‘Vergeet de zweep niet’

‘Vergeet de zweep niet’

Soms speel ik met de gedachte hoe de geschiedenis en het leven van Nietzsche hun beloop zouden hebben gehad wanneer er een vrouwelijke en intieme relatie voor hem had bestaan? Wat zou er literair en filosofisch zijn ontstaan naast een dergelijke intieme warmte van een vrouwelijke partner in een huiselijk 19-eeuws samenzijn?  Wanneer een jongere Nietzsche zijn liefde in de erkenning door een ander zou hebben gevonden? Waar een werelds thuisgevoel de voorwaarde creëert voor een beschouwelijke Heimat? Is het antwoord dan al gauw vervat in de opmerking dat veel groots in de kunsten is ontstaan door het leven van de misantroop die, afziend van geluk of deze niet kan vinden, geteisterd door armoede en het gemis aan een plek waar de ziel kan rusten, de mooiste creaties voortbrengt?

De gedachte waarin het reeds gevloeide water in een gewijzigde bedding een andere koers zou nemen voedt hypotheses die geen einde kennen. Maar het kan de afstand scheppen om naar zaken in het ‘toen en daar’ te kijken. Naar uitspraken die specifiek met in dit geval de vrouw te maken hebben. Dan kom je al gauw bij zijn vaak geciteerde uitspraak dat je de zweep niet moet vergeten wanneer je naar de vrouwen gaat; ‘Du gehst zu Frauen? Vergiß die Peitsche nicht!’. De uitspraak past als zovele van Nietzsche perfect in de potpourri van mis te vatten gedachten uit zijn geest en pen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hij er om gevraagd heeft door met dubbele bodems, mythologische verwijzingen, symboliek en poëtische vondsten te werken. De Zarathustra alleen al staat er vol mee.

De zweep kruiste onlangs mijn pad toen ik het prachtig vormgegeven boekje ‘Vergeet de zweep niet’ van Cornelis Verhoeven in mijn handen had. Een klein en kleurrijk boekwerkje dat door uitgeverij Damon in 1997 werd uitgegeven. ‘Aantekeningen bij een uitspraak van Nietzsche’ fraai en rijkelijk geïllustreerd met aquarellen van Nelleke de Laat die al eens eerder illustraties voor Verhoeven maakte. Cornelis Verhoeven is in mijn ogen een denker van Nederlandse bodem die het laagland dat ons zo typeert al vroeg tijdens zijn leven en ook daarna ontsteeg. Ik herinner me o.a. zijn prachtige verhandelingen in ‘Het gewicht van de buitenstaander’ en ‘Weerloos denken’ met als ondertitel ‘beschouwingen over de inval en het oeuvre’. In het eerstgenoemde boekje schrijft Verhoeven o.a. over de tegenstelling tussen enerzijds de machteloze denker versus de macht van de pragmaticus, een en ander verder denkend vanuit de tegenstelling tussen de oosterse denkwijzen en het streven naar materieel zichtbaar resultaat dat onze samenleving steeds verder lijkt te domineren.

In het werk van Verhoeven (1928-2001) is sowieso de weerloosheid een geliefd en vaak beschouwd onderwerp. In bijna al zijn werken komt het beperkte stuur dat de mens over zijn eigen koers heeft steeds als centraal thema terug. Dat zag hij ook terug in ons taalgebruik en onze automatismen waarin goed beschouwd minder vernieuwing ontstaat dan in bijvoorbeeld de technologische. Een identieke boodschap verpakt zichzelf door de jaren en eeuwen heen in steeds weer een andere gedaante. Een mooi werk in dat kader is ‘Het besef’ uit 1991. Het geloof liet Verhoeven ondanks zijn katholieke opvoeding in het Brabantse Uden tijdens en na zijn studie letteren in Nijmegen achter zich. Een mooie uitspraak van hem die ik eens las luidt ‘Wij zaaien wel, maar wat we zullen oogsten bepalen we niet zelf’. En een andere bekende van hem zou een ‘Loesje’ poster kunnen zijn: ‘Filosofie is hetzelfde anders leren zien’. Na zijn studie doceerde Verhoeven 27 jaar klassieke talen aan de middelbare school. Tussendoor schreef hij aan essays en beschouwingen vele boeken bij elkaar. In de jaren zestig toen de katholieke kerk met een reveille bezig was, werden zijn artikelen in deze kringen veel gelezen en vormden samengestelde essays o.a. het boek ‘Rondom de leegte’, dat zijn grootste succes werd. Toch bleef Verhoeven een denker die in de marge bleef opereren, wellicht enigszins voortkomend uit zijn eigen ongeloof in de maakbaarheid van de dingen, maar ook door een ondermaatse promotie, zeker in vergelijk met de prijzenoorlog die momenteel vanuit de commercie tot ons komt. In 1971 ontving hij de Anne Frankprijs en 8 jaar later zowaar de P.C. Hooftprijs voor beschouwend proza. Daarop bekleedde hij twee jaar later de leerstoel antieke filosofie aan de UvA. Desalniettemin bleven zijn pen en werken een zekere anarchistische en anti-academische toon uitslaan. Dat vertrekpunt is misschien de brug die ik ervaar wanneer we de teksten van Nietzsche kennen. Filosofie is geen kennisvak maar een activiteit waarmee denken en beschouwen vanuit verwondering de geest ontwikkelt zoals sport het lichaam voedt. Het belang van die vervreemding van het bestaan, het stilstaan bij het ‘verwonderen en denken’ (zie bijvoorbeeld ook aforisme 6 uit de Vrolijke Wetenschap) is wat me zo aantrekt in de overdenkingen van Verhoeven. Is het de religieuze inslag van beide denkers?

Terug naar de zweepslagen in de relatie tot de vrouw(en). Verhoeven merkt in zijn kleine boekje terecht op dat het heel gemakkelijk te plaatsen is in de vrouwonvriendelijkheid van Schopenhauer en eveneens in een lange traditie van mannelijke dominantie en stoerheid. Maar doet het daarmee recht aan de boodschap die Nietzsche hiermee wilde uitdrukken? Zarathustra loopt met een kleine verstopte waarheid die hij op advies van een oudere vrouw spreekwoordelijk de mond snoert -die waarheid welteverstaan- die vervolgens een waarschuwing behelst en wel om de zweep niet te vergeten wanneer je naar de vrouwen gaat. Een aanmoediging nadat een vraag is gesteld; wanneer je naar de vrouwen gaat (dus in het geval dát) vergeet dan je zweep niet. Maar wie zal in de relatie tot die vrouw(en) –en er is geen bordeelbezoek gesuggereerd – deze zweep hanteren? We denken hierbij met name aan de verhouding die Nietzsche (= Zarathustra, = de uitspraak van de oude vrouw) tot andere vrouwen innam. Hoffelijk, zeer voorkomend, dienend. De tekst ontspringt uit Nietzsches hoofd in het jaar waarin hij ook een sterke hoofse liefde voor Lou Salomé voelt en zijn vriend Paul Rée als opponent heeft. Lou von Salomé (Louise), zoals ze officieel heette, was zijn pad in Rome gekruist in april 1882 hetgeen tot een sterke amoureuze en stormachtige crisis in Nietzsches leven leidde. Hij vraagt haar uiteindelijk ten huwelijk maar het verzoek werd door Lou discreet afgewezen. Hier komt overigens weer mijn vraag omhoog waarmee ik dit betoog begon. Uit dezelfde periode stamt de overbekende foto van Lou von Salomé, Paul Rée en Friedrich Nietzsche waarin zij gedrieën op een door Nietzsche zorgvuldig geënsceneerde foto staan. Lou in de bak van een ladderwagen die voor de gelegenheid dienst deed als een zegekar uit de oudheid, en beide heren filosofen ervoor, ingespannen als kleine paarden. Lou zwaait wat vervaarlijk met haar zweep terwijl zij in de lens van de fotograaf kijkt. Vanaf de opname is de sluier van hetgeen bedoeld is een eigen leven gaan leidien. Verhoeven citeert in zijn essay de biografie van Janz waarin deze duidelijk te verstaan geeft dat de beide filosofen gestuurd worden door deze vrouw. Verhoeven trekt wat kennis over de klassieke oudheid uit zijn lade. Is het hier de triomf van Bacchus die Nietzsche wil uitdelen? Of is het Phyllis, een dame uit de kring van Alexander de Grote, die de filosoof Aristoteles een lesje wilde leren in de omgang met de vrouwen? Is het een uitdrukking van wraak op het mannelijke, voortkomend uit een oergevoel van rancune na lange periodes van onderdrukking? Verhoeven lijkt daar meer in te geloven en ondersteunt dit met een beeld van ene Hans Baldung Grien uit 1515 die in zijn houtgravure een soortgelijk tafereel creëerde. In beide beelden de zweep, in de andere hand de teugels en –niet onbelangrijk- in beide beelden lijkt de dame die zweep niet echt te willen gebruiken maar er meer een waarschuwend signaal vanuit te willen laten gaan. Na de bekende uitspraak volgt –Verhoeven verwijst naar de uitgave van Colli-Montinari- de zin: ‘In der Art, wie und was man ehrt, zieht man immer eine Distanz um sich’. Dezelfde afstand waarover hij vertelt in de Fröhliche Wissenschaft ‘Der Zauber und die mächtigste Wirkung der Frauen ist, (…) eine Wirkung in die Ferne, eine actio in distans: dazu gehört aber, zuerst und vor allem – Distanz.’ Met andere woorden, de zweep draagt de symboliek van deze distantie. De vraag dient zich op of hier de persoonlijke dimensie in de liefde voor Lou de romanticus Nietzsche tot deze innerlijke verbeelding heeft gebracht. Een afstand tot Lou die onoverbrugbaar leek. En is er in die zin niet al teveel waarde gehecht aan deze pose door het tegenovergestelde (de dominantie van de man over de vrouw) aan te willen duiden? Passend in het rijtje van de ‘Übermensch’ en de ‘God is dood’ gedachte zoals deze nog steeds worden gedoceerd, gedeeld en misbruikt.

De vertwijfeld zoekende Nietzsche schrijft in een soort affirmatie in augustus aan Lou: ‘(…) Zuletzt, meine liebe Lou, die alte tiefe herzliche Bitte: werden Sie, die Sie sind! Erst hat man Not, sich von seinen Ketten zu emanzipieren, und schließlich muß man sich noch von dieser Emanzipation emanzipieren! Es hat jeder von uns, wenn auch in sehr verschiedener Weise an der Ketten-Krankheit zu laborieren, auch nachdem er die Ketten zerbrochen hat. Von Herzen Ihrem Schicksale gewogen – denn ich liebe auch in Ihnen meine Hoffnungen.’

Mooie woorden die misschien iets over het ‘vermogen te kunnen vergeten’ zeggen, althans zo geeft Verhoeven duiding aan het gedrag van de oude vrouw die Zarathustra haar wijsheden deelt. De zweep als symbool van distantie. Afstand uit behoefte aan vriendschap, in naam van de vriendschap! Maar ik zie hier ook een biografisch element; Lou was op haar jonge leeftijd van 21 jaar al een zeer sterke vrije geest die zich weliswaar had vrijgemaakt van menig ketting maar moest in de ogen van Nietzsche (37 jaar) ook haar weg vinden in die vrije omgeving. Verhoeven citeert in zijn boekwerkje niet de laatste zin in bovenstaand aangehaald deel van de brief die Nietzsche stuurde en die ik hier toch graag wil noteren; (…) ich liebe auch in Ihnen meine Hoffnungen.’ Nogmaals komt de vraag omhoog; wat nu als Lou de sterke aanbidding van Nietzsche wél had beantwoord?

In zijn hermeneutische zoektocht naar Frau, Weib en Weiblein haalt Verhoeven een aantekening van Lou uit die periode aan; ‘Die Liebe macht das Mädchen zum Weibe, die Heirath zur Frau.’ Die uitspraak indachtig zou Nietzsche met een denigrerende bedoeling van de zweep eerder voor ‘Weib’ of ‘Weiblein’ hebben gekozen maar de tekst spreekt zeer duidelijk over ‘Frauen’.

Lou von Salomé schreef in 1894, enkele jaren na de geestelijke ineenstorting van ooit haar grote aanbidder, een biografie: ‘Nietzsche in seinen Werken’. Een interessant werk met een sterke persoonlijke terugblik. Daarover echter een andere keer.

Afsluitend geeft een gedachte van de latere schrijfster en psychoanalytica uit eveneens augustus 1882 bijna een onderschrift bij de beroemde foto: ’Liebe ist für Männer etwas ganz Anderes als für Frauen. Den Meisten wohl ist die Liebe eine Art von Habsucht; den übrigen Männern ist Liebe die Anbetung einer leidenden und verhültten Gottheit’, waarna ze afsluit met ‘Wenn Freund Rée dies läse, würde er mich für toll halten.’

‘Vergeet de zweep niet’ van Cornelis Verhoeven is antiquarisch nog te verkrijgen. Over de filosoof zelf is een interessant Engelstalig blog: https://cornelisverhoeven.wordpress.com
Zie verder ook Ischa Meijer uit 1991:
https://www.youtube.com/watch?v=37YOXmoN7xo

2 gedachten over “‘Vergeet de zweep niet’

  1. Hr. Peters/Stephan,
    ik zie uit naar een verder verslag over Lou Salomé die ik zelf zeer bewonder om haar inzichten en daadkracht. Zou passen op dit (overigens fraaie en interessante) blog!

    Anneke

  2. Geachte heer Peters, Dank voor uw interessante uiteenzetting over Nietzsche en de vrouwen. Ik lees in ‘De vrolijke wetenschap’ boek 2. Ik lees langzaam en het roept, naast zijn grappige teksten ook wel vragen op. Zo schrijft hij dat ‘de charme en de krachtigste werking van vrouwen is, in de taal van filosofen, een werking op afstand is; distantie! U schrijft hier ook over in uw krachtige blog. Let wel; in de taal van filosofen! Hoe zit het in de taal van ons? Ook distantie? En wat kunnen we hier dan mee? Zou het niet kunnen dat door zijn onbeantwoorde liefde voor Lou het een helpende ‘filosofische’gedachte is om hem over zijn verdriet en afgewezen liefde voor Lou heen te helpen. Zo van; veilig op afstand zetten want dan word ik ook niet gekwetst. Het zal je maar gebeuren dat je tot 2x toe wordt afgewezen door een vrouw waar je smoorverliefd op bent. Dat moet toch een scheur in zijn ziel geweest zijn van heb ik me jou daar!! Als hij schrijft (aforisme 62)’de liefde vergeeft de beminde zelfs de begeerte”, schrijft hij dan niet dat hij altijd vergeven moet worden als hij zich in een onbedwingbare begeerte op zijn Lou zou storten? Want uit liefde! Het onstuimige Dionysische, was hij daar net als zijn geliefde Grieken niet het meest verzot op?
    Ach, is niet het enige wat overblijft de wetenschap dat alles comedy is…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *