Het geheim van de laatste…transparantie

Het geheim van de laatste…transparantie

De NRC bericht vandaag: “Hoe geheim ben je als agent, als je naam op internet staat? Met als ondertitel: Namen en foto’s van MIVD-personeel staan online. Hoe gevaarlijk is dat?’

het-geheim-van-de-laatste-staatHet bericht verhaalt onder andere over Argus, een actiegroep die meer transparantie wil over inlichtingendiensten. Op dezelfde dag lees ik de laatste pagina in ‘Het geheim van de laatste staat”, oftewel, een ‘kritiek van de transparantie’ uit het erudiete hoofd van Paul Frissen, onder andere hoogleraar Bestuurskunde aan de Tilburg University. Bij Boom verscheen recentelijk zijn boek met bovenstaande titel. Een interessant betoog over zowel een positieve als negatieve vrijheid, de drang naar transparantie, geheimen, geheime diensten, privacy en de paradoxale inbedding in onze samenleving van al deze grootheden. Mijn vergrootglas focust zich op invloeden uit de Nietzsche literatuur, en ja wel, ze zijn her en der aanwezig in de 264 pagina’s van de paperback.

awee-prinsFrissen onthult in zijn proloog waar de titel van zijn onderzoek over de transparantie drang vandaan komt. Op de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur spreekt hij de Rotterdamse filosoof Awee Prins die een inspirerend betoog over Nietzsche’s ‘laatste mens’ hield. De link naar de ‘laatste staat’ was snel gemaakt.

De staat als een fysiek panopticum met een volledig kristalhelder uitzicht op alle burgers is weliswaar (nog) niet “das kälteste aller kalten Ungeheuer” maar ontwikkelt zich wel tot een allesziend oog die de burger nauwlettend in beeld krijgt. Diezelfde burger die zichzelf door allerlei technologische ontwikkeling steeds meer transparant maakt. Waar schreef Nietzsche deze visie op de staat? In hoofdstuk 22 van de Zarathustra spreekt hij Vom neuen Götzen:

Irgendwo giebt es noch Völker und Heerden, doch nicht bei uns, meine Brüder: da giebt es Staaten.

Staat? Was ist das? Wohlan! Jetzt thut mir die Ohren auf, denn jetzt sage ich euch mein Wort vom Tode der Völker.

Staat heisst das kälteste aller kalten Ungeheuer. Kalt lügt es auch; und diese Lüge kriecht aus seinem Munde: »Ich, der Staat, bin das Volk.«

Lüge ist’s! Schaffende waren es, die schufen die Völker und hängten einen Glauben und eine Liebe über sie hin: also dienten sie dem Leben.

Vernichter sind es, die stellen Fallen auf für Viele und heissen sie Staat: sie hängen ein Schwert und hundert Begierden über sie hin.

Wo es noch Volk giebt, da versteht es den Staat nicht und hasst ihn als bösen Blick und Sünde an Sitten und Rechten.

Dieses Zeichen gebe ich euch: jedes Volk spricht seine Zunge des Guten und Bösen: die versteht der Nachbar nicht. Seine Sprache erfand es sich in Sitten und Rechten.

Aber der Staat lügt in allen Zungen des Guten und Bösen; und was er auch redet, er lügt – und was er auch hat, gestohlen hat er’s.

Falsch ist Alles an ihm; mit gestohlenen Zähnen beisst er, der Bissige. Falsch sind selbst seine Eingeweide.

Sprachverwirrung des Guten und Bösen: dieses Zeichen gebe ich euch als Zeichen des Staates. Wahrlich, den Willen zum Tode deutet dieses Zeichen! Wahrlich, es winkt den Predigern des Todes!

Viel zu Viele werden geboren: für die Überflüssigen ward der Staat erfunden!

(einde citaat uit de Zarathustra)

Paul Frissen citeert Manfred Schneider uit diens ‘Transparentztraum’. “Literatur, Politik, Medien und das Unmögliche: “Der Transparentztraum ist das Unmögliche: nämlich dass eben dies je geschehe, dass sich irgendwo je eine Wahrheit lesen lasse, die mehr ist als vergängliche Schrift. Der Traum, der Menschen und Menschendinge durchsichtig macht, kann nur als Literatur, Kino, Theorie, Philosophie, Programm, Entwurf bestehen. Selbst die transparant gemachten Institutionen, Staat, Industrie, Wissenschaft, Militär, geben nur das Vergängliche zu lesen, das auch längst gesagt ist: dass es ohne sie nicht geht und das in ihnen immer der Wille zur Macht wirksam is.” Voor mij zit de essentie op het eind. De instituties draaien omwille van hun eigen machtswillen. Naar meer, naar beter in dit geval; transparantie. Een wil tot macht die zich overal manifesteert en een begrip (ook vaak verkeerd aangewend) dat na Nietzsche’s dood een eigen grootheid werd.

In het tweede hoofdstuk “verblindend licht” (en op vele plekken meer in zijn boek) citeert Frissen uit “de vermoeide samenleving” van de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han die op zijn beurt weer naar Nietzsche verwijst wanneer deze stelt hoe de laatste mens geobsedeerd raakt door zijn gezondheid nu de samenleving God dood heeft verklaard.

paul-frissenHet geheim van de laatste staat’ is een aanbevelenswaardig boek. De eerste hoofdstukken zijn vooral beschouwelijk en politiek/filosofisch. Vanaf hoofdstuk 5 ‘Kleine antropologie van de geheime staat’ krijgt het boek een andere toon en beschrijft het de werking en de somtijds paradoxale werkmethodieken van de Nederlandse Veiligheidsdiensten. Op zich interessant maar de onderbouwing van zijn betoog zit ‘m duidelijk in de eerste vier hoofdstukken. Friss opent zijn laatste van deze vier hoofdstukken getiteld ‘Soevereine geheimen’ met een citaat uit “das Böse” van Safranski die al vaker op dit blog voorbij komt. Hier als slot van deze blogbijdrage in een Nederlandse vertaling: “In plaats van tot zichzelf te komen, kan hij beter proberen ter wereld te komen. Verzakelijking en objectivering zijn noodzakelijke vervreemdingen om te kunnen overleven. De mens is een weekdier, de instituties zijn de schalen en het pantser die hem houvast geven en beschermen.”

Eén gedachte over “Het geheim van de laatste…transparantie

  1. Beste heer Peters,

    Ik had een interview met deze schrijver op de tv gezien en toen ik uw stuk las, heb ik het boek gekocht. Inderdaad een interessant boek met actuele thematiek. Dank voor de recensie. Kan het boek ook anderen aanbevelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *