Nietzsche beoefenaars

Nietzsche beoefenaars

Eric Bolle

Eric Bolle (1954) 
Promoveerde in 1981 over Nietzsche. Bolle vertaalde het werk ‘Nietzsche, la généalogie, l’histoire’ van Michel Foucault. Bij uitgeverij SUN verscheen in 1981 ‘Michel Foucault & Gilles Deleuze: Nietzsche als genealoog en als nomade’. Als germanist doceerde Eric Bolle aan o.a. het Stedelijk Gymnasium in Breda. Daarnaast doceerde hij ook filosofie aan de Hogeschool van Utrecht en daarvoor aan de Uva. Bolle is eveneens ervaren in bruggen leggen tussen filosofie en het bedrijfsleven. Een van de boeken van zijn hand heet dan ook Filosofie & leiderschap. Van zijn hand is ook “Macht en verlangen”, handelend over tal van grote gedachten en verbindingen tussen Foucault, Deleuze en Nietzsche. In dit werk vind je ook een duidelijke kernachtige uiteenzetting over de gedachte die Nietzsche der Wille zur Macht noemde. In “Afscheid van wat nooit geweest is” krijgt Heidegger een wat prominentere rol. En verder heeft Hölderlin een prominente rol in de eenzaamheid van de denker zoals Eric Bolle dat verder in zijn werken uiteenzet. Eric Bolle geeft toegankelijke uitleg aan Nietzsche met een fijn gevoel voor esthetiek, woordkeuze en met grote regelmaat een vleugje humor. Zie verder: www.ericbolle.nl

Menno ter Braak

Menno ter Braak (1902-1940) 
Deze domineeszoon uit Eibergen was een van de meest vooraanstaande intellectuelen van het interbellum. Door zijn zelfstandig essayistisch werk en de inhoud die hij wist te geven aan zijn functie als criticus op het gebied van literatuur, geestesleven, film en toneel, behoort hij tot de prominente cultuurdragers van voor de oorlog in Nederland. Hij was niet alleen mede-oprichter en redacteur van het belangrijkste literaire tijdschrift uit de jaren dertig, Forum (1932 – 1935), maar ook mede-oprichter en bestuurslid van de voornaamste intellectuele groepering die zich buiten het politieke partijwezen om rekenschap gaf van en verzet bood aan de extremistische tijdgeest: het Comité van waakzaamheid van anti-nationaal-socialistische intellectuelen (1936 – 1939). Ter Braak had een opleiding als historicus; hij promoveerde in 1928 te Amsterdam cum laude op een proefschrift over de middeleeuwse Duitse keizer Otto III. Tijdens zijn studie was hij van 1924 tot 1925 redacteur van het blad Propria Cures. In 1925 deed hij zijn intrede in de literaire wereld in het mede door zijn vriend H. Marsman uitgegeven tijdschrift De Vrije Bladen. Samen met de cineast Joris Ivens en de critici H. Scholte en L.J. Jordaan richtte hij in 1927 de Nederlandsche Filmliga op, waarin hij opkwam voor de film als zelfstandige kunstuiting. Zijn reputatie als gerespecteerd maar ook zeer gevreesd kunstcriticus verwierf Ter Braak vooral als redacteur van het Haagse dagblad Het Vaderland, een functie die hij van november 1933 tot zijn dood bekleedde. Bekende werken van ter Braak waar de stem van Nietzsche veelvuldig doorklinkt en zeer frequent genoemd wordt zijn o.a. Het carnaval der burgers (1930), Afscheid van domineesland (1931), Demasqué der schoonheid (1932), Politicus zonder partij (1934) en Van oude en nieuwe christenen (1937). Hij schreef ook twee romans, Hampton Court (1931) en Dr. Dumay verliest… (1933), Het Verzameld werk van Menno ter Braak verscheen in 7 delen bij Uitgeverij van Oorschot, 1980 (1949-1951). Eveneens publiceerde Van Oorschot de Briefwisseling 1930-1940 tussen Menno ter Braak en E. du Perron, (4 dln. Amsterdam: G.A. van Oorschot 1962 – 1967). In 2019 kwam ‘Het nationaalsocialisme als rancuneleer’ opnieuw uit bij Van Oorschot met daarin een zeer aan te bevelen voorwoord van Bas Heijne. Zie verder ook: www.mennoterbraak.nl

Gilles Deleuze
Gilles Deleuze

Gilles Deleuze (1925-1995)
Franse filosoof die in 1962 zijn eerste belangrijke werk ‘Nietzsche et la philosophie’ schreef, waarmee hij voor een herontdekking van Nietzsche in Frankrijk zorgde. Deleuze schreef veel over beeldende kunst, literatuur, film en uiteraard filosofie. Eind jaren ’60 verschijnen zijn twee hoofdwerken ‘Différence et répétition’ en ‘Logique de Sens’. Deleuze wordt vaak genoemd in het lijstje met Foucault en Derrida. In 1999 kwam uitgeverij Agora in de serie ‘Monografieën’ met een vertaling van Deleuzes werk onder de titel ‘Nietzsche’. In 1970 kiest Deleuze er voor (terminale lijdend aan een longziekte) om zelf een einde aan zijn leven te maken door uit het raam van zijn appartement in Parijs te springen.

Joep Dohmen (1949) 
Prof. dr Joep Dohmen is lector Bildung aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie (HTF). Sinds 2015 is hij emeritus-hoogleraar Wijsgerige en praktijkgerichte Ethiek aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Joep Dohmen studeerde filosofie in Utrecht, Berlijn en Leuven. In 1992 was hij medeoprichter van Filosofie Magazine en tot aan 1998 adjunct-hoofdredacteur. Dohmen studeerde in 1994 cum laude af op zijn werk “Nietzsche over de menselijke natuur”, dat verscheen bij Kok Kampen. Dohmen is zich gaan toeleggen op zin en zingeving of beter gesteld op levenskunst. Bij uitgeverij Damon verschenen ook twee interessante bijdragen van Dohmen; in “Links Nietzscheanisme” verscheen van zijn hand “Nietzsche over het leven als kunstwerk”, en in “Nietzsche lezen” heette zijn bijdrage “filosoferen met de hamer”. In “Nietzsche als arts van de cultuur” (Kok Kampen) heeft Dohmen ook een interessant betoog bijgedragen. Van zijn hand is ook “Het leven als kunstwerk”. Zie verder; www.joepdohmen.nu

Henk van Gelre

Henk van Gelre (1928-2012) 
Pseudoniem van H. Jansen. Journalist, schrijver en kenner van literatuur, filosofie en in die laatste hoedanigheid auteur van de 4-delige serie over Nietzsche uitgegeven door Ambo tussen 1990 en 1998. Al in deel 1 van “Friedrich Nietzsche en de bronnen van de westerse beschaving”, beklemtoont van Gelre in het voorwoord dat Nietzsche niet om slaafse volgelingen vraagt maar om zelfstandig meedenken. Over deel 1 zegt de rugtekst: “Wie Nietzsches Antichrist wil begrijpen, kan niet aan dit boek voorbijgaan.” In deel 2 schrijft van Gelre op intrigerende wijze de ontdekking van de oude Grieken door Nietzsche en hoe deze werd beïnvloed door de denkers uit de Griekse Oudheid. Een bekend thema is de vervloeking van Socrates toen alle kennis en de importantie van kennis de boventoon ging voeren. Van Gelre citeert uit “ de geboorte van de tragedie”: “Een leven dat door het denken wordt beheerst! Het denken dient het leven, terwijl bij alle vroegere filosofen het leven het denken en kennen diende: hier als doel het juiste leven, daar het hoogste juiste kennen. Zo is de Socratische filosofie absoluut praktisch; zij staat vijandig tegenover alle kennen dat geen ethische consequenties heeft.” Deel 3 begint met een lange verhandeling over Nietzsche en Wagner en sluit af met een kernachtige samenvatting van het appollinische en dionysische. In deel 4 zoomt van Gelre verder in op de ontwikkeling van Nietzsches denken in diens leeftijd tussen 31 en 45 jaar. Nietzsche was een jong genie en deze jaren waren voor hem een zeer scheppingsrijke periode, tot kort voor zijn ineenstorting. Al met al een set om vaak in terug te lezen. Henk van Gelre is absoluut een kenner en goede interpretator van Nietzsches denken geweest en heeft met dit werk de Nederlandse literatuur over Nietzsche fundamenteel verrijkt. De theologische kennis van de auteur komt herhaaldelijk tot uiting en hij typeert de religieuze roots en denkwijze van Nietzsche zeer treffend. Henk van Gelre wordt enkele keren geciteerd in een vooral informerend artikel over Nietzsche (met een kop zonder de z in zijn naam) in de Groene Amsterdammer van 20 jaar terug. Een treffende uitspraak van van Gelre: “Ik moet u eerlijk bekennen, ik ben er bijna aan onderdoor gegaan, aan Nietzsche. Het was voor mij een kwestie van kunnen leven of niet kunnen leven.” http://www.groene.nl/artikel/het-nietsche-gevoel

Peter de Graeve (1954) 
Studeerde filosofie aan de Universiteit Gent tussen 1982 en 1985. In 1987 ging hij naar Parijs om er verder te studeren bij de Nietzsche-kenner Sarah Kofman. Voltooide later (1995) aan de Universiteit Straatsburg zijn doctoraat over Martin Heidegger. Van hem verscheen “Friedrich Nietzsche: chaos en (ver)wording” (Boom, 2003). Een van de centrale thema’s is de lastige theorie van de ‘eeuwige wederkeer’ die De Graeve via een intrigerende existentiële weg onderzoekt. ‘Op zoek naar de verborgen sleutels van Nietzsches leer’ staat er op de achterzijde van het boek. En verder: “Het is een drievoudig portret: van de denker, van zijn denken – en van het zelfportret waarin de denker, zichzelf denkend, eeuwig terugkeert’. Voor De afvalligen greep hij terug op zijn vormingsjaren als filosoof aan de Parijse Sorbonne, bij Sarah Kofman, en de universiteit van Turijn, bij Gianni Vattimo. Naar hun voorbeeld beschouwt Peter De Graeve de wijsbegeerte niet als een vak, maar als een vitale drift, beoefend op het scherpst van de snee.

Ger Groot

Ger Groot (1954) 
Studeerde filosofie in Amsterdam en Parijs. Daarna woonde hij enkele jaren in Spanje en is mede daardoor een kenner van de literaire voortbrengselen uit het Iberische zuid Europa. In de jaren tachtig doceerde hij filosofie aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij zich vooral toelegde op esthetica en op de recente Franse filosofie. Van 1990 tot 1993 was hij redacteur van het levensbeschouwelijk katern Letter en geest van het dagblad Trouw. Daarna werd hij medewerker voor filosofie en (vooral Spaanstalige) literatuur van NRC Handelsblad en (tot 2008) De Groene Amsterdammer. Verder is hij columnist van Trouw en publiceert hij regelmatig in filosofische en literaire tijdschriften.Sinds 1995 doceert Groot filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar hij zich vooral bezighoudt met cultuurfilosofie en wijsgerige antropologie. Hij promoveerde daar in 2003 op zijn studie Vier ongemakkelijke filosofen: Nietzsche, Cioran, Bataille, Derrida. Per 1 september 2009 is hij benoemd tot bijzonder hoogleraar ‘Filosofie en literatuur’ aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. 

Curt Paul Janz

Curt Paul Janz (1911 – 2011)
Kwam als musicus uit Zwitserland via Wagner bij Nietzsche terecht. Hij borduurde voort op eerdere studies en biografische teksten die door Richard Blunck waren opgetekend in o.a. ‘Friedrich Nietzsche Kindheit und Jugend’ uit 1953. In samenspraak en samenwerking met Karl Schlechta zette Janz zichzelf begin jaren ’60 aan het werk om in 1978 na 15 jaar schrijven en onderzoek zijn ‘magnus opus’ over Friedrich Nietzsche te publiceren. Een driedelige band (oorspronkelijk vijf banden en samen bijna 2000 pagina’s) die zeer gedetailleerd op vele biografische gegevens rondom het leven van Nietzsche ingaat en daarom –ondanks ook veel kritiek die het zeer uitvoerige werk kreeg – nog steeds als een van de meest uitgebreide en gehanteerde biografieën over Nietzsche geldt. De drie banden zijn in veel talen verschenen. In 1990 verscheen de Nederlandse versie (twee delen, samen goed voor bijna 1000 pagina’s) bij Tirion. De totale biografie is goed maar af en toe wel in wat archaïsch woordgebruik vertaald en her en der ook wat ingekort. De studie van Janz (die ik dus vanwege volledigheid het liefst in de Duitse versie ter hand neem) kenmerkt zich door een zeer nauwgezette weergave van allerlei documenten die het beeld van gedachten en leven van Nietzsche zeer compleet maakt; zijn vrienden, de plekken waar hij vertoefde, en vele andere facetten die het beeld van de tijd en de denker toegankelijk maken. Janz heeft er ook aan bijgedragen om de vele mythes rondom Nietzsche te ontrafelen. Voor de Nederlandse Nietzsche onderzoeker die het Duits wat minder ligt is de Nederlandse vertaling een perfecte toegang tot leven werk van Nietzsche.

Karl Jaspers (1883-1969) 
Duits psychiater en filosoof. Hechte vriend van Hannah Arendt en in afnemende mate van Martin Heidegger. Jaspers heeft veel studies op filosofisch , theologisch en politiek/sociologisch vlak op zijn naam staan. Hij kreeg internationaal grote bekendheid door de kwaliteit van zijn werken en denken. Het is dan ook een indrukwekkende lijst van werken die Jaspers heeft geschreven. Werken over Nietzsche zijn o.a. “Nietzsche. Einführung in das Verständnis seines Philosophierens” en het eveneens in het Nederlands vertaalde ‘Nietzsche und das Christentum’

Jan Keij

Jan Keij (1948)
Zelfstandig gevestigd filosoof die promoveerde op het proefschrift De structuur van Levinas’ denken. Keij is auteur van verschillende boeken over Levinas, waaronder De filosofie van Emmanuel Levinas – In haar samenhang verklaard voor iedereen (Klement/Pelckmans, 2006). Hij geeft cursussen, onder andere in de gezondheidszorg maar meldt in 2020 dat het even op een laag pitje staat i.v.m. het schrijven van een volgend boek. In oktober 2011 verscheen van zijn hand het boek Nietzsche als opvoeder (Klement/Pelckmans).  In oktober 2012 verscheen zijn boek Levinas in de praktijk – een handleiding voor het best mogelijke helpen, privé en in de zorg (Klement, Pelckmans).In “Nietzsche als opvoeder” weet hij leven en werk van Friedrich Nietzsche in een begrijpelijke en toegankelijke wijze toe te lichten. Geen moeilijk toegankelijke analyses maar meer op de praktijk toegepaste benadering voor met name de gezondheidszorg. Zie verder: www.keijfilosofie.nl

Sarah Kofman (1934-1994)
Franse schrijfster en filosofe die zich heeft toegelegd op het werk van Sigmund Freud en Friedrich Nietzsche. Ze werkte in het begin van haar carrière in Toulon samen met Gilles Deleuze. Eind jaren ’60 ontmoette zij de filosoof Jacques Derrída bij wie zij colleges ging volgen. Haar eigen loopbaan zette ze voort op Universiteit Panthéon-Sorbonne, vanaf begin jaren ’90 als professor in de wijsbegeerte. Sarah Kofman’s werk heeft naast veel invloeden van Nietzsche en Freud ook invloeden van Shakespeare en August Comte. In de werken die haar interesseren en zelf schrijft heeft de positie van de vrouw een prominente plek. Over Nietzsche schreef ze ‘Nietzsche et la métaphore’ (1972) en in 1979 ‘Nietzsche et la scène philosophique’. Haar leven werd sterk bepaald door haar joodse afkomst o.a. door de deportatie van haar vader die in 1943 in Auschwitz werd vermoord. Zelf maakte zij, nog maar net 60 jaar geworden, een einde aan haar leven. Dat deed ze op de 150e geboortedag van Friedrich Nietzsche, 15 oktober 1994. In Nederland kreeg ze meer bekendheid door een essay van Joke Hermsen in haar ‘Heimwee naar de mens’ (2003).

Wolfgang Müller-Lauter

Wolfgang Müller-Lauter (1924-2001)
Duits filosoof die vooral vanwege zijn Nietzsche-interpretaties grote bekendheid verwierf. Hij was ook de eerste ontvanger van de Friedrich Nietzsche Preis in Sachsen-Anhalt. Een prijs die vanaf 2015 een internationaal karakter kreeg. Via denkers als Sartre, Camus, Dostojewski en Heidegger kwam hij uiteindelijk bij een grote bron terecht; Friedrich Nietzsche. In 1961 verscheen zijn studie over het nihilisme met als titel “Zarathustra’s Schatten hat lange Beine”. In 1963 volgt een lezing over de gevolgen van het het nihilisme met steeds sterke verwijzingen naar Nietzsche. In 1971 verschijnt zijn bekende werk: “Nietzsche, seine Philosophie der Gegensätze und die Gegensätze seiner Philosophie”. In 1972 was hij mede-oprichter van het tijdschrift ‘Nietzsche-Studien”. Na de dood van Mazzino Montinaris nam hij diens uitgevers werkzaamheden over en werkte dus mee aan de ‘Kritische Gesamtausgabe’. Müller Lauter is een zeer belangrijke kenner geweest die Nietzsche uit de grijze hoek van misinterpretaties heeft gehaald en Nietzsche een zeer vooraanstaande en serieuze positie heeft gegeven na alle misbruik in de fascistische kringen en vooroordelen na de Tweede Wereldoorlog.

Werner Ross
Werner Ross

Werner Ross (1912-2002)
Duitse publicist en literatuurcriticus die een biografie over Nietzsche schreef die in 1980 in Duitsland uitkwam en nog steeds een veelgelezen werk over Nietzsche is: ‘Der ängstliche Adler’. Als Germanist en filosoof schreef hij meerdere historische titels tot aan een autobiografie die in 2003 verscheen onder de titel ‘Mein Leben und meine Ansichten’. In 1994 kwam zijn boek ‘Der wilde Nietzsche oder Die Rückkehr des Dionysos’ en een biografie over Lou Andres-Salomé. Het Nietzschehaus in Sils Maria kent voor studenten tot 35 jaar het Werner Ross Stipendium waarmee het mogelijk is vier weken lang kosteloos in het Nietzschehaus te verblijven. Ross was van 1964 tot 1972 directeur van het Goethe Institut in München en als vaste literatuurcriticus verbonden aan de Frankfurter Allgemeine Zeitung.

Rüdiger Safranski

Rüdiger Safranski (1945) 
Duits auteur en filosoof met een herkenbare en toegankelijke schrijfstijl. Heeft een grote kennis over het leven en werk van Nietzsche en een zeer duidelijke biografie geschreven, getiteld: Friedrich Nietzsche, Biographie seines Denkens. Safranski weet ook een geïnteresseerde lezer die niet echt bekend is met de denkwereld van Nietzsche, in elk overzichtelijk hoofdstuk zeer te boeien. Dit doet hij ook in andere werken over grote namen zonder het gevoel te geven dat je de zoveelste inleiding (van een inleiding) zit te lezen. Het meeste van zijn werk is overigens ook vertaald in het Nederlands. Mark Wildschut vertaalde voortreffelijk de “Biographie seines Denkens”:
“Er is bijna niemand die ons denken zo sterk heeft beïnvloed als Nietzsche. Nadat de filosofen het misbruik van zijn geschriften hebben rechtgetrokken en de historici de feiten van zijn leven op een rijtje hebben gezet, presenteert Rüdiger Safranski hier wat er nog niet was: de biografie van Nietzsches denken. Friedrich Nietzsche (1844-1900), de grote filosoof van de negentiende eeuw en schrijver van een ijzersterke, gepolijste taal, wilde, zoals hij een keer heeft opgemerkt, door zijn denken de dichter van zijn leven worden. Hij heeft rollen gekozen en maskers opgezet, bijvoorbeeld die van vrije geest, psycholoog, moralist, profeet en nar, en toch is zijn denken existentieel, omdat het om de vormgeving van het eigen leven gaat. Zijn denken is experimenteel, omdat heel de traditie van de kennis en de moraal erin op de proefbank wordt gelegd. En het is exemplarisch in zijn antwoorden op het probleem van het nihilisme. Hij was dynamiet, zei Nietzsche van zichzelf, en inderdaad was zijn denken een laboratorium van de moderniteit, waarin met uiterst gevaarlijke stoffen werd gewerkt. Een eeuw na zijn dood is het tijd na te gaan wat Nietzsche met zijn filosofie van de wil tot macht heeft aangericht, zowel ten goede als ten kwade.” (Omslagtekst, Uitgeverij Atlas). Ook over andere grootheden als Goethe en Schiller, Schopenhauer en Heidegger, heeft hij toegankelijke en heldere biografieën geschreven:

  • Goethe
  • Goethe und Schiller, Geschichte einer Freundschaft
  • Schiller als Philosoph, eine Anthologie
  • Ein Meister aus Deutschland, Heidegger und seine Zeit
  • Nietzsche
  • Das Böse oder das Drama der Freiheit
  • Romantik, eine deutsche Affäre
  • Wieviel Globalisierung verträgt der Mensch?

Schaap

Sybe Schaap (1946) 
Politiek filosoof en tot maart 2019 namens de VVD lid van de Eerste Kamer. Schaap werd in 1996 doctor in de wijsbegeerte aan de VU in Amsterdam. In 2001 verscheen zijn boek “het onvermogen te vergeten” en in 2003 “De mens als maat: Nietzsche’s worsteling met het ressentiment”. Over “het onvermogen te vergeten” de synopsis van uitgeverij Damon:

“Dit boek is een zeer leesbare inleiding tot het denken van Nietzsche waarbij de auteur tevens de actuele betekenis van dit denken duidelijk maakt.Wie gedacht mocht hebben dat de moderne samenleving tevredenheid zou voortbrengen, lijkt zich te vergissen: slachtoffergevoel grijpt om zich heen, lijkt zelfs verlokkend. Met zijn ‘laatste mens’ kondigde Nietzsche dit al aan: alom beleving van leed, alom een klagen dat niet zomaar een klacht wil zijn, maar wil aanklagen. Na de ‘dood van God’ zoekt de mens de grond van zijn ongenoegen echter niet langer in zichzelf, in een eigen tekort. Hij richt zich naar buiten, in de overtuiging dat iemand toch schuldig moet zijn aan zijn ongenoegen. Gezocht wordt de verantwoordelijke, de schuldige. Waarom? Men wil wraak. Dit maakt een van de hoofdthema’s van Nietzsche’s filosofie nog altijd actueel, ook nog nadat de grote ideologieën niet langer in staat blijken deze wraakzucht te mobiliseren. Voorliggend boek gaat diep in op dit thema. Het begint met de vraag, waarom de mens al zo vroeg in zijn bestaan geen waarheid kon verdragen. Waarom werden de harde kanten van het bestaan niet als uitdaging gezien, maar gediskwalificeerd als kwaad. Vanuit deze vraag wordt het menselijke geheugen tot thema gemaakt. Daarop wijst de titel van het boek: het onvermogen te vergeten. Hoe kon de beleving van kwaad zo diep inwerken, hoe kan het zo lang nawerken, altijd nog? Omdat de mens zo slecht vergeet; er wordt vergelding gezocht: vergelding, omdat het slachtoffer de last van het gebeurde niet achter zich weet te laten. Nietzsche maakt duidelijk hoeveel de mens nog moet overwinnen om het bestaan een waagstuk, een uitdaging te laten zijn, hoe daaraan vreugde kan worden beleefd. Het is een overwinning die een bovenmenselijke inspanning vraagt, die van de zelfoverwinning. Het boek maakt duidelijk wat Nietzsche in dit verband met de ‘Übermensch’ bedoelt. Deze heeft het zwaarste van het menselijke bestaan kunnen overwinnen, de verbittering, de wraakzucht. Vergeten in plaats van aanklagen, de blik voorwaarts in plaats van achterwaarts, vreugde in plaats van bitterheid. Wie heden ten dage om zich heen blikt, zal beseffen hoe lang Nietzsche nog actueel zal blijven.”

Het rancuneuze gif, de opmars van het onbehagen (2012) is een boek dat vele veelal ongenuanceerde reacties opwierp op de sociale media waardoor de inhoud van het boek zichzelf als het ware een bestaansgrond gaf. In 2018 verscheen bij Damon van Sybe Schaap ‘De populistische verleiding’, en in 2019 ‘Het wendbare verleden. Nietzsche in postmoderne tijden’, de laatste kroon op zijn studie naar het populisme.

Herman Siemens

Herman Siemens (1963)
Studeerde veel internationaal en is nog steeds internationaal actief in wetenschappelijk Nietzsche onderzoek. Siemens is verbonden aan o.a de Universiteit van Leiden. De website van de LEI meldt: Siemens teaches modern philosophy, with emphasis on the self-understanding of modernity developed in the philosophy of the Enlightenment and post-Enlightenment. His areas of specialization are Nietzsche and post-Nietzschean thought; political philosophy, with an emphasis on power, conflict and law; and aesthetics, with an emphasis on its early modern history (Baumgarten, Kant, Schiller, German Romanticism) and questions of taste, perception and judgement. Since 1998 he has been working together with other Nietzsche scholars on the Nietzsche-Wörterbüch Project, based at the Radboud University of Nijmegen and Leiden, which he currently co-directs and co-edits with Prof. Paul van Tongeren.

He has published widely in his areas of expertise, including the volume Nietzsche, Power and Politics, co-edited with Vasti Roodt (de Guyter 2008). At present he is preparing a monograph on Nietzsche’s concept of the agon, and a collection of concept-studies based on his dictionary work, to be published in a new bilingual series he will launch in 2013: Studien zu Nietzsche’s Gebrauch der Sprache / Studies in Nietzsche’s Use of Language. Over the next few years, he will extend this research on the agon into a broader study of Nietzsche’s ‘ontology’ of conflict and its political implications in connection with the NWO research programme he directs: Between Deliberation and Agonism: Rethinking Conflict and its Relation to Law in Political Philosophy.

Peter Sloterdijk

Peter Sloterdijk (1947) 
Duitse filosoof en schrijver met Duitse moeder en Nederlandse vader. Hij is rector van de Staatliche Hochschule für Gestaltung in Karlsruhe waar hij filosofie en esthetica doceert. Sloterdijk werd bekend met een opzienbarend werk in de academische milieus van Duitsland: “Kritik der zynischen Vernunft” (1983). Zijn schrijfstijl heeft soms iets weg van Nietzsche, of beter gezegd, je merkt de invloeden van Nietzsche in zijn ponerende en soms aforistische wijze van schrijven. Sloterdijk ziet de noodzaak voorbij het nihilisme te kijken en niet in cynisme te vervallen. “Sphären”, volgde in 2004 (in het Nederlands uitermate knap vertaald als “Sferen” door Hans Driessen, uitg. Boom) waarin Sloterdijk de wijze waarop de mensheid de levensvragen en de invulling van het leven, vormgeeft, uitlegt aan de hand van sferen c.q. bellen die structuur geven aan ons bestaan. Een complex bouwwerk uit verschillende invalshoeken opgebouwd maar duidelijk op een Nietzsche fundament neergezet. Eveneens door Hans Driessen vertaald en in 2011 door Boom uitgegeven: “Du sollst dein Leben ändern” (vertaald als: “je moet je leven veranderen”). Een complex werk dat de neiging heeft naar alle kanten op te gaan maar desalniettemin interessant wanneer je de samenhang niet altijd probeert te zoeken. Een paar zinnen: “Die effektivste Weise, zu zeigen, daß es Religion nicht gibt, besteht darin, selbst eine in die Welt zu setzen.” Of verderop: ”Nicht der hat Religion, der an eine heilige Schrift glaubt, sondern der, welcher keiner bedarf und wohl selbst eine machen könnte.” In kenmerkende Sloterdijk stijl: “Es sind dieselben, die auch in religiösen Dingen sozusagen durchschlafen (…). In ihren Eigenwelten befangen, hören die Menschen nicht, was ihnen die Nichtschläfer zu sagen haben. Redet man zu ihnen von dem Logos, der durch alles wirkt, zucken sie mit den Schultern. Von dem Einen sehen sie nichts, obschon sie in es eingetaucht sind. Sie tun, als suchten sie den Gott, obwohl er vor ihnen steht.” De analogie van Heraclitus dat “alles stroomt” weet Sloterdijk op een eigen wijze anders in te vullen: “In Wahrheit erinnert der dunkle Satz an eine tiefere Irreversibilität: daß nämlich, wer einmal aus dem Wasser gestiegen ist, nicht mehr zu der ersten Art des Schwimmens zurückkehrt.” 
In mei 2011 ontving Sloterdijk een ere-doctoraat aan de Radbout Universiteit Nijmegen. Belangrijke werken van Peter Sloterdijk:

Andreas Urs-Sommer

Andreas Urs Sommer 
Uit de handen van Andreas Urs Sommer (1972) verschenen meerdere en zeer uitgebreide commentaren op diverse werken van Nietzsche, een van zijn specialismen als professor in de filosofie in Duitsland. Sommer doceerde al aan meerdere universiteiten in Duitsland en het buitenland (o.a. Bazel, Mannheim, Princeton, Londen en Freiburg waar hij nu als “Ausserplanmäßigen Professor” door het leven gaat. Interessant in de Nietzsche context is zeer zeker zijn positie als directeur van de Friedrich Nietzsche Stiftung in Naumburg. Religie, Nietzsche en Stoa zijn specialismen van Sommer. Sowieso maar zeer zeker voor zijn jonge leeftijd heeft hij opmerkelijk veel op zijn naam staan. Zijn teksten krijgen internationaal steeds meer aandacht en zijn vaak erudiete commentaren op Der Antichrist, Ecce Homo, de Dionysos Dithyramben, Nietzsche contra Wagner, der Fall Wagner, Zur Genealogie der Moral en Götzendämmerung. In 2018 verscheen zijn ‘Was bleibt von Nietzsches Philosophie?’ Andere interessante werken zijn ‘Lohnt es sich, ein guter Mensch zu sein?’, ‘Die Kunst selber zu denken’ en ‘Die Kunst des Zweifelns’.

  • Kritik der zynischen Vernunft
  • Regeln für den Menschenpark (verschillende bijdragen o.a. ook van R. Safranski)
  • Sphären
  • Du sollst dein Leben ändern

Paul van Tongeren

Paul Van Tongeren (1950)
Studeerde theologie en filosofie en is gepromoveerd op een proefschrift over de moraalkritiek van Nietzsche. Van Tongeren is als emeritus hoogleraar wijsgerige ethiek verbonden aan de faculteit wijsbegeerte van de Radboud Universiteit. Vanaf 2002 tevens buitengewoon hoogleraar ethiek aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is verbonden aan het zg. Nietzsche Research Group in Nijmegen waar al jaren onder zijn leiding gewerkt wordt aan het “Nietzsche-Wörterbuch”, een monnikenwerk met honderden trefwoorden m.b.t. het werk van Nietzsche. De eerste van 4 banden staat op naam van van Tongeren en diens collega Gerd Schank. Paul van Tongeren schreef verder veel over cultuurfilosofie en ethiek. Bekend zijn o.a. “Deugdelijk leven. Een inleiding in de deugdethiek” (Sun), “Over het verstrijken van de tijd” (Valkhof Pers) en drie CD-boxen: “Geluk, deugd, plicht, keuze”, “Aristoteles” en “Nietzsche over het nihilisme”. Bij van Tilt verscheen in 2013 een naar mijn mening zeer belangrijk en interessant werk van zijn hand onder de titel: “Het Europese Nihilisme, over een dreiging die niemand schijn te deren.”  Hij behandelt in dit boek o.a. de zienswijzen van Nietzsche en diens onheilspellende woorden over de 20e eeuw. Nu we “van God los zijn” ervaren we nog steeds niet een gebeurtenis die we schijnen te deren. Maar staat er ons nog iets te wachten? Een grotere morele of culturele crisis dan wel een verval die we ons (nog) niet concreet kunnen voorstellen? Een citaat uit het boek: “Het heeft geen zin daartegen in te brengen dat niet alles geoorloofd is en dat de mens zelf zijn verantwoordelijkheid moet en kan nemen; dat wij, autonoom als we zijn, zelf de “regels voor het mensenpark” moeten opstellen. Want hoe zouden we dat kunnen? Er is immers geen criterium meer om te onderscheiden tussen wel en niet geoorloofd! Geen criterium dat kan standhouden tegenover het geweld van degenen die machtig genoeg zijn om zich er niet aan te storen. Als God wordt ontmaskerd als een antropomorfe uitvinding of een projectie van de mens , lijkt dat in eerste instantie weliswaar een bevrijdende gedachte, maar vervolgens ontdekt de mens de antropomorfie van zijn hele wereld. Zijn nieuwe verworven centrale plaats in de wereld blijkt te berusten op niets anders dan zijn eigen verlangen om het centrum te zijn. En dat verlangen kan zich niet rechtvaardigen, zodat het slechts kan leiden tot een strijd zonder spelregels.” Boeken van Paul van Tongeren:

  • Omdat wij van onszelf geen huis zijn
  • Is vergeving mogelijk
  • Deugdelijk leven
  • Vreemde verwanten
  • Corresponderende denkers
  • Voorbeeldig onderwijs
  • Het Europese nihilisme
  • Leven is een kunst
  • Nietzsche als arts van de cultuur
  • Nietzsche (serie ‘Elementaire Deeltjes’ van AUP)

Gerard Visser

Gerard Visser (1950) 
Nederlands filosoof en werkzaam als Universitair Hoofddocent Cultuurfilosofie aan de Universiteit Leiden (faculteit Geesteswetenschappen).  Nietzsche & Heidegger, een confrontatie dat in 1987 als proefschrift verscheen, kwam twee jaar later als boek uit bij SUN in Nijmegen. Een toegankelijk boek met heldere analyses en visies. Geen gemakkelijke opgave overigens, aangezien Heidegger’s denken over waarheid en het Zijn, niet altijd gemakkelijk toe te lichten zijn. Halverwege het boek: “de belangrijkste vraag waar een denken dat zich bezint op de waarheid van het zijn mee bezighoudt, is die naar de verborgenheid van het wezen van het zijn.” Met andere woorden: het zijn verbergt zich en is in zijn wezen misschien niets anders dan het zich verbergen.Visser citeert met enige regelmaat uitspraken van Nietzsche, ook een bekende uit 1888 waar Nietzsche Parmenides aanhaalt: “Parmenides heeft gezegd: “men denkt dat niet , wat niet is” – wij zijn aan het andere eind en zeggen “wat gedacht kan worden, moet zeker een fictie zijn”. Denken heeft geen greep op realiteit, maar alleen op —“ In 2012 verscheen van Gerard Visser bij uitgeverij Van Tilt: “In gesprek met Nietzsche” . Volgens de synopsis van het boek bepleit Visser een dubbele lezing van Nietzsche’s geschriften. Visser is een hedendaagse denker die Nietzsche “stevig” aanpakt maar zich ooit door zijn denkbeelden liet inspireren. Gerrit Komrij schreef ooit: Zijn invloed is onmetelijk geweest; iedereen na 1900 heeft op zijn tijd, op jonger of later leeftijd, rekenschap moeten afleggen van zijn verhouding tot Nietzsche.