Lernt mich gut lesen!

Lernt mich gut lesen!

Een klein jaartje geleden liep ik omringd door de prachtige herfstkleuren in het Weimar van de grote literaire namen. Nog vervuld van de originele Nietzsche manuscripten die in het verstillende Goethe- und Schiller Archiv werden tentoongesteld, genoot ik van een aarzelende zon die door de novemberlucht brak. En verder herinner ik me de eenzaamheid van de enkele bezoeker, de hangende takken over een rustige Ilm en het besef dat plaats en tijd van veel grote geschriften niet zover van ons vandaan is.

In een onopvallende boekwinkel vond ik “Friedrich Nietzsche –lernt mich gut lesen!” van Rüdiger Schmidt-Grépály. Een eenvoudig boek met een soort doorzichtig polypropyleen omslag. Pas deze week kwam ik er aan toe om het ter hand te nemen. Een verzameling Nietzscheteksten met als centraal thema het lezen, de taal en het schrijven als autonome fenomenen. In eerste instantie bekroop me het gevoel dat deze auteur het zich gemakkelijk heeft gemaakt door Nietzscheteksten met een centraal thema tot een boekje te gieten, maar bij nader inzien ga je als lezer de verzameling waarderen.

Schmidt-Grépály (1952) is een in Duitsland gevestigde culturele grootheid, filosoof en heeft als Nietzsche kenner een grote (inter)nationale bekendheid opgebouwd. Hij is de leider van het “Kolleg Friedrich Nietzsche” in Weimar, de meest vooraanstaande denktank die Duitsland kent, gevestigd in Villa Silberblick (zie hierover meer op dit blog). Uit zijn hand verscheen o.a. in 2002 “Friedrich Nietzsche, Schreibmaschinentexte” bij het Bauhaus Verlag in Weimar. Bovendien was hij in de jaren 80 nauw betrokken bij de uitgebreide Nietzsche studie uitgave van Colli & Montinari.

lernt-mich-gut-lesen
“Lernt mich gut lesen!”
 Wie zal het ontkennen dat er zoveel hineininterpretiert wordt wanneer het Nietzscheteksten en zijn uitspraken betreft? Goed lezen is van wezenlijk belang bij de teksten van Nietzsche. Schmidt-Grépály begint al redelijk voorin met een tekenend aforisme van Nietzsche dat er iets over zegt. Lezen, herkauwen, nog eens lezen, nog een keer diagonaal, een keer van alles bevrijd, een keer letterlijk, vervolgens in zijn leven passend (tijd en plaats) maar vooral literair! In “Menselijk, al te menselijk” staat in deel 2 bij de gemengde meningen en spreuken (door Graftdijk in de Nietzsche bibliotheek als sententies vertaald) een van Nietzsches exemplarisch zelfinzicht getuigende uitspraak: “De slechtste lezers van sententies (ik zou hier aforismen of spreuken hebben gekozen S.P.) zijn de vrienden van hun geestelijke vader, indien zij zich beijveren om vanuit het algemene weer bij het bijzondere terug te komen, waaraan de sententie haar oorsprong ontleent: want door deze pottenkijkerij doen zij alle moeite van de auteur teniet, zodat hun winst, en zij verdienen niet anders, in plaats van een filosofische stemming en stichting, in het beste of juist ergste geval alleen maar de bevrediging van vulgaire nieuwsgierigheid is.” Een vertaling waar je kromme tenen van kunt krijgen maar de essentie is duidelijk. Ten tijde van Nietzsches leven en de vele decennia daarna is bovenstaande overigens onomstotelijk waarheid gebleken.

Een mooie in deze context komt ook uit “Menschliches, Allzumenschliches” en is kort en krachtig: “Schlechte Bücher – Das Buch soll nach Feder, Tinte und Schreibtisch verlangen: aber gewöhnlich verlangen Feder, Tinte und Schreibtisch nach dem Buche. Deshalb ist es jezt so wenig mit Büchern.” En uit de Zarathustra: “Wer den Leser kennt, der thut Nichts mehr für den Leser. Noch ein Jahrhundert Leser – und der Geist selber wird stinken.” Gevolgd door: “Dass Jedermann lesen lernen darf, verdirbt auf die Dauer nicht allein das Schreiben, sondern auch das Denken.”

Schmidt-Grépály heeft er een mooie verzameling teksten van gemaakt. Alle werken van Nietzsche komen voorbij en omdat Ecce homo al een terugblik op zich is, komen in de gebruikte Ecce homo teksten ook weer veel citaten en “doorkijkjes” voor, met de activiteit lezen en meer algemeen gesteld communiceren, als hoofdthema en verbindende rode draad.

Haal je een visnet door de taal van Nietzsches geschriften, dan komt er af en toe ook wat anders mee. Zonder alles te willen benoemen toch even de kleine volgende die tussendoor langskomt: “ …wenn man durch Vernunft es fassen könnte, wie der Gott gnädig und gerecht sein könne, der so viel Zorn und Bosheit zeigt, wozu brauchte man den Glauben?” 

Nietzsche heeft er vaak op gewezen hoe belangrijk het langzame lezen is. Alsof hij wist en voorvoelde dat iets moet beklijven, moet indalen ja zelfs één moet worden met het lichaam dat nog herkauwend als een zoogdier voortgaat. In “Morgenröthe” gaat hij hier wat uitvoeriger op in en alleen hij zelf kan het zo mooi zeggen: “ …Man ist nicht umsonst Philologe gewesen, man ist es vielleicht noch, das will sagen, ein Lehrer des langsamen Lesens: – endlich schreibt man auch langsam. Jetzt gehört es nicht nur zu meinen Gewohnheiten, sondern auch zu meinem Geschmacke – einem boshaften Geschmacke vielleicht? – Nichts mehr zu schreiben, womit nicht jede Art Mensch die “Eile hat” zur Verzweiflung gebracht wird. Philologie nämlich ist jene ehrwürdige Kunst, welche von ihrem Verehrer von Allem Eins heischt, bei Seite gehen, sich Zeit lassen, still werden, langsam werden -, als eine Goldschmiedekunst und –kennerschaft des Wortes, die lauter feine vorsichtige Arbeit abzuthun hat und Nichts erreicht, wenn sie es nicht lento erreicht. Gerade damit aber ist sie heute nöthiger als je, gerade dadurch zieht sie und bezaubert sie uns am stärksten, mitten in einem Zeitalter der “Arbeit” will sagen : der Hast, der unanständigen und schwitzenden Eilfertigkeit, das mit Allem gleich “fertig werden” will, auch mit jedem alten und neuen Buche: sie selbst wird nicht so leicht irgend womit fertig, sie lernt gut lesen, das heisst langsam, tief, rück- und vorsichtig, mit Hintergedanken, mit offen gelassenen Thüren, mit zarten Fingern und Augen lesen….”

In onze tijd geplaatst komen een hoop Engelse begrepen voorbij die het beklijven van teksten en zelfs het leren zelf een vorm hopen te geven in “remedial teaching’ en mindfulness”. Leven in het hier en nu hetgeen momenteel zo’n grote opmars maakt omdat alles aan ons voorbij vliegt. Wie leest er nog fatsoenlijk een goede tekst? Kan deze reproduceren, samenvatten, de essentie als een kern er uit pulken? Een enkele academicus, maar verder? In het hier en nu? Vergeleken met nu waren de jaren 1850-1900 in een tekenend slakkentempo….

De verleiding is groot om het voorwoord van Der Antichrist en nog zoveel andere citaten en uitspraken hier integraal op te nemen maar ik zal het niet doen omdat het niet zoveel van doen heeft met het thema “lezen”.. (Her)lees het zelf eens een keer, maar dan het originele werk zelf.

Het boekje “Friedrich Nietzsche – Lernt mich gut lesen!” (212 pag.) is een herhaling van zetten voor de “Nietzsche – Forscher” maar zou prima dienst kunnen doen als een eerste kennismaking met het werk van de hamer, mits je enigszins met de Duitse taal vertrouwd bent. Op de cover staat keurig: l.s.d. , niet het drogerende goedje maar wel het aanmoedigende werk van Lagerfeld, Steidl, Druckerei Verlag. Bij mij blijft de bewondering achter; wat hebben die Duitsers hun cultuur toch goed en waardig geborgd! Een troostende gedachte in deze tijden van Europese turbulentie.

Zie ook:  http://www.klassik-stiftung.de/start/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *