Hameren op Paulus

Hameren op Paulus

In het juli-augustus 2022 nummer Filosofie Tijdschrift van de Stichting Filosofie, staat vanuit diverse filosofische invalshoeken de historische figuur Paulus centraal. Tuur de Beer heeft in die context in dit nummer een interessant en verhelderend gesprek met de Denker des Vaderlands Paul van Tongeren over de positie van Paulus en Jezus in de werken van Nietzsche. Waar is die stevige kritiek, die aanval op het christendom die zo uitdrukkelijk en kenmerkend aanwezig is in de gedachten van Nietzsche, in beginsel op gestoeld? 

Het is een zonnige woensdagmiddag in Nijmegen. Ik zit aan tafel bij Paul van Tongeren, de ‘Denker des Vaderlands’. Hij heeft in zijn drukke agenda tijd ingeruimd om met mij te spreken over Friedrich Nietzsche en zijn visie op Paulus. “Vergeet niet dat Nietzsche in zijn lezing van Paulus een kind van zijn tijd is, maar hij verwoordt die inzichten zo dat we hém nog steeds lezen en zijn tijdgenoten niet meer.”

“Opvallend vind ik dat Nietzsche zo positief is over Jezus, maar dat Paulus voor hem de stichter is van zo ongeveer alle kwaad. Dan denk ik vooral aan De Antichrist, maar het is ook te lezen in zijn andere teksten. Kun je dat voor ons duiden?”

“Ja, dat klopt wel, die tegenstelling die je hier aangeeft. Jezus kan wel, Paulus zeker niet. Die tegenstelling was overigens in die tijd wel gebruikelijk. Je vindt dit ook bij iemand als Ernest Renan. Nietzsche heeft zijn werk gelezen en ik denk dat zijn invloed belangrijk is geweest. Nietzsche ziet wel wat in diens kritiek op het christendom en zijn pleidooi om goed historisch onderzoek te doen naar de figuur van Jezus. Al moet hij weer niets hebben van historicisme. Nietzsche doet het daarom ook anders, maar ook hij wil zeker af van de dogmatische schil die van de figuur van Jezus wordt afgehaald door mensen als Renan. Dus geen verheerlijkte Christus. Wel een menselijke Jezus. Dat zie je overigens ook gebeuren bij Tolstoj. Er verschijnt dan wel vaak een sterk moraliserende figuur en ja, dat is dan weer een beweging waar Nietzsche zich fel tegen keert.”

Amor fati

“In De Antichrist, een boek met als ondertitel ‘Vloek over het Christendom’, lees je een psychologie van de verlosser die culmineert in een nogal eigenzinnige interpretatie van één van de kruiswoorden van Christus: “Nog heden zult gij met mij zijn in het paradijs.” Dat zegt Jezus tegen de figuur die wij kennen als ‘de goede moordenaar’. Wat Nietzsche doet, is dan exegetisch hoogst betwistbaar, maar wel typerend voor hem. Hij interpreteert deze uitspraak als een uitdrukking van het ‘amor fati’. Jezus zou dus hebben bedoeld: Dit, hier en nu, is het paradijs. In bijvoorbeeld Jenseits von Gute und Böse en de vroeg aforistische teksten lezen we dan wel niet over Jezus als een ‘amor fati-heilige’, maar ook daar is er wel sprake van een positieve waardering. Jezus wordt dan beschreven als iemand die laat zien dat het goede leven er is. In het heden. Nu dus. Jezus is een figuur die alles wat hij doet en zegt uit liefde doet. Nietzsche vindt dat lovenswaardig. Er is ook kritiek, maar daarvan is het niet altijd duidelijk of hij dan Jezus of Christus bekritiseert. Er is dus niet alleen maar lof van Nietzsche op Jezus, maar zijn positieve kijk is zeker opmerkelijk. Het is ook lof die niet heel frequent voorkomt, maar ze is ook wel weer meer dan sporadisch en ze is aanwezig in zijn hele oeuvre.”

Een psychologische verklaring

“Voor Nietzsche is Paulus de grote boosdoener. Dat lezen we doorheen zijn hele oeuvre. Hem neemt hij veel meer kwalijk dan de evangelisten. Die ziet hij eigenlijk vooral als sukkels. Die begrepen het allemaal gewoon niet zo goed. Ergens zegt hij dat het toch jammer is dat er zich onder de evangelisten niet een Dostojewski bevond. Dan had die beweging tenminste nog grote literatuur opgeleverd. Als Nietzsche Jezus soms aanduidt als ‘idioot’, verwijst hij daarmee uitdrukkelijk naar de roman met die titel, waarin Dostojewski een Jezus-achtige figuur schetst. Paulus echter neemt hij kwalijk dat hij het christendom heeft verraden. Die heeft het ‘Jesuanische christendom’ om zeep geholpen.”

‘Sint Paulus schrijft zijn brieven’ (plm. 1618)

“Paulus is een fanaticus, stelt Nietzsche. Hij leed ergens aan. Op persoonlijk niveau, maar hij is ook uitdrukking van een ziekte van de cultuur. Nietzsche spreekt dan van nihilisme, ik kom erop terug. Dat zie je al veel eerder dan in De Antichrist. Al vanaf de tijd dat hij hoogleraar is in Bazel, in zijn Unzeitgemässe Betrachtungen. Zeker ook beïnvloed door zijn vriend Franz Overbeck, die een specialist was in de geschiedenis van het vroege christendom, wordt Paulus voorgesteld als de architect van deze religie, en zo wordt hij gekoppeld aan de thematiek van het nihilisme. Nietzsche legt die verbinding dus al erg vroeg en dat blijft zo in zijn gehele werk. Hij stelt het volgende: Paulus was een jood die leed aan verschillende dingen. Hij leed aan de lichamelijkheid, aan de wet, aan de zonde en aan de dood. Voor Nietzsche zijn die vier met elkaar verbonden. In onze lichamelijkheid zetelt de begeerte. Die wordt zondig omdat ze door de wet wordt verboden. Nietzsche pakt die beroemde zin van Paulus, dat we door de wet de zonde kennen, op en gebruikt deze voor zijn diagnose van de patiënt in kwestie, die leed aan zijn eigen begeerte. Voor Nietzsche is Paulus een fanaticus. Iemand met een hartstochtelijke natuur die zijn passies niet kon beheersen. Hij moest zich echter houden aan de wet en omdat hij dat niet kon, verviel hij in het kwaad van de zonde en dat was weer de garantie voor de dood. De dood als straf voor de zonde. Die vier passen dus helemaal in elkaar. Nietzsche gebruikt dat om de theologie van Paulus te verklaren. Het zou typisch voor Paulus zijn om telkens naar voren te halen dat de verrijzenis de verlossing is. Dat als Christus niet verrezen zou zijn dat dan alles voor niets zou zijn geweest. De overwinning van de dood is dan ook de overwinning van de wet. Jezus schaft de wet niet af, maar gaat er als het ware aan voorbij. Zo zouden we dan ook verlost zijn van de zonde. Zelfs het vlees is dan verlost omdat er een nieuw lichaam wordt gecreëerd. Wij worden deel van het lichaam van Christus. Door de verrijzenis zal ook ons lichaam verheerlijkt verschijnen. De last van het lichaam wordt dus overwonnen. De zonde en de dood worden overwonnen. Het hangt allemaal samen. Het fundamentele bewijs voor deze waarheid is voor Paulus de opstanding. Anders immers was niet duidelijk geworden dat Jezus echt anders was dan één van de vele predikers uit zijn tijd, maar hij is de Messias. Paulus echter was niet bij het lege graf. Zijn bewijs van de opstanding kreeg hij dan ook op een andere manier, namelijk op zijn tocht naar Damascus. Daar heeft de verrezen Christus hem toegesproken. Voor Nietzsche is dit de psychologische verklaring voor die typisch paulijnse constructie die gemotiveerd is door diens eigen lijden aan de vier zaken die ik eerder al noemde.”

De wil tot macht

“Daar doorheen speelt nog een andere motief, maar dat komt langzamerhand pas naar voren. Dat is het thema van de wil tot macht. Dat wordt dan in nog weer een andere fase verbonden aan het thema van de wrok en het ressentiment. Het thema van de macht zie je terug in bijvoorbeeld het debat dat Petrus met Paulus heeft omtrent de universalisering van het christendom. Nietzsche stelt dat Paulus daar de macht van het jodendom wil breken. Hij stelt het dus voor als een soort machtsijver tussen aan de ene kant de joodse ‘priesters’ en aan de andere kant Paulus. Uiteindelijk wint Paulus niet alleen doordat ook niet-joden tot het christelijk geloof worden toegelaten, maar ook door het joodse verhaal van de wet op zijn kop te zetten. Het christendom wordt namelijk voorgesteld als een overwinning op de wet. Paulus grijpt zo de macht van zijn concurrenten, de heersende priesterkaste. Hier klinkt de taal van De genealogie van de moraal. De priester is degene die de zwakke is onder de machtigen, of de machtige onder de zwakken. Vervolgens wordt die macht versterkt doordat het volk wordt gemobiliseerd door de manier waarop de verlossing wordt voorgesteld. De massa kan deze verlossing deelachtig worden door zich te onderwerpen aan de nieuwe priester. Dat wordt uitgedrukt in de verzaking aan het vlees. Hier herhaalt zich dus enerzijds het probleem dat Paulus zelf had met de lichamelijkheid, maar anderzijds zie je hier dat die verzaking wordt geradicaliseerd. Het vlees wordt in zekere zin achtergelaten omdat dat allemaal niet meer belangrijk is. Christus immers komt binnenkort terug en dan zullen we in een verheerlijkt lichaam het ware leven binnengaan. Zo ziet Nietzsche dat het werkelijke leven wordt ontkend, verzaakt, geloochend. Het ‘jenseitige’, ‘ware’ leven wordt als de norm opgesteld voor het werkelijke leven. Dat ware leven is dus niet hier en wat hier is, is dan dus niet het ware leven. Dat is de kern van het nihilisme: de feitelijke werkelijkheid is niet echt en de ware werkelijkheid bestaat niet feitelijk. Als dit nu de these is van de paulijnse theologie, dan zie je hier de tegenstelling tussen Jezus en Paulus. Jezus als de ‘Amor fati-figuur’ die dit leven hier als het ware, als het goddelijke leven zag. Voor hem was de mens als het ware god. Niet de God die elders is en als norm boven de menselijke werkelijkheid staat, maar de vergoddelijking van het menselijk bestaan zelf. Dat is waar Jezus voor staat in de idealiserende plaatjes. Paulus is precies de omkering daarvan. De manier waarop hij dat is, toont in deze, ene persoon de kern van het nihilisme. Zo zie je dat zijn eerst meer psychologische kritiek op Paulus, langzamerhand wordt verbreed. Zijn eigen theorieën, zijn eigen concepten, gaan steeds meer een rol spelen bij zijn interpretatie van Paulus.”

“Je gaf net al aan dat mensen als Renan en Overbeck voor Nietzsche belangrijk zijn geweest, zijn er nog andere figuren die invloed hebben gehad op zijn visie op het christendom en in het bijzonder Paulus? Zijn thuissituatie bijvoorbeeld? Hij was immers de zoon van een dominee.”

“Ja, ik denk zeker wel dat die invloed er moet zijn geweest. Paulus immers is in de reformatie nogal opgewaardeerd en ook in Lutherse kringen speelden de verlossingsgedachte en de zondigheid een belangrijke rol. Daar is Nietzsche zeker mee grootgebracht. Ook heeft hij al vrij vroeg het werk gelezen van David Friedrich Strauss en hij kende dus de zogeheten ‘Leben Jesu-Forschung’. Strauss wordt in de eerste Unzeitgemässe Betrachtung heftig bekritiseerd, maar Nietzsche zag wel iets in de ‘debunking’ van Jezus door terug te gaan naar de historische realiteit. Maar bij Strauss leidt dat weer tot die moralisering en daar moet Nietzsche helemaal niets van hebben. Nietzsche wil een vorm van ‘ontmythologisering’ van het evangelieverhaal doorvoeren en voor hem is Paulus een erg belangrijke factor in de mythologisering van de Jezusfiguur, maar dat is op zich nog niet zo origineel te noemen. Dat dachten meer auteurs toen. Vergeet niet dat Nietzsche in zijn lezing van Paulus een kind van zijn tijd is, maar hij verwoordt die inzichten zo dat we hém nog steeds wel lezen en zijn tijdgenoten niet meer. De wending die hij geeft aan zijn analyses zijn boven zijn eigen tijd uitgestegen. Nietzsche wordt ook steeds fanatieker in zijn strijd tegen het christendom. Het lijkt erop alsof hij zeggen wil dat er in zijn teksten veel meer op het spel staat dan datgene wat andere ‘ontmythologiseerders’ over het voetlicht willen brengen. ‘Ik ben niet zomaar één van hen’, lijkt hij te zeggen. Op zich is Nietzsche dus geen ‘Fremdkörper’ in de Duitse negentiende eeuw, alleen hij gaat veel verder en dat alles mondt in De Antichrist uit in een ongekende Filippica tegen het nihilisme dat christendom heet.”

“In zijn De mateloosheid van het christendom haalt Paul Moyaert Nietzsche aan die korte metten wil maken met die mateloosheid. Is dat ook wat Nietzsche hier zegt als het gaat over nihilisme en christendom?”

“Ik denk dat Moyaert dat anders uitlegt dan Nietzsche dat doet, maar dat het inhoudelijk wel overeenkomt. Voor Nietzsche is het christendom, maar is ook de moderne cultuur, mateloos. Dat toont zich bijvoorbeeld in de radicaliteit van de ascese, in de totale onderwerping aan God, aan het goddelijk gebod. Dat levert een, zeg maar, uitzonderingsloze moraal op. Alles staat onder het oordeel van de moraal. De moraal doortrekt alles. Ook de politiek, de economie en zelfs de wetenschap. Voor hem is het idee dat er natuurwetten zouden zijn al een teken van de idee dat alles gelijk wordt gesteld onder de wet. Zo wordt alles gesteld onder een nog grotere macht en kun je nooit tevreden zijn. Moyaert gaat iets meer een theologische kant op en stelt dat je in het christendom nooit weet of je wel genoeg hebt gedaan. Die gedachte is overigens ook niet vreemd aan Nietzsche. De notie van het maat houden speelt bij hem een belangrijke rol. Hij contrasteert het mateloze christendom dan met de maat van de Griekse cultuur, het Griekendom. Het is in dat verband nuttig om erop te wijzen dat als we spreken van zeven deugden het dan gaat om echt heel verschillende deugden, enerzijds de vier Griekse en anderzijds de drie christelijke. Bij de Grieken gaat het om de beheersing, om maat; en juist die is totaal weg bij het christendom, bij de fanaticus Paulus moet je eigenlijk zeggen want deze drie komen bij hem vandaan.”

Friedrich Nietzsche, maart 1861 (16 jaar)

“Nietzsche is van huis uit filoloog en toch lijkt hij de zogeheten ‘brieven van Paulus’ probleemloos toe te schrijven aan één en dezelfde auteur. Je hoeft niet eens heel goed Grieks te kennen om te zien dat dat toch echt niet het geval kan zijn. Kun jij dat verklaren?”

“Ik denk dat hij het Nieuwe Testament nooit in het Grieks heeft gelezen. Hij heeft het leren kennen in de Luthervertaling. Echt filologisch onderzoek heeft hij eigenlijk alleen uitgevoerd op een aantal klassieke teksten. In zijn filosofisch werk is hij eerder speculatief, beschouwend. In Die Geburt der Tragödie is geen filologie te vinden Wat hij bijvoorbeeld zegt over ‘katharsis’ bij Aristoteles had hij, zeg maar, net zo goed uit secundaire boekjes kunnen halen. Echt filologisch onderzoek vind je wel terug maar dan met name in zijn colleges. Hij spelt ‘sarx’ wel Grieks, maar ja, dat kom je in de negentiende eeuw eigenlijk overal wel tegen.”

“Dus het gaat Nietzsche meer om de Paulus van de traditie dan om de historische Paulus?”

“Wat hem interesseert, is vooral de scrupulositeit van de Paulusfiguur. Een dwaze intellectuele fanaticus vindt hij hem. Pascal hoort voor hem ook in dit rijtje thuis. Een fanaticus in een richting die volgens hem dwaas is. Paulus is de nieuwe priester die de strijd is aangegaan met de joodse priesters en zich meester heeft gemaakt van het volk waarbij hij het eigenlijke evangelische leven van Jezus om zeep heeft geholpen. Later heeft Augustinus een Platoonse metafysica van dit christendom gemaakt. Paulus en Augustinus zijn samen dus verantwoordelijk voor het feit dat het christendom is afgedreven van zijn oorsprong. Als derde factor wijst hij hier ook op de mysteriecultussen die de Romeinen meenamen uit Perzië en op de Germaanse riten. Naar die laatste heeft hij trouwens veel onderzoek gedaan in de tijd dat hij professor was in Bazel. De wreedheid en de wellustigheid die daarbij tentoon worden gespreid, die intrigeren hem. De lijdensvoorstellingen worden in het christendom extreem versterkt om zo het contrast met de verrijzenis scherp uit te laten komen en ik denk dat Nietzsche zou zeggen dat de paulijnse cirkel daarmee helemaal rond is.”

Filosofie Tijdschrift juli/augustus 2022

Filosofie-Tijdschrift is een tweemaandelijkse Nederlands-Vlaamse uitgave van de Stichting Filosofie Tijdschrift. De stichting heeft als doel het bevorderen van filosofie. Filosofie-Tijdschrift biedt de lezer in elk nummer gedegen artikelen over verschillende onderwerpen met een filosofische inslag. Geregeld besteedt Filosofie-Tijdschrift aandacht aan een bekend filosoof of aan een actueel thema.

Voor verdere info over en publicaties van Paul van Tongeren zie www.paulvantongeren.nl

Tuur de Beer werkt aan de Fontys Lerarenopleiding en de Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg. Hij verzorgt op beide instituten cursussen over ‘filosofie en kunst’.


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *