Spieltrieb van Juli Zeh

Spieltrieb van Juli Zeh

“Smutek verließ die Wohnung, fand seinen Wagen treu wartend am Straßenrand und fuhr mit dem sicheren Gefühl zur Arbeit, ein glücklicher mann zu sein. Solche Momente gibt es. Sie sind nicht weniger trügerisch als Phasen grundloser Schwermut.” 

spieltrieb

Zomaar een zin die me ooit aansprak en nog steeds aanspreekt uit “Spieltrieb”, een verrassend mooie roman uit 2004 (hoezo vliegt de tijd?) van Juli Zeh. Een in onze moderne tijd spelend verhaal op een gymnasium in Bonn waar de hoofdpersoon Ada al op haar 15e door haar intellectuele suprematie, samen met een medeleerling de strijd met de wereld om haar heen aangaat. De Poolse leraar Duits moet het ontgelden en die strijd gaat van kwaad tot erger. De nihilistische en Nietzscheaanse zinnen duiken her en der in het verhaal op, een wereld van de jong volwassenen voorbij goed en kwaad en vooral boeiend onvoorspelbaar. Juli Zeh heeft zeer duidelijk Nietzsche in haar speeldrift verwerkt en in haar stijl doet ze af en toe sterk aan Musil denken. In het boek wordt niet toevallig “Der Mann ohne Eigenschaften” gelezen. Het is een aanloop naar een verhaal dat ook zonder kennis van Musil of Nietzsche, zeer boeit en ja zelfs spannend kan zijn. De leraar geschiedenis Höfi gaat met Ada en haar vriendje Alex in discussie en tiert een keer in hun richting: “ihr seid furchtbar altmodisch. Nihilisten!” Alev weerspreekt hem: “Schlimmer. Die Nihilisten glauben immerhin, dass es etwas gebe, an das sie nicht glauben konnten.” Zeh laat de geschiedenisleraar in haar verhaal even daarna zelfmoord plegen. Is het een post-nihilistisch gebaar in haar roman? De docent heeft de beide pubers nog wel geantwoord:”…euch bleibt nur eins: Amor Fati, die Liebe zu allem was ist.”

Andere zinnen die me een aantekening lieten maken: “In unserer spezialisierten Gesellschaft ist für den Weltgeist kein Platz. Der Polyhistor klingt heute nach einem Scheuermittel, und das Denken an sich gilt nicht mehr als Tugend, sondern als Zeitverschwendung. Es wird von spezialisierten Experten erledigt, und seit dass so ist, erkennen wir die Philosophie in ihrer ganzen Nutzlosigkeit. (…) Welchen Wert kann egal welche Wissenschaft haben, die sich nur auf Sprache stützt, sich aus Sprache speist, Sprache verdaut, Sprache hervorbringt und dabei nichts als Sprache ist?”

Ada zegt in een gesprek met haar geschiedenisleraar: “Ich leide unter einem Geburtsfehler (…) Mir fehlt die Fähigkeit, den Abgrund zu vergessen. Ich weiß nicht, ob Sie das als göttlich, teuflisch oder menschlich bezeichnen wurden.” 

Verder in het verhaal komt de docent Duits en gymnastiek, door beide scholieren gechanteerd met behulp van compromitterende beelden, steeds meer in een spagaat maar daardoor ook intensiever met beiden in gesprek. Smutek wijst hen op het mogelijk kunnen verliezen van vaste ijkpunten in zijn leven zoals het geloven en het vertrouwen in zichzelf:”vor allem an Glauben”. “An Gott”, vraagt Ada. Waarop hij antwoordt: “Nicht direkt. An mich selbst. An das Leben. Daran, dass es möglich ist, dich oder mich zu verletzen. Ihr hingegen glaubt nur, dass es nichts gibt, an das man glauben kann.” De jonge Ada antwoordt haar leraar: ”Nicht einmal das (…) Nietzsche ist tot, seine Nachfolger sind tot. Die Stellvertreter seiner Nachfolger sind tot. Die Wiedererwecker der Stellvertreter sind tot.” We kijken in een diepe afgrond die overigens ook keurig aan bod komt in Paul van Tongeren’s “Het Europese nihilisme, Friedrich Nietzsche over een dreiging die niemand schijnt te deren”, waarin hij de roman van Zeh aanhaalt en zelfs in mei 2012 in het Soeterbeeck programma van de Radboud Universiteit behandelt, een zogeheten verdiepende boekbespreking over “Spieltrieb”, maar dit laatste verder alleen ter informatie.

juli-zeh

Zeh verstopt in 560 pagina’s het gegeven dat we met z’n allen af en toe moeten geloven te weten waarom we bestaan. Het zijn 560 boeiende pagina’s en dat is uitzonderlijk knap voor iemand die een tweede roman schrijft. Musil komt je zoals gezegd her en der tegemoet. Niet in wat maar hoe ze de woorden en zinnen uit de monden van haar hoofrolspelers laat komen: “Gewiss, sagte Smutek. Wir müssen Glücklich sein. Wir sind aufs Glück verpflichtet, es steht in den Allgemeinen Geschäftsbedingungen zu unseren Geburtsurkunden”, zegt de gechanteerde docent in al zijn voorgekauwd hedonisme. Ik zou ook kunnen denken Pools katholicisme.

Nietzsche en Musil, beide zowel expliciet als impliciet aanwezig in een van de mooiste na-oorlogse vertellingen die ik in de afgelopen jaren heb gelezen. Juli Zeh is een schrijver die de Zarathustra goed heeft gelezen, daar is geen twijfel over mogelijk wanneer je prachtige denkuitkomsten kunt verpakken in een goed geconstrueerd verhaal met zinnen als: “Alle Wege führen zur Erkenntnis der Nichtigkeit aller Dinge, aber keiner führt zurück.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *