De filosofen en het nationaal-socialisme

De filosofen en het nationaal-socialisme

Wie een brede aanvliegroute naar de verbintenis tussen de (Duitse) filosofen en het nationaalsocialisme zoekt, heeft genoeg te lezen in de laatst verschenen Sonderausgabe van het in Duitsland verschijnende Philosophie Magazin. Op de voorkant prijkt de overbekende foto van Hitler die -voor de kijker naar rechts -naar een bijna teneergeslagen Nietzsche kijkt; Hitler stoer, vastberaden en vereenzelvigend met zijn grote idool waar hij geen ene jota van heeft begrepen. De pseudo-intellectueel die meer sluw dan wijs was. De foto dateert uit 1934, gemaakt in Weimar waar het “Nietzsche-Archiv” gevestigd is. Villa “Silberblick” waar Nietzsche de laatste jaren van zijn leven sleet en uiteindelijk stierf. Een mooie plek maar helaas besmet met bezoek in de bruine jaren ’30. De redactie van Philosophie Magazin (PM) raakt niet uitgeschreven over dit gevoelige thema en evenals in tv-programma’s en krantenbijlages komen bekende onderzoekers, schrijvers en filosofen voorbij in overigens ter zake kundige interviews. Geen populisme maar duidelijk gevrijwaard van een taboe rondom de discussies over het nazisme.

cover-pm

“Hat die Philosophie den nationalsozialistischen Terror gedanklich vorbereitet, mitgedacht, gar erst ermöglicht? Oder stand sie in scharfer Oppposition zur Gewaltideologie der Hitlerzeit? Besteht überhaupt eine wesentliche Verbindung zwischen Philosophie und Nationalsozialismus?” vraagt Catherina Newmark, “Chefredakteurin” zich af in het voorwoord. De centrale vraag is in hoeverre in het land van Dichter und Denker ook de Richter en de Henker konden opstaan. En meer specifieker, welk verband bestond er tussen de nazi’s en de filosofie in het algemeen en bepaalde filosofen in het bijzonder? “Führt ein direkter Weg von Herders Volksseele zum kriegerischen Traum von Großdeutschen Reich, von Nietzsches Willen zur Macht zum Führerprinzip, von Wagners Kulturkritik zu Hitlers manischem Judenjass?”

Op het moment dat je weer de kriebels krijgt omdat der Wille zur Macht weer eens in een verkeerd perspectief dreigt te komen, krijgt het in een klein kader een juiste uitleg: “Der Wille zur Macht ist ein häufig missverstandenes zentrales Konzept. Damit bezeichnet er das Grundmotiv des Lebens, den Urimpuls allen Geschehens. Im Gegensatz zu Schopenhauer, der seinen Weltwillen in den Rang des ‘Dinges an sich’ hebt, gibt es nach Nietzsche aber keinen alles Seiende durchdringenden Willen, sondern nur einzelne Lebewesen, die an die Macht wollen. Der ‘Wille zur Macht’ ist vor allem als ‘Wille zur Macht’ über sich selbst zu verstehen. Nietzsche geht es um schöpferische Entwicklung, Selbststeigerung und Selbstüberwindung. Der ‘Wille zur Macht’ ballt sich in dem Konzept des Übermenschen zusammen, welches vom Nationalsozialismus rassistisch vereinnahmt wird.”

Heinz Wismann (Filoloog en historicus) plaatst de opkomst van het nationaalsocialisme in een breder historisch perspectief zonder daar direct de filosofie centraal in te stellen. Antikapitalisme, antisemitisme, rassenleer en nationalisme waren overal maar kregen in Duitsland wel een specifieke kleuring en fanatisme, met name ook vanuit de Katholieke hoek. Een gevoelig thema, ook na 70 jaar.

volker-gerhardt-2Onder de kop “Der Wille zur Macht: Nietzsche im Nationalsozialismus” komt op 3 pagina’s lang Volker Gerhardt (zie ook elders op dit blog) aan het woord. Een buitengewoon en toegankelijk relaas over de verbintenis tussen Nietzsche en het gedachtegoed van de nazi’s. Of beter gezegd de niet-verbintenis. Met name Baeumler, de grote vervalser van Nietzsche en formeel vanaf 1934 formeel de invloedrijkste  persoon binnen het Duitse ministerie van onderwijs, wordt door Gerhardt in het juiste perspectief geplaatst. Maar ook de ‘Blonde Bestie’ in Genealogie der Moral krijgt een toelichting (“Nietzsche hat leider gern mit Doppeldeutigkeiten und möglichen Missverständnissen gespielt”). Ook politiek links en felle anti-nazi’s beriepen zich op Nietzsche. Het enige wat in al die kampen en interpretatie bolwerken weinig tot niet werd gedaan was zelfstandig nadenken. Men zocht en zoekt een leider die te volgen is of tegen wie men zich kan afzetten. Gerhardt geeft toelichting rondom namen als Löwith, Jaspers, Foucoult, Derrida, Sartre, Camus en natuurlijk Heidegger. Op de vraag waarom Nietzsche opnieuw in jonge (studerende) levens zo populair is antwoord Gerhardt: “Nietzsche ist ein Philosoph, der nicht nur sagt, dass der Sinn des Lebens in den großen Zielen des Individuums liegt. Er sucht immer auch nach Aufgaben, in denen sich die Kultur entfalten kann. Damit erfolgt eine emphatische Hinwendung zu denjenigen, die noch kommen. Diese ‘Philosophie der Zukunft’ entspringt einem existentiellen Denken über die eigene Existenz hinaus. Dafür sind junge Menschen empfänglich.”

De bijzonder uitgave van het magazine wordt gekenmerkt door een tijdbalk aan de onderzijde van de pagina’s. Startend in 1920 en eindigend op 20 november 1945 met het begin van de Nürnberger processen. In verschillende artikelen komen bekende namen voorbij waaronder bijvoorbeeld Ernst Bloch (Der Sozialismus der dummen Kerle) Ernst Cassirer (Die Davoser Disputation), Martin Heidegger (ein autoritärer Denker), Thomas Mann (Ein Appell an die Vernunft), Simone Weil (unheimliche Passivität), Leo Trotzki (dilettantische Rassentheorie), Albert Einstein (Gleichschaltung ohne Widerstand), Karl Kraus (Treuhänder des Wahns), Emmanuel Lévinas (Hitlerismus als Seuche), Walter Benjamin (das Gedächtnis der Unterlegenen), Hannah Arendt (die Gesetze des Teufels en Radikal ist immer nur das Gute), Victor Klemperer (der Terror der Einheitssprache), en zo kunnen we nog even doorgaan. Van de laatste las ik zijn dagboeken met de titel “Ich will Zeugnis ablegen bis zum letzten”. Een 8-delige uitgave bij het Aufbau Verlag, een interessant tijdsdocument, zie “Valentijnsbommen” op dit blog.

hans-jorg-sandkuhlerHalverwege het magazine lezen we een interview met Hans Jörg Sandkühler, keurig op de foto met een geruit colbert en een pijp, die terugkijkt op de filosofen en faculteiten voor, tijdens en na de tweede wereldoorlog. Hij komt met cijfers die je eerst doen schrikken maar die hij later enigszins relativeert door er op te wijzen dat een 35-jarige professor met opgroeiende kinderen, net als uit elk andere beroepsgroep uit een soort opportunisme een gematigde houding of functie aanneemt die er voor zorgt dat hij niet voor erger hoeft te kiezen en toch zijn baan en daarmee inkomsten veilig stelt. Dit was de grootste groep naast de geëmigreerden (Exil) en de fanatieke aanhangers met als bekendste voorbeeld Martin Heidegger. Tal van toonaangevende namen die merendeels na de oorlog naar hun oude plek (of vergelijkbare leerstoelen) terugkeerden in andere Duitse steden dan hun domicilie van voor de oorlog, worden uitgelicht en in moreel-historisch perspectief geplaatst. Een van de bekendste is Joachim Ritter die na de oorlog aan de slag ging en net als meerdere collega’s in de jaren ’50 en ’60 weinig tot geen kritische vragen kreeg. Vreemd eigenlijk, dat die waarom vraag uitbleef bij uitgerekend de filosofie faculteiten. Dat maakt het zo onvoorstelbaar, tussen al die denkrichtingen en filosofische activiteiten, toch een knieval voor het gedachtegoed van Blut und Boden.

martin-heideggerOver “Der Fall Heidegger” is een heel boek vol te schrijven hetgeen ook her en der in de geschiedenis is gebeurd. Dat laten we hier dus maar even buiten beschouwing. Heidegger wordt goed neergezet vanuit het perspectief van Jacques Taminiaux, een persoonlijke vriend die Heidegger ook in het Frans vertaalde. Ook de “Schwarzen Heften” die eerder dit jaar in Duitsland uitkwamen komen onder het kritische vergrootglas terecht, dit keer van de jonge onderzoekster Sidonie Kellerer.

En indien er één naam niet mag ontbreken in dit nummer dan is het wel Hannah Arendt. Ook zij krijgt de aandacht die ze verdient met een artikel (hoe kan het anders) getiteld: “ Eichmann und die Banalität des Bösen”. Het betreft een stuk uit haar bekende werk Eichmann in Jerusalem. Zie hiervoor ook andere bijdragen op dit blog.

Geïnteresseerd in dat artikel en alle andere? Lees deze “Sonderausgabe” door een abonnement te nemen op deze interessante uitgaves van Philosophie Magazin (zie ook www.philomag.de). Gelukkig is de “Duitse spruitjeslucht” van dit onderwerp af en weet de uitgever met de vele artikelen een zeer relativerende toon aan te slaan rondom een “goed” en “fout” die niet veel meer of minder inhielden dan van de gewone man in de straat tijdens de bezetting en andere activiteiten voor, tijdens en na de oorlogsjaren. Dit relativisme viel Nietzsche ook ten deel en dat is niet meer dan terecht. Zijn zus Elisabeth “de Lama” kreeg weinig podium in deze uitgave en dat voelt wel als een postume rechtvaardigheid.

karl-jaspersKarl Jaspers, de uitvinder van de meer authentieke en onvervalste Nietzsche, krijgt als vlag boven het artikel “Unser Mitläufertum”. Een stuk uit “Die Schuldfrage”. Een (inter)nationale aangelegenheid die zich niet beperkt tot toen en daar…

De redactie van PM heeft gründliche Arbeit verricht. De cover van het blad geeft de inhoud -van maar liefst bijna 100 pagina’s- goed weer. De bekende namen komen voorbij. Namen van toen en van nu die het nog (na)vertellen kunnen. In het blad ook een interessante en uitnodigende advertentie voor het boek “Die Verführbarkeit der Intellektuellen”, een studie van ene Mark Lilla naar de relatie tussen de Europese intellectuelen en de dictators Hitler en Stalin.

De  gevaren Nietzsche’s uitspraken met een deken van misinterpretatie te bedekken liggen vooral in het feit dat we met de blik van ná de oorlog en de Nazi-ideologie, terminologie uit de 19e eeuw willen begrijpen. En dan hebben we het nog niet over het uitgangspunt Nietzsche niet letterlijk te willen begrijpen en de overdrachtelijke poëtische metaforen van de feiten te onderscheiden. “Züchtung” is een voorbeeld van zo’n begrip. In de “Nachlaß” wordt het woord veelal als “Selbstzucht” in een connotatie met een opvoedkundig aspect uitgelegd, terwijl de Nazi’s het woord o.a. in “Der Wille zur Macht” liever misbruikten voor militaire en ideologische discipline. Zo’n woord wordt dan verdacht en daar zijn legio voorbeelden van. De Nietzsche research werkzaamheden na 1945 hebben veel begrippen kunnen plaatsen waar ze bedoeld werden en niet zoals Elisabeth Nietzsche ze valselijk geplaatst had. Daarmee kwam de “Machtspolitik” juist in het licht te staan van een politiek die tegen nationalisme, macht, racisme en antisemitisme staat. In het voorwoord van “Der Wille zur Macht” zoals hij deze zélf gepland had is duidelijk te lezen: “Ein Buch zum Denken, nichts weiter: es gehört denen, welchen Denken Vergnügen macht, nichts weiter… Daß es deutsch geschrieben is, is zum mindesten unzeitgemäß: ich wünsche es französisch geschrieben zu haben, damit es nicht als Befürwortung irgend welcher reichsdeutschen Aspirationen erscheint.” Nietzsche kende het gevaar van het anti-semitisme om hem heen; de wereld van en om Wagner, zijn zus en diens man Förster. Hij heeft het over “antisemitischen Schreihälse” en “verlogenen Rassen-Schwindel”. In zijn laatste gezonde jaren spreekt hij zich steeds duidelijker uit: “Es giebt gar keine unverschämtere und stupidere Bande in Deutschland als diese Antisemiten (…). Dies Geschindel wagt es, den Namen Zarathustra in den Mund zu nehmen! Ekel! Ekel! Ekel!” Tegenover de Wagnerianen en hun “zuivere rassenleer” poneert hij duidelijk “wo Rassen gemischt sind, der Quell großere Cultur.”

Hitler was geen stamgast in Weimar maar veeleer in Bayreuth. Hij liet zijn eigen “leer” graag ondersteunen door de verminkte gedachten van de grote filosoof. Met veel gevoel voor drama werd de Zarathustra samen met zijn “Mein Kampf” en “Der Mythus des 20. Jahrhunderts” van Rosenberg als een krans bij het grafmonument op de Tannenberg gelegd. De Nazi-Pedagoog (ze bestonden!) Ernst Krieck die wél de moeite nam om Nietzsche goed te lezen, werd niet voor niets een groot tegenstander van Nietsches geschriften. Bekend in deze context zijn ook de woorden van Kurt Tucholsky uit 1932: ” Einige Analphabeten der Nazis, die wohl deshalb unter die hitlerischen Schriftgelehrten aufgenommen worden sind, weil sie einmal einem politischen Gegner mit dem Telefonbuch auf den Kopf gehauen haben, nehmen Nietzsche heute als den ihren in Anspruch. Wer kann ihn nicht in Anspruch nehmen! Sage mir, was du brauchst, und ich will dir dafür ein Nietzsche-Zitat besorgen. Bei Schopenhauer kann man das nicht ganz so leicht; man kann es gar nicht. Bei Nietzsche…Für Deutschland und gegen Deutschland, für den Frieden und gegen den Frieden; für die Literatur und gegen die Literatur – was Sie wollen. Wir wollen aber gar nichts.”

thomas-mann-3Ik voeg hier graag nog een citaat van Thomas Mann aan toe: “Unterderhand bin ich geneigt, hier Ursache und Wirkung umzukehren und nicht zu glauben, daß Nietzsche den Faschismus gemacht hat, sondern der Faschismus ihn – will sagen: politikfern im Grunde und unschuldig-geistig, hat er als sensibelstes Ausdrucks- und Registrierinstrument mit seinem Macht-Philosophem den heraufsteigenden Imperialismus vorempfunden und die faschistische Epoche des Abendlandes (…) als zitternde Nadel angekündigt.” En zoals alleen Mann dat kan zeggen, dit keer in een brief op tweede Kerstdag 1947: “Ich kann Nietschen nicht böse sein, weil er ‘mir meine Deutschen verdorben hat’. Wenn sie so dumm waren auf seinen Diabolism hineinzufallen, so ist das ihre Sache, und wenn sie ihre großen Männer nicht vertragen können, so sollen sie keine mehr hervorbringen.”

Nietzsche dus voorgoed gevrijwaard van antisemitisme en als filosoof van de Nazi’s? Nee, die verbinding zal hardnekkig blijven bestaan. De Blonde Bestie, Der Wille zur Macht en de Übermensch zijn voor menig gemiddelde geschiedenisleraar van vandaag kwalificaties die onlosmakelijk en louter uit onwetendheid als bruggen tussen de eenzame denker en het nationaalsocialisme blijven bestaan. De enige redding blijft de motto’s van Nietzsche zelf te hanteren en hem niet te volgen, zelf te denken en vooral hem goed te lezen.

(N.B. in het kader van bovenstaand thema wijs ik ook nog graag op het in 2003 bij Aspekt verschenen “Nietzsches weerklank in Nazi-Duitsland” van Jaap Hagen.)

Bron: Philosophie Magazin, Berlijn.

2 gedachten over “De filosofen en het nationaal-socialisme

  1. Lieber Herr Peters,
    danke für den Hinweis auf Ihre Rezension und natürlich die ausführliche Rezension, die ich so gut es eben ging von meinem deutschen Sprachverständnis aus gelesen habe…

  2. Mooie blog. Heb dit artikel met interesse gelezen en het help me voor een eindwerkstuk dat ik moet maken voor Duits. Blijf u volgen, mooie verhalen.
    Helene D.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *