Nietzsche kenners

Nietzsche kenners

joep-dohmenJoep Dohmen (1949) Nederlands filosoof en hoogleraar ethiek aan Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Dohmen studeerde in 1994 cum laude af op zijn werk “Nietzsche over de menselijke natuur”, dat verscheen bij Kok Kampen. Dohmen is zich gaan toeleggen op zin en zingeving of beter gesteld op levenskunst. Bij uitgeverij Damon verschenen ook twee interessante bijdragen van Dohmen; in “Links Nietzscheanisme” (wat een titel overigens) verscheen van zijn hand “Nietzsche over het leven als kunstwerk”, en in “Nietzsche lezen” heette zijn bijdrage “filosoferen met de hamer”. In “Nietzsche als arts van de cultuur” (Kok Kampen) heeft Dohmen ook een interessant betoog bijgedragen. De combinatie van Dohmen en Nietzsche speelt zich af in het domein voorbij het nihilisme. Dat is uiteraard mijn interpretatie en doet niets af aan het nietzscheaanse gehalte en begrip c.q. uitleg van zijn duidingen. “Het leven als kunstwerk” staat nog op mijn verlanglijstje.

henk-van-gelre

Henk van Gelre (1928-2012) Pseudoniem van H. Jansen. Journalist, schrijver en kenner van literatuur, filosofie en in die laatste hoedanigheid auteur van de 4-delige serie over Nietzsche uitgegeven door Ambo tussen 1990 en 1998. Al in deel 1 van “Friedrich Nietzsche en de bronnen van de westerse beschaving”, beklemtoont van Gelre in het voorwoord dat Nietzsche niet om slaafse volgelingen vraagt maar om zelfstandig meedenken. Over deel 1 zegt de rugtekst: “Wie Nietzsches Antichrist wil begrijpen, kan niet aan dit boek voorbijgaan.” In deel 2 schrijft van Gelre op intrigerende wijze de ontdekking van de oude Grieken door Nietzsche en hoe deze werd beïnvloed door de denkers uit de Griekse Oudheid.Een bekend thema is de vervloeking van Socrates toen alle kennis en de importantie van kennis de boventoon ging voeren. Van Gelre citeert uit “ de geboorte van de tragedie”: “Een leven dat door het denken wordt beheerst! Het denken dient het leven, terwijl bij alle vroegere filosofen het leven het denken en kennen diende: hier als doel het juiste leven, daar het hoogste juiste kennen. Zo is de Socratische filosofie absoluut praktisch; zij staat vijandig tegenover alle kennen dat geen ethische consequenties heeft.” Deel 3 begint met een lange verhandeling over Nietzsche en Wagner en sluit af met een kernachtige samenvatting van het appollinische en dionysische. In deel 4 zoomt van Gelre verder in op de ontwikkeling van Nietzsches denken in diens leeftijd tussen 31 en 45 jaar. Nietzsche was een jong genie en deze jaren waren voor hem een zeer scheppingsrijke periode, tot kort voor zijn ineenstorting. Al met al een set om vaak in terug te lezen. Henk van Gelre is absoluut een kenner en goede interpretator van Nietzsches denken geweest en heeft met dit werk de Nederlandse literatuur over Nietzsche fundamenteel verrijkt. De theologische kennis van de auteur komt herhaaldelijk tot uiting en hij typeert de religieuze roots en denkwijze van Nietzsche zeer treffend. Henk van Gelre wordt enkele keren geciteerd in een vooral informerend artikel over Nietzsche (met een kop zonder de z in zijn naam) in de Groene Amsterdammer van 20 jaar terug.

http://www.groene.nl/artikel/het-nietsche-gevoel

Ik herkende iets treffends in een uitspraak van van Gelre: “Ik moet u eerlijk bekennen, ik ben er bijna aan onderdoor gegaan, aan Nietzsche. Het was voor mij een kwestie van kunnen leven of niet kunnen leven.”

eric-bolle-z-w

Eric Bolle (1954) Eric Bolle promoveerde in 1981 over Nietzsche. Hij is in mijn ogen een kenner van Nietzsche’s teksten en gedachten met een absolute liefde voor de Duitse taal. De taal die hij ook doceert aan o.a. het Stedelijk Gymnasium in Breda. Bolle is ook ervaren in bruggen leggen tussen filosofie en het bedrijfsleven. Een van de boeken van zijn hand heet dan ook Filosofie & leiderschap. Ergens in de jaren ’80 las ik zijn boekje “macht en verlangen”, een pocket met transparantie over tal van grote gedachten en verbindingen tussen Foucault, Deleuze en Nietzsche. Ik herinner me een eerste duidelijke kernachtige uiteenzetting over de gedachte die Nietzsche der Wille zur Macht noemde. Op mijn verlanglijstje staat “Afscheid van wat nooit geweest is” waarin Heidegger een wat prominentere rol krijgt. Eric Bolle leest naar mijn idee Nietzsche zoals je deze dient te lezen; met een ontwikkeld gevoel voor esthetiek, ritme, woordkeuze en met grote regelmaat een vleugje humor. Zijn prachtige en interessante weblog is te vinden onder www.ericbolle.nl met de uitnodigend onder- dan wel bijschrift: “Een bijna onwaarschijnlijk en zeer romantisch aandoend vertrouwen in de regeneratieve kracht van poëzie en filosofie.” Zie voor zijn eigen website: www.ericbolle.nl

peter-de-graeve

Peter de Graeve (1954) Studeerde filosofie aan de Universiteit Gent tussen 1982 en 1985. In 1987 ging hij naar Parijs om er verder te studeren bij de Nietzsche-kenner Sarah Kofman. Voltooide later (1995) aan de Universiteit Straatsburg zijn doctoraat over Martin Heidegger. Van hem verscheen “Friedrich Nietzsche: chaos en (ver)wording” (Boom, 2003). Een van de centrale thema’s is de lastige theorie van de ‘eeuwige wederkeer’ die De Graeve via een intrigerende existentiële weg onderzoekt. ‘Op zoek naar de verborgen sleutels van Nietzsches leer’ staat er op de achterzijde van het boek. Dat zal de interpretatie van de uitgever zijn. Wat me meer aanspreekt is het volgende; “Het is een drievoudig portret: van de denker, van zijn denken – en van het zelfportret waarin de denker, zichzelf denkend, eeuwig terugkeert’.

karl-jaspers

Karl Jaspers (1883-1969) Duits psychiater en filosoof. Hechte vriend van Hannah Arendt en in afnemende mate van Martin Heidegger.Jaspers heeft veel studies op filosofisch , theologisch en politiek/sociologisch vlak op zijn naam staan. Hij kreeg internationaal grote bekendheid door de kwaliteit van zijn werken en denken.Werken over Nietzsche zijn o.a. “Nietzsche. Einführung in das Verständnis seines Philosophierens” en het in het Nederlands vertaalde ‘Nietzsche und das Christentum’

 

ger-groot

Ger Groot (1954) Een naam en een persoon die ik al jaren intensief volg, zowel in zijn filosofische teksten als in zijn NRC-recensies. Ik vermoed dat zijn en mijn boekenkast veel overeenkomsten hebben aangezien Groot naast een Nietzsche kenner ook een echte kenner is van de literaire voortbrengselen uit het Iberische zuid Europa. Na zijn studie filosofie in Amsterdam en Parijs woonde hij ook enkele jaren in Spanje, in mijn ogen jaren om vanuit het perspectief van nu jaloers op te kunnen worden omdat hij zeer waarschijnlijk destijds de overgang van de oude dictatuur naar de voorzichtige stapjes richting democratie heeft mogen meemaken. (Een andere schrijver met wie ik dergelijke overeenkomende affiniteit ervaar is overigens Cees Nooteboom, tevens door zijn sterke verbintenis met de Duitse en Spaanse cultuur en daarmee letteren). Terug naar Ger Groot. Ik leerde zijn eruditie kennen in “Nietzsche, Cioran, Bataille, Derrida”, die hij in 2003 “Vier ongemakkelijke filosofen” noemde. Groot is in mijn ogen een goede lezer en interpretator van Nietzsche’s teksten. In zijn publicaties in o.a. Trouw, de Groene Amsterdammer (helaas is hij daar gestopt) en het NRC, vind ik vaak zinnen die mij zeer ter harte gaan. Ger Groot is verbonden aan de Erasmus Universiteit waar hij filosofische antropologie doceert. In Nijmegen doceert Groot filosofie & literatuur aan de Radboud Universiteit.

jan-keij-kopieJan Keij (1948) Een zelfstandig gevestigd filosoof die promoveerde op het proefschrift De structuur van Levinas’ denken. Keij is auteur van verschillende boeken over Levinas, waaronder De filosofie van Emmanuel Levinas – In haar samenhang verklaard voor iedereen (Klement/Pelckmans, 2006). Hij geeft cursussen, onder andere in de gezondheidszorg. In oktober 2011 verscheen van zijn hand het boek Nietzsche als opvoeder (Klement/Pelckmans).  In oktober 2012 verscheen zijn boek Levinas in de praktijk – een handleiding voor het best mogelijke helpen, privé en in de zorg (Klement, Pelckmans).In “Nietzsche als opvoeder” weet hij leven en werk van Friedrich Nietzsche in een begrijpelijke en toegankelijke wijze toe te lichten. Geen hoogdravende analyses zoals Sloterdijk, maar meer to the point en duidelijk herkenbaar door zijn rol als trainee in met name de gezondheidszorg.

Wolfgang Müller-Lauter (1924-2001) Duits filosoof die vooral vanwege zijn Nietzsche-interpretaties grote bekendheid verwierf. Hij was ook de eerste ontvanger van de Friedrich Nietzsche Preis in Sachsen-Anhalt. Een prijs die vanaf 2015 een internationaal karakter kreeg. Via denkers als Sartre, Camus, Dostojewski en Heidegger kwam hij uiteindelijk bij een grote bron terecht; Friedrich Nietzsche. In 1961 verscheen zijn studie over het nihilisme met als titel “Zarathustra’s Schatten hat lange Beine”. In 1963 volgt een lezing over de gevolgen van het het nihilisme met steeds sterke verwijzingen naar Nietzsche. In 1971 verschijnt zijn bekende werk: “Nietzsche, seine Philosophie der Gegensätze und die Gegensätze seiner Philosophie”. In 1972 was hij mede-oprichter van het tijdschrift ‘Nietzsche-Studien”. Na de dood van Mazzino Montinaris nam hij diens uitgevers werkzaamheden over en werkte dus mee aan de ‘Kritische Gesamtausgabe’. Müller Lauter is een zeer belangrijke kenner geweest die Nietzsche uit de grijze hoek van misinterpretaties heeft gehaald en Nietzsche een zeer vooraanstaande en serieuze positie heeft gegeven na alle misbruik in de fascistische kringen en vooroordelen na de Tweede Wereldoorlog.

rudiger-safranski

Rüdiger Safranski (1945) Duits auteur en filosoof met een herkenbare en aansprekende schrijfstijl. Heeft een grote kennis over het leven en werk van Nietzsche en een zeer duidelijke biografie geschreven, getiteld: Friedrich Nietzsche, Biographie seines Denkens. Safranski weet ook een geïnteresseerde lezer die niet echt bekend is met de denkwereld van Nietzsche, in elk overzichtelijk hoofdstuk zeer te boeien. Dit doet hij ook in andere werken over grote namen zonder het gevoel te geven dat je de zoveelste inleiding (van een inleiding) zit te lezen. Het meeste van zijn werk is overigens ook vertaald in het Nederlands.

Mark Wildschut vertaalde voortreffelijk de “Biographie seines Denkens”:

“Er is bijna niemand die ons denken zo sterk heeft beïnvloed als Nietzsche. Nadat de filosofen het misbruik van zijn geschriften hebben rechtgetrokken en de historici de feiten van zijn leven op een rijtje hebben gezet, presenteert Rüdiger Safranski hier wat er nog niet was: de biografie van Nietzsches denken.

Friedrich Nietzsche (1844-1900), de grote filosoof van de negentiende eeuw en schrijver van een ijzersterke, gepolijste taal, wilde, zoals hij een keer heeft opgemerkt, door zijn denken de dichter van zijn leven worden. Hij heeft rollen gekozen en maskers opgezet, bijvoorbeeld die van vrije geest, psycholoog, moralist, profeet en nar, en toch is zijn denken existentieel, omdat het om de vormgeving van het eigen leven gaat. Zijn denken is experimenteel, omdat heel de traditie van de kennis en de moraal erin op de proefbank wordt gelegd. En het is exemplarisch in zijn antwoorden op het probleem van het nihilisme.

Hij was dynamiet, zei Nietzsche van zichzelf, en inderdaad was zijn denken een laboratorium van de moderniteit, waarin met uiterst gevaarlijke stoffen werd gewerkt. Een eeuw na zijn dood is het tijd na te gaan wat Nietzsche met zijn filosofie van de wil tot macht heeft aangericht, zowel ten goede als ten kwade.” (Omslagtekst, Uitgeverij Atlas). Ook over andere grootheden als Goethe en Schiller, Schopenhauer en Heidegger, heeft hij toegankelijke en heldere biografieën geschreven. Hieronder de titels die ik graag aanbeveel:

Goethe

Goethe und Schiller, Geschichte einer Freundschaft

Schiller als Philosoph, eine Anthologie

Ein Meister aus Deutschland, Heidegger und seine Zeit

Nietzsche

Twee andere titels die niet zozeer aan personen gebonden zijn maar zeer aanbevelenswaardig om te lezen:

Das Böse oder das Drama der Freiheit

Romantik, eine deutsche Affäre

Op mijn verlanglijstje:

Wieviel Globalisierung verträgt der Mensch?

sybe-schaap

Sybe Schaap (1946) Politiek filosoof en namens de VVD lid van de Eerste Kamer.Ik beperk met tot zijn literaire kant en laat zijn politieke leven alsmede zijn nevenfuncties buiten deze scope. Schaap werd in 1996 doctor in de wijsbegeerte aan de VU in Amsterdam. In 2001 verscheen zijn boek “het onvermogen te vergeten” en in 2003 “De mens als maat: Nietzsche’s worsteling met het ressentiment”. Schaap profileert zich als een zeer scherpe observator en analyticus en weet vanuit de huidige maatschappij een goed duiding aan de analyses van Nietzsche te geven. Over “het onvermogen te vergeten” citeer ik graag de synopsis van uitgeverij Damon:

“Dit boek is een zeer leesbare inleiding tot het denken van Nietzsche waarbij de auteur tevens de actuele betekenis van dit denken duidelijk maakt.

Wie gedacht mocht hebben dat de moderne samenleving tevredenheid zou voortbrengen, lijkt zich te vergissen: slachtoffergevoel grijpt om zich heen, lijkt zelfs verlokkend. Met zijn ‘laatste mens’ kondigde Nietzsche dit al aan: alom beleving van leed, alom een klagen dat niet zomaar een klacht wil zijn, maar wil aanklagen. Na de ‘dood van God’ zoekt de mens de grond van zijn ongenoegen echter niet langer in zichzelf, in een eigen tekort. Hij richt zich naar buiten, in de overtuiging dat iemand toch schuldig moet zijn aan zijn ongenoegen. Gezocht wordt de verantwoordelijke, de schuldige. Waarom? Men wil wraak.Dit maakt een van de hoofdthema’s van Nietzsche’s filosofie nog altijd actueel, ook nog nadat de grote ideologieën niet langer in staat blijken deze wraakzucht te mobiliseren. Voorliggend boek gaat diep in op dit thema. Het begint met de vraag, waarom de mens al zo vroeg in zijn bestaan geen waarheid kon verdragen. Waarom werden de harde kanten van het bestaan niet als uitdaging gezien, maar gediskwalificeerd als kwaad. Vanuit deze vraag wordt het menselijke geheugen tot thema gemaakt. Daarop wijst de titel van het boek: het onvermogen te vergeten. Hoe kon de beleving van kwaad zo diep inwerken, hoe kan het zo lang nawerken, altijd nog? Omdat de mens zo slecht vergeet; er wordt vergelding gezocht: vergelding, omdat het slachtoffer de last van het gebeurde niet achter zich weet te laten.

Nietzsche maakt duidelijk hoeveel de mens nog moet overwinnen om het bestaan een waagstuk, een uitdaging te laten zijn, hoe daaraan vreugde kan worden beleefd. Het is een overwinning die een bovenmenselijke inspanning vraagt, die van de zelfoverwinning. Het boek maakt duidelijk wat Nietzsche in dit verband met de ‘Übermensch’ bedoelt. Deze heeft het zwaarste van het menselijke bestaan kunnen overwinnen, de verbittering, de wraakzucht. Vergeten in plaats van aanklagen, de blik voorwaarts in plaats van achterwaarts, vreugde in plaats van bitterheid. Wie heden ten dage om zich heen blikt, zal beseffen hoe lang Nietzsche nog actueel zal blijven.”

Bij het lezen van “Der Tod des Wiedersachers” van Hans Keilson, moest ik af en toe aan dit werk denken. Al zijn de contexten volledig verschillend, het begrip vergelding, een gedeeld slachtofferschap en een gemeenschappelijk vijand, leiden al eeuwen tot krachten die soms zijn weerga niet kennen. Blijft voor mij een intrigerend onderwerp en blijvend actueel. Het rancuneuze gif, de opmars van het onbehagen (2012) is een boek dat vele veelal ongenuanceerde reacties opwierp op de sociale media waardoor de inhoud van het boek zichzelf een bewijs gaf van het opkomende onbehagen.

andreas-sommer

Andreas Urs Sommer Uit de handen van Andreas Urs Sommer (1972) verschenen meerdere en zeer uitgebreide commentaren op meerdere werken van Nietzsche, een van zijn specialismen als professor in de filosofie in Duitsland. Sommer doceerde al aan meerdere universiteiten in Duitsland en het buitenland (o.a. Bazel, Mannheim, Princeton, Londen en Freiburg waar hij nu als “Ausserplanmäßigen Professor” door het leven gaat. Interessant in de Nietzsche context is zeer zeker zijn positie als directeur van de Friedrich Nietzsche Stiftung in Naumburg. Religie, Nietzsche en Stoa zijn specialismen van Sommer. Sowieso maar zeer zeker voor zijn jonge leeftijd heeft hij opmerkelijk veel op zijn naam staan. Zijn boeken verdienen m.i. meer aandacht in Nederland. Fraaie (maar wel dure!) commentaren op Der Antichrist, Ecce Homo, de Dionysos Dithyramben, Nietzsche contra Wagner, der Fall Wagner en Götzendämmerung. Andere interessante werken zijn “Lohnt es sich, ein guter Mensch zu sein?”, “Die Kunst selber zu denken” en “Die Kunst des Zweifelns”.

peter-sloterdijk-kopie

Peter Sloterdijk (1947) Duitse filosoof en schrijver met Duitse moeder en Nederlandse vader. Hij is rector van de Staatliche Hochschule für Gestaltung in Karlsruhe waar hij filosofie en esthetica doceert. Sloterdijk werd bekend met een opzienbarend werk in de academische milieus van Duitsland: “Kritik der zynischen Vernunft” (1983). Zijn schrijfstijl heeft soms iets weg van Nietzsche, of beter gezegd, je merkt de invloeden van Nietzsche in zijn ponerende en soms aforistische wijze van schrijven. Sloterdijk ziet de noodzaak voorbij het nihilisme te kijken en niet in cynisme te vervallen. “Sphären”, volgde in 2004 (in het Nederlands uitermate knap vertaald als “Sferen” door Hans Driessen, uitg. Boom) waarin Sloterdijk de wijze waarop de mensheid de levensvragen en de invulling van het leven, vormgeeft, uitlegt aan de hand van sferen c.q. bellen die structuur geven aan ons bestaan. Een complex bouwwerk uit verschillende invalshoeken opgebouwd maar duidelijk op een Nietzsche fundament neergezet. Eveneens door Hans Driessen vertaald en in 2011 door Boom uitgegeven: “Du sollst dein Leben ändern” (vertaald als: “je moet je leven veranderen”). Een complex werk dat de neiging heeft naar alle kanten op te gaan maar desalniettemin interessant wanneer je de samenhang niet altijd probeert te zoeken. Ik tekende een paar “Zeilen” aan: “Die effektivste Weise, zu zeigen, daß es Religion nicht gibt, besteht darin, selbst eine in die Welt zu setzen.” Of verderop: ”Nicht der hat Religion, der an eine heilige Schrift glaubt, sondern der, welcher keiner bedarf und wohl selbst eine machen konnte.” De typische Sloterdijk way of saying: “Es sind dieselben, die auch in religiösen Dingen sozusagen durchschlafen (…). In ihren Eigenwelten befangen, hören die Menschen nicht, was ihnen die Nichtschläfer zu sagen haben. Redet man zu ihnen von dem Logos, der durch alles wirkt, zucken sie mit den Schultern. Von dem Einen sehen sie nichts, obschon sie in es eingetaucht sind. Sie tun, als suchten sie den Gott, obwohl er vor ihnen steht.” De analogie van Heraclitus dat “alles stroomt” weet Sloterdijk op een eigen wijze anders in te vullen: “In Wahrheit erinnert der dunkle Satz an eine tiefere Irreversibilität: daß nämlich, wer einmal aus dem Wasser gestiegen ist, nicht mehr zu der ersten Art des Schwimmens zurückkehrt.” Zo kunnen we nog even doorgaan, maar beter is het werk zelf te lezen. Af en toe taai maar doorgaans wel zeer boeiende thematiek. In mei 2011 ontving Sloterdijk een ere-doctoraat aan de Radbout Universiteit Nijmegen. Koen Haegens sprak in De Groene Amsterdammer over een “filosofische mensentemmer” en deed een dappere poging een korte analyse van Sloterdijks denkbeelden te maken. Belangrijkste werken van Peter Sloterdijk:

Kritik der zynischen Vernunft

Regeln für den Menschenpark (verschillende bijdragen o.a. ook van R. Safranski)

Sphären

Du sollst dein Leben ändern.

paul-van-tongeren

Paul van Tongeren (1950) Een van de bekendste Nederlandse filosofen en absoluut Nietzsche-kenner door veelvuldige en voortgaande studie van het werk van Nietzsche. Van Tongeren studeerde theologie en filosofie en is gepromoveerd op een proefschrift over de moraalkritiek van Nietzsche. Van Tongeren is als emeritus hoogleraar wijsgerige ethiek verbonden aan de faculteit wijsbegeerte van de Radboud Universiteit. Vanaf 2002 tevens buitengewoon hoogleraar ethiek aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is verbonden aan het zg. Nietzsche Research Group in Nijmegen waar al jaren onder zijn leiding gewerkt wordt aan het “Nietzsche-Wörterbuch”, een monnikenwerk met honderden trefwoorden m.b.t. het werk van Nietzsche. De eerste van 4 banden staat op naam van van Tongeren en diens collega Gerd Schank. Paul van Tongeren schreef verder veel over cultuurfilosofie en ethiek. Bekend zijn o.a. “Deugdelijk leven. Een inleiding in de deugdethiek” (Sun), “Over het verstrijken van de tijd” (Valkhof Pers) en drie CD-boxen: “Geluk, deugd, plicht, keuze”, “Aristoteles” en “Nietzsche over het nihilisme”. Bij van Tilt verscheen in 2013 een naar mijn mening zeer belangrijk en interessant werk van zijn hand onder de titel: “Het Europese Nihilisme, over een dreiging die niemand schijn te deren.” In dit boek geeft van Tongeren opnieuw blijk van een enorme belezenheid in het werk van Nietzsche en in dit geval specifiek de uiteenzettingen van Nietzsche over het nihilisme in het bijzonder. Hij behandelt hier de zienswijzen van Nietzsche en diens onheilspellende woorden over de 20e eeuw. Nu we “van God los zijn” ervaren we nog steeds niet een gebeurtenis die we schijnen te deren. Maar staat er ons nog iets te wachten? Een grotere morele of culturele crisis dan wel een verval die we ons (nog) niet concreet kunnen voorstellen? Een citaat uit het boek: “Het heeft geen zin daartegen in te brengen dat niet alles geoorloofd is en dat de mens zelf zijn verantwoordelijkheid moet en kan nemen; dat wij, autonoom als we zijn, zelf de “regels voor het mensenpark” moeten opstellen. Want hoe zouden we dat kunnen? Er is immers geen criterium meer om te onderscheiden tussen wel en niet geoorloofd! Geen criterium dat kan standhouden tegenover het geweld van degenen die machtig genoeg zijn om zich er niet aan te storen. Als God wordt ontmaskerd als een antropomorfe uitvinding of een projectie van de mens , lijkt dat in eerste instantie weliswaar een bevrijdende gedachte, maar vervolgens ontdekt de mens de antropomorfie van zijn hele wereld. Zijn nieuwe verworven centrale plaats in de wereld blijkt te berusten op niets anders dan zijn eigen verlangen om het centrum te zijn. En dat verlangen kan zich niet rechtvaardigen, zodat het slechts kan leiden tot een strijd zonder spelregels.” Een goede 15 jaar geleden was ik kort met hem in gesprek bij een presentatie in het Soeterbeeck programma. Een prettige kennismaking. Zijn CD’s wil ik nog graag luisteren en zijn laatste werk “Leven is een kunst” staat onder “berichten”  beschreven met de titel “Leven (of geloven) een kunst?

Boeken van Paul van Tongeren:

Omdat wij van onszelf geen huis zijn

Is vergeving mogelijk

Deugdelijk leven

Vreemde verwanten

Corresponderende denkers

Voorbeeldig onderwijs

Het Europese nihilisme

Leven is een kunst

Nietzsche als arts van de cultuur

Nietzsche (serie ‘Elementaire Deeltjes’ van AUP)

gerard-visser

Gerard Visser (1950) Nederlands filosoof en werkzaam als Universitair Hoofddocent Cultuurfilosofie aan de Universiteit Leiden (faculteit Geesteswetenschappen). Mijn kennismaking met zijn teksten over Nietzsche en Heidegger was vooral een herkenbare en aangename kennismaking met iemand die mijns inziens de denkbeelden van beide Duitse filosofen raak weet te omschrijven. Met dit werk heb ik ooit een goede basis weten te leggen om Heidegger te vatten en me ook in zijn gedachten verder te kunnen verdiepen. Nietzsche & Heidegger, een confontatie dat in 1987 als proefschrift verscheen, kwam twee jaar later als boek uit bij SUN in Nijmegen. Zoals gezegd, een uiterst duidelijk boek met heldere analyses en visies. Geen gemakkelijke opgave overigens, aangezien Heidegger’s denken over waarheid en het Zijn, niet altijd gemakkelijk toe te lichten zijn. Ik noteerde zelf halverwege het boek: “de belangrijkste vraag waar een denken dat zich bezint op de waarheid van het zijn mee bezighoudt, is die naar de verborgenheid van het wezen van het zijn.” Met andere woorden: het zijn verbergt zich en is in zijn wezen misschien niets anders dan het zich verbergen.Visser citeert begrijpelijkerwijs met enige regelmaat citaten van Nietzsche, ook een bekende uit 1888 waar Nietzsche Parmenides aanhaalt: “Parmenides heeft gezegd: “men denkt dat niet , wat niet is” – wij zijn aan het andere eind en zeggen “wat gedacht kan worden, moet zeker een fictie zijn”. Denken heeft geen greep op realiteit, maar alleen op —“In 2012 verscheen van Gerard Visser bij uitgeverij Van Tilt: “In gesprek met Nietzsche” . Volgens de synopsis van het boek bepleit Visser een dubbele lezing van Nietzsche’s geschriften. Ik zou bijna er aan willen toevoegen; “…telkens weer opnieuw.” Visser is in mijn ogen samen met Paul van Tongeren, een hedendaagse denker die Nietzsche “stevig” aanpakt maar (herkenbaar) zich ooit door zijn denkbeelden liet inspireren en er een leven lang niet meer van los komt c.q. los zal komen. Gerrit Komrij schreef ooit: Zijn invloed is onmetelijk geweest; iedereen na 1900 heeft op zijn tijd, op jonger of later leeftijd, rekenschap moeten afleggen van zijn verhouding tot Nietzsche.

Direct valt me weer het door Jan Keij aangehaald adagium van Nietzsche in: “Wie niet denkt zoals ik, die volge mij…”