Hoeveel waarheid verdraagt Oerol?

Hoeveel waarheid verdraagt Oerol?

Oerol betekende voor mij in het verleden een zee aan verschillende uitdagingen in performance, muziek en af en toe zelfs wat symbolische mystiek. Voor deze website levert Oerol In deze voor mij drukke maand juni een aanleiding tot een vermelding over het wellicht niet perse Nietzscheaanse theater over leven en werk van Nietzsche op Terschelling. Ik beperk mij vanwege mijn genoemde drukte hoofdzakelijk tot tot een prachtige recensie die Mia Vaerman op 19 juni jl. in de Theaterkrant schreef. De opvoering die met de titel “Immens” door het leven gaat is op Oerol te zien van 14 t/m 22 juni.

Op de website van Oerol zelf lezen we een korte aankondiging:

Een theatrale solo geïnspireerd op werk en leven van Friedrich Nietzsche. Nietzsche werd ook wel ‘de filosoof met de hamer’ genoemd, omdat hij alles wat algemeen als waarheid werd aangenomen opnieuw bevroeg, en vaak verbrijzelde. In zijn voetsporen onderzoeken Casper Vandeputte en Vincent van der Valk hoeveel waarheid zij aankunnen.

Deze muzikale, filosofische en humoristische voorstelling moet volgens de makers voelen ‘als een duik in het ijsbad als je net uit de sauna komt.’ Regisseur Vandeputte en acteur Van der Valk delen een fascinatie voor het gedachtengoed van Nietzsche. Volgens Nietzsche moet ons leven een zekere grootsheid en intensiteit bezitten.  Van der Valk duikt in de rol van een funky straatmuzikant, een kritische predikant. Hij grapt met het publiek, hij zingt, hij danst. Soms komt zijn verbeelding tot leven en staat er plots een groot koor achter hem dat zijn hartenkreten meerstemmig meezingt, als in een meeslepende Wagneriaanse opera.

 Foto: Julian Maiwald

In de Theaterkrant van 19 juni:

Het is een krachttoer: maken dat je in één voorstelling Nietzsche begrijpt – of zijn denken, tenminste – én begrijpt dat de man onredelijk was, geniaal maar grotesk, begaafd maar verworden, onmenselijk kortom. I-(m)mens is dan ook de gepaste titel van het stuk: niet-menselijk zoals in i-(r)rationeel, en tegelijk immens van ‘groots’. Want Nietzsches denken is ontzaglijk, en Vincent van der Valk vertolkt hem magistraal in deze muziektheatersolo.

Nietzsche lezen is héél zwaar werk. Niet om het lezen zelf: de Duitse filosoof uit de tweede helft van de negentiende eeuw schreef in aforismen (gedwongen, omwille van z’n zwakke gestel en z’n migraineaanvallen). Maar zijn ideeën zijn zo extreem, zo ongenadig radicaal dat je eerst door die grofheid heen moet leren kijken. Zo deelt hij de wereld op in heren en slaven (in Aan gene zijde van goed en kwaad) en word je ruw in de nietigheid van je bestaan geduwd, als een hond met z’n neus in z’n poep. Je gruwt eerst van zijn misogyne uitspraken en z’n mensenhaat, voor je door de tactloosheid heen de vooringenomenheid van je eigen denken gewaarwordt.

Acteur Vincent Van der Valk en regisseur Casper Vandeputte doorwroetten het gedachtengoed van Friedrich Nietzsche en verwerkten het tot een eigen, sterke tekst. Die ligt dicht bij het oorspronkelijke denken, maar is tegelijkertijd slim geactualiseerd.

Bij aanvang onthaalt Van der Valk zijn publiek met lichtheid en dedain. Als een onnozele fratsenmaker stelt hij zichzelf voor – ‘Frits for president!’ -, speelt een funky nummertje op zijn keytar, lacht met ons al te menselijk snakken naar geloof, verlossing en liefde. Iemand uit het publiek laat hij dagboekfragmenten voorlezen, terwijl hij verdwijnt. ‘Waar de eenzaamheid ophoudt, daar begint de markt’, roept hij ons bezwerend na. Maar in een duinpan even verderop mogen we plaatsnemen op ons schuimkussen en begint zijn (en onze) zoektocht naar een eerlijk denken pas echt. ‘Dat het leven mijn experiment mocht zijn en geen plicht!’

Eerst fileert Van der Valk/Nietzsche ons ingebakken idealisme, onze hang naar samenhang en zuiver geweten, het eeuwenlang geloof in God. Ook de (huidige) zucht naar prestatie wordt aangekaart, en – als compensatie voor al die verdwaasd makende arbeid – ons binge-watchen van zes-seizoenen-series. De wereld die hij op de korrel neemt is al te herkenbaar. Dat je er als toeschouwer toch om kan lachen, ondanks de zwartgalligheid, is omdat Frits meer nog dan het publiek zichzelf in vraag stelt. In een schitterend vertolkte discussie met zichzelf zie je in de eerste plaats de innerlijke strijd van een mens die zich vrij wil maken van alle illusies.

Een ervan is de ‘vrije wil’. ‘Dat idee van de vrije wil is een verlangen van de mens om zichzelf los te zingen van het bestaan. Maar ook onvrije wil is mythologie!’ Alles moet eraan geloven. De wetenschappers (‘allemaal mannen!’) beschuldigt hij ervan dat ze ons willen wijsmaken dat absolute waarheid bestaat. Maar ‘waarheid en wijsheid is een vrouw’, weet Frits, ‘en ze is er dol op om zich op alle mogelijke manieren aan ons te tonen!’ (ervaart u ook de misogyne ondertoon?).

Frits vertelt verder over zijn leven met zijn moeder en zuster (die hem nauw in de gaten hielden, omwille van die fysieke zwakheid), over zijn woede, zijn wantrouwen, zijn hekel aan medelijden en zelfopoffering. Hij fulmineert: ‘De strijd om rechtvaardigheid is zo aantrekkelijk omdat het strijd is. Maar wat is de juiste strijd? Die voor de grootste macht over jezelf!’. Ondertussen loopt de acteur rondjes in het zand en raakt uitgeput – waarmee het gevoel nog versterkt wordt van de worsteling die hij levert met zichzelf, of liever: tegen zichzelf. ‘Hebben wij, met de godsdiensten een moord gepleegd met ons verstand?’ Hijgend wroet hij verder, op zoek naar de zuivere wil. Tot de pezige verschijning van Van der Valk in zijn te ruime pak zowat bezwijkt onder de inspanning.

Maar dan staat een dertigkoppig koor uit het publiek op en volgt een zekere loutering: ‘De gedachten dachten mij. Nu ben ik eindelijk schepper van mijn eigen universum!’ Vrouwen, mannen en een ijverige dirigent lijken eerst inbreuk te plegen op het solipistische universum dat Fritz voor zichzelf uitbouwde, maar de Wagneriaanse klankleur verbeeldt anderzijds perfect zijn bevrijde en herboren grootsheid. Ze nemen zijn nieuwe denken over en zingen het meerstemming met hem mee.

Eilaas, ook dat blijkt een illusie. Het koortafereel krijgt even de allure van een Hollywoodiaanse musical, maar dan spat de droom van zelfbeschikking weer uit elkaar. Opnieuw is hij in de val getrapt, nu van zijn even menselijke drang naar grootsheid en intensiteit. ‘Mijn identiteit: ik die mij ervan overtuig dat ik besta!’ (ervaart u ook hoe moeilijk het wordt om uzelf nog langer als een redelijk, zinnig mens te zien?)

‘Wij zijn het die relativiteit, oorzaken en doelen verzonnen hebben. Dat is mythologisch tewerk gaan. Álles is door ons verzonnen!’ besluit Frits/Vincent ten slotte. Aan het eind blijft alleen nog een mager, fragiel en half waanzinnig wezen over, ontdaan van elke illusie én van de loutering daarvan. ‘Ik zal het missen: doel, zin, hoop, heilige noodzaak, …, dat het uitmaakt dat je doet wat je doet, dat het niet voor niets gebeurt. Arme, arme mensenwezens: red jezelf, niet de wereld!’ Vreemd hoe die complete desillusie dan toch nog kracht kan uitstralen. Of ligt dat (ook) aan Vincent van der Valk?

(Bron: Theaterkrant/Mia Veerman)

Ron Rijghard verwoordde het in de NRC als volgt; ‘In de regie van Casper Vandeputte, met wie Van der Valk de tekst schreef, houdt deze gevaarlijke gek knap de balans tussen zwartgalligheid en momenten van relativering en humor, die voorkomen dat je als luisteraar murw raakt van zijn stormvloed aan stellingnames en redeneringen.’

“Immens” is na Oerol nog in Utrecht, Den Haag en Haarlem te zien in de zaal.

(nu, 27 oktober 2019 en na het bijwonen van de voorstelling in Utrecht van afgelopen vrijdag, kan ik uit eigen beleving bevestigen welke enorme krachtinspanning Vincent van der Valk met zijn “Immens” levert. Een moderne stappenteller zou een duizelingwekkend aantal tellen, wellicht niet de kilometers die ooit in het Engadin zijn gezet, maar wel goed voor een paar kilometer die gepaard gaan met een onophoudelijke tirade die een prachtige mix is van flarden uit Nietzsche’s werken en de tijd waarin wij nu leven. Prachtig! Het applaus nam Vincent pas in ontvangst nadat hij als een echte Fritz het publiek er op wees dat het bij een ieder bekend moet zijn vanuit welke motivatie hij of zij klapt. Relativerend en knap toneel!)

Voor wie nog wat meer interessants wil lezen verwijs ik graag naar een interview dat Sander Janssens met de makers/spelers van “Immens” had voor zijn eigen website;

‘Nietzsche is een geliefd masker om je achter te verschuilen’ – Casper Vandeputte en Vincent van der Valk over ‘Immens’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *