Het probleem van de waarheid

Het probleem van de waarheid

Terwijl ik na lange tijd weer de “pen” oppak blijven de media terecht  bovenop het nieuws uit de Oekraïne zitten. Het lijkt er op dat het eerste slachtoffer in deze onderhuidse oorlog opnieuw de waarheid is. Tijd om gewoon een stukje te lezen, dit keer in “der Nachlaß” die ik even in de perfecte vertaling van Michel van Nieuwstadt ter hand neem.

In de zomer/herfst van 1873 (Nietzsche heeft vakantie gehouden in Graubünden en doceert in Bazel) schrijft hij enkele gedachten op betreffende de fenomenen waarheid en leugen. “Alle leugens zijn noodleugens. De lust in de leugen is kunstzinnig. Verder bezit alleen de waarheid lust op zich. De kunstzinnige lust is de grootste, omdat zij heel in het algemeen de waarheid uitspreekt in de vorm van een leugen.” Nietzsche fileert weer eens vanuit de drift. Als nog geen 30-jarige analyseert hij met een fikse dosis scepsis de waarheidsvinding an sich en citeert uit Diderot’s “de neef van Rameau”: men slokt de leugen die ons streelt met volle teugen naar binnen en proeft de waarheid die ons bitter smaakt druppelsgewijs”.

nietzsche-2Even verder staat het nihilisme weer om de hoek: “Al het goede en schone is afhankelijk van misleiding: waarheid doodt- doodt zelfs zichzelf (in zoverre zij inziet, dat haar fundament de dwaling is)”. Maar je hoeft niet al te pessimistisch te zijn om te kunnen beamen wat Nietzsche t.a.v. verboden waarheden schrijft: “Het eerste wat door de verboden waarheden te gronde gaat, is het individu dat hen uitspreekt. Het laatste wat door de verboden leugens te gronde gaat, is het individu. Dat eerste individu offert zichzelf inclusief de wereld op, de laatste offert de wereld op aan zichzelf en het eigen bestaan.” Mijn gedachten gaan richting klokkenluiders en milieu activisten versus gefladder van de struisvogels in bijvoorbeeld het (inter)nationale politieke bestel. Uiteraard komen de gedachten van Nietzsche ook weer uit bij de waan. De waanvoorstelling die de mens gebruikt ja nodig heeft om zijn geprivilegieerde eigendom op de waarheid te kunnen rechtvaardigen. De waan functioneert al sinds mensenheugenis als basis voor zelfvernietiging en oorlog. Waan als geloof in waarheid die op haar beurt weer basis is voor een eigen geloof en als bron voor gunstige opinies bij anderen. Nietzsche zaagt aan de stoelpoot van de waarheid wanneer hij stelt dat het bezit van de waarheid in feite enkel een geloof in de waarheid is. “Het pathos, het plichtsgevoel gaat van dit geloof uit, niet van de vermeende waarheid” (hier meen ik al de basis voor de wil tot macht te kunnen lezen). “Het geloof vooronderstelt een onvoorwaardelijke kracht van het kennen bij het individu en voorts de overtuiging dat een kennend wezen het hierin het nooit verder zal brengen: dus het bindend karakter ervan voor alle maar mogelijk kennende wezens. De relatie heft het pathos van het geloof op, bijvoorbeeld de beperking tot het menselijke, met de sceptische hypothese dat we ons misschien allemaal op een dwaalspoor vinden”. Welke wetenschapper wil zich hiermee meten? (Mij schiet het relativisme van cardioloog Pim van Lommel te binnen, de auteur van “Eindeloos bewustzijn” die er toch van overtuigd is dat bewustzijn na zijn dood blijft bestaan. Een kwestie van een begrippen definitie.)

Terug naar de filosoof die in zijn meta-gedachte hangt wanneer hij stelt dat ook de scepticus in zijn scepticisme een soort geloof aanhangt. De waarheid gerelativeerd als mogelijke niet waarheid. De journalist of rechercheur die hoor en wederhoor toepast zou eigenlijk niet meer kunnen vertrouwen op rede en logica. Van de vier stoelpoten voel ik er nog maar eentje staan. Dat wordt balanceren met uiterste precisie. Geloof in logica en het geloof an sich manifesteren zich slechts nog als overlevingsmechanismen. “De drift naar waarheid is slechts een gemaskeerde eudemonische drift”. We begrijpen de natuur, althans hetgeen zich aan ons presenteert, als een opeenvolging van causaliteiten. Maar is deze dan ook verklaarbaar? Zijn de natuurwetten niet louter “relaties ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de mens?”

Nietzsche sluit aforisme 29-8 af met de bekende hamer: “Het meest ware op deze wereld – de liefde, religie en de kunst. De eerste kijkt door alle veinzerijen en maskerades heen naar de kern, het lijdende individu en lijdt mee, de laatste biedt, als praktische liefde, troost voor het lijden door over een andere wereldorde te vertellen en te verkondigen dat je de bestaande moet verachten. Het zijn de drie onlogische machten, die ook bekennen dat ze dat zijn “op de verdorde steenwoestenij van deze halfvergane aardbol.”

Tot slot een kleine afsluiting -met een knipoog naar van Lommel- vanuit “die Fröhliche Wissenschaft”: Die längsten Zeiten hindurch hat man bewusstes Denken als das Denken überhaupt betrachtet: Jetzt erst dämmert uns die Wahrheit auf, das der allergrößte Teil unseres geistigen Wirkens uns unbewusst, ungefüllt verläuft.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *