De mens als maat

De mens als maat

Tussen geboren worden en jezelf met bommen omhangen om deze vervolgens te laten exploderen en doelbewust daardoor zoveel mogelijke anderen in je eigen dood mee te nemen, zit misschien niet perse een lange maar wel een bijzondere en ontspoorde weg. Een pad dat we historisch, biologisch, psychologisch, religieus en vooral politiek hebben geduid in alle media die ons ter beschikking staan. Waar ging het fout tussen dat jongetje in het ledikantje en de jonge man die zich met mitrailleur voor het terras opstelt en zijn medemensen en later zichzelf vermoordt? Voor sommigen misschien ook een sociologisch/filosofische vraag. Er is woede en wraak. Sterke gevoelens om niet langer de waarheid van de ander te moeten incasseren en de deken van andermans macht van zich af te werpen. Het eigene werd en wordt teveel en te vaak bedreigd. Mijn waarheid, mijn leven, mijn ‘in de wereld’ staan, mijn eigen God belasterd en bespot. Terzijde staan en woede laten groeien, lijdt tot het gevaarlijkste ressentiment. Het is niet bij mij, het is niet ik, het kwaad zit bij de ander. Religies en levensvisies, of beter gesteld de interpretaties van die religies en levensbeschouwingen, kweken gevoelens van onbehagen bij de ander. Ressentiment, een thema dat we zo vaak bij Nietzsche zijn tegengekomen, waart als een spook door de wereld en steeds vaker in onze eigen voor- en achtertuin. We zullen de komende tijd vaak een slechte raadgever kennen en horen. Tijd voor mezelf om eens in een werk van een in mijn ogen ‘ressentiment-deskundige’ terug te bladeren.

de-mens-als-maat“De mens als maat” van Sybe Schaap kwam in 2003 bij uitgeverij Damon uit en heeft naar mijn mening veel te weinig resonantie gehad. Teruglezend kan ik alleen maar concluderen hoe veel actualiteitswaarde in dit boek zit. Filosofisch welteverstaan, als een aaneen geschakelde reflectie rondom de worsteling van Nietzsche met het ressentiment in het licht van de mens die steeds weer ‘overwonnen’ dient te worden. Schaap begint zijn bijna 200 pagina’s tellende boek met een reflectie op de Sisyphus van Albert Camus. Het is een opstapje naar de vraag of in de constante begeerte naar geluk, de rancune, het ressentiment, een invulling naar die begeerte geeft. Het zoeken bij de ander, het andere, het grote onbekende, zonder het verder bij zichzelf te zoeken? Dit in plaats van het ‘geluk’ proberen te vinden door de grootste eigen weerstanden te overwinnen. Zich niet te laten verblinden door een ander opgelegd geluk van een hiernamaals of een “in den beginne’, maar de pijlen richten op het zelf, hier, nu en in al het factische Zijnde. Sybe Schaap rolt een loper uit waarop het een zacht en doelgericht lopen en zoeken is. Niet om te vinden, maar om het zoeken zelf. Ik laaf me aan deze wandeling op zoek naar de laatste mens. Het overwinnen van het al-te-menselijke zoals Nietzsche dat vaak heeft beschreven blijft een overwinning van de mens ‘an sich’, de mens die eeuwig wederkeert in de cirkel, niet van hetzelfde maar wél die van het gelijke.

Wat doet die mens die zichzelf van het leven berooft en als religieus wezen sterft? Is elke martelaar in deze context niet het tegenovergestelde van Nietzsche’s laatste mens? Nog vol van wat ooit was, en belast met dit verleden dat van ouder op kind, generatie op generatie voortgaat, niet gehinderd door enige reflectie. De dolende en consumerende mens staat na de dood van God oog in oog met de eerste mens, behangen met dogma’s en munitie. De eerste mens blijft hardvochtig in zijn leer over het goede en het kwade en let wel, zij lopen met miljoenen met hun ‘gelijk’ in de westerse wereld rond. “Op de zo- en zoveelste dag schiep God dit en dat en hij zag dat het goed was”. Aan dat goede en slechte kon hij dus al refereren? Niet ‘goed’ en ‘slecht’ maar ‘het goede’ en ‘het slechte’, als buiten God staande entiteiten. De eerste mens schrikt niet terug voor wat goed en dus waar is in zijn daden. Dat absolute tekent zich in elk geschrift opnieuw weer af. Toen hij, zoals de Bijbel verhaalt, die kennis had verworven werd het een zootje en bleek die mens er geen snars van te hebben begrepen. Die metafoor is van zo’n onuitputtelijke waarde! Een van de pijlers waar elke religie op stoelt; niet ik maar God of een ander Alwetend iets, weet het voor mij. Die verantwoordelijkheid transformeert zich vanzelf van binnen naar buiten en daarmee werd de mens een vreemde voor zichzelf en zijn driften. Uit bovenvermeld boek: “Nog eens ontvlucht de mens de consequenties van zijn eigen daad, zij het nu langs een andere weg. Hij poogt de eigen daad af te wentelen door een ander in beeld te brengen, door te beschuldigen. Op de vraag van God aan Adam ‘hebt Gij van de boom gegeten?’ volgt van diens kant het verwijtende: ‘de vrouw, die Gij aan mijn zijde gesteld hebt, die heeft mij van de boom gegeven en toen heb ik gegeten’. Schaap tekent hier terecht een van de grootste en niet hoopgevende uitgangspunten namelijk het feit dat de mens een al-te-menselijke onwaarachtigheid kent door telkens weer op de ander te wijzen, door de ander aansprakelijk te stellen voor het eigen onheil. Jij moslim brengt mij en de mijnen ongeluk en andersom jij westerse heiden brengt mij en de mijnen verderf en ongeluk. Maar is het niet onoverkomelijk zo dat Goden de vragen en ideeën weerspiegelen van hen die God als hun leidraad zien?! En specifieker in dit geval God als bewijs en excuus voor het eigen ressentiment? Hoe kan een alwetende en mens-liefhebbende schepper (God of Allah) het goede met de mens voorhebben en toch iets paradijselijks beloven dat zich pas later en elders voltrekt? Mijn gedachten dwarrelen af richting ‘Der Wille zur Macht’….Het is en was de mens zelf die de dood van God voltrok en dat wordt en werd hem niet overal in dank afgenomen.

sybe-schaap-2De zoekende mens – zoals ook de moslim, Christen of atheïst – is op weg naar geluk en laat zich zijn eigen verzinsels aanleunen. Van buiten naar binnen in plaats van andersom. Schaap: ”Een werkelijk geluk werkt naar buiten; het geeft, het is de beleving van een ‘waartoe’. Het schijnbare geluk van de begeerte wil alleen maar nemen en ontvangen, toe eigenen en verbruiken. Begeren is jezelf verloren hebben. Het geluk van de begeerte is op zijn best illusoir.” Maar is elke zoektocht naar geluk niet illusoir? Een interpretatie van zowel die eerste als die laatste mens? De gevende zon en de nemende maan komen als metaforen uit de Zarathustra voorbij. Dat blijven overigens mooie beelden; die warmte gevende zon en de vegeterende maan wiens licht eigenlijk van een ander is en alleen een eigen koude kent. In onze westerse wereld is na de dood van God de kerk ook aan het leeglopen. De dolende naar religie hunkerende mens staat buiten, koud en niet wetende wat te doen. De kerk gaf de mens een zedelijk-cultureel leven en hielp de zoekende mens zijn leven te beheersen en richting te geven. Maar wat nu? Met een leven zonder God of een antwoord van ‘buiten’ is er geen zedelijke ethos. Het atheïsme neemt zogezegd geen positie in en laat de mens dolen in zijn onzedelijke wereld. Schaap vraagt zich af wat dit betekent voor de relatie tot de ander. “Is er een vervangende ethos denkbaar zonder zedelijkheid?” Nietzsche heeft dit vacuüm zo prachtig en literair verwoord in zijn metafoor van de verkondiging op het marktplein in zijn Zarathustra.

Maar wat interesseert de hedendaagse mens dit marktplein waar de dood van God werd verkondigd? Hij leeft voort in zijn eigen gelijk, zowel die westerse ongelovige mens als de gelovige medemens die op zijn eigen marktplein nog geen doodverkondiging van zijn vertrouwde God heeft gehoord. Wanneer de leugen van de eigen fantasie, van het eigen geluk wordt ontmaskerd, dreigt het geluk te worden verstoord. Ik vraag me in die context af wat het in ons gemoed teweeg zou brengen indien het (geluk van) consumeren weg zou vallen, los van de economische gevolgen? In plaats van een kritische zelfkritiek geven we af op onze medemens die hier niets te zoeken heeft en het geluk dreigt te verstoren. De mens wil geen reflectie, hij wil zichzelf beliegen omwille van zijn geluk. Zou die laatste mens kunnen lachen en gelukkig zijn? Dat koude lachen toont eigenlijk het onvermogen van de mens niet met die ander te kunnen leven zolang hij zichzelf niet ‘overwonnen’ heeft. Het ligt niet aan mij maar aan die ander, waar deze zich ook maar bevindt. De wraak leert de een om de ander naar zijn eigen land , zijn eigen religie terug te sturen. Het ressentiment heeft de ander doen besluiten nog een keer door te laden en nogmaals een salvo af te vuren….Wij en zij…

terrorismeHet ressentiment beteugelen met behulp van instituten als kerk en wetten, levert uiteindelijk etterende wonden op. “Cultuur en instituties als repressieve dwang tegen een onbeheerst driftleven”. Maar wat onderdrukt wordt in de buitenwijken van Parijs en Rotterdam verdwijnt daarmee nog niet. Angst en verontwaardiging (terecht of onterecht buiten beschouwing latende) maakt kwaad. Langzaam maar vastberaden en doelgericht vindt het ressentiment een weg naar buiten; de brandstichting, de bom en de moord.

En ja, we hebben aan de religies een hoop te danken. Zij wisten de eenling als onderdeel bij de kudde te houden. Het individu bestond eigenlijk nog niet, de kudde stond voorop en de richtinggevende God was het baken in licht en donker. Schaap: “de zedelijke religiositeit was het eigenlijke creatieve fundament van het vroeg-menselijke bestaan. De religie heeft niet alleen geholpen de menselijke natuur aan banden te leggen, maar heeft tegelijk daarmee de mens ook een zinvol bestaan geschonken, dit met de zin van vergeestelijking en verhevenheid.” (…) In zijn goden vereert een volk zichzelf, zijn zeden en zijn deugden; in zijn religie toont de mens zijn rijkdom en wie rijk is heeft iets te bieden, wie rijk is kan schenken, dus ook vererven.” 

Welke begrippen associëren sterk met wraak? Rancune, opgekropte woede, angst? Het onvermogen te vergeten (zie blog 14 januari 2014) brengt ons bij het ressentiment. En wat doet religie daarin? Geeft zij voldoende ruimte voor vergetelheid of is er een voortdurende herinnering aan het ‘in den beginne’? Het vasthouden aan wat was verstikt uiteindelijk. Misschien niet helemaal terecht wijst Schaap er op dat de herinnering aan een historische gebeurtenis niet langer dan twee of drie eeuwen in het geheugen van een volk blijft voortleven. Ik denk aan menig (gewapend) conflict waarbij dat sentiment juist werd aangegrepen (bijvoorbeeld de Balkan). Toch is het waar dat hetgeen niet in bestaande patronen en dus in het duurzame en stabiele geheugen kan worden opgeslagen, op den duur uit het geheugen verdwijnt. Alsof de natuur ons voor zichzelf heeft beschermd. Ik citeer uit het boek: “De enige ‘vernieuwing’ is die van de wedergeboorte van het verleden door het delgen van de tijd, dus de herbevestiging van het bestaande. De eeuwige wederkeer is dus een ontologie, die niet alleen alles als eeuwig wederkerend ziet, maar dit ook zo doet zien, dus actief tot stand brengt. Men schakelt het veranderlijke uit door de tijd een cyclische beleving te geven. Steeds weer begint alles opnieuw bij zijn begin. Het verleden wordt gebracht als voor-afbeelding van de toekomst. Geen enkel gebeuren is onomkeerbaar en geen enkele verandering is definitief.

Echter, we leven in een lineaire tijdsopvatting. De tijd breekt als het ware door. Het verleden ligt achter ons, de toekomst voor ons. De religieuze gelukzaligheid raakt bedorven en het betrekkelijke van het bestaan doet een ieder zoeken naar zijn eigen bakens en waarden. Een ongelukkig bewustzijn maakt zich meester van de mens, aldus Schaap. Nietzsche zag ook hoe ongeluk de mens de toekomst in dreef toen God eenmaal dood was. De westerse mens maakt voortdurend jacht op datgene wat nu nog ongrijpbaar in de toekomst ligt, een “nu” dat voortdurend opschuift, en ontmoet de mens die naar achteren kijkt, voortlevend op de waarden en waarheden van hoe het ooit bedoeld moet zijn geweest en opgetekend werd in Bijbel of Koran. De ongelovige en gelovige mens die verschillende paden bewandelen worden beide door ressentiment overvallen. De gelovige ziet nog wel degelijk heil in datgene wat niet is maar nog wel komen moet en zal. Het ‘ware’ wordt losgekoppeld van wat factisch gegeven is, het ware wordt ‘als het ware’ het niet-zijnde. Wat nu en hier is kan niet het ware, de bedoeling zijn. Schaap illustreert bovenstaande met de naamswijziging van Adam naar Abraham. Zelf herinner ik me allegorieën over beloofde landen, toekomstbeelden en een hiernamaals vol geluk. Zie hier ook de belofte die de jonge martelaar in het vooruitzicht wordt gesteld. Wanneer bij de een de belofte ontmaskerd wordt en bij de ander diezelfde belofte als inspiratiebron fungeert hoe wil je dan in ‘Godsnaam’ nog een samenleving in evenwicht houden?

kruisridderVoor de westerse wetenschappelijke mens schieten uiteindelijk de mythen tekort om de feitelijke werkelijkheden te kunnen verklaren. Dit staat pal tegenover de religieuze medemens aangezien religies nu eenmaal een hoog gehalte aan geloof bevatten, geloof in de zin van ‘voor waar houden’. Ik citeer nog maar eens Schaap: “De dood van de oude goden had onvermijdelijke gevolgen voor het zedelijke leven. Hoe tragisch ook, dit is niet tegen te houden. De waarde van de mythe kan begrepen en geprezen worden, dit redt niet de eigenlijke inhoud, de zedelijke werking. Het krampachtig vasthouden aan een epistemologisch waarheidsbereik van de religie eindigt in een ‘wereldvreemd’ waarheidsfundamentalisme, het al even krampachtig vasthouden aan de zedelijke kern loopt uit op een zedelijk fundamentalisme. Hedendaags fundamentalisme demonstreert hoeveel leugen en terreur nodig zijn, om aan zo’n zinloze waarheid en dode zedelijkheid vast te houden.” Religie en zeden hebben de mens evenwicht, vergeestelijking en zelfrespect gebracht. Daar wil en kan Nietzsche ook niet omheen. Maar wanneer die vergeestelijking wegvalt en er een aardse materiële invulling ontstaat vanuit hiërarchische machtsstructuren blijft er slechts een lege huls over. Zedelijke dwang gestoeld op ressentiment en met de moderne middelen van nu is in al zijn domheid bijkans gevaarlijker dan de kruisvaarders en de Spaanse Inquisitie samen…Menno ter Braak wees in een andere tijd dan de huidige ook al eens op ditzelfde fenomeen in zijn pamflet “Het nationaal-socialisme als rancuneleer”.

“Jenseits” van deze religieuze mens, voorbij aan de (on)gelovige resteert na de bomexplosie en het zoveelste onzedelijke consumentisme de filosofische vraag of de mens het zwaarste besef kan dragen zonder daardoor bedrukt te raken en om te zien in wrok? Die in het richtingloze en verstoken van ‘toen’ en ‘straks’, de zwaarte als een uitdaging kan ervaren om een voorwaarts gericht leven op te pakken? Die het zingevende ‘in den beginne’ heeft overwonnen en al wat gewezen is achter zich latend het komende voorop stelt. Hoe lang is de weg van de fundamentalist naar de laatste mens van Nietzsche…? Ik troost me met de gedachte dat elke weg begint met de eerste stap. Diezelfde fundamentalist heeft het zichzelf een stuk gemakkelijker gemaakt dan zijn atheïstische medemens. Voor deze ‘decadent’ geen zoeken naar zingeving nu het historisch tijdsbesef immers de overhand heeft gekregen. Hoe gemakkelijk raakt hij overweldigd door de beleving van vergankelijkheid van wat is en hoe rusteloos probeert hij daar invulling aan te geven door middel van nieuwe aannames vanuit een materialistisch consumentisme, wetenschap of een transcendentale esoterie, metafysica dan wel andere benamingen voor “meer tussen hemel en aarde’. handen-naar-de-hemel
De handen wanhopig naar boven gestrekt en gelijktijdig vergetend de voeten op de feitelijke aarde te plaatsen. Schaap weet het goed samen te vatten voor zowel die fundamentalist als zijn opponent: “De verloren oer-zin en de eveneens evenwichtige tijdsbeleving, drijven de mens naar een gevaarlijk voor- en achteruit. Niet verlangt hij nu naar een betere toekomst, ook raakt hij in de ban van een ver, zelfs een verste verleden – ver voor wat zijn ongelukkige bewustzijn hem doet herinneren.” Kan de moderne mens zijn bestaan werkelijk zin geven zonder de zwaarte die hem naar beneden, naar vroeger terugtrekt? Nihilisme en ressentiment liggen samen op de loer om de wilsonbekwame mens terug te halen naar het veilige domein van Gods bedoelingen en de belofte op paradijzen en maagden. Het nihilistische atheïsme stroomt als een niet te stoppen en daarmee onafwendbare golf lava van de berg naar beneden. Zowel de fundamenteel denkende mens als de actieve nihilist verdragen geen andere waarheid. Er is geen innerlijke berusting meer in het oude geloof. De wrok moet naar buiten. Het ressentiment kent nog meer een weg en dat is de ander. Barbertje moet hangen, ‘jij bent het niet waard (hier) te zijn’. ‘Mijn ongeluk komt door jou.’

Het duale mensbeeld tussen ‘zwaar in een leer verkerend’ en de zogeheten atheïstische vrijdenker begint op een onoverkomelijke kloof te lijken. De zoekende mens die het voortaan zonder God moet doen ontbreekt het aan wilskracht en stelt zichzelf gerust door een verzinsel over geluk na te volgen. De jachtige en onevenwichtige mens is helemaal niet in staat tot werkelijke zingeving omdat het hem volgens Schaap ‘ontbreekt aan een actief scheppend vermogen’ (vrij naar Nietzsche). Hebben we nog hoop? Jazeker, voorbij de ‘oneigenlijke zelfreiniging’ van het hedendaagse nihilisme heeft Nietzsche al meer dan een eeuw geleden het ‘Bejahen’ genoemd. Maar voor wie is dit ja-zeggen eigenlijk weggelegd wanneer God dood is, het nihilisme woordelijk niets brengt en elke zingeving uitblijft? Zeker niet voor de mythologische mens die heel sacraal terugkeek. Maar zeker ook niet voor de laatste mens die naar een belast verleden kijkt. Gelovig of niet gelovig, in beide gevallen valt de zwaarte niet mee en blijft de worm uit de Zarathustra zorgen voor gewroet in wat was zonder de blik op het te komene (‘Wat zich omhoog werpt moet –als een steen- vallen’).

Nietzsche weet in zeker perspectief het worden en het zijn tot één begrip samen te smelten. De eeuwige terugkeer van het gelijke komt daarmee in een ander licht te staan en dat licht geeft meer openheid naar het te komene. De Zarathustra vertelt hier mooi over maar dat is aan de Nietzsche-lezer om te bewonderen en al dan niet te ‘bejahen’.

Hoe dan ook wordt ons leven hier als een steeds terugkerende beweging gemakkelijker voorstelbaar wanneer we beseffen dat deze beweging an sich staat, dus niet ergens vanaf en ook niet ergens naar toe. De cirkel van de beweging heeft niet een doel in zich dat gevonden dient te worden door op andere paden te gaan lopen, geen doel dat buiten die beweging in iets ‘hogers’ zou moeten liggen. De cirkel is zonder een vaste ankerplaats, ijkpunt of evenwicht. Alleen een duizelingwekkend inzicht dat slechts opgewekt en levenslustig dient te zijn. Meer niet. We kennen de Zarathustra: “Alles gaat, alles komt weer; eeuwig draait het rad van het zijn. Alles sterft, alles bloeit weer op, eeuwig loopt het jaar van het zijn. Alles breekt, alles wordt opnieuw gevoegd; eeuwig bouwt zich het gelijke huis van het zijn. Alles gaat uiteen, alles begroet elkaar weer, eeuwig blijft de ring van het zijn zich trouw. Elk moment begint het zijn; om elk hier wentelt zich de kogel daar. Het midden is overal. Krom is het pad der eeuwigheid.” Is het midden hier misschien…..de mens (als maat)? Wil de gelovige de waarheid? Waarom gaat de ongelovige naar de waarzegger? Schaap is nogal duidelijk over deze categorie zingevings- en duiding kunstenaars: “Gevaarlijk is de waarzegger omdat diens opvattingen veel gemakkelijker verleiden, dan de waarachtigheid uitdaagt. Oprechtheid moet het verleidelijke van de waarzegger steeds weer overwinnen, een voortdurende strijd. De waarzegger zal met zijn verleidingen niet van de zijde van de waarachtige wijken. Daarom moet de waarachtige de waarzegger zo goed leren kennen, ook die in hemzelf.” (‘De waarzegger’ is overigens een mooie vertelling in de Zarathustra).

zarathustraDe westerse mens van vandaag tekent zich door een snel om zich heen grijpend ressentiment. Het tekent deze mens ingrijpend in al zijn materialisme en wellust. Deze mens ontbreekt het doorgaans aan weinig of aan niets maar vanuit die situatie klaagt hij al het andere en dus ook de ander aan. De fundamentalistische mede wereldburger zit vast in oude waarden en klimt vanuit hetzelfde ressentiment uit zijn holen om dood en verderf te zaaien. Politici en militairen vragen zich af wat ‘wijsheid’ is nu we het zover hebben laten komen. Die ‘wijsheid’ zal nooit komen en valt in de categorie van de kalf en de put. Misschien wat Chinese wijsheid in de pot gooien die de Europese situatie van wat hitte ontdoet. Wanneer de wapens gaan zwijgen en dat hopen we uiteraard, zal het ressentiment blijven en het oude Spaanse gevecht tussen Moren en Christenen zich onderhuids blijven herhalen. Ik sluit af door te verwijzen naar “Zarathustra’s voorrede”. Wat een beeldend verhaal dat een prachtig boek inluidt. Geen ressentiment, geen bomgordels, wat kan wijsheid toch ook vooral…..mooi zijn!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *