De Voetbal Toeval

De Voetbal Toeval

Overal waar ik als observator, zoekend of illusoir-kennend wezen achter mijn voetstappen in mijn eigen licht stap, is de werkelijkheid me net een kleine stap voor. Schiet als een handige spits de bal van het onvermogen tussen mijn benen om in niet te doorgronden energiebanen op te gaan in ontelbare richtingen. De bal van het Toeval noem ik deze dagen Voetbal.

“Zonder de mens was het Zijn stom, het zou er zijn maar het was niet het ware”, schreef Kojève. Ik stel me voor hoe meters en kilojoules zich tot zichzelf verhouden? Hoe in het holst van de nacht op een Spaanse hoogvlakte het geluid van een uil zich verhoudt tot de niet-gedane meting van frequentie en decibellen? De leeuwerik fluit zonder een luisterend publiek? Een landschap bestaat zonder archeologie of kunstschilder?

“Alles Erkennen ist ein Wiederspiegeln in ganz bestimmten Formen, die von vornherein nicht existieren.” Wat een bevrijdende gedachte uit de nalatenschap dat ten tijde van Nietzsches leven nooit het leven zag in een uitgave. “Die Natur kennt keine Gestalt, keine Größe, sondern nur für ein Erkennendes treten die Dinge so groß und so klein auf.” De anarchie van het niet aan een wetend subject veroordeeld Zijn boeit me eindeloos. Het kan alle kanten op, overstijgt de droom, verstopt zich waar het kan en heeft er ook geen moeite mee zich te moeten tonen. Heidegger’s “in de wereld geworpen zijn” doet me denken aan de val van Mr. Bean aan het begin van elke aflevering. Het Absurde dat in de wereld van het absurde kijkt.

voetbal

“Das unendliche in der Natur: sie hat keine Grenze. Nirgends. Nur für uns gibt es Endliche.” De kunstenaar verheft zich boven het kennende en gekende. Het scheppende proces geeft zichzelf een flinke trap vooruit en treft doel in het vergankelijke. Wat was en zich herhaalt in het eindeloze is een oneindig deelbaar fenomeen dat zich vertoont voor onze ogen. Nietzsche moet af en toe een enorm vergezicht hebben ervaren. Hij dacht zich zogezegd omhoog en ik stel me voor hoe hij 2000 meter boven de zeespiegel troost vond in zijn eigen vondsten. De denker zonder huis bezorgde zichzelf een thuis door een bijna dronken inzicht dat zich niet door ruimte of tijd liet begrenzen. “Der Philosoph ist die Fortsetzung des Triebes, mit dem wir fortwährend, durch anthropomorphische Illusionen, mit der Natur verkehren. Das Auge. Zeit.”

De kleuren en klanken zijn er niet wanneer ik er niet ben om ze te ervaren. Het kleine en grote genot verhouden zich niet intrinsiek in maat tot elkaar. De bal Toeval rolt onwillekeurig en laat zich sturen door alle vectorkrachten op de grasmat. Duizenden toeschouwers maken zijn Zijn minder stom. Kojève moet Nietzsche hebben gekend. De kampioenen van weleer vertonen zich voortdurend in een nieuw spannend spel waarin de bal nooit dood ligt. Een heerlijke gedachte tijdens het huidige WK.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *