op een tekort aan scheppingsdrang dat sommige mensen hebben wanneer zij geconfronteerd worden met smart en pijn, tegenslag of gevoelens van onrecht, gebroken ervaringen, verloren dingen niet kunnen vervangen of zich kunnen verhouden tot een nieuwe werkelijkheid. In de woorden van Nietzsche: ‘Es giebt Menschen die diese Kraft so wenig besitzen, dass sie an einem einzigen Erlebniss, an einem einzigen Schmerz, oft zumal an einem einzigen zarten Unrecht, wie an einem ganz kleinen blutigen Risse unheilbar verbluten.’

Welhaast visionair vervolgt hij: ‘Hoe sterker de wortels van de diepst-innerlijke natuur van een mens, des te meer zal hij zich ook van het verleden toe eigenen, al dan niet met dwang; en zou men zich een buitengewoon machtige en ontzaglijke natuur voorstellen (natuur hier te lezen als persoon – s.p.), dan zou deze hieraan te herkennen zijn, dat er voor hem/haar geen grenzen aan de zin voor het historische bestaan, waarbij hij/zij een verstikkende schadelijke invloed zou weten uit te oefenen; al het voorbije, dat van zichzelf en het volkomen vreemde, zou die natuur naar zich toe trekken, in zich opnemen en als het ware tot bloed herscheppen.’ Wie zich de afgelopen dagen verdiept heeft in de drijfveren van president Poetin, de terugkeer naar een staatkundige romantiek gebaseerd op invloedsferen en grenzen uit vergane tijden, begrijpt wellicht hoe een teveel aan geschiedenis verstikkend werkt en de focus op de toekomst vertroebelt. Nietzsche stelt dan ook terecht de vraag waar de functie van geschiedenis toevoegt en waar het de (geestelijke) gezondheid in de breedste zin van het woord gaat schaden: ‘Die Frage aber, bis zu welchem Grade das Leben den Dienst der Historie überhaupt brauche, ist eine der höchsten Fragen und Sorgen in Betreff der Gesundheit eines Menschen, eines Volkes, einer Cultur. Denn bei einem gewissen Uebermaass derselben zerbröckelt und entartet das Leben und zuletzt auch wieder, durch diese Entartung, selbst die Historie. (vert. ‘De vraag echter, tot op welke hoogte het leven de diensten van de geschiedenis nodig heeft, is een van de voornaamste vragen en zorgen die de gezondheid van een mens, een volk, een cultuur aangaan. Want bij een zekere overmaat daarvan verbrokkelt en ontaardt het leven, en tenslotte op haar beurt, ten gevolge van deze ontaarding, de geschiedenis zelf.’)

Betreft het dan alleen de conservatieve geesten onder ons die moeilijk het nieuwe kunnen scheppen uit het oude en vergane? Die in een ongezonde verstikkende mate minder focus op het nieuwe dan op het oude hebben? Nietzsche ziet het vooral daar ontstaan waar een strijd met de werkelijkheid in het heden gaande is. Een strijd die de lijdende aan teveel geschiedenis voert; machtige mensen die voorbeelden, leraren en troostbrengers nodig hebben en die onder hun eigen vrienden in het heden niet kunnen vinden; ‘Die Geschichte gehört vor Allem dem Thätigen und Mächtigen, dem, der einen grossen Kampf kämpft, der Vorbilder, Lehrer, Tröster braucht und sie unter seinen Genossen und in der Gegenwart nicht zu finden vermag.’

Een bergketen van monumenten…

En de parallellen tussen zijn analyse en de huidige strijd verraden een scherpe blik op zowel geschiedenis als toekomst. Wie zou je voor je ogen kunnen krijgen wanneer je leest (en ik doe het even in een Nederlandse vertaling); ‘Zijn doel is echter een of ander geluk, misschien niet zijn eigen geluk, vaak dat van een volk of dat van de totale mensheid; hij slaat op de vlucht voor de resignatie en gebruikt de geschiedenis als middel tegen de resignatie. Meestal lokt hem geen beloning, behalve de roem, dat wil zeggen het vooruitzicht op een ereplaats in de tempel van de historie, waar hij zelf weer leraar, trooster en waarschuwer voor hen die na hem komen kan zijn.’

Nietzsche, hier de criticus van een overdosis aan historisch kennis, verdeelt het concept geschiedenis in drie soorten; de monumentale, de antiquarische en de kritische variant. In zijn waarschuwing heeft hij de beoefenaar van de monumentale geschiedenis voor ogen. Deze koestert de grote momenten in de geschiedenis, de monumenten die geschiedenis hebben geschreven. Zij vormen in de Nietzsches woorden een ‘bergketen van monumenten’ die louter vanwege hun grootsheid eeuwigheidswaarde moeten krijgen. Als een fakkelwedloop, een estafette, die de grote monumenten aaneen rijgt en al het grote doet voortleven. De geschiedenis kent er voldoende voorbeelden van. De basis van een volksfeest, culturele riten, godsdienstige eerbetoningen en militaire gedenkdagen hebben allen gemeen dat de historie boven het heden wordt getild. Voor Nietzsche betekent het tevens dat er geen oog is voor de ‘historische connectie van oorzaken en gevolgen die wanneer je deze volledig zou kennen zou bewijzen dat de uitkomst in het dobbelspel van de toekomst en het toeval nooit volkomen identiek zal zijn.’ Zijn latere Zarathustra-concept ‘Die Ewige Wiederkunft des Gleichen’ heeft dan ook geen aansluiting met deze kritische benadering van de dobbel uitkomst.

De visionaire kracht houdt stand in het essay wanneer je bijvoorbeeld leest hoe Nietzsche de uitwerking van een te groot besef en kennis van monumentale geschiedenis benadert. De verleiding is groot om deze alleen in het Duitse origineel weer te geven maar ik zal de Nederlandse vertaling eerst geven: ‘De monumentale historie misleidt door analogieën: zij zet met verleidelijke punten van overeenkomst de moedigen tot roekeloosheid, de fanatieken tot fanatisme aan; en stelt men zich deze historie dan bovendien in de handen en hoofden van begaafde egoïsten en dweepzieke schurken voor, dan worden er rijken verwoest, vorsten vermoord, oorlogen en revoluties veroorzaakt en het aantal historische ‘effecten als zodanig’, dat wil zeggen gevolgen zonder toereikende oorzaken, opnieuw vermeerderd.’ (in het origineel: ‘Die monumentale Historie täuscht durch Analogien: sie reizt mit verführerischen Aehnlichkeiten den Muthigen zur Verwegenheit, den Begeisterten zum Fanatismus, und denkt man sich gar diese Historie in den Händen und Köpfen der begabten Egoisten und der schwärmerischen Bösewichter, so werden Reiche zerstört, Fürsten ermordet, Kriege und Revolutionen angestiftet und die Zahl der geschichtlichen „Effecte an sich“, das heisst der Wirkungen ohne zureichende Ursachen, von Neuem vermehrt.’

De geschiedenis voor het gerecht dagen

De ouderdom van een gebeurtenis (als voorbeeld de lijnen waarlangs ooit grenzen liepen), lijkt a priori een eis van onsterfelijkheid voort te brengen. Als het al zo lang bestaat, dan moet het wel een intrinsieke waarde hebben en dus ook de status van onsterfelijkheid krijgen. Generatie op generatie zeult het historie en overlevering met zich mee en de kritische lezer zal tussen de regels door begrijpen dat de aardse vertaling van welke religie dan ook iets soortgelijks in zich heeft. Het overgeërfde voorrecht om de plek in de geschiedenis te behouden; de kroning van…., de slag bij….,de terechtstelling van…., het huwelijk van….,de eerste man/vrouw die….en ga zo maar even door, krijgt een antiquarische waarde die elke moderniteit in de kiem smoort. Na een getallencumulatie als tweeduizend jaar Christendom gaan we deze niet vervangen door een nieuwe verering die nog maar een paar jaar oud is. De historische context houdt zichzelf dus in stand maar werkt evenzogoed ook verstikkend in politiek, religie en in sommige geesten die er een houvast en referentie in vinden. Guzel Jachina schrijft in haar roman ‘Wolgakinderen’ naar mijn idee terecht dat alleen beperkte geesten veronderstellen dat historische gebeurtenissen door individuen teweeg worden gebracht. Alle reden dus om een gezonde balans te vinden tussen die monumentale, antiquarische en vooral kritische benadering van de geschiedenis. Leven vraagt ook om geschiedenis in stukken te kunnen breken, te kunnen oplossen en zoals Nietzsche zo mooi verwoordt ‘voor het gerecht te dagen, nauwkeurig te ondervragen en tenslotte te vonnissen’ en dan bedoelt hij niet het gerecht maar het leven zélf dat vonnist over menselijke zwakte en geweld.

Goethe’s Mefistofeles citerend ‘Want alles wat ontstaat, is waard dat het te gronde gaat. Daarom  ware het beter dat er niets ontstond’ (denn alles was entsteht / Ist werth daß es zu Grunde geht. /  Drum besser wär’s, daß nichts entstünde), duidt Nietzsche de kracht van het leven maar ook op die van het vergeten en het vergaan. Hij haalt Luther er zelfs nog bij die ooit gezegd zou hebben dat de wereld alleen maar door een vergeetachtigheid van God is ontstaan. Helaas heeft de Russische-orthodoxe kerk haar onvermogen tot vernieuwing weer eens onderstreept en is daarmee als troefkaart in een militaire confrontatie die z’n weerga niet kent ingezet. Of zoals dagblad Trouw het treffend verwoordde is ‘religie tot wapen gesmeed’. Het narratief doet zijn werk, niet de geschiedenis herhaalt zich, de mensheid echter wel. Het onvermogen te vergeten manifesteert zich opnieuw in een ‘wij’ en een ‘zij’. Wie gaat de huidige ‘onvermogenden tot vergeten’ vertellen dat gevoelens van bedreiging ook gestoeld kunnen zijn op dwalingen, hartstochten, vergissingen, ja zelfs misdaden van generaties voor ons? Vooralsnog is het nog steeds een afgrond die terugkijkt omdat de belangrijkste speler van het huidige drama té lang in die afgrond heeft gekeken….

Nietzsche, in het jaar van verschijning al enkele jaren hoogleraar filologie in Bazel, deed zelf ook met grote regelmaat een greep in de geschiedenis. De meest bekende en in het oog springende sprong naar het verleden was naar de oude Grieken. Toch valt niet te ontkennen dat het vaak ter illustratie en onderbouwing diende, niet als een romantiserende kracht om sentimenten los te weken die elke vooruitgang in de kiem smoren. In de herfst van 1873 was hij begonnen met het optekenen van de eerste aantekeningen voor zijn tweede ‘Oneigentijdse beschouwing’ (hij had er aanvankelijk zelfs dertien gepland). Zijn vriend Gersdorff hielp met het maken van de drukmanuscripten die in januari 1874 naar uitgever Fritzsch gingen. De dertig Mark per drukvel zou Nietzsche door de wat minder bij kas zittende uitgever pas later ontvangen. Uiteindelijk blijft Fritzsch met honderden onverkochte exemplaren zitten en neemt uitgever Schmeitzner de restanten (778 ex.) over, geeft het een nieuwe jasje en publiceert het onder zijn naam als de tweede ‘Unzeitgemäße Betrachtung’. In 1892 zou nog een tweede druk verschijnen die met een oplage van 1000 exemplaren bewijst dat Nietzsches boeken geen hardlopers waren.


Eén gedachte over “ Een overdaad aan geschiedenis

  1. Hallo Stephan

    ben niet zo bekend met Nietzsche maar kwam via het boek Wolgakinderen bij dit bericht. In de nrc las ik vandaag hoe een aanval werd gedaan met een straaljager die uit Saratov was vertrokken. En laat dat nou net de stad zijn van waaruit de hoofdpersoon in de Wolgakinderen die jij aanhaalt zijn vrijheid probeert te zoeken. Soms kan de geschiedenis ook iets toevalligs of een rare wending krijgen. Hartelijke groetend, Lies ter Beek

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *