Der Wille Zur Macht

Der Wille Zur Macht

Een van meest hardnekkige misverstanden en mistgordijnen rondom Nietzsche’s gedachtengoed blijft zijn zogeheten wil-tot-macht-theorie. Een denkbeeld dat de Nazi’s gretig gebruikten voor hun ideologie maar ook vandaag nog steeds regelmatig in een totaal verkeerde connotatie opduikt. Recentelijk schreef Rob Hartmans in De Groene in zijn recensie “Metamorfosevirtuoos (over deel 1 van de nieuwe biografie over Hitler van Volker Ulrich) over een Hitler die bezeten was van de nietzscheaanse Wille zur Macht. Was Hermann Rauschning (die Hartmans aanhaalt) de veroorzaker van de verkeerde interpretatie of blijft het misverstand opnieuw gestand houden? Zoals Nietzsche ook in het onderwijs op een aantal hoofdthema’s stelselmatig verkeerd wordt geportretteerd wanneer Der Wille zur Macht zonder de bijtitel Umwertung aller Werte wordt aangehaald.

der-wille-zur-machtDer Wille zur Macht dat veelvuldig in Jenseits von Gut und Böse voorbij komt, heeft niets met de alledaagse macht of de wil daartoe te maken. Ligt het dan meer in de lijn van het Darwinistische “survival of the fittest”? Nee, ook hier wijkt het duidelijk van af, al kende Nietzsche diens denkwereld in zekere zin wel. De wil tot macht is een grondbeginsel zoals Nietzsche tegen het zijn als een continu worden aankeek. Het bestaan als een aaneenschakeling van willen tot macht. Van een winnaar en vele verliezers. Een krachtenspel zoals spermatozoïden in een wedstrijd het bestaan in stand houden en er één een winnaar is. En dan in een voortdurend continuüm. Steeds opnieuw. In aforisme 826 in Jenseits von Gut und Böse poneert hij de psychologie als de ontwikkelingsleer van de wil tot macht. Elke macht, elke wil tot macht wil overheersen, niet primair om de ander te verslaan maar om een eigen zelfbehoud. Omwille van het eigen continuüm. Het worden als een voortdurende celdeling. Iets is, iets wordt, doordat de wil tot macht zijn werk doet. Een kosmologisch en universeel uitgangspunt in de natuur waarin deze wil steeds de beste, de krachtigste wil zijn.

Elisabeth, de zus van Nietzsche en door hem vaak “das Lama” genoemd, werkte in de welhaast hermetisch afgeschermde studeerkamer op de bovenste verdieping van Villa Silberblick in Weimar, slim en voortvarend aan een eigen interpretatie van o.a. een wil tot macht theorie. Zij paste meerdere termen en gedachten in een gewenste beleving voor de door haar bewonderde Nazi’s, met als de meest bekende en beruchte “der Übermensch” en misleidde zowel de bruinhemden als ook de filologen en vakfilosofen. De correspondentie van haar broer werd zo bewerkt en gecombineerd dat ook Heinrich Köselitz, beter bekend als Peter Gast, de vriend van Nietzsche die veel van zijn handschriften ontcijferde en tijdens Nietzsches leven ook veel optekende, meewerkte aan de eerste uitgave. Deze zag al het levenslicht in 1901, een jaar na Nietzsche’s dood en de tweede sterk bewerkte uitgave kwam in 1906 uit. Elisabeth kreeg grote bewondering in politieke en filologische kringen en werd zelfs voorgedragen voor de Nobelprijs voor Literatuur, een prijs die haar echter niet werd toegekend. De roem werd er niet minder om, getuige de vele foto’s van prominenten die de villa in het interbellum bezochten, o.a. Adolf Hitler zelf.

elisabeth-forster-nietzscheNa haar dood in 1935 ontstond voor tekstonderzoekers de mogelijkheid om in de “Nachlass” te kunnen snuffelen. Alhoewel de aanloop naar de oorlog en ook de oorlogsjaren zelf weinig ruimte boden om een ander geluid of een andere bevinding naar buiten te brengen, begon de Hongaarse literatuurwetenschapper Erich Friedrich Podach (auteur van o.a. Der kranke Nietzsche en Nietzsches Zusammenbruch) in zijn uitvoerige onderzoeken naar Nietzsche’s geschriften, gaten te schieten in de werkzaamheden van Elisabeth. Der Wille zur Macht bleek geen boek dat door Nietzsche was geschreven. Pas in de jaren ’60 begon Karl Schlechta aan een grondiger onderzoek en fileerde de werkzaamheden van Nietzsche’s zus en wist daarmee ook de mythe rondom “der Wille” te ontrafelen. Elisabeth werd de zondebok, een meestervervalser maar feit was dat tal van wetenschappers en intellectuelen om de tuin waren geleid, hetgeen in academische kringen wereldwijd graag werd vergeten. De aforismen en zinsneden die soms in een letterlijke duiding als fascistoïde opgevat zouden kunnen worden, of op zijn minst als zeer anti-christelijk, zijn onomstotelijk in de bronteksten van Nietzsche vaak te vinden. Nietzsche interpreteren blijft daarom niet alleen een wetenschappelijke aangelegenheid maar vaak ook een literaire ja zelfs poëtische uitdaging. Nietzsche vraagt niet voor niets om mensen die hem (kunnen) volgen wanneer ze niet denken zoals hij. Vanuit het nu daar naartoe “hinein interpretieren”, blijft een werkmethodiek die op een voortdurende helling staat en zeker niet altijd een schoolse of academische uitleg verdraagt.

Der Wille zur Macht is zo’n helling. Wanneer je macht situeert als het machtsbegrip zoals we dat nu begrijpen of door de Nazi’s werd gebruikt in hun Übermensch theorieën, is een wil tot macht een hachelijke en bovenal niet Nietzscheaanse gedachte. Na Elisabeth blijven ook nu de docenten aan de middelbare scholen helaas vaak door grote onwetendheid, filosofische metaforen uit een geschiedkundig perspectief halen om ze vervolgens in een rationeel afgekaderde theorie te kunnen plaatsen. Is het in zekere zin misschien hun wil tot macht?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *