Archief van
Tag: Ecce Homo

Ik ben dynamiet van Sue Prideaux

Ik ben dynamiet van Sue Prideaux

‘The essential biography for anyone seeking to understand the philosopher who foresaw – and sought solutions to – our own troubled times’, zegt de website van auteur Sue Prideaux over haar boek ‘I’m dynamite’. De vertaling naar het Nederlands zag eind vorig jaar het licht in de serie ‘Open domein’ bij De Arbeiderspers, en kreeg daar als synopsis mee; ‘Het intellectuele, emotionele en spirituele leven van de filosoof met de hamer’, en voor de goede orde voor wie de biografie nog niet heeft gelezen, het gaat over de filosoof waar al zovele biografieën over zijn geschreven – Friedrich Wilhelm Nietzsche.

Is de schier oneindige boekenplank met internationale publicaties niet aardig aan het doorzakken? Vanwaar die onbedwingbare drift om telkens weer opnieuw over Nietzsche te schrijven, vraag je je af, zeker wanneer je zelf ook door die koorts bent bevangen. Is het zijn leven zelf dat om verder en voortdurend onderzoek vraagt of zijn het zijn vele teksten en aforismen die continu tot de verbeelding blijven spreken van steeds weer nieuwe generaties die Nietzsche lezen om daardoor –als je de Engelse korte toelichting mag geloven – oplossingen over hedendaagse problematiek hopen te vinden? Ik ben geneigd om al direct te roepen dat je daarvoor – oplossingen – niet bij Nietzsche moet aankloppen. Bewust van mijn vooroordeel over de Angelsaksische benadering van de Pruis, blijf ik toch vaak wat sceptisch kijken naar hetgeen in Engeland en Amerika verschijnt over Nietzsche. Originele bronteksten blijven vaak buiten de scope vallen en interpretaties op vertalingen lijken soms een eigen leven te gaan leiden wanneer je teveel binnen de taalgrenzen blijft struinen. Al zijn er wel goede biografieën en boeken te vinden zoals Julian Young’s ‘Friedrich Nietzsche, a philosophical Biography’ (de auteur die ook ‘Philosophy of Religion’ schreef), ‘A guide for Perplexed’ van Kevin Hill of ‘A beginners guide tot Nietzsches Beyond Good and Evil’ van Gareth Southwell, toch bekruipt me steeds weer de gedachte dat er veel naar elkaar gekeken wordt en minder dan ik voor noodzakelijk acht naar met name uitgaven die verderop in Europa verschijnen. De Franse en Italiaanse bibliotheken kan ik daarin qua inhoud wat minder beoordelen maar de interesse in met name de Zuid-Europese landen is ontegenzeggelijk groeiende, getuige de vele publicaties in bijvoorbeeld Spanje en Portugal. En natuurlijk in Duitsland zelf waar de Nietzsche bibliotheek gestaag groeit.

Maar wat bezielde Sue Prideaux die al eerder over Strindberg en Munch schreef, om een nieuwe biografie te schrijven over de filosoof met de hamer? En wat heeft ze nog meer te vertellen dan we wellicht al weten? ‘The proof of the pudding is in the eating’ plegen de Britten te zeggen, dus ik ben maar eens mes en vork gaan halen om deze biografie tot me te nemen.

Het valt direct op dat Sue Prideaux (SP) bijna als een moeder of een vrouw die in de straat bij Nietzsche woonde, veel aandacht heeft voor zijn jeugd en adolescentie. Misschien vanuit de terechte gedachte dat in een mensenleven daar een basis wordt gelegd voor verdere ontwikkeling en levensloop, geeft ze een uitvoerige inkijk in de schooljongen, zoon, broer en student die Nietzsche was. Minder aandacht aan zijn jeugdvrienden dan er te vertellen valt maar een boek schrijven is ook een kwestie van keuzes maken, zeker wanneer het om een leven als dat van Friedrich Nietzsche gaat. SP gaat grondig te werk en put uit veel brieven die zoals ik als bekend veronderstel, veel schatten aan informatie geven over het denken, de levensloop en zeer zeker ook de geestelijke gemoedsgesteldheid van Nietzsche. De rol van zus Elisabeth komt veelvuldig aan bod en SP steekt niet onder stoelen of banken dat zij deze dame en haar pogingen om de beroemdheid van Nietzsche postuum op te eisen, verafschuwt. En ja, gelukkig geeft ze die pogingen veel aandacht in haar boek; de achtergronden, het gestrande leven met haar antisemitische echtgenoot in het afzichtelijke en mislukte experiment ‘Nueva Germania’ in Paraguay, en haar lang nog bewaard gebleven geheime schaakzetten met de opkomende Nazi-kopstukken tot en met Hitler aan toe. Je voelt als lezer plaatsvervangende gene wanneer je ‘De lama’ zoals Nietzsche zijn jongere zus noemde, aan het werk ziet dat uiteindelijk tot o.a. de uitgave ‘Wille zur Macht’ leidde, een boek dat zoals we weten Nietzsche nooit heeft geschreven, en het Nietzsche Archiv in Weimar leidde waar ze met het nodige dedain en narcisme haar gasten kon ontvangen. SP weet als vrouw een opzienbarend vriendelijke toon aan te slaan wanneer het over de vermeende ‘vrouwonvriendelijke’ filosoof gaat zonder daarbij tot vervelens toe het hele verhaal over Lou Salomé weer op te rakelen. Niet dat het geen aandacht krijgt maar wel in een wat realistischer en minder insinuerende toonzetting, net zoals de speculaties dat Nietzsche door een opgelopen syfilis krankzinnig werd of zijn hele leven liep te vechten tegen zijn homoseksualiteit die hij zelf geen plaats wist te geven. Context die je zo vaak in Nietzsche–lectuur tegenkomt alsof men hem moet inpalmen, postuum nog achter slot en grendel zetten met een etiket achter en voor op zijn hoofd waar de verklaringen voor zijn geestelijk werk genoteerd staat. Wanneer je de biografie leest overkomt je veelvuldig een gevoel van medelijden met de denker, een sentiment dat hem zelf tegen de borst stuitte.

Ook Wagner krijgt veel podium in de biografie. Naar mijn smaak soms iets teveel maar over smaken kun je twisten. De vriendschap tussen hem en Nietzsche heeft altijd iets zuurs in mijn opinie en de essentie van die haat-liefde relatie is al eens mooi opgetekend in Kerstin Decker’s ‘Nietzsche und Wagner’. Ook in dat boek krijg je een beeld van een door de tijdsgeest aangeschoten en beschadigde Nietzsche, die in een totaal maar eigen gekozen isolement zijn ‘Nietzsche contra Wagner’ schrijft, en de laatste correcties uit zijn handen laat glijden wanneer hij in totale euforische waanzin zijn vriend Overbeck ziet binnenkomen in zijn Turijnse pensionkamer. Nee, over Wagner en diens echtgenote Cosima, is het soms even genoeg en ik stel me zo voor dat als de eeuwige wederkeer van het gelijke als een satijnen deken over Nietzsche zou worden gelegd, hij de zandloper van de tijd even zou willen aanstoten bij zijn gesprekken in Tribschen of Bayreuth.

Al lezend in ‘Ik ben dynamiet’ krijgen gaandeweg de biografische elementen steeds meer verbinding met de mens Nietzsche. Als in een roman – de zinnen zijn soms ook als een literaire roman waarbij ik me bedenk dat Peter Claessens die de vertaling verzorgde, zich aardig heeft moeten vastbijten – beschrijft SP de levensloop van haar hoofdpersoon. Soms stapt ze even uit haar rol als biograaf en komt een onverbloemde mening uit haar vingers zoals bijvoorbeeld haar opmerking over Rudolf Steiner die door zijn bemoeienis met Nietzsches werk in combinatie met de theosofie, een ‘eigen hutspot van spirituele wetenschap die hij antroposofie noemde’ creëerde.

In zijn bespreking over ‘Ik ben dynamiet’ schreef Bas Heijne in de NRC van 1 februari dat SP Nietzsche grotendeels vrijpleit van het gemeengoed dat Nietzsche met de nazi’s verbindt. Heijne vermoedt dat het ‘aristocratisch radicalisme’ dat om Nietzsche hangt, altijd wat problematisch zal blijven. Dat kan altijd weer een interessante discussie opleveren, zeker wanneer we naar de huidige tijd kijken en vanuit dat perspectief naar de toekomst die bol staat van een hightech onbalans op de weegschaal van macht en onderwerping. Ook Aleid Truijens schreef op 18 januari jl. hierover in haar boekbespreking in de Volkskrant. ‘De zweem van fout’, een hardnekkige zweem die misschien door deze biografie van SP weer wat minder ruikt dan voorheen. Ook dat weet Truijens uit deze biografie te destilleren en dan hoop ik maar weer dat er voldoende lezers de stap nemen om die relativering in dit boek tot zich te nemen door het te gaan lezen. Arthur Eaton deelt in De Groene van eind januari het enthousiasme voor ‘Ik ben dynamiet’ met de andere recessenten (‘Nietzsche doorzag de wiegeliedjes van de gevestigde religies…’), een positieve afdronk die ik deel na het lezen van deze prettig lezende, romaneske maar ook zeer zeker volledige biografie over werk en leven van Friedrich Nietzsche.

De vertaling van Peter Classsens, die zelf een kundige Nietzsche man is, klinkt af en toe wat archaïsch en letterlijk in mijn oren. Zijn eigen werk ‘Alle lust wil eeuwigheid’ van ruim tien jaar geleden, had in mijn ogen ook al een vreemde subtitel: ‘het magistrale levensscenario van Friedrich Nietzsche’. Maar goed, ik ken het origineel van SP niet dus wat doe je dan met een zin als ‘the soundtrack he heard in Tribschen’? Blijft dat een soundtrack? Nietzsche, Wagner en… soundtrack? En Wagner vraagt volgens de vertaler in een brief aan Nietzsche ‘kom heel gauw bij ons aanwippen’ waar het origineel van deze brief luidt: ‘….kommen Sie bald auf einen Husch herüber, dann soll es dionysisch hergehen.’ ‘Kom gauw eventjes bij ons aan’, zou ik zeggen.

Voor een uitvoerige en diepere uitleg van de gedachten van Nietzsche kan ik andere boeken dan deze biografie aanbevelen. Toch beschrijft SP doorgaans de belangrijkste zaken die uit het hoofd en de pen van Nietzsche zijn ontstaan voldoende om het naast een zeer lezenswaardig ook een zeer informatief boek te laten zijn. Al zijn ze maar klein, de redacteur moet nog wel even langs een paar kleine plekken waar een schrijf- of tikfout staat of een bekende Nederlandse uitdrukking foutief wordt aangehaald (de druppel die de emmer liet overlopen i.p.v. deed overlopen). Hopelijk zijn de correcties snel uit te voeren en noodzakelijk, want dat zou betekenen dat er een tweede druk kan komen van dit verder voortreffelijke boek.

‘Ik ben dynamiet’, citerend uit Ecce Homo, kan misschien op het eerste gezicht een uitdrukking van kracht zijn, maar SP sluit haar biografie terecht en wellicht niet toevallig af met de waarschuwing die Nietzsche in zijn Ecce Homo gaf: ‘Eens zal de herinnering aan iets ontzaglijks met mijn naam verbonden worden, – aan een crisis zoals er nog nooit een op aarde is geweest, aan de diepste gewetensbotsing, aan een beslissing, teweeggebracht tegen alles wat tot dan toe geloofd, geëist, geheiligd was. Ik ben geen mens, ik ben dynamiet.’ Wie recentelijk twee andere ‘Homo’ titels heeft gelezen, ‘Homo Sapiens’ en ‘Homo Deus’ (Yuval Noah Harari), de tweede met een voorwoord van Bas Heijne, zal kunnen beamen dat het niet zozeer de tweede Wereldoorlog is waar men doorgaans naar verwijst bij de vermanende woorden van Nietzsche, maar dat de gevolgen van de dood van God misschien nog in het verschiet liggen…

Ik ben dynamiet (Sue Prideaux) uitgeverij De Arbeiderspers