Het Blonde Bestie

Het Blonde Bestie

‘Die Bestie in uns will belogen werden. Moral ist Notlüge, damit wir von ihr nicht zerrissen werden. Ohne die Irrtümer, welche in den Annahmen der Moral liegen, wäre der Mensch Tier geblieben’. En ‘Hatsiekedee’, riep Lowieke de vos in de Fabeltjeskrant…

boris-johnsonIn dagblad Trouw van maandag jl. doet Rob Schouten een poging een historische parallel te maken tussen Boris Johnson, Donald Trump en Geert Wilders wanneer hij naar de kapsels van dit blonde dan wel geblondeerde genootschap kijkt. Rob Schouten zou zich als columnist van Trouw misschien nog even achter de oren krabben wanneer hij de ‘Blonde Bestie’ in het circus van de Trouw achterban rond laat paraderen. Het is niet zozeer de politieke lading als veeleer om de moraaltheologische kritieken die Nietzsche aansporen het blonde beest o.a. in zijn eerste deel van ‘Menschliches Allzumenschliches’ ten tonele te laten voeren.

Rob Schouten merkt terecht op dat met het blonde beest door Nietzsche niet zozeer het blonde Germaanse ras werd bedoeld. De ‘Blonde Bestie’, inderdaad icoon van verscheurende kracht, huisde in alle mensen alvorens de Christelijke moraal haar intrede deed. Schouten citeert uit de ‘Genealogie der Moral’ (af. 274) die ik (gedeeltelijk) hier in de Duitse tekst nog even noteer: ‘Auf dem Grund aller dieser vornehmen Rassen ist das Raubtier, die prachtvolle, nach Beute und Sieg lüstern schweifende blonde Bestie nicht zu verkenen; es bedarf für diesen verborgenen Grund von Zeit zu Zeit der Entladung, das Tier muss wieder heraus, muss wieder in die Wildnis zurück.’ 

De cultus om Nietzsche te kust en te keur te citeren kent een lange traditie. Zo sprak na de zogeheten Brexit de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, de vaak aangehaalde woorden ‘what doesn’t kill you makes you stronger’ uit, daarmee doelend op de toekomst voor de unie ondanks de uitlag van het Britse referendum.

Maar voor nu even terug naar het blonde beest dat ook her en der oneigenlijk optreedt. Want wat weten we over dit ‘beest’ van Nietzsche? Wordt het niet al te vaak naast Herren- und Sklavenmoral, Immoralismus en Rassismus geplaatst, begrippen die op hun beurt al decennia in verkeerde politieke handen liggen? Klaar om geboetseerd te worden in een persoonlijk bijna ziekelijk machtsstreven. Is dat niet méér de parallel tussen bovengenoemde namen dan het al of niet geblondeerde kapsel?

Het begrip heeft her en der in de geschiedenis een kleine statuur verworven. In de politiek, de literatuur en de schilderkunst. Voor Lukács bijvoorbeeld was het blonde beest toonbeeld van de strijdende bourgeoisie in het imperialistische tijdperk. Voor Thomas Mann was het veel meer de verbeelding van het driftleven. Dit is in prachtige literatuur terug te vinden wanneer je zijn ‘Tonio Kröger” leest: ‘Die ‚Blonde Bestie‘ spukt auch in meiner Jugenddichtung, aber sie ist ihres bestialischen Charakters so ziemlich entkleidet, und übriggeblieben ist nichts als die Blondheit zusammen mit der Geistlosigkeit’. Zo kan alleen Mann dat verwoorden in zijn levensterugblik.

gotzen-dammerungBij Nietzsche zelf komt het begrip eigenlijk twee keer duidelijker in het vizier. De eerste keer in de Götzen-Dämmerung onder de titel “Die Verbesserer der Menschheit”. De tweede alinea laat ik omwille van de mooie Nietzscheaanse zinnen intact:

Ein erstes Beispiel und ganz vorläufig. Zu allen Zeiten hat man die Menschen ‘verbessern’ wollen: dies vor Allem hieß Moral. Aber unter dem gleichen Wort ist das Allerverschiedenste von Tendenz versteckt. Sowohl die Zähmung der Bestie Mensch, als die Züchtung einer bestimmten Gattung Mensch ist ‘Besserung’ genannt worden: erst diese zoologischen termini drücken Realitäten aus, – Realitäten freilich, von denen der typische ‘Verbesserer’, der Priester, Nichts weiß – Nichts wissen will… Die Zähmung eines Thieres seine ‘Besserung’ nennen ist in unsern Ohren beinahe ein Scherz. Wer weiß, was in Menagerien geschieht, zweifelt daran, daß die Bestie daselbst ‘verbessert’ wird. Sie wird geschwächt, sie wird weniger schädlich gemacht, sie wird durch den depressiven Affekt der Furcht, durch Schmerz, durch Wunden, durch Hunger zur krankhaften Bestie. – Nicht anders steht es mit dem gezähmten Menschen, den der Priester ‘verbessert’ hat. Im frühen Mittelalter, wo in der That die Kirche vor Allem eine Menagerie war, machte man allerwärts auf die schönsten Exemplare der »blonden Bestie« Jagd, – man ‘verbesserte’ zum Beispiel die vornehmen Germanen. Aber wie sah hinterdrein ein solcher ‘verbesserter’, in’s Kloster verführter Germane aus? Wie eine Caricatur des Menschen, wie eine Mißgeburt: er war zum ‘Sünder’ geworden, er stak im Käfig, man hatte ihn zwischen lauter schreckliche Begriffe eingesperrt … Da lag er nun, krank, kümmerlich, gegen sich selbst böswillig: voller Haß gegen die Antriebe zum Leben, voller Verdacht gegen Alles, was noch stark und glücklich war. kurz, ein ‘Christ’ … Physiologisch geredet: im Kampf mit der Bestie kann Krankmachen das einzige Mittel sein, sie schwach zu machen. Das verstand die Kirche: sie verdarb den Menschen, sie schwächte ihn, – aber sie nahm in Anspruch, ihn ‘verbessert’ zu haben …

Maar bekender is zijn blonde beest uit “Zur Genealogie der Moral”. Ook hier geldt weer dat ik Nietzsche het liefst zelf aan het woord laat alhoewel ik de aanloop van de eerste tien hoofdstukjes en het eerste deel van het elfde moet weglaten: (…)sie sind nach Aussen hin, dort wo das Fremde, die Fremde beginnt, nicht viel besser als losgelassne Raubthiere. Sie geniessen da die Freiheit von allem socialen Zwang, sie halten sich in der Wildniss schadlos für die Spannung, welche eine lange Einschliessung und Einfriedigung in den Frieden der Gemeinschaft giebt, sie treten in die Unschuld des Raubthier-Gewissens zurück, als frohlockende Ungeheuer, welche vielleicht von einer scheusslichen Abfolge von Mord, Niederbrennung, Schändung, Folterung mit einem Übermuthe und seelischen Gleichgewichte davongehen, wie als ob nur ein Studentenstreich vollbracht sei, überzeugt davon, dass die Dichter für lange nun wieder Etwas zu singen und zu rühmen haben. Auf dem Grunde aller dieser vornehmen Rassen ist das Raubthier, die prachtvolle nach Beute und Sieg lüstern schweifende blonde Bestie nicht zu verkennen; es bedarf für diesen verborgenen Grund von Zeit zu Zeit der Entladung, das Thier muss wieder heraus, muss wieder in die Wildniss zurück: – römischer, arabischer, germanischer, japanesischer Adel, homerische Helden, skandinavische Wikinger – in diesem Bedürfniss sind sie sich alle gleich. Die vornehmen Rassen sind es, welche den Begriff ‘Barbar’ auf all den Spuren hinterlassen haben, wo sie gegangen sind; noch aus ihrer höchsten Cultur heraus verräth sich ein Bewusstsein davon und ein Stolz selbst darauf (…).

En ja, Rob Schouten vraagt zich terecht af of de drie blonde machtsstrevers ooit iets van Nietzsche hebben gelezen. Ik vrees dat ik het antwoord op die retorische vraag wel weet, evenals hij zelf, alhoewel je weet nooit…

Nog ten tijde van Nietzsches leven werd het blonde haar met Germanendom en racistische motieven geassocieerd, o.a. in het toen veelgelezene “Kampf um Rom” van Felix Dahn. Het was niets anders dan het beeld van een blauwogig blond Germaanse mens zoals deze in veel triviale literatuur uit die tijd voorkwam. Maar de goede lezer had ook toen kunnen opmerken dat het de anti-antisemiet Nietzsche helemaal niet om een ras of een type mens ging, hij sprak ook over de Arabieren of de Japanners zonder in een racistische typering te vervallen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Arthur de Gobineau die in de 19e eeuw een tegenstander van rassenvermenging was, wilde Nietzsche juist wel een vermenging van rassen en volkeren. Maar dat is weer een hoofdstuk apart alhoewel het wel schampt aan de vermeende ideeën van de geblondeerde politici waar we momenteel mee van doen hebben.

leeuwVoor Nietzsche waren de ‘blonde beesten’ zijn aanduiding voor de Homerische helden en die uit de renaissance. De Duitse schrijver Brennecke heeft er in 1976 al op gewezen dat Nietzsche’s blonde beest een synoniem was voor de barbaar, de Germaan, de “flava bestia”, oftewel de leeuw. Waarbij hij overigens een lijn doortrekt naar de Übermensch uit de Zarathustra.

Dat brengt me op een misschien wel meer essentiële plek van die leeuw in het werk van Nietzsche. Samen met de adelaar zijn het de dieren die Nietzsche in zijn Zarathustra laat opdraven. In het hoofdstuk “Von den drei Verwandlungen” staat de leeuw tussen ‘kameel’ en ‘kind’. De leeuw staat er symbool voor de vrije geest die de oude waarden vernietigt en ronddoolt in de woestenij van het nihilisme. Hier grijpt Nietzsche eigenlijk terug op Plato die de leeuw eveneens als de heldhaftige ziet. In diens ‘Gorgias’ beklaagt Kallikles zich over het temmen van de jonge leeuwen door ze aan moraal en wet bloot te stellen. Ook in de ‘Politea’ komt de leeuw tevoorschijn die het verstand te hulp schiet bij het temmen van de begeerte, het meerkoppige monster. Nietzsche gebruikt de metaforen maar draait het denken van Plato precies om. De leeuw, de ‘Blonde Bestie’ werd daarmee een zeer essentieel onderdeel in de moraalfilosofie van Nietzsche. Dat het beest ten tijde van Nietzsche maar zeer zeker ook vaak en veel daarna in een totaal verkeerde context werden geplaatst, is slechts een interpretatiefout die aansluit in de lange rij van Nietzsche-interpretaties die de plank pijnlijk mis slaan.

blonde-bestieVoor Rob Schouten is het ongetwijfeld wel duidelijk. In de huiskamers van de drie genoemde politieke helden (voor zover die überhaupt bestaan) met blonde kapsels, staan naar alle waarschijnlijkheid geen werken van Nietzsche of Mulisch in de boekenkast. Misschien wel wat flesjes waterstofperoxide die bij abusievelijke inname direct een bezoek aan een huisarts noodzakelijk maakt. (‘Trinkt Bruder, trinkt!’)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *