Nietzsche voor en na 1945

Nietzsche voor en na 1945

Is er een Nietzsche van voor en een van ná 1945? Voor velen in retrospectief wel, voor ‘echte’ kenners (achteraf is alles in een perspectief te plaatsen) blijven er geen twijfels over; Nietzsche moest niets van die Nazi-schreeuwers hebben en zijn somtijds heroïsch taalgebruik is vaak op andere fundamenten gebouwd dan het inhoudsloze, antisemitische en racistisch geblaas van die laarzendragers. “Wo Rassen gemischt sind, der Quell großer Cultur” (Nachlaß 1885).

nietzsche-nach-1945De populariteit van Nietzsche schommelt door de decennia. Zoveel interpretaties, zoveel jeugdig gedweep en niet meer misverstand dan over deze filosoof. Misschien wel een belangrijk motief, een onweerstaanbare kracht en ongedefinieerde wens voor menig denker om zich maar steeds weer met hem bezig te houden. Dit gold zeker voor diverse Duitse auteurs van de Nachkriegsliteratur. Voor me ligt het paars getinte boekje van Thomas Körber: ‘Nietzsche nach 1945’. Een soort naslagwerkje en studie naar de populariteit voor en weerstand tegen Nietzsche in de Duitse literatuur na de nazi’s. Inmiddels al weer 10 jaar geleden in Osnabrück opgetekend. Wie waren de belangrijkste schrijvers? Thomas Mann, Gottfried Benn, Ernst Jünger, Friedrich Dürrenmatt, Hans Wollschläger, het zijn zo wat namen die Körber uitdiept. Interessant literatuuronderzoek!

In de inleiding van het boek haalt Körber de Griekse filosofieprofessor Alexander Nehamas aan wanneer het om de moeilijkheid van de ‘interpretatie gedachte’ van Nietzsche gaat. Een kritisch en terecht vertrekpunt waar Nehamas in zijn “Nietzsche, life as literature” er op wijst dat Nietzsche’s uitspraak dat alles slechts interpretatie is, op zich ook weer een interpretatie is en Nietzsche zichzelf daar zou ondergraven. (ook uit dit boek: ‘The virtues of life are comparable to the virtues of good writing, style, connectedness, grace, elegance and also, we must not forget, sometimes getting it right.’)

Een duizelende gedachte dat Nietzsches teksten met geen letter wijzigen en in elk decennium, elk jaar, elke maand weer nieuwe ontdekkers beleven. De “Wille zur Macht” en de “Ewige Wiederkunft des Gleichen”, zijn twee thema’s die Körber naast het nihilisme (‘dieser unheimlichste aller Gäste’ dat ook vaak zijn gezicht laat zien), via de beïnvloedde schrijvers onder het vergrootglas legt.

Na een soort van introductie waarin thema’s en structuren de revue passeren komt als eerste grote naam Thomas Mann aan de beurt. Hiermee wordt eigenlijk direct de grootste geestverwant van Nietzsche in de 20e eeuw bij de horens gevat. Bij geen enkele schrijver is de beïnvloeding door Nietzsche zo duidelijk als bij deze meesterverteller, de Nobelprijswinnaar met de bijnaam Der Zauberer. Zijn leven lang was Nietzsche als een grote broer, wellicht als een vader aanwezig. Mann is daar zelf ook van doordrongen, getuige ook zijn dagboekaantekeningen. Naast Nietzsche zijn het Wagner en Schopenhauer die voor Mann een onlosmakelijk driemanschap vormen. Over de positie van Nietzsche en diens “leraar” Schopenhauer zegt Körber: “Thomas Mann denkt Schopenhauer und Nietzsche zusammen und relativiert so beide; Schopenhauers Lebensfeindlichkeit wird um ihre Spitze gebracht, durch Nietzsches Analyse, der die menschlich-allzumenschlichen Beweggründe der Willensmetaphysik und Mitleidsmoral aufdeckt und Nietzsches Lebensverherrlichung wird das Wasser abgegraben, indem Thomas Mann sich den bösen Blick, den unnachgiebigen Protest gegen die Grausamkeit und Härte des Lebens bewahrt.”

doktor-faustusMann breekt in een lezing in ’47 ook een lans voor Nietzsche door er regelmatig op te wijzen hoe Nietzsche misbruikt is door de nazi’s en het opkomende fascisme in Duitsland van de jaren ’30: “Unterderhand bin ich geneigt, hier Ursache und Wirkung umzukehren und nicht zu glauben daß Nietzsche den Faschismus gemacht hat, sondern der Faschismus ihn – will sagen: politikfern im Grunde und unschuldig-geistig, hat er als sensibelstes Ausdrucks- und Registrierinstrument mit seinem macht-Philosophem den heraufsteigenden Imperialismus vorempfunden und die faschistische Epoche des Abendlandes (…) als zitternde Nadel angekündigt.”

Körber gaat er nog verder op in maar de strekking daarvan is zoals al vaker is geconcludeerd, het feit dat Nietzsche interpreteren op het randje balanceren betekent. Wat heeft hij geschreven en bedoeld met zijn Übermensch en de mens die overwonnen moet worden door de zwakkere i.c. de Christelijke mens te overwinnen, om menselijk ja zelfs al te menselijk de horizon te verleggen? Hitler cum suis heeft het in ieder geval plat, aards en letterlijk genomen als zijnde een theorie en preek die hem goed paste.

Mann komt als 75-jarige en terugkijkend op zijn leven nog eens terug op zijn grootheden Schopenhauer en Nietzsche: “Ich spreche von Schopenhauer, aber ich spreche selbst von Nietzsche noch, der von ihm herkam, der seinen Pessimismus ins Dionysische umdichtete, aber auch im Abfall sein Schüler blieb und, ein Humanist noch in seinen schrillsten und leidensten Exzentrizitäten, die Erhöhung des Menschen, seine von moralischen Demütigungen befreite Zukunft in den Mitttelpunkt seiner Philosophie stellte.”

Over de verhouding Mann-Nietzsche is veel te vertellen. De personages uit meerdere werken vertonen veel trekken van Nietzsche-gedachten. In o.a. der ZauberbergBuddenbrooks en Doktor Faustus staan meerdere passages als getuigenissen van een schrijver die Nietzsche goed tot in zijn poriën heeft laten doordringen. De laatste aantekening van Mann over Nietzsche schrijft hij n.b. in Sils Maria: “Man würde heute anders schreiben, wenn Nietzsche und ich nicht gelebt hätten.”

gottfried-benn-2“Der weitreichende Gigant der nachgoetheschen Epoche” schreef Gottfried Benn, en hij doelde uiteraard op zijn grote voorbeeld in taalvirtuositeit, Friedrich Nietzsche. In zijn toespraak “Nietzsche – nach fünfzig Jahren” betitelde hij Nietzsche als “das Erdbeben der Epoche und seit Luther das größte deutsche Sprachgenie.” Voor Benn is Nietzsche met name de kunstenaar, de dichter en taalgrootheid. Niet zozeer de filosofische thema’s maar veel meer de kunst van Nietzsches aforismen hebben zijn interesse. Hij zag de filosoof als de verkondiger van een nieuwe manier om te gaan met kunst . Een rode draad in zijn eigen werk waarin niet het leven maar de kunst als het hoogste goed terug keert. “Alles nur Geist! Das Leben? Du lieber Gott, das ist ja schon bei Nietzsche ein Krampf.” Benn had met Nietzsche te doen. Een herkenbare emotie. Medelijden met de denker die medelijden zo verfoeide. Of misschien ook niet? Deze zachtaardige, hoffelijk beleefde man die zulke krachtige taal kon uitslaan. Welke psycho-analyticus durft zich aan deze schijnbare paradox te wagen? De patholoog-arts Benn omschreef zijn gemoed rond Nietzsche in 1948 o.a. als volgt: “Also sprach Zarathustra, rührte mich zu Tränen: welche Pathetik, welche sprachliche Undichte, welche menschliche Qual, welch ungeheuer innerer kampf um heute so vergangene Dinge. Für wen und für was lit er so, bäumte er sich so auf, starb er, starb täglich hundert qualvolle Tode, unbekannt, völlig verlassen, arm, lächerlich für die Gegner, peinlich für die wenigen Freunde und doch der grösste mann dieses elenden Abendlandes. Ein furchtbares Phänomen.” Was Benn een pessimist? En zo ja, hoe relevant is die vraag? Benn wist door het nihilisme heen te breken, althans het te proberen vanuit het besef dat alleen daardoor het leven een zin kan krijgen. Wanneer ik in zijn gedichten blader adem je geen levenslustige zuurstof in. Op de kinderlijke vraag naar de zin is het typisch een Benn strofe: “Es gibt nur eines; ertrage/ – ob Sinn, ob Sucht, ob Sage -/dein fernbestimmtes: Du mußt.”

thomas-bernardDe drie bekenden die volgen zijn Ernst Jünger, Friedrich Dürrenmatt en Thomas Bernard. De laatste wil ik nog graag kort bespreken. Net als bij Mann komen bij Bernard in verschillende van zijn werken personages voor die onmiskenbare trekken van Nietzsche-thema’s hebben. De ziekte en de zieke mens komen het meeste voor. Bernard staat en stond bekend om zijn cynisme en afstand tot de maatschappij. Niet de zieken maar de gezonden verdienen ons medelijden en medeleven, althans zo wil Dokter Bernard het ons doen geloven door ook citaten uit “Genealogie der Moral” aan te halen. Was Benn zijn zieken zat? “Der Kranke und die Verkrüppelte/beherrschen die Welt/alles wird von den Kranken/und von den Verkrüppelten beherrscht”. Körber citeert uit meerdere werken om aan te tonen hoe Nietzsche voortleeft in de mensen die ‘overwonnen’ moeten worden. Er is weinig biografisch materiaal over Benn. Hij gaf zeer weinig interviews en liet ook geen dagboekaantekeningen na. Toch komen in al zijn werken die ‘outsiders’ op een centrale plek in de vertelling te staan. Figuren als Strauch, Fürst Saurau, Konrad, Roithamer, Wertheimer, Reger en Mureau zijn eenzame mensen. De mensen die zich bezighouden en wellicht ‘verminkt’ zijn door zich met het geestelijke aspect van dit leven bezig te houden. De opa van Bernard had met zijn Schopenhaueriaanse pessimisme een hele grote invloed op de jonge Thomas. “Mein Großvater hatte mich immer gewarnt: die Welt ist widerwärtig, unerbittlich, tödlich.” Het begrip pessimisme is hier allang niet meer op zijn plaats. Hopeloosheid en een blik in het eindeloze Niets: “Die Welt ist eine Kloake/aus welchem es einem entgegenstinkt/Diese Kloake gehört ausgeräumt/Das ist ja auch der Inhalt meines Traktats/Aber wenn wir die Kloake vollkommen ausräumen/ist sie leer (…)/Dann bleibt uns nichts anderes übrig/als daß wir uns kopfüber hineinstürzen.” (Kloake is de gecombineerde uitgang bij sommige diersoorten van blaas, darm en geslachtsorgaan.)

Hoe vrolijk willen we het hebben? In de conclusie van Bernard: “Alle Wege führen unweigerlich/in die Perversität/Wir können die Welt nur verbessern/wenn wir sie abschaffen.” is geen enkele troost te verwachten. Bernard ziet Nietzsche evenals andere grotere denkers in de rij van gevangenen die in hun isoleercellen ons aankijken: “Die großen Denker haben wir in unsere Bücherkasten gesperrt, aus welchen sie uns, für immer zur Lächerlichkeit verurteilt, anstarren, sagte er, dachte ich (…). Unsere Biblioteken sind sozusagen Strafanstalten, in welche wir unsere Geistesgrößen eingesperrt haben, Kant naturgemäß in eine Einzelzelle, wie Nietzsche, wie Schopenhauer, wie Pascal, wie Voltaire, wie Montaigne, alle ganz großen in Einzelzellen.

Nietzsche komt in zijn “Auslöschung” nog veelvuldig aan bod. Het is de verwarring en het onbegrip die hier de boventoon voeren. Een heel leven te hebben gedacht dat je Nietzsche begreep, hem kon bevatten en kon volgen maar dat ook die gedachte misschien slechts een interpretatie is. Met de ijdele hoop naar Sils Maria te gaan, als een soort bedevaartsoord wellicht, laat Benn zijn hoofdpersoon Mureau gedesoriënteerd achter: “ich hatte geglaubt, wenn ich nach Sils Maria gehe (…) werde ich Nietzsche besser verstehen (…). Aber ich habe geirrt, ich verstehe, nachdem ich in Sils Maria gewesen bin (…) Nietzsche noch weniger als vorher, ich behaupte , ich verstehe ihn jetzt überhaupt nicht mehr, nichts mehr von Nietzsche. Ich habe mir, indem ich nach Sils Maria gegangen bin, Nietzsche völlig ruiniert.”

Alles bij elkaar een interessant boekwerk dat Körber heeft geschreven. Hij eindigt met Nietzsche invloeden en uitingen te omschrijven door ‘A fish called Wanda’, de ‘Amerika’ trilogie van Sergio Leone en zelfs Harry Potter aan te halen. Al is dat feitelijk waar, hij had die titels beter weg kunnen laten. Zonder deze namen is het duidelijk dat elke serieuze denker na 1900 zijn/haar positie tot Nietzsche moest en moet innemen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *