Thomas Mann en Menno ter Braak

Thomas Mann en Menno ter Braak

“Das zweite Jahresende in diesem Lande. Legte den neuen Kalender auf. Mit welcher Spannung sieht man dem kommen – den verhängnisvollen Jahr entgegen! Was man treibt gewinnt mehr und mehr den Charakter des Zeitvertreibes. Möge er ehrenvoll sein.“ De laatste zinnen uit het vierde deel van de in totaal 10 omvangrijke „Tagebücher“ (inclusief noten bij elkaar een slordige 9.000 pagina’s) van Thomas Mann. Het jaar 1939 is ten einde en de blik vooruit voorspelt niet veel goeds. Angstvallige zinnen uit het gemoed van een groot schrijver en denker die in zijn tweede emigratie jaar in Amerika niet kon bevroeden wat er zich nog aan persoonlijk en geschiedkundig drama zou gaan voltrekken.

thomas-mann-tagebucher

Het jaar 1939 tekende zich door oplopnde politieke spanningen. In Spanje –goed beschouwd het “stagejaar” van de Europese fascistische/militaire macht – was het verzet na 3 jaren bloedige strijd opgegeven. Franco kon zijn gang gaan, werd overigens door Nederland als een van de eerste landen gefeliciteerd met zijn officiële status, en in september was Polen als eerste aan de beurt, nu door de oorlogsmachine van Hitler. Nobelprijswinnaar Mann was met zijn gezin al in 1933 het land uit gegaan en zou het pas weer na de oorlog terugzien. “Wo ich bin, ist Deutschland”, bleef hij overal verkondigen, een uiting van zijn ambivalente houding tegenover zijn vaderland. Hij schreef zijn leven lang naast zijn betoverend mooie romans, ook over de kracht en pracht van de Duitse literatuur en kunstenaars, wellicht zijn manier om te protesteren tegen de nazi’s die zijn cultuur onsmakelijk en onheus behandelden. Zijn helden waren o.a. Goethe (zijn inspiratie voor “Lotte in Weimar”), Wagner en Friedrich Nietzsche. De passie voor Nietzsche en diens indringende denkwerk, deelde hij met de veel jongere Menno ter Braak, “der holländische Schriftsteller”. Mann en ter Braak zouden elkaar enkele keren spreken. Intellectuelen met beide Nietzsche in hun binnenzak.

lotte-in-weimarTerug naar 1939. Thomas Mann en zijn vrouw Katia willen graag een bezoek brengen aan Zwitserland waar ze voor hun emigratie naar de USA,  5 jaar in Küsnacht (onder Zürich) hebben gewoond. Verwikkeld in een bureaucratische afhandeling van hun aanvraag, besluiten ze een vakantie te houden aan de Nederlandse kust. Vanuit Parijs, met behulp van visum en pas voor België en Nederland (!) komen ze op 16 juni aan op Huis ter Duin in Noordwijk. Pas op 5 juli, later dan gepland, vertrekken ze met de trein naar Zwitserland. De weken die Mann veel aan de zeekust verblijft , geven hem de tijd om intensief verder te werken aan het belangrijke zevende hoofdstuk van “Lotte in Weimar” en ook aan het voorwoord voor de Amerikaanse uitgave van Tolstoj’s “Anna Karenina”. Het relatief lange verblijf geeft ook Menno ter Braak, de schrijver/essayist/polemist én onlosmakelijke Nietzsche-kenner uit de jaren ’30, de kans om met de door hem geëerde schrijver in gesprek te gaan. Een lange inleiding om te vertellen dat daar waar Nietzsche, Mann en ter Braak kruizen, alle oren en ogen bij mij open gaan.

Op 3 augustus hadden beide heren al een kopje koffie genuttigd bij Mann thuis in Küsnacht bij Zürich. Hij ontvangt van ter Braak op 21 augustus een aardige brief met een bijdrage in “Het Vaderland”. Ter Braak schreef vaker over Thomas Mann of diens dochter Erika dan wel zoon Klaus. Bekend is o.a. zijn bijdrage getiteld “Thomas Mann: Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull”. In 1939 schreef ter Braak twee artikelen, beide in juli: ‘Thomas Mann in ons land’ op 4 juli en ‘Thomas Mann gehuldigd’ op 30 juli. Beide artikelen uiteraard puttend uit de gesprekken die zij met elkaar hadden.

De dokterszoon uit Eibergen was zeer onder de indruk van de geschriften uit de pen van Mann. Het zevende hoofdstuk uit zijn ‘Carnaval der burgers’ laat hij dan inluiden met o.a. een citaat van Mann: “Zum leben gibt es zwei Wege; Der eine ist der gewöhnliche, direkte und brave. Der andere ist schlimm und führt über den Tod, und das ist der geniale Weg.” In ‘Afscheid van domineesland’ voert ter Braak “de Toverberg” op. Verwijzend naar de weergaloze dialogen uit dit boek schrijft hij: “Thomas Mann heeft het vooroorlogse Europa ondergebracht in een sanatorium, in een ijle sfeer van smetteloze dialogen, van complete nutteloosheid: een toverberg. Het zijn daar Settembrini en Naphta, de twee theoretici met gelijk ‘recht’ die geen andere passie meer kennen dan de annexatie van verleden en toekomst, zij het met het meest abstracte strijdmiddel, het woord; wat de barbaren met de wapenen doen, dat doen zij met de dialoog.” Ook een bijdrage over Is. Querido laat ter Braak vooraf gaan door de “wijze woorden” van Mann: “Die Zeit hat in Wirklichkeit keine Einschnitte, es gibt kein Gewitte roder Drommetengetön beim Beginn eines neuen Monats oder Jahres, und selbst bei dem eines neuen Säkulums (eeuw) sind es nur wir Menschen, die schiessen und läuten.”

thomas-mann-2Beide heren zijn in een sterk contact met leven en werk van Nietzsche. Zowel Mann (Schopenhauer und Nietzsche) als ter Braak in diverse geschriften, laten niet onbetuigd in welke mate zij Nietzsche bewonderen om diens grote bijdrage aan de filosofie, de Duitse taal en de cultuur in het algemeen. Nietzsche en de liefde voor de Duitse literatuur als een belangrijke brug tussen beide schrijvers die overigens qua leven een totaal ander pad aflegden, al was het alleen al de vlucht die bij Mann het Exil in Amerika werd maar bij ter Braak de zelfgekozen dood in mei 1940. Mann en ter Braak corresponderen met enige regelmaat waarbij de mening van “de Tovenaar” voor ter Braak als erg belangrijk gold. Op 27 september 1937 memoreert Mann dat hij een werk(je) van ter Braak leest dat over het Christendom handelt. Het zal waarschijnlijk “Van oude en nieuwe Christenen” zijn, een verzameling essays waarin de intellectuele moed als wapen tegen het opkomende Nazi geweld her en der door hem wordt onderstreept, duidelijk Nietzscheaans beïnvloed doordat de intellectueel volgens ter Braak in het gelijkheidsdenken van de christenen en de sociale nivellering in het algemeen, geen plaats meer kent. Op 2 oktober in hetzelfde jaar maakt Mann melding van het bezoek van Marsman, ‘Holländer, Freund ter Braaks’. Dat ook Hendrik Marsman als een door Nietzsche beïnvloedde dichter en schrijver mag gelden moge duidelijk zijn (en anders is het bij deze maar dat voert te ver af van deze bijdrage).

Het strijdtoneel en de fascistische krachten in Europa maken ter Braak en Mann, beide op hun eigen wijze, ijsberende leeuwen in een kooi. Wat te doen tegen dit stupide en op rassenwaan gestoelde geweld? Ze bekijken beide met grote scepsis de ontwikkelingen in de Spaanse Burgeroorlog en houden nauwgezet de kranten en radio uitzendingen bij. Maar niet alleen het politieke schouwspel van de jaren dertig is wat hen verbindt. Duitse (Exil)literatuur, de grote Russen als Dostojevski en Tolstoj, de klassiekers van eerdaags als Goethe en schrijvers als Kafka, Musil, Broch en ga zo nog maar even door. Wat een rijkdom al was het tegen het decor van een smeulend vuur dat later vreselijk zou aanwakkeren tot een inferno. Maar wellicht het meest interessante in de context van deze blog is hun verbinding in de vorm van Friedrich Nietzsche.

politicus-zonder-partij

In “Politicus zonder partij” (1934) laat ter Braak het derde hoofdstuk met als titel ‘Nietzsche contra Freud’ beginnen met de uitspraak van Freud ‘Wir glauben daran, das es der Wissenschaftlichen Arbeit möglich ist, etwas über die Realität der Welt zu erfahren’ om daaronder direct de bekende zin van Nietzsche ‘Gesetzt das auch dies nur Interpretation ist…nun um so besser’ te laten volgen. Het relativisme slaat op voorhand al de toon van het artikel aan. Het gaat hier te ver om alle verbindingen te gaan uitdiepen, deze zijn te omvangrijk, zeker wanneer alle contacten met de emigrantenliteratuur of met Mann’s dochter Erika of zoon Klaus in die context wordt meegenomen. Nietzsche als verbinder, de filosoof en dichter die zowel Thomas Mann als Menno ter Braak inspireerde, bracht beiden een grote dosis originele perspectieven in levensbeschouwelijke zin. Dit is erg algemeen uitgedrukt maar dat kan ook niet anders. Diepte en reikwijdte van de aforismen waren voor de Duitse en Nederlandse intellectueel werkelijk imposant. De een maakte nog mee hoe de fel bestreden nazi’s veel Nietzscheaans gedachtegoed transformeerden en “hineininterpretierten”, de ander koos een zachte dood voordat hij naar grote waarschijnlijkheid zou zijn opgepakt en vermoord. In “1940” van de dagboeken zal ik daar waarschijnlijk over lezen. De wie/wat/waar/waarom/wanneer vragen rondom een leven van ter Braak dat niet gehinderd en gestopt zou zijn door het Nazi-Duitsland, kan me grenzeloos intrigeren. De schrijver hield van Duitsland, de taal en diens denkers zoals Friedrich Nietzsche. Mann verloor veel dierbaren maar bleef tot zijn dood zijn Intimus Nietzsche in zijn “koffer” dragen. Gelukkig is die energie behouden gebleven evenals die van Menno ter Braak, energie in de vorm van woorden, inzichten en passages die me dagen bladerend en lezend bezig kunnen houden.

(Ik verwijs ook graag naar: www.mennoterbraak.nl)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *