Openbaring

Openbaring

Met een open boek in je hand valt soms je oog zomaar ergens op. Wanneer je in het boek bladert en onmiskenbaar de stijl van Nietzsche op de pagina ervaart. Wanneer je een van zijn duizenden gedachtesprongen en aforismen leest en die laat indalen. “Vom Ursprung der Religionen” is er bijvoorbeeld zo een:

“Wie kann Einer seine eigene Meinung über die Dinge als eine Offenbarung empfinden? Dies ist das Problem von der Entstehung der Religionen: jedesmal hat es einen Menschen dabei gegeben, in welchem jener Vorgang möglich war. Die Voraussetzung ist, dass er vorher schon an Offenbarungen glaubte. Nun gewinnt er eines Tages plötzlich seinen neuen Gedanken, und das Beseligende einer eigenen großen Welt und Dasein umspannenden Hypothese tritt so gewaltig in sein Bewusstsein, dass er sich nicht als Schöpfer einer solchen Seligkeit zu fühlen wagt und die Ursache davon und wieder die Ursache der Ursache jenes neuen Gedankens seinem Gotte zuschreibt: als dessen Offenbarung. Wie sollte ein Mensch der Urheber eines so großen Glückes sein können! — lautet sein pessimistischer Zweifel. Dazu wirken nun im Verborgenen andere Hebel: zum Beispiele man bekräftigt eine Meinung vor sich dadurch, dass man sie als Offenbarung empfindet, man streicht damit das Hypothetische weg, man entzieht sie der Kritik, ja dem Zweifel, man macht sie heilig. So erniedrigt man sich zwar selber zum Organon, aber unser Gedanke siegt zuletzt als Gottesgedanke, — dieses Gefühl, damit am Ende Sieger zu bleiben, erringt die Oberhand über jenes Gefühl der Erniedrigung. Auch ein anderes Gefühl spielt im Hintergrunde: wenn man sein Erzeugnis über sich selber erhebt und scheinbar vom eigenen Werte absieht, so gibt es doch dabei ein Frohlocken von Vaterliebe und Vaterstolz, das Alles ausgleicht und mehr als ausgleicht” (Morgenröte)

gededshanden

In mijn eigen vertaling: Over de oorsprong van religies. – Hoe kan iemand zijn eigen mening over de dingen als een openbaring ervaren? Dat is het probleem bij het ontstaan van religies: altijd was er weer een mens bij wie een dergelijke gebeurtenis mogelijk werd onder de voorwaarde dat hij voordien al in openbaringen geloofde. Op een dag overvalt hem een nieuwe gedachte, een bezielende hypothese over een grote wereld en eigen existentie die zo sterk in zijn bewustzijn treedt dat hij zich niet kan voorstellen dat hij zelf een dergelijke zaligheid kan creëren en dus de oorzaak –maar ook de oorzaak van de oorzaak- van een dergelijke gedachte aan een nieuwe God toeschrijft: als diens openbaring. Hoe zou een mens de veroorzaker van zo’n groot geluk kunnen zijn, zo klinkt zijn pessimistische twijfel. Daarvoor werken in het verborgene andere mechanismen: bijvoorbeeld een eigen mening bekrachtigen door deze als een openbaring te ervaren en het hypothetische weg te wuiven waarmee men ook de kritiek en de twijfel ontloopt. De mening wordt heilig. Op deze wijze verlaagt men zichzelf weliswaar tot instrument, maar onze gedachte overwint op het laatst als een Goddelijke gedachte, – dat gevoel van uiteindelijke winnaar te zijn domineert het gevoel van de vernedering. Op de achtergrond speelt ook nog een ander gevoel: wanneer men zijn getuigenis boven zichzelf plaatst en dus ogenschijnlijk afziet van een eigen waarheid, dan is het mogelijk zich te verheugen over een vaderlijke liefde en trots die alles goed maakt en meer dan goed maakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *