Safranski’s “Zeit” komt op tijd

Safranski’s “Zeit” komt op tijd

“….Der innere Abgrund, wo man das Rauschen der Zeit hört, den metaphysisichen Tinnitus”. De tijd als een ruisend metafysisch fenomeen tussen het vele lawaai waarmee de verveling over tijdloze vlakten, die gezamenlijk het leven heten, wordt verdreven. Als een tinnitus, altijd dichtbij. Of zoals Safranski de wachtruimtes in het openbaar leven zo treffende omschrijft als “Transiträumen des praktischen Nihilismus” wanneer hij de miljoenen ruimtes omschrijft waar de tijd verdreven wordt door het zoveelste scherm met daarop behoefte opwekkende boodschappen. Orwell in optima forma.

zeit
Rüdiger Safranski, de auteur van zovele mooie interessante en goed geschreven boeken over de groten van de Duitse literatuur en filosofie, over het kwaad en de romantiek, heeft met “Zeit” een fantastisch tijdsdocument geschreven. Op de laatste Buchmesse in Frankfurt liep ik ‘m tegen het lijf. Kleiner en ouder dan ik me had voorgesteld, klaar om geïnterviewd te worden voor de Duitse televisie. Hij heeft het aangedurfd om over een van de meest ongrijpbare en abstracte grootheden een boek te schrijven. Literair, geschiedkundig, wetenschappelijk, soms een vleugje maatschappijkritisch maar bovenal met een filosofische afstand die je doet meedenken en beschouwen. Op de middelbare school was ik het met een vriend die zich helemaal in de astronomie verloren had er al over eens; tijd is het meest ondefinieerbare.

Safranski duikt in de geschiedenis en stelt in zijn eerste hoofdstuk al vast hoe tijdverdrijf zich ontwikkelde van de kleine elite naar de massa. Waar de adel vroeger met vermaak beziggehouden werd en de massa voor hen werkte is diezelfde massa ook onderdeel geworden van het tijdverdrijf. De massamedia waarin alles en iedereen bereikbaar is zorgt voor weinig tot geen 0-momenten. Het schrijven en lezen van deze blog incluis. In de Groene Amsterdammer van 3 maart schrijft Safranski dan ook -als korte uiteenzetting over zijn eigen boek- de rake kopregel “De verloren tijd zit onder de replay-toets”.

Vanuit verschillende disciplines bereikt ons steeds vaker en duidelijker het belang van de verveling. Het gewoonweg niet weten wat te doen, het onzaligmakende gevoel richtingloos naar buiten te kijken, nutteloos op de bank te zitten of naar het plafond te staren. Als een Oblomov de tijd aan ons voorbij te laten gaan. “Selbstverständlich leben wir in der Zeit, aber die Zeit ist auch in uns, wir zeitigen sie, und in der Langeweile ist es so, als hätte man die Kraft verloren, sie zu zeitigen. Das fuhrt zu dem Eindruck von stockender Zeit.” En iets verder: “wenn nichts mehr geht, muss man sich selbst auf den Weg machen.” Mooie one-liners waarmee Safranski in zijn eerste hoofdstuk de filosofische toon zet en afsluit met als laatste: “Wenn es keine gute Gelegenheit gibt, muss man eben sich selbst als die gute Gelegenheit ergreifen.” Niet dat hier de zielenarts spreekt maar wel de man die vanuit een eigen levenservaring met veel Duits en Nietzscheaans bloed de tijd bij z’n horens grijpt.

De eerste twee helden uit de Duitstalige literatuur komen voorbij. ‘Stiller’ van Max Frisch en K. uit Kafka’s ‘das Schloss’. Mensen die als een verpersoonlijkt verlangen naar een nieuw begin, de letteren hebben verrijkt. Stiller, een man die met zijn identiteit onder zijn arm loopt en langs de randen van de tijd bedenkt dat men alles kan vertellen behalve zijn echte eigen leven. Ik tekende al eens eerder in dit boek aan: “Das ist es; ich habe keine Sprache für die Wirklichkeit. Ich liege auf meiner Pritsche, schlaflos von Stundenschlag zu Stundenschlag, versuche zu denken, was ich tun soll (…).”

safranski-2Safranski is een Nietzsche kenner. Een Nietzsche-man die al vele Duitse studenten heeft ingevoerd in Schopenhauer, Nietzsche, Goethe, Schiller en Heidegger. Maar wanneer je over tijd schrijft en denkt kom je vanzelf ook bij de antieken terecht, de oudere denkers als Plato en Aristoteles, bij wetenschappers als Einstein en Newton maar zeer zeker ook weer terug bij Nietzsche. Bij zijn eeuwige terugkeer van het gelijke maar ook bij zijn ‘oneigentijdse beschouwing over het nut en nadeel van de geschiedenis voor ons leven’. Het pleidooi -maar ook ons onvermogen-om te vergeten, fysiek plaats te maken vanuit je eigen tijd voor nieuw leven in een te komene tijd. De moeite die het kost (hier zal Safranski zijn boek mee eindigen) om het rationele besef van je eigen eindigheid, dood, niet-zijn, te accepteren en te verbinden met de wens er altijd te blijven, er altijd te zijn. Nietzsche troost enigszins: “Erst durch die Kraft das Vergangene zum Leben zu gebrauchen und aus dem Geschehenen wieder Geschichte zu machen, wird der Mensch zum Menschen: aber in einem Übermaße von Historie hört der Mensch wieder auf, und ohne jene Hülle des Unhistorischen würde er nie angefangenen haben und anzufangen wagen.” De wens terug te blijven kijken, te weten waar we vandaan komen, de bron van elk wetenschappelijke activiteit, te weten, te begrijpen, te kennen, duidt Nietzsche dan ook als de oerwens zijn eigen begin te begrijpen: “…denn der Wille zum Wissen ist zunächst vielleicht nichts anderes als das dringliche Interesse, zu erfahren, wie man angefangen worden ist.”

De mens loopt over de tijd, wandelt langs de tijd die hem maakt wat hij is. Die inderdaad in hem huist en waar hij zelf weer deel van uitmaakt. Door geboren te worden en door te sterven. Door te beginnen en door te eindigen. En wanneer we het over beginnen, over (opnieuw) geboren hebben, kunnen we Hannah Arendt niet overslaan hetgeen Safranski ook niet doet: “Das Wunder, das den Lauf der Welt und den Gang menschlicher Dinge immer wieder unterbricht und vor dem Verderben rettet,…ist schließlich die Tatsache der Natalität, das Geborensein …Das ‘Wunder’ besteht darin, dass überhaupt Menschen geboren werden, und mit ihnen der Neuanfang, den sie handelnd verwirklichen können kraft ihres Geborenseins.” Iedereen heeft zijn eigen oorsprong van een eigen beleefde tijd en zal aan zijn eigen einde ophouden zonder deze echt bewust mee te maken. Een ademloos inzicht.

klokEen tijd van verveling, een tijd van beginnen en een tijd van zorgen, het zijn de drie eerste hoofdstukken in een boek dat wil onderzoeken wat tijd met ons doet en wat wij met die tijd doen. In het derde hoofdstuk onderzoekt en duidt Safranski de zorg om de tijd, als premisse dat die zorg ons instrument is om onze mogelijkheden te bejegenen. In die context verklaart hij ook onze hang naar datgene wat simpelweg voor onze voeten komt, wat dichtbij, gemakkelijk te benaderen is en ons verwijdert van onze existentiële vragen. Het is ook de verklaring waarom wetenschappen die ons mens-zijn kunnen uitleggen, ons als een ding in hun analyses kunnen benaderen, een groot aanzien hebben en wel in die mate dat ze bijna een monopolie op de waarheid hebben. En dat terwijl existeren nu juist geen ‘ding’ is maar een wezen dat in de tijd opgaat. Een existentie die uit steeds meer opties kan kiezen en tijd tekort komt wanneer men voor het een heeft gekozen en het andere ongebruikt blijft liggen. “Man verliert den Reichtum der Möglichkeiten, wenn man eine davon durch den Nadelöhr der Entscheidung in die Wirklichkeit zieht”. Een mooie beeldspraak die bovenstaande treffend omschrijft.

In het hoofdstuk “die vergeschellschaftete Zeit” komen innerlijke tijd en kloktijd ruim aan bod. Daarmee komt het boek ook meer in de sfeer van Kairos, het boek van Joke Hermsen dat ik verderop in dit blog heb beschreven. Naast de god Kairos komt ook o.a. Proust aan bod, de romancier die de tijd zo fantastisch poëtisch en literair heeft verweven in zijn romancyclus ‘A la recherche du temps perdu’. Ik herinner me de drang om samen met een vriend het horloge voor ‘object non grata’ te verklaren, immers geen horloge betekent geen dwang. Het is bijzonder om iets soortgelijks terug te lezen maar dan in de vorm van gedachten die Norbert Elias omschreef. De klok als meetinstrument die er voor zorgt dat een dwang van buitenaf zich transformeert naar een eigendwang, ‘die öffentliche Zeit der Uhren, die den Verkehr und die Arbeit regeln, wird zum Zeitgewissen verinnerlicht’, een civilisatieproces dat we de afgelopen eeuwen hebben zien voltrekken. Hier raken we ook de randen van de politiek, de economische wedijver tussen klok en geld, tijd die in een waarde is omgezet die op zijn beurt ook weer een maateenheid is geworden. De grootheden verworden tot een aards ding. De gedachte dat God dood is hebben we enigszins kunnen plaatsen in de geschiedenis en vele culturen, maar wat staat ons te wachten wanneer het geld dood is? Het is immers een afspraak tussen ons allen, een wedstrijd vergezeld door een paar obscure scheidsrechters die de basis voor het geld in onze tijd tot een nogal fragiel geheel hebben laten uitgroeien.

zandloperIn hoofdstuk vijf beschrijft Safranski een van mijn stokpaardjes; die Beschleunigung, het razende rad dat steeds verder van ons af staat te draaien en ons af en toe verdwaald en verdwaasd achterlatend, met een enorme centrifugale kracht van zijn draaimolen afwerpt. Natuurlijk kennen we de verhalen over de weerstand tegen de locomotief en de radio, in retrospectief soms zelfs lachwekkend. Maar hoe lachwekkend is dat eigenlijk goed beschouwd? Het principe van versnelling is dezelfde als de huidige maar waar liggen de grenzen van het toelaatbare? Wat vinden we nog prettig en zorgt de wereld van gelijktijdigheid nog voor een aansluiting bij onze innerlijke tijd? Wanneer reist onze ziel nog gelijktijdig met ons mee? Uitgangspunten die Goethe 200 jaar geleden al zo treffend tot een paar mooie zinnen motiveerde: “Der Mensch ist zu einer beschränkten Lage geboren, einfach, nahe, bestimmte Zwecke vermag er einzusehen, und er gewöhnt sich, die Mittel zu benutzen, die ihm gleich zur Hand sind; sobald er aber ins Weite kommt (hier past de vraag wat die verte, dat uitgeweide is), weiß er weder was er will, noch was er soll, uns es ist ganz einerlei, ob er durch die Menge der Gegenstände zerstreut, oder ob er durch die Höhe und Würde derselben außer sich gesetzt werde. Es ist immer sein Unglück, wenn er veranlasst wird, nach etwas zu streben, mit dem er sich durch eine regelmäßige Selbsttätigkeit nicht verbinden kann.” In de samenhang tussen ervaren/voelen en vervolgens weer handelen is de balans steeds vaker te zoeken. Mindfulness zou dit gat dienen op te vullen maar is dat niet symptoombestrijding van de ziekte die deze tijd met zich meebrengt? De moderne media zorgen ervoor dat we als met een soort prothesen verder kunnen grijpen naar andere oorden; verder, sneller en in duizelingwekkende hoeveelheden. Safranski gaat verder: “Der auf diese Weise künstlich erweiterte Sinnenkreis hat sich volkommen vam Handlungskreis losgelöst mit der Folge, dass man handelnd nicht mehr angemessen auf die Reize im erweiterten Sinnenkreis reagieren und die Erregung in Handlung abführen kann. (Een inzicht dat ik wel van de daken zou willen schreeuwen). Hij vervolgt: “Während einerseits die individuellen Handlungsmöglichkeiten schwinden, steigert anderseits die unerbittliche Logik der anschwellenden Informationen- und Bilderströme die Zufuhr von Erregungen. Das muss so sein, weil ja die Anbieter von Erregung um die knappe Resource ‘Aufmerksamkeit’ beim Publikum konkurieren. Dieses aber, inzwischen an Sensationen gewöhnt und danach süchtig, verlangt nach einer höheren Dosis von Erregung. Statt Handlungsabfuhr also: Erregungszufuhr.” De media consumptie, de Facebookdrugs als vergiftiging van ons welbevinden. We staan er bij en kijken ernaar. Ik haal het beeld van zovele wandelaars voor me; Thomas Mann, Hermann Hesse, Robert Walser en natuurlijke de wandelaar Nietzsche. Hun onthaasting zou het beste medicijn voor de huidige gelukzoekers en mediaverslaafden zijn. De cadans van de wandelpassen als een helend ritme in de jungle van beeldschermen en van geluid geïnfecteerde openbare ruimtes. In de samen gecreëerde intermenselijke ruimtes die bol staan van opwinding en die als verdorde planten smeken om wat verfrissend water. “Die Beschleunigung, könnte man sagen, ist so schnell, dass die Zukunft immer schon begonnen hat.” Volgens de Duitse filosoof en socioloog Georg Simmel (o.a auteur van “Nietzsche und Kant’ uit 1906) verbruiken we in die gestaag toenemende tijdvretende samenleving steeds meer bewustzijn. De onbewust nodige rust om alles weer een plek te geven wordt continu verstoord. Geen verveling, geen beginnen, geen zorgen….

“In irgend einem abgelegenen Winkel des in zahllosen Sonnensystemen flimmernd ausgegossenen Weltalls gab es einmal ein Gestirn, auf dem kluge Tiere das Erkennen erfanden. Es war die hochmütigste und verlogenste Minute der “Weltgeschichte”: aber doch nur eine Minute. Nach wenigen Atemzügen der Natur erstarrte das Gestirn, und die klugen Tiere mußten sterben.” Safranski opent zijn zesde hoofdstuk met dit citaat van Nietzsche uit diens “Über Wahrheit und Lüge im außermoralischen Sinne”. Wij, de kennende dieren, die het weten ‘uitgevonden’ hebben, hebben ook de tijden uitgevonden; de eigen tijd maar ook de meetbare wereldtijd maar bovenal de discrepantie tussen die beide. Want niet alleen in ruimte, ook in tijd is onze eigen existentie een fractie van een atoom, een inzicht dat moeilijk te verteren is. In onze westerse wereld is dit inzicht alvorens het een inzicht wordt, in metafysica en religie ingebed. In het oosten is de cyclische tijd een goed medicijn, immers met een gedachte van een terugkerend leven valt goed te leven waarmee de eigen tijd en de wereldtijd als het ware synchroon blijven lopen. Een reïncarnatie of een God die ons de rust geeft is altijd een meer aansprekend beeld dan het vergelijk met een dode koude steen die niet meer of minder aanwezigheid in de wereld heeft, behalve beduidend langer in de tijd gemeten dan het menselijke lichaam. Misschien de reden waarom we in de bergen tot rust komen omdat daar voor de oplettende kijker meer ‘God’ dan in een kerk is.

kantIn de Duitse media is her en der wat kritiek op “Zeit” van Safranski en wanneer je deze goed beschouwt is het steeds weer gericht op de wetenschappelijke kant van de verschillende betogen die het boek in zich bergt. Hoofdstuk 7 handelt veel over de fenomenologische kant van tijd, de inzichten van Einstein en van Newton. Safranski zou hier teveel hebben laten liggen en meer complexe theorieën te simpel hebben weergegeven. Heeft hij misschien een beetje tegen het establishment van de beta-wetenschappers aangeschopt of was het meer zijn eigen onwetendheid? Ik laat het even in het midden aangezien ik de quantumtheorie of andere theorieën minder boeiend vind dan de filosofische wijze van tijdsbenadering. De vragende mens, de zoekende ziel stond en staat in een tijd. Zijn tijd. Kant sloot zijn Kritik der praktischen Vernunft bijzonder helder samenvattend af: “Zwei Dinge erfüllen das Gemüt mit immer neuer und zunehmender Bewunderung und Ehrfurcht….: Der bestirnte Himmel über mir, und das moralische Gestez in mir….” Kant keek naar dezelfde sterrenhemel wanneer we de vloeiende rivier van de tijd (Panta rhei) buiten beschouwing laten, hij stond met dezelfde verwondering en vragen naar boven te kijken en had in zijn hoofd zijn eigen tijd, zijn eigen wetten, zijn eigen moraal. “Der erste Anblick einer zahllosen Weltenmenge vernichtet gleichsam meine Wichtigkeit, als eines tierischen Geschöpfs, das die Materie, daraus es ward, dem Planeten (einem bloßen Punkt im Weltall) wieder zurückgeben muss, nachdem es eine kurze Zeit (man weiß nich wie) mit Lebenskraft versehen gewesen. Der zweite erhebt dagegen meinen Wert, als einer Intelligenz, undendlich, durch meine Persönlichkeit, in welcher das moralische Gesetz mir ein von der Tierheit und selbst von der ganzen Sinnenwelt unabhängiges Leben offenbart.”

stein-bei-surlejIn een boek van Safranski over tijd kan natuurlijk de gedachte van Nietzsche over de ‘eeuwige terugkeer van het gelijke’ niet uitblijven. Hij haalt dan ook de woorden van Nietzsche aan die aan de wieg stonden van een bijna mystiek aandoende gedachte; wanneer materie eindig is maar de tijd eindeloos, dan zullen de combinaties van deze twee grootheden zich uiteindelijk weer gaan herhalen. Nietzsche kreeg de beroemde ingeving bij Surlej aan het Silvaplan meer in het mooie Zwitserse Oberengadin, het dak van Europa. Een gedachte om poëtisch op voort te borduren, niet zozeer vanuit een troostende behoefte maar meer om fantasierijk tot rust en inkeer te komen. Nietzsche zal niet opnieuw aan dat meer staan en deze ingeving krijgen. Maar in welke vorm komt dat gelijke dan wel weer terug?

Die Welt ist im Kopf, der Kopf aber ist auch in der Welt”, schrijft Safranski op pagina 242. De tijd blijft ongrijpbaar, ondefinieerbaar en magisch abstract. We kunnen de tijd tijdens ons leven niet vatten, en we moeten sterven omdat we het niet geleerd hebben om het einde aan het begin vast te knopen ((Alkmaion). Toch heeft Safranski met zijn boek een boel op de rij gezet. Op tijd? Wie zal het zeggen. Feit is dat het boek (gelukkig sinds kort ook in een Nederlandse vertaling uit de handen van Mark Wildschut) bijzonder boeiend en interessant is. Hier is geen hoogdravende academicus aan het woord maar een schrijver die het begrijpt om op een erudiete wijze een onderwerp of personage te verduidelijken. Safranski heeft daarom een in mijn ogen bijzonder mooi en interessant boek geschreven. Voor wie de Duitse tekst wat minder toegankelijk is zal de Nederlandse vertaling “Tijd” daarom zeer aan te bevelen zijn. Het kan en is nog op tijd!

2 gedachten over “Safranski’s “Zeit” komt op tijd

  1. Geachte heer Peters,
    Dank voor uw bespreking. Iemand vertelde mij dat zij Zeit las en daarover wilde ik meer weten. Ik zocht op internet het een en ander op en zo kwam ik bij uw blog terecht.
    Wat een rijkdom om al die besprekingen te kunnen lezen.
    Graag had ik in verband met ZEIT een foto geplaatst, maar misschien komt die nog wel via een andere weg bij u terecht.
    Nog even ‘over de tijd lopen’, of er nog even ‘langs wandelen’.
    Met vriendelijke groet,
    Peter H. T.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *