The more you know….

The more you know….

Met een ferme klap spleet de kloofbijl aan de zijkant een stuk barst en vlees van een gezaagde moot boomstam . ‘De spanning moet er eerst af, dan klooft het daarna veel gemakkelijker’. En vervolgens vertelde de wat geïsoleerd wonende ex-hippie in het groene Wales dat hij dat van zijn vader had geleerd. Hij wist iets dat hem vóór die kennisoverdracht niet bekend was. Maar na de zoveelste klap met de gevaarlijke bijl declameerde hij ook de wetenschap dat ‘the more you know, the less you know’ hoog op zijn lijstje van levensmotto’s stond. ‘The more you know, the more you know the things you don’t know’ galmde nog even na nadat er een mooie berg gekloofd hout voor mijn voeten lag, daar op dat idyllische plekje in Wales in de zomer van 1982. De bedoelde wijsheid van Aristoteles bracht een tijd terug ook Stephen Hawkins tot een ferme uitspraak: ’The more you learn, the more you know. The more you know, the more you forget. The more you forget, the less you know. So why bother to learn’. En uiteraard de ‘Unzeitgemäße’ Nietzsche die in gelijk getitelde ‘Unzeitgemäße Betrachtungen’ als twintiger al krachtige dingen uitte over kennis en weten.

Al deze gedachten circuleerden door mijn hoofd toen ik alleen al in de NRC van dit weekend meerdere artikelen las waar weten en het equivalent van niet-weten op de een of andere wijze een rol spelen. Bijvoorbeeld hoe Hendrik Spiering een kort betoog over technische ontwikkeling an sich koppelde aan het verhaal over Jan van Brederode (geschreven door Frits van Oostrom) dat sinds kort in de boekhandel ligt. Of een pleidooi voor de werking van het placebo-effect dat Martijn Katan, die toch over een bijzonder ruime wetenschappelijke kennis in zijn vak als biochemicus beschikt, roemt naast het daadwerkelijke effect van een stof dat in een medicijn verwerkt is. ‘Morfine imiteert de pijnstillers die onze eigen hersenen al miljoenen jaren aanmaken op het moment dat pijn niet meer nodig is. Een placebo vermindert dus echt pijn, mits de patiënt erin gelooft’. Een basis voor elk geloof.

En uiteraard het pleidooi voor technologie uit de mond van hoogleraar ‘filosofie van mens en techniek’ Peter-Paul Verbeek (vandaag in een voordracht in Enschede; uitwendigheid – mediatie – transhumanisme). Hij legt al beduidend dieper de link met ons mens zijn als moreel wezen en plaatst een kritische noot bij het humanisme: ‘Sinds de Verlichting en het moderne humanisme draait het om de menselijke autonomie. De ethiek concentreert zich op de bescherming van het individu. Het probleem van het humanisme is dat het de wereld scheidt in mensen en dingen. Dat zie je terug in die vraag. Maar wij zijn verweven met de dingen. Daarom is die vraag een verkeerde”, staat in het interview. Een moreel standpunt ten opzichte van de scheiding tussen mens en niet-mens. Over het gebied tussen de beoordelende en het beoordeelde. Ja, de vooruitgang bestaat bij gratie van hen die deze in gang zetten maar de ontwikkeling (i.c. het gebeurende) omwille van het feit dat het kan en zich ook blijft ontwikkelen blijft toch altijd een moreel element in zich houden. Altijd weer opnieuw verhoudt de mens zich tot het gekende, tot hetgene dat zich ontwikkelt, de kennis, de wetenschap, de techniek. Daarover wist Heidegger in 1953 al rake dingen te zeggen in zijn voordracht “Die Frage nach der Technik” (Daher sei es nicht der Mensch, der die Dinge stellt, sondern die Technik selbst: Sie ist das Gestell’). Voortbordurend op gedachten van Nietzsche en specifieker diens kijk op het weten en kennis maakte hij in een 1969 nog eens zijn punt duidelijk: ‘„Zunächst ist zu sagen, dass ich nicht gegen die Technik bin. Ich habe nie gegen die Technik gesprochen, auch nicht über das so genannte Dämonische der Technik, sondern ich versuche: das Wesen der Technik zu verstehen.“ 

De bovenstaande aangehaalde aantekeningen van Nietzsche zijn keurig vertaald door Michel van Nieuwstadt (daarover een andere bijdrage op deze pagina: http://www.friedrichnietzsche.nl/uit-de-media/gij-zult-geen-politiek-bedrijven/). Daarin bladerend haal ik graag wat vertaalde woorden aan betreffende kennis als fenomeen. In het najaar van 1872 schrijft Nietzsche bijvoorbeeld het volgende: ‘(…) als anderzijds een fraaie waan, mits er maar in geloofd wordt, precies dezelfde waarde heeft als kennis, dan blijkt dat het leven illusies nodig heeft, d.w.z. onwaarheden die voor waarheden worden gehouden. Het heeft het geloof in de waarheid nodig, maar in dat geval is de illusie voldoende, d.w.z. de ‘waarheden’ bewijzen zich door hun werkingen, niet op grond van logische bewijzen, maar door bewijzen vanuit de kracht. Het ware en het werkzame gaan voor identiek door (…) elk werkelijk streven naar waarheid is in de wereld gekomen door de strijd om een heilige overtuiging door de hartstocht van het strijden: voor het overige heeft de mens geen belangstelling voor de logische oorsprong.’ Je ontwaart als lezer hier ook al de sprong die Nietzsche later zou maken naar zijn Wille zur Macht. Het is niet de waarheid (lees de niet-illusie) an sich maar veeleer hetgeen wat die waarheid mij brengt. Nietzsche hekelt zoals bekend regelmatig de wetenschap die het kennen en de kennis als pilaren voor de waarheid beschouwt. Hij legt de verlegde horizon van het geloven bloot; van religie naar wetenschap. Beide niet in staat om de misleiding een waarde toe te rekenen. De hang naar zekerheid en het inkaderen van het gekende blijkt ons sterkste motief. ‘De thans tenietgedane filosofieën en theologieën werken evenwel altijd door in de wetenschappen: ook als de wortels zijn afgestorven, zit er in de takken nog een tijdlang leven. Het historische heeft zich vooral als tegenkracht tegen de theologische mythe, maar ook tegen de filosofie, zo breed ontwikkeld: het absolute kennen viert hier en in de mathematische natuurwetenschappen zijn saturnaliën, het minste wat hier voor werkelijk uitgemaakt kan doorgaan, geldt als hoger dan alle metafysische ideeën. De graad van zekerheid bepaalt hier de waarde, niet de graad van onontbeerlijkheid voor mensen. Het is de oude strijd tussen geloof en weten.’

En zoals we van Nietzsche kennen kan hij bij tijd en wijle energiek oproepen tot een nieuw elan. De roes en de kunst, het ‘Dämonische’ versus het weten. ‘De geschiedschrijving en de natuurwetenschappen waren nodig tegen de Middeleeuwen: het weten tegen het geloof. Wij richten nu de kunst tegen het weten: terugkeer naar het leven! Intoming van de kennisdrift. Versterking van de morele en de esthetische instincten (…)’. Hoe moet dit klinken voor de westerse mens uit de 21e eeuw waarin een niet nader gedefinieerde drift een robottechniek voortbrengt die zichzelf voortplant, kloont en nieuwe robottechniek ontwikkelt? De eenzame mens die in deze eeuw samen met de vorige, de onomstotelijke kracht en mogelijkheid heeft voortgebracht om de wereld in het meervoudige te vernietigen?

De houthakker uit Wales stookte vredig zijn gedroogde hout. Hij had de kennis over zagen, kloven, drogen en stoken van zijn vader geleerd. Maar aan een opgelegde behoefte om meer te weten dan deze en enkele andere elementaire beginselen wilde hij niet even gemakkelijk toegegeven. “conform or be cast out” zong een  Canadese band in de jaren tachtig. De vooruitgang als een rivier waarin je liever niet koste wat het kost meezwemt. Misschien langs de oever dezelfde loop in je eigen tempo volgen? Om in die metafoor te blijven; de wal zal het schip misschien ooit keren. De hang naar kunst, vergetelheid en roes zal naar mijn voorzichtige inschatting vanzelf weer sterker worden. Misschien niet zoals dat gebeurde bij de Grieken tijdens hun klassieke drama’s, stomweg omdat in onze tijd geschreven woorden ons meer voorkomen als dragers van waarheden dan uit de mond van de acteur tijdens het spel. Maar waarom willen we dan niet meer misleid worden? Welke intrinsieke motivatie gaat eruit van de premisse dat we de dingen doen omdat het kan? In de kunst willen we graag misleid worden. Als een tegenhanger? Gewoon ordinair misleid worden zoals Velazquez ons zijn “Las Meninas” toonde? Soms lijkt het erop dat de kennis, de verdere opeenstapeling van kennis die zoals gezegd ‘the more you know, the less you know’ in zich bergt, een tegenhanger nodig heeft. Indien misleiding dienstig is aan het leven is het prima toch? Nietzsche beschrijft over de vijandige misleiding het feit dat iemand niet bedrogen wil worden, niet om de misleiding op zichzelf maar om het kwalijke gevolg. Hij wil de waarheid omdat hij de aangename gevolgen daarvan wil, niet om de waarheid zelf. ‘Tegenover de zuivere kennis van de waarheid zonder gevolgen, staat de mens onverschillig’. Opnieuw plaats ik het in deze tijd en kijk naar de wetenschap die het weten en de kennis als waarheidsvinders in de vlaggenstok heeft gehesen. Nietzsche: ‘het geloof in de waarheid is het geloof in bepaalde gelukkig stemmende uitwerkingen. –Waar komt dan die hele moraliteit van het waarheidsverlangen vandaan (…)?

De rechter veroordeelt de verdachte nadat de waarheid boven water is gekomen. De veroordeling vindt zijn waarde in de noodzaak van medemens en maatschappij, niet omwille van de waarheid zelf. Die lijkt vooruit te hollen of struikelt er achteraan, in ieder geval niet synchroon met de maatschappelijke behoefte aan een veroordeling.

Dus zijn we verweven met de dingen zoals Verbeek stelt? Ontwikkeling zit ‘m niet alleen in de techniek en blijft aan de andere zijde van ons kennen en handelen om vervolgens keihard terug te slaan met hetgeen zich ontwikkeld heeft. De behoefte aan weten, de drang naar kennis zal zich niet mengen met het gekende object. De techniek omringt ons wel maar dat is een andere, meer praktische verwevenheid. Niet in een dialectische zin. ‘Het kunstwerk verhoudt zich op dezelfde wijze tot de natuur als de mathematische cirkel zich tot de natuurlijke cirkel verhoudt.’ Het is en blijft het subjectieve element in onze benadering tot de dingen.

In een fantastisch magisch-realistische en Kafkaiaanse sfeer heeft Belcampo daar al eens een mooi verhaaltje over geschreven waarin een gezin op een ochtend niet kan opstaan, niet vanwege een plotselinge verlamming want onder de dekens kan men elk lichaamsdeel bewegen, maar als men wil opstaan klemt het bovenlaken en de deken zich muurvast. Zodra men rustig gaat liggen verslapt de beklemming, er zit niets anders op dan in bed te blijven. De dingen de baas….? Of blijven ze aan de andere zijde, religie, wetenschap of kunst ten spijt? The more I know, the less I know but the more I know thát for sure.

Eén gedachte over “The more you know….

  1. Beste Stephan,
    je zou dus kunnen zeggen dat naast Nietzsches boek “over nut en nadeel van geschiedenis voor het leven” er ook een gedachte is als variant daarop: ‘over nut en nadeel van de waarheid voor het leven?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *