Doe en denk als Nietzsche

Doe en denk als Nietzsche

Een zelfhulpboek met behulp van Friedrich Nietzsche? Voor elke lezer die zich enigszins in zijn werken wegwijs heeft gemaakt, voor iedere denker die het gedachtegoed van Nietzsche in meer of mindere mate ‘geïncorporeerd’ heeft, ja voor elke herkauwer van het leesvoer dat Nietzsche – nog in goede gezondheid – op zijn 44e levensjaar afsloot, ontstaat hier een spontane vraag; ‘ligt hier niet een contradictio in terminis op tafel?’ Welke lezer heeft de Franse Docteur en philosophie en filosofietherapeut Nathanaël Masselot voor ogen gehad toen hij besloot dit zelfhulpboek te schrijven? Al in het intro spreekt Masselot over pieken en dalen waar je als lezer doorheen zult gaan, echter wel met ‘hulp’ van Nietzsche. Wilde hij de lezer helpen Nietzsche beter te doorgronden of deze met behulp van Nietzsche zichzelf beter laten begrijpen? Hij omschrijft zelf zijn doel als stimulans meer te willen weten over deze denker. En vooral ook anderen niet na te praten, want ‘Geloof me: zelfs onder docenten, zelfs op de universiteit, is er geen consensus over hoe je Nietzsche moet lezen.’ De aankondiging op zijn eigen LinkedIn pagina is er duidelijk over; “Word wat je bent. Voordat Nietzsche de filosoof werd die we vandaag ‘kennen’ (of denken te weten!), leefde Nietzsche met lichaam en ziel voor de filosofie. Door middel van een speelse presentatie (zoals in de hoofdstukken waarin jij de held bent), en een soms humoristische toon, bied ik je in dit laatste boek concrete handvatten om je eigen te maken. Wat als je je door de essentiële Nietzsche laat begeleiden op het pad naar persoonlijke groei? Hoe kunnen de woorden van de grote filosoof je helpen om elke dag beter te leven met je gezin, op je werk of met je vrienden? Als je net als Nietzsche provocerend, hypochonder, goedmoedig, egoïstisch, fatalistisch of zelfs twistziek bent … kun je vertrouwen op de krachtige gedachte van de Duitse filosoof. Nietzsche put uit elk van zijn karaktereigenschappen (zelfs de meest negatieve) een levensfilosofie die maar één ding wil: zichzelf bevrijden en voor zichzelf gelden. Wees de held van het avontuur van Nietzsches filosofie: dit boek presenteert je duidelijk zijn conceptuele landschap om je eigen weg te vinden.’

‘The proof of the pudding is in the eating’, dus we nemen het boek ter hand. Allereerst verrast het me enigszins dat tussen al het nieuws over Amerikaanse verkiezingen en Covid-19 – waardoor onderwerpen over kunst, cultuurwetenschappelijk en filosofisch gebied bijna dreigden onder te sneeuwen (bijvoorbeeld het 250e jubileumjaar van Beethoven of het 250-e geboortejaar van Hölderlin dat gelukkig wel een prachtige vertaling van Safranski’s biografie opleverde) – uitgeverij Kosmos eind augustus dit boek op de Nederlandse markt bracht. Is het de ‘hausse’ in zelfhulpland? Hoe dan ook, het is een toegankelijke vertaling (vanuit het Frans; ‘Agir et penser comme Nietzsche’) met de titel ‘Doe en denk als Nietzsche’. Het kreeg de ondertitel ‘Schep zelf de zin van je leven, vier het leven, heb ambitie en word een groots mens’, stellingen die op voorhand door hun gebiedende toon al wat ongemakkelijk aanvoelen. Maar eerlijk is eerlijk, auteur en uitgever hebben hun best gedaan om er een aantrekkelijke (lees populaire) uitgave van te maken waarbij hoofdstuktitels, opzet en indeling ook – of misschien met name – de nog onwetende over Nietzsche, een vriendelijke eerst trede op de trap geven. Door heel het boek zweeft een sfeer van (zelf)hulp en aangeboden introspectie dat zich bijvoorbeeld manifesteert in de vele stellingen en de mogelijkheid om kriskras door de 34 thema’s te zwerven aan de hand van richtingaanwijzers die je soms aan de kaartjes ‘Kans’ en ‘Algemene fonds’ uit het spelletje Monopoly doen denken. Na elk thema komen er wat ‘levenslessen’ c.q. aanbevelingen dat wordt opgevolgd door een ‘vertaling naar jouw leven’. Daarna komen de richtingaanwijzers om niet perse naar het volgende maar evenzogoed bij een vorig of volgend hoofdstuk te gaan kijken, de ‘gepersonaliseerde route’.

Terecht merkt Masselot in hoofdstuk 1 al op de zorgvuldigheid waar Nietzsche lezen om vraagt. Metaforen, dubbelzinnigheden, semantiek, maar ook leestekens en cursiveringen (psycholoog versus psycholoog) hebben inderdaad een grote betekenis in de aforismen van  Nietzsche. De auteur wijst ook terecht op de onlogica van Nietzsche en geeft daarmee ook aandacht aan de noodzaak je te bevrijden van een zekere luiheid in reflectie en introspectie omdat Nietzsche nou eenmaal geen kant-en-klare filosofieën op de plank heeft liggen. Maar daar waar Nietzsche deze niet had heeft Masselot ze alsnog voor de lezer enigszins gevonden en gerangschikt, met dien verstande dat ook voor hem geen binair denken tussen bijvoorbeeld man-vrouw, waar-onwaar of goed-slecht dient te bestaan en je als lezer jezelf van die beperkende logica dient te bevrijden. Rationele systemen die Nietzsche ook andere denkers voor hem verweet, immers ook een Schopenhauer, Kant, Plato of Hegel gaven hun denkwerk maar al te graag een universeel karakter mee. Selffulfilling prophecy als marketing instrument is in die zin en goed beschouwd al een zeer oude techniek waar zelfs de Grieken zich maar al te graag door lieten bedienen. Maar tegenover de rede, troost Masselot in hoofdstuk 5, staan onze behoeften en gevoelens waarbij Nietzsche je helpt om de ware versies daarvan te begrijpen en niet de varianten die door anderen gegenereerd zijn. Om vervolgens de introductie af te sluiten met de uitnodigende en bemoedigende woorden: ‘Je zult een veel groter voordeel ontdekken: je bewustwording is een potentiële bron voor de beaming van wie je echt bent.’

Deel een van het boek begint met een kapitale 6. Als lezer merkt je dat de inleiding al goed was voor vijf thema’s. In dit zesde thema met de wat suggestieve titel ‘Nietzsche meent dat iedereen ziek is’ citeert Masselot uit ‘Menschliches, Allzumenschliches’: ‘Wie vaak ziek is, beleeft niet alleen meer plezier aan gezondheid omdat hij vaker geneest, maar bezit ook een zeer scherp gevoel voor wat gezond of ziekelijk is in zijn doen en laten en dat van anderen.’ In de Nederlandse vertaling lijkt het uit deel 2 te komen en wel uit ‘Gemengde meningen en oordelen’. De vraagt dringt zich vanzelf op: hoe zijn de ‘Gemischte Meinungen und Sprüche’ vanuit het Duits naar het Frans en vervolgens weer naar deze Nederlandse equivalent geëvolueerd wanneer ‘Sprüche’ oordelen wordt? In het hoofdstuk zélf lijkt de terminologie van ‘Krank’ uit zovele Duitse originelen een gedaanteverwisseling te zijn ondergaan, zeker wanneer Masselot oppert evenals Nietzsche onze eigen arts te zijn door een zekere spiritualiteit toe te laten op onze wil waarop deze ons vervolgens sterker zal maken. Hier is onomstotelijk de therapeut aan het woord. ‘De patiënt gaat naar dokter Nietzsche omdat hij zichzelf wil leren begrijpen’, lezen we op pagina 60. Ik voel hoe bij mij spontaan een wenkbrauw in beweging komt en er zich twee pagina’s verder wat tenen krommen bij de uitspraak: ‘Door Nietzsche te volgen word je bedreven, als dat al nodig was, om jezelf therapie te geven.’ Of dat in de laatste 10 jaar van Nietzsches leven, deze in een staat van ‘lethargie’ verkeerde. Is het hier het idioom van Masselot of is het de vertaling? Ziekte blijkt de auteur toch wel aardig te boeien. Hij sluit, dan al inmiddels hoofdstuk 8, af met de suggestieve vraag of je ‘in waanzin een ziekte en reden tot uitsluiting of eerder een teken van de zwakte en breekbaarheid van de mens ziet, dat juist rechtvaardigt dat je mensen helpt die lijden?’ Je hoort het hem zeggen in een groepssessie.

De plek die taal in het werk van Nietzsche (en met hem bij zovele andere denkers) inneemt, vertaalt Masselot naar een hedendaags appel aan de (jonge) lezer van nu en deze te wijzen op het eigen vocabulaire in ‘formats’ als dialoog, e-mail, sms, notities enz. Hier krijgt Nietzsche toch wel een hele moderne jas aangemeten want al is het instrument taal dan wel ongelooflijk cruciaal in communicatie, het bijzondere en soms ongeëvenaard prachtige taalgebruik van Nietzsche, vraagt naar mijn mening toch een andere benadering dan een bruggetje naar correct en eigen gekozen vocabulaire in een moderne informatiedrager.

“We kennen onszelf niet, wij die kennis zoeken, we weten niets van onszelf

Voor de intro van hoofdstuk 10 heeft de auteur ook die van hoofdstuk 32 gekozen. In hoofdstuk 10 wordt het: ‘We kennen onszelf niet, wij die kennis zoeken, we weten niets van onszelf. Dat heeft een goede reden. We hebben onszelf nooit gezocht. Hoe zouden we onszelf dan ooit kunnen ontdekken?’ In hoofdstuk 32 maakt Masselot (of de vertaler) van hetzelfde aforisme: ‘We zijn onbekenden voor onszelf, wij die kennis zoeken kennen onszelf niet: en dat heeft een goede reden. We zijn nooit op zoek gegaan naar onszelf, dus hoe zouden we onszelf ooit kunnen vinden?’ Beide zijn ontsproten aan het origineel: Het is een vrije vertaling van het voorwoord uit ‘Zur Genealogie der Moral’. Het origineel: ‘Wir sind uns unbekannt, wir Erkennenden, wir selbst uns selbst: das hat seinen guten Grund. Wir haben nie nach uns gesucht, — wie sollte es geschehn, dass wir eines Tags uns fänden?’ Let op de Konjunktiv. En na zo’n uitspraak die elke hulpbehoevende en zoekende als muziek in de oren mag klinken, komt die prachtige literaire Nietzsche er achteraan: ‘Mit Recht hat man gesagt: „wo euer Schatz ist, da ist auch euer Herz“; unser Schatz ist, wo die Bienenkörbe unsrer Erkenntniss stehn.’

Hoe het ook zij, het zo belangrijke thema van Nietzsches ‘Genealogie’ en ‘Umwertung aller Werte’ krijgt van Masselot in zijn therapeutische visie een ‘vertaling naar jouw leven’ die voor de beginnende Nietzsche lezer weliswaar krachtig mag klinken maar toch niet veel verder gaat dan: ‘Bepaal van wie of wat je je de erfgenaam voelt’. Met afsluitend de doorverwijzing naar een nog te komen hoofdstuk waarin Nietzsche ‘elke verklaring weigert, goed of slecht’. Of nee.., daar is toch ineens de uitleg van de provocateur Nietzsche in thema 11 die Masselot introduceert met de bekende uitspraak (en mogelijk waarschuwing) uit Ecce Homo: ‘ik ken mijn lot. Ooit zal mijn naam verbonden zijn met de herinnering aan iets ontzaglijks, de herinnering aan een crisis zoals er nog nooit op aarde is geweest, de diepste gewetensbotsing, aan een oordeel, geveld over alles wat er tot dan toe geloofd, geëist, geheiligd was. Ik ben geen mens, ik ben dynamiet.’ De uitspraak die menigeen al met de Eerste of Tweede Wereldoorlog heeft verbonden of graag katapulteert naar een naderende toekomst die een inferno in zich bergt waar menig religieus mens dezelfde aankondiging in ziet vanuit Bijbelse interpretaties; het einde der tijden, het ‘ultima finis’ dat al eeuwen rondjes draait om de as van het noodlot. Maar Nietzsche heeft kritiek op de neutraliteit van de waarheid (Masselot gaat hier gemakshalve even voorbij aan het spanningsveld rondom het begrip ‘waarheid’) maar memoreert wel omverwerping van ‘waarden’ dat gevolgd wordt door het loze woordje ‘enzovoort’. Op pagina 85 komen dan al wel voorzichtig de contouren van het ‘Amor Fati’ – zonder deze als zodanig te noemen – in beeld; ‘willen wat is, kunnen erkennen dat dingen zijn wat ze zijn, dat wil zeggen ze aanvaarden voorbij de zogenaamde waarheid (…)’. Dezelfde waarheid als een koe die in de weide van twijfels, onzekerheid en onmaakbaarheid van de huidige Corona crisis graast. Een zin die mogelijk past in het afsluitende onderscheid van Masselot, te weten tussen de zinloze provocatie en de provocatie die een doel dient. Hier beweegt misschien een wenkbrauw van Nietzsche…

Nathanaël Masselot

Ook bij de behandeling van de totale omverwerping (hoofdstuk 12) lijkt iets van het noodlot door te schemeren bij de inperking van vrijheden, zoals deze momenteel her en der ook gelden in de bestrijding van het Corona virus. Wie is die andere wel niet om te bepalen of ik wel of niet dit of dat mag doen…?’ (en mij ‘rechten’ onthoudt). Terwijl we ook gewoon ‘ja’ kunnen zeggen. Maar dan komt er een ‘Nietzscheaanse stelling’ om de hoek kijken en krijgt de actualiteit ineens een duiding vanuit het ‘Ja-sagen’. De Duitsers hebben hier een mooi woord voor; ‘Gefundenes Fressen’, want daar smaakt dit naar.

Thema 15 dat over het gebruik van metaforen gaat – en zoals we weten heeft Nietzsche er ontelbare gebruikt – sluit Masselot toch ineens opmerkelijk af. Hij waarschuwt zijn lezer om bij Nietzsche geen letterlijke of ogenschijnlijke tegenspraken op te sporen, althans om die verleiding te weerstaan. Vandaar deze waarschuwing? Om een kracht tegenover het gebruik van metaforen te zetten? Of om te accentueren dat Nietzsche van zijn lezer vraagt om hem niet na te praten maar zélf te gaan filosoferen aangezien een ieder, en dus ook Nietzsche, een eigen route en omgeving kent? In de ‘vertaling naar jouw leven’ passeren taalstijl en vocabulaire waar de metafoor naadloos in past, nog even kort de revue. Terecht merkt Masselot hier op hoe belangrijk woordgebruik iemands identiteit structureert en bepaalt. Een ieder die wat over Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP) weet zal zich haasten dit te bevestigen. Taal doet iets met ons en in onze communicatie met anderen. Nietzsche als communicatiestrateeg avant la lettre? Een nieuwe studie of titel is gauw gevonden, iedereen heeft immers zijn eigen Nietzsche.

‘Nietzsche weigert elke verklaring, goed of slecht’ staat boven hoofdstuk 16. Concepten en woorden zijn al afgebroken, nu de basis waar deze aan ontsproten zijn nog; het geloof en de interpretaties. Masselot citeert uit een Franse vertaling van ‘Das Philosophenbuch’ uit 1969 dat bij Kosmos de volgende vertaling kreeg: ‘Wat is dan de waarheid? Een bewegende massa metaforen, metonymieën (naamsverwisselingen), antropomorfismen, kortom een som van menselijke relaties (…) die na lang gebruik vastgesteld, canoniek en dwingend lijken in de ogen van een volk: waarheden zijn de illusies waarvan men vergeten is dat ze dat zijn.’ Het origineel (dat zo prachtig begint met ‘in irgend einem abgelegenen Winkel des in zahllosen Sonnensystemen flimmernd ausgegossenen Weltalls….) wil ik hier de lezer niet onthouden, want daar komt Nietzsche weer zo prachtig in beeld met in dit geval een metafoor van een munt: ‘Was ist also Wahrheit? Ein bewegliches Heer von Metaphern, Metonymien, Anthropomorphismen kurz eine Summe von menschlichen Relationen, die, poetisch und rhetorisch gesteigert, übertragen, geschmückt wurden, und die nach langem Gebrauche einem Volke fest, canonisch und verbindlich dünken: die Wahrheiten sind Illusionen, von denen man vergessen hat, dass sie welche sind, Metaphern, die abgenutzt und sinnlich kraftlos geworden sind, Münzen, die ihr Bild verloren haben und nun als Metall, nicht mehr als Münzen in Betracht kommen.’

Halverwege het boek komt er plotseling een quiz; ‘Apollo of Dionysos, wat voor kunstenaar ben jij?’ De quiz laat geen winnaar zien maar krijgt voor de lezer die voor het eerst met deze twee goden, krachten en interpretaties te maken krijgt wel een uitleg die niets aan duidelijkheid te wensen overlaat. De categorieën a en b zijn stevig gemarkeerd maar gelukkig ‘nodigt Nietzsche je uit’ – volgens Masselot – om kunst in je dagelijkse leven te brengen. En de lessen die de lezer meekrijgt krijgen de titel: ‘laat je meevoeren door je creativiteit’, we mogen immers niet vergeten dat dit een (zelf)hulpboek is. Op de gepersonaliseerde route, die ook in elke thema-afsluiting een vaste plek inneemt, zien we ook in de bevestiging van de kunstenaar in ons, het vaak voorkomende begrip ‘jezelf beamen c.q. beaming’. Dat levert zinnen op als: ‘Op basis van dat inzicht zouden we kunnen hopen dat elk individu zich verzoent met zijn leven, het gezamenlijke terrein waarop iedereen groeit en zich beaamt.’ (hoofdstuk 21). In thema 24 klinkt het zo: ‘Voortaan zal het er in de ogen van Nietzsche om gaan het anders te zeggen, zich te beamen. Of in thema 25: ‘In werkelijkheid, mijn broeder, moet je om het spel der scheppers te spelen een heilige beaming zijn’. Wat zijn hier de Franse originelen geweest vraag je je af? 

“Verbied jezelf slachtoffer te zijn!

Actueel kan het boek ook zijn, zeker wanneer het over het thema ‘slachtofferschap’ gaat. Masselot legt in dit hoofdstukje 19 goed uit hoe slachtoffer zijn en/of voelen een vreemde kant op kan gaan en er een lethargische terugtrekkende beweging ontstaat die vroeg of laat zich uit in wrok en rancune. In Amerika weten ze er alles van. Maar hij weet er ook een positieve wending aan te geven door te melden dat gevoelens van slachtofferschap ook de bron kunnen vormen voor een handeling met als doel de zaken zo in te richten dat gevoelens van slachtofferschap voorbij zijn. Hij sluit daarbij mooi af met de vet gedrukte woorden: ‘Het slachtoffer bezit potentie, op voorwaarde dat hij zijn wrok kan bijsturen.’ Overigens ervaar je bij het lezen van het gehele boek de rode draad en dat is een combinatie van duiding (de docent) en coaching (de therapeut) die Masselot inneemt, zeker in deze thematiek van slachtoffer en schuldige zijn, c.q. je als zodanig voelen. Ikzelf krijg als lezer het gevoel bij Masselot in goede handen te zijn als het om dit soort zaken gaat. Het afsluitende credo van dit thema is dan ook ‘Verbied jezelf slachtoffer te zijn!’

Ook het fenomeen van het geheugen, de historie en de verscholen kracht van het kúnnen vergeten krijgt aandacht in dit boek. Het vermogen te vergeten heb ik op dit blog al wat vaker onder het vergrootglas gelegd, het meest letterlijk wel in mijn boekbespreking van Sybe Schaap (link https://www.friedrichnietzsche.nl/nietzsche-blog/het-onvermogen-te-vergeten ). Wat Masselot er verder over te vertellen heeft…het is een kwestie van zelf lezen aangezien ik het een beetje vergeten ben.

Geregeld schuwt Masselot het niet om Nietzsche gedachten en vragen in de mond te leggen. In de bespreking van het thema kuddegeest (22) lezen we bijvoorbeeld: ‘is het een cynische constatering, zou Nietzsche vast en zeker vragen, dat we zien dat er op deze wereld nog steeds meer tegenstanders zijn van de emancipatie van de vrouw dan voorstanders, er nog steeds meer politiek gericht is op het uitwijzen dan op het opnemen van immigranten, meer antivegetariërs zijn dan niet-beschuldigende vegetariërs, meer economische modellen die niet compatibel zijn met het respect voor het leven op aarde dan alternatieve modellen, kortom meer tegenstanders dan voorstanders van de ‘morele verwezenlijking van de maatschappij’. Dus die vragen zou Nietzsche zichzelf vast en zeker stellen? Het legitimeert bijna mijn vraag of hier Nietzsche zoals wel vaker voor een eigen karrevracht vol vragen wordt gespannen om te kijken welke kant Professor Nietzsche op loopt en zo ja, met welke voortvarendheid. Het zijn hedendaagse en nobele vragen maar ze vragen ook om een gezonde eigen reflectie aangezien emancipatie als zodanig net zo gemakkelijk te ondermijnen is wanneer je in de teksten van Nietzsche grasduint. Zeker tegen het licht van ‘gelijk zijn’ versus ‘gelijke rechten hebben’. Een vraag die zou kunnen passen in de waarschuwende woorden van Masselot vooral niet dát te doen wat iedereen doet, niet bang te zijn om alleen te komen te staan en een ieder zich vooral moet dúrven te verzetten tegen hetgeen de massa doet. Zeg maar de grondhouding van alles en iedereen om je heen….

Nietzsche zou zeker de voorkeur hebben aan de Christen die twijfelt

Nietzsches houding tegenover het Christendom is te omvangrijk om hier beknopt weer te geven vanuit Masselot’s perspectief. Je proeft de verzoenende en gematigde toon van de niet-gelovige therapeut die ook de atheïst kritisch benadert, al maakt hij hier geen onderscheid tussen de atheïst en de nihilist. Ook hier weer de aan Nietzsche gegeven woorden: ‘(…) Nietzsche zou zeker de voorkeur hebben aan de Christen die twijfelt (…).’ Masselot helpt de beginnende twijfelaar: (…) of helpt het je gewoon om op niet-dogmatische manier te evalueren hoe je ertoe bent gekomen om jouw gedrag en dat van anderen als goed of slecht te beoordelen? Masselot ziet de antichrist in Nietzsche kort samengevat als iemand die ‘naar autonomie streeft inzake de morele evaluatie op een niet-reactionaire, realistische en oprechte manier.’ Hoe Christelijk wilt u zijn oordeel hebben?

Zijn er nog vergezichten van de Franse auteur te bespeuren? Jazeker, hij bevestigt immers het opkomende nihilisme. God mag weten welk nihilisme hij hier bedoelt maar het is wel zo fijn en aardig om te horen dat de lezer van zijn waarschuwende woorden daar niets aan kan doen en het vooral van belang is wat er uit die nihilistische crisis voor hem of haar persoonlijk uitkomt. ‘Laat je niet overweldigen door de chaos, jij bent het immers die zin geeft aan je bestaan.’ Als Nietzsche kenner, een predicaat dat ik hem gemakshalve geef, moet hij kunnen beamen dat de prille lezer een lange weg te gaan heeft en velen het pad van de chaos vroegtijdig verlaten of gewoonweg verliezen. Maar….elke reis begint bij de eerste stap en wanneer de lezende en reflecterende wandeling langzaam, met stevige tred en zonder al teveel brugleuningen langs verschillende landschappen gaat, moet er toch iets van een Nietzsche zaadje in je geplant worden. Zou je toch denken?

Zoals ik bovenstaand al schreef, vraag je je soms af via welke weg de vertalingen zijn gegaan? Van het Duits naar het Frans en vervolgens weer naar het Nederlands uiteraard, maar zijn de originele Duitse bronnen geraadpleegd? Aforisme 270 uit het tweede deel van Menschliches, Alluzumenschliches klinkt als volgt: ‘Bijziend als we zijn, willen we geloven dat sprookjes en spelletjes bij de jeugd horen! Hoe kunnen we leven, in welke levensfase ook, zonder sprookjes en spelletjes!’. Hier is nou niet bepaald een versie met enig gezag uit de Nederlandse vertalingen aangehouden, bijvoorbeeld die van Thomas Graftdijk en herzien door Hans Driessen, waarbij dezelfde beginnende zin van het aforisme als volgt gaat: ‘Wij denken dat het sprookje en het spel tot de kinderjaren behoren: wij kortzichtigen! Alsof wij in enig levenstijdperk zonder sprookjes en spel zouden willen leven.’ En dat de essentie van het aforisme een zin verderop staat maakt het zo jammer dat Masselot deze niet in zijn geheel opneemt. Voor hier dus het Duitse origineel; ‘Das ewige Kind. — Wir meinen, das Märchen und das Spiel gehöre zur Kindheit: wir Kurzsichtigen! Als ob wir in irgend einem Lebensalter ohne Märchen und Spiel leben möchten! Wir nennen’s und empfinden’s freilich anders, aber gerade diess spricht dafür, dass es das Selbe ist — denn auch das Kind empfindet das Spiel als seine Arbeit und das Märchen als seine Wahrheit. Een ander connotatie dan die Masselot bedoelt en die meer richting de uitspraak van Schiller (‘… der Mensch spielt nur, wo er in voller Bedeutung des Wortes Mensch ist, und er ist nur da ganz Mensch, wo er spielt’) gaat. Nee, spel en sprookje zijn de wereld en de realiteit voor het kind en zo blijft het voor ons bijziende, kortzichtige zoekenden, een leven lang.

Zijn menselijkheid blijkt uit een diep en complex denken, met aandacht voor de beperkingen van het dagelijkse leven

‘Soms is Nietzsche moe, doodmoe’. De moeheid die als een metafoor door het werk loopt krijgt ineens een wereldse uitleg. Want, stelt Masselot, natuurlijk is iedereen wel eens moe. Zowel lichamelijk als geestelijk. Hier komt de therapeut in beeld. Hij schetst de futloze zoekende mens die alleen nog maar monotonie in zijn of haar leven ontwaart. ‘Waarom verspillen we energie, verwijten we onszelf soms?’ Vervolgens gaat de filosofietherapeut verder op de weg van zingeving, rust en een kans tot wedergeboorte. We zijn hier in mijn ogen stevig van het wandelpad van Nietzsche afgegleden al begrijp ik heel goed dat een enthousiaste Nietzscheaan als Masselot, die daarnaast coach, docent en therapeut is, graag ‘zijn Nietzsche’ in zijn therapieën verweeft. Hij beaamt het ook keer op keer: ‘Zijn (Nietzsche) menselijkheid blijkt uit een diep en complex denken, met aandacht voor de beperkingen van het dagelijkse leven. Hij wil ons een haalbare weg wijzen, die in geen enkel opzicht utopisch is.’

Al met al is dit door Ingrid Buthod-Girard (inAksie) vertaalde boekwerk een aardige aanwinst voor de beginnende lezer van Nietzsche en die zich wat meer in hem wil verdiepen. Nietzsches werken zijn weliswaar stevig platgeslagen maar dat heeft ook alles te maken met het brede scala aan onderwerpen, die door de ogen van de therapeut gefilterd, aan de naar zichzelf zoekende mens worden toegelicht. Want daar ging het de auteur immers om bij het schrijven van dit boek: ‘Vier het leven, wees ambitieus en word een groots mens.’ Afsluitend noemt Masselot zijn wens dat zijn boek mag uitnodigen om meer werk van Nietzsche te gaan lezen. Hijzelf, bekent hij, las Nietzsche pas op latere leeftijd, omdat hij enige angst had voor het nihilisme dat hij dacht aan te treffen. Maar het is goed gekomen wanneer ik zijn laatste zinnen lees: ‘Ik ben alles gaan lezen, ging hem per bladzijde meer bewonderen, werd zeldzaam teleurgesteld, was van tijd tot tijd een beetje verloren, maar meestal stomverbaasd.’

‘Doe en denk als Nietzsche’ van Nathanaël Masselot, Kosmos Uitgevers, vertaling: InAksie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *