Afdalen in een grot

Afdalen in een grot

Welke krachten hebben er gespeeld om over het bewustzijn rond al het nietige, doelloze en niet-kenbare, een deken van nihilisme te draperen? De management goeroes van vandaag leren hun discipelen hoe onder elke vorm van machtswellust een oerdrift van onzekerheid ligt. Vervang machtswellust door wetenschap en kennisdrift en we zijn waar ik het even over wil hebben.

stalagmietenHet bewustzijn rondom onzekerheid, onwennigheid en angst vanwege al het nutteloze, is als afdalen in de grot waar de Duitse speleoloog Johann Westhauser al enige dagen vastzit. Iedere grotbezoeker kent de enorme “zalen” waar enorme stalagmieten en stalactieten je vervaarlijk aankijken en vanuit hun eeuwige rust weleens vervelende dingen zouden kunnen veroorzaken indien ze los raken van hun eeuwige Moeder Natuur. We verklaren het ontstaan van de enorme vaak kleurrijke puntige wapens vanuit de wetenschap die dat allemaal keurig onderzoekt maar de vraag blijft waarom het er is en waarom het er niet “niet-is”. De oneindigheid in tijd en ruimte blijft ons doen duizelen en we staan roerloos stil in een “zaal” waar we over quantum en een vijfde dimensie kunnen verder denken. Maar waar komt het eindige vandaan? En waar ligt het oneindige vanuit datzelfde perspectief? “Misschien alleen een zintuiglijke waarneming, d.w.z. misleiding”, schrijft Nietzsche ergens in de “Nachlass”. “Hoe kan men van een bestemming van de aarde durven spreken! In de oneindige tijd en de oneindige ruimte zijn er geen doelen: wat bestaat, bestaat eeuwig in welke vorm dan ook.” De Christelijk gedomineerde wetenschappen en culturen spreken over een nihilistische benadering. De leegte als verdoemenis? Het richtingloze als Satan? Waar ik de aarde trouw wil blijven is er geen ruimte voor de vraag welke metafysische wereld er zou moeten zijn. “De mensheid moet zonder enige steun van dat soort kunnen staan– enorme taak van de kunstenaars!”, aldus Nietzsche. In zijn optiek is de zintuiglijke kennis op jacht naar de schoonheid van de wereld. We verheerlijken onze omgeving als antwoord op elke existentiële vraag. Maar wat moeten we anders wanneer we in de spiegels kijken die ons tonen dat het leeg is wat daar kijkt? Nietzsche verwoordt het kort in de zin: “Kennis zonder rust of duur belandt in het troosteloze en afstotelijke. Tevreden zijn met de kunstzinnig aanschouwde wereld.” Een aforisme terug lezen we zelfs: “alle kunst gaat terug op de spiegel van het oog.”

stalactieten
Wij, niet-wetende, niet-kennende tweevoeters, kunnen ons verliezen in religie, wetenschap, metafysica, atheïsme, politiek, transcendente meditatie of welke andere semiwetenschappelijke wereld verklaring, de troost blijft in datgene wat ons zintuig streelt. De muziek en schilderkunst laten ons genieten aan de rand van de zwarte nacht. Hoe zou Schumann klinken bij het afdalen in de grot? Mahler’s 2e over de gletsjer meren in een zuid-Duitse grot? We duiken de diepte in en met een beetje geluk komen we er weer enigszins ongeschonden uit. Beneden in de trouw gebleven aarde, verstoppen de waarheden en de werkelijkheden zich als schaduwen achter een enorm vlammenspel. Plato zou er jaloers op worden.

Ik stel me voor hoe de hevige snor van Nietzsche onder een mijnwerkhelm gestaan zou hebben. Een lamp op zijn helm die hem zou helpen God te zoeken in de meeste duistere schachten van onze aarde? Zwarte vegen op zijn gezicht en bloeddoorlopen aders in zijn zoekende ogen? Een helm die hem beschermt tegen vallend nihilistisch puin?

Westhauser gaat misschien gered worden. Laten we het hopen voor deze ontdekker van waarschijnlijk een prachtige stuk ondergrondse wereld. De vragen blijven. De kunst van het kijken, voelen en ruiken houdt ons –hem- op de been. Wie het nihilisme overstijgt komt uit de grot. Weer eens wat anders dan uit de kast.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *