De banaliteit van het goede

De banaliteit van het goede

Kijk daar loopt hij; een individu dat zich laat betalen voor een vage oversteek naar Europa. Wetend dat de kans op slagen niet zo bijster groot is. Ook niet voor de kinderen aan boord. Hij voert uit wat zijn geldbuidel hem ingeeft. Dezelfde motieven die de advocaat aanzet de beroepsverkrachter en killer vrij te krijgen op een ontdekte vormfout. Hij doet zijn toga aan, zoekt alle mogelijke kronkelpaden in jurisprudentie om de zieke man weer op vrije voet te krijgen die vervolgens weer verkrachten en moorden kan. Het geeft hem als burgerman een ongemakkelijk gevoel maar als advocaat gebruik makend van de mazen en kronkelwegen vindt hij zichzelf een vakman. Geeft het hem status, geld en macht. En stelt hij verder geen vragen. Zeker niet aan zichzelf.

de-banaliteit-van-het-kwaadDe banaliteit van het kwade valt misschien het beste te lezen als de alledaagsheid van het kwaad. Het kwam onlangs als thema voorbij in een lezing van het lokale “Filosofiecafé”. Hans Achterhuis sprak het thema aan maar verslikte zich in een eenzijdige monoloog doorspekt met veel geschiedkundige en theologische feitenkennis. In dit soort “café’s” wordt niet gefilosofeerd maar eenzijdig georeerd en geabsorbeerd. Daar is niets mis mee maar het is de zoveelste misvatting over filosofie dat een concreet gezicht krijgt. “Geschiedeniscafé” of “Maatschappelijk café” zou mijns inziens beter passen. Er is weinig verwondering aanwezig en daarmee evenredig minder filosofische reflectie op het onderwerp.

arendt-cover-boekArendt schreef met haar boek over Adolf Eichmann een van haar bekendste werken, maar heeft een breder perspectief en met haar analyse een verklarende waarschuwing willen neerzetten. Ze werd toen niet door iedereen en overal begrepen en dat is eigenlijk zo gebleven. De dienstweigeraar wordt ook niet door iedereen begrepen. De man die weigerde in Indië te vechten evenmin. De banaliteit weerstand geven vraagt om reflectie en een actief standpunt. Niet kiezen is geen optie. Het vergt energie. Geen gemakkelijke energie om de alledaagsheid van ons morele handelen een halt toe te roepen en na te denken of bijvoorbeeld de vierkante meters grond waarop je leeft a priori jou meer recht op gebruik ervan geeft dan een ander.

Henri Beunders plaatst deze week een tegengeluid met zijn artikel “De banaliteit van het goede” in de Groene Amsterdammer. Hij zet het verband tussen media en het “goed willen doen” als onmiskenbaar deskundige in media en publieke opinie, perfect uiteen. En terecht merkt hij op dat we daarbij niet zoveel hoeven te graven in de denkbeelden van Nietzsche. Deze heeft veel geschreven over motieven die terug grijpen op medelijden en altruïsme, zijnde krachten die haaks staan op een gezonde samenleving. Wat we er ook van vinden, de banaliteit van het kwade en het goede voor zover deze kwalificaties filosofisch overeind kunnen blijven, is momenteel onlosmakelijk verbonden met de vluchteling die in 2015 in zijn rubberboot stapt en met alleen een horizon voor zich de natuurlijke krachten de vrije loop laat. Wij wachten hem hier op met onze middelen. Met onze media. Met ons mededogen. Met onze meningen. En voor sommigen met het vermeende recht de vluchteling terug te mogen sturen.

vluchteling1De banaliteit is alledaags. Het voelt alleen zoveel comfortabeler om het kwaad toen en daar te zien. Niet hier en nu waar het onder een warme deken van beschaving net zo welig tiert. Soms moeten we even zwijgen en onze plek opnieuw innemen. Onze verhouding tot wat er om ons heen gebeurt herijken. De verwondering in eigen woorden vangen:

Heimatflucht

Betast dan nog even, heel even

de omhoog gezogen kale sporen,

de vervreemde wending van vandaag,

het verbrande zonnelicht van gister,

meng de mist die de draden tekent

met de hees vertraagde vrouwenstem,

vergeef het bloed van haar Heimatflucht.

Voor het kale venster waakt een mager kind,

het kijkt in het laatste lantarenlicht

zijn geeuw hijgt nog langs de dodenrit

plet al het rijpe, de geplaveide paden

nog vol van het levend ademloof,

wuift voorbij de slanke bange bomen

even beneveld in het vermoeide bosgordijn.

vluchteling-2

De banaliteit van het goede en het kwade zit in ons mensen, het meest “ongedefinieerde dier” dat hier rondloopt. Jenseits von Gut und Böse redt die aarde zich verder wel, ook zonder ons en onze zucht de buidel te vullen met het banale. Waar ooit op een vierkante kilometer stemmen de ether vulden met “onze grond, opgesodemieterd”. We sluiten in verwondering met Nietzsche af: “Weh dem, der keine Heimat hat.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *