Narziß und Goldmund

Narziß und Goldmund

“Die Naturen von deiner Art, die mit den starken und zarten Sinnen, die Beseelten, die Träumer, Dichter, Liebenden, sind uns andern, uns Geistmenschen, beinahe immer überlegen. Eure Herkunft ist eine mütterliche. Ihr lebet im Vollen, euch ist die Kraft der Liebe und des Erlebenkönnens gegeben. Wir geistigen, obwohl wir euch andere häufig und zu regieren scheinen, leben nicht im Vollen, wir leben in der Dürre. Euch gehört die Fülle des Lebens, euch der Saft der Früchte, euch der Garten der Liebe, das schöne Land der Kunst. Eure Heimat ist die Erde, unsere die Idee. Eure Gefahr ist das Ertrinken in der Sinnenwelt, unsere das Ersticken im luftleeren Raum. Du bist Künstler, ich bin Denker. Du schläfst an der Brust der Mutter, ich wache in der Wüste. Mir scheint die Sonne, dir scheinen Mond und Sterne, deine Träume sind von Mädchen, meine von Knaben…”

hesse-close

De woorden uit de mond van Narziß, in hoofdstuk 4 uit “Narziß und Goldmund” verraden de rode draad van de prachtige vertelling van Hermann Hesse die in 1930 voor het eerst uitkwam en door elke generatie weer opnieuw ontdekt en gelezen wordt. De Bezige Bij spreekt zelfs over een ‘cultroman’, en voorts over een “avontuurlijk verhaal over het innerlijke conflict tussen geest en lichaam, logos en eros”. En ja, het herlezen na een slordige 30 jaar, was een weerzien en een opnieuw beleven van de innerlijke zoektocht naar een eigen weg waar de boeken van Hesse mij zoveel “Bildung” hebben gebracht. En niet alleen vorming maar ook een herkenning van de grote Nietzsche thematiek waardoor herkenning en bevestiging, troost en rust gaven. De tegenstellingen die de innerlijke strijd van Hesse zelf weergeven, zijn evenzogoed als het appolinische en het dionysische te lezen.

Ik ga hier niet vertellen waar de roman over gaat. Dat valt genoeg te vinden in boekbesprekingen en verslagen waar het internet mee bezaait is. Mij gaat het er om de Nietzscheaanse invloed in deze roman terug te vinden. En om de grootsheid van Hesse als literair schepper nogmaals te onderstrepen voor hen die hem nog niet ontdekt hebben.

klooster-mariabrunnTerug naar het boek. Hoe kon Hesse na “der Steppenwolf”, nog iets groots schrijven? Met de steppenwolf had hij de wereld al genoeg bij z’n lurven gegrepen. Hij koos voor de tweespalt drift en verstand en werkte dat literair uit als een tegenstelling die in elk zich ontwikkelend wezen -met een moeder waaruit het wezen voortkomt-, als oerkracht op de achtergrond, manifesteert. Het verhaal speelt rond de Middeleeuwse pest en begint op het klooster Mariabronn waar het echte en door Hesse bezochte klooster Maulbronn, waarschijnlijk model voor heeft gestaan. Het gaat dus al gauw over drift versus ascese, gevoel versus verstand en ook over de wens om als zoekend en scheppend mens iets achter te willen laten wanneer de dood een einde maakt aan het bestaan. “Und wenn morgen auch ihn der Tod holte, dann würde das alles wieder auseinanderfallen und auslöschen, dies ganze Bilderbuch, so voll von Frauen und Liebe, von Sommermorgen und Winternächten. Oh, es war an der Zeit, noch etwas zu tun, noch etwas zu schaffen und hinter sich zu lassen, das ihn bedaure.” (hoofdstuk 16).

De Nietzscheaanse tegenstelling die Hesse in een andere vorm terug laat komen, toont zich in de vriendschap tussen twee opgroeiende mannen die na jarenlange omgang elkaar loslaten en weer terug vinden. De eros van een scheppend mens bezit iets universeels en laat zich niet begrenzen tot de verhouding tussen man en vrouw. Hesse was niet de man om vanuit de buitenkant naar het innerlijke te kijken maar keek vanuit zijn eigen innerlijk naar de buitenkant, de wereld, en het is voor een oplettende lezer duidelijk dat de Narziß en de Goldmund, de twee driften en de onderlinge zoektocht naar elkaar betreffen die ook hij als “moeder van het verhaal” zijn leven lang bij zich heeft gedragen. Een vlag boven de titel van dit werk zou daarom evenzogoed kunnen zijn “Hoe moet men leven?” Het boek spreekt over de verhouding tussen beide krachten in een vriendschap, maar het is zonneklaar dat beide driften zichzelf eerst moeten vinden en verbinden binnen een persoon zelf om in balans naar buiten te (kunnen) treden. Hesse zoekt zijwegen in de erotiek en ook daar vind ik wat Nietzsche invloed terug; hun beider moeilijke weg om in een vriendschap met vrouwen een intellectuele en kunstzinnige verbinding tot stand te brengen. Het verschil; Goldmund groeit in het verhaal op zonder een vrouwelijke aanwezigheid (o.a. van de moeder) terwijl Nietzsche juist in een vrouwelijk omgeving groot werd. De vriendschap tussen de jonge mannen krijgt een erotische lading maar blijft in het verhaal als symbool voor de verbinding staan. Hesse zelf had geen enkele homo-erotische fantasie (zoals Thomas Mann deze wel kende) maar gebruikt de zinnenprikkelingen bijna als metafoor om de ultieme vriendschap tussen de elkaar opzoekende driften te beschrijven.

hesse-lezendNarziß is de strenge rationele geest die in een klooster de ascese opzoekt, Goldmund volgt zijn drift in de richting van de vrije en onontdekte wereld met daarin de lust en de vrouwen. Hij ontdekt gaandeweg de kunstenaar in zichzelf en komt later in het verhaal tot de conclusie dat hij alleen in beelden kan denken. De grote levensvragen en tegenstellingen komen op zijn pad; geboorte en dood, goed en slecht, leven en vernietiging. God verdwijnt uit zijn leven, zijn “oer”moeder komt er zogezegd voor in de plaats. Hij zoekt zijn “moeder” in elke vrouw maar geen enkele geeft de zielerust die hij (onbewust) zoekt. De roman spreekt ook als psychologische en filosofische verhandeling met prachtige volzinnen: “Es kann klug sein oder dumm; er kann tief in sich wissend sein, wie gebrechlich und vergänglich alles Leben ist und wie arm und angstvoll alles lebendige sein bißchen warmes Blut durch das Eis der Welträume trägt, oder er kann bloß kindisch und gierig den Befehlen seines armen Magens folgen – immer ist er der Gegenspieler und Todfeind des Besitzenden und Seßhaften, der ihn haßt, verachtet und fürchtet, denn er will nicht an all das erinnert werden: nicht an die Flüchtigkeit alles Seins, an das beständige Hinwelken alles Lebens, an den unerbittlichen eisigen Tod, der rund um uns das Weltall erfüllt.”

Narziß en Goldmund gaan zichzelf in de andere herkennen. Het is de zoektocht naar de existentie, de plaats voor een ieder in ruimte en tijd, het grote vinden van de erkenning en liefde uiteindelijke uitmondend in het geluk. Er is geen veroordeling door Hesse, allesbehalve, hij schetst veeleer zijn eigen “Zwiespalt” die er voor zorgt dat het grote geluk altijd een stap voor is. Hij laat wanneer Goldmund weer terug op het klooster is Narziß tegen Goldmund zeggen: “ Wärest du, statt damals in die Welt zu laufen, ein Denker geworden, so hättest du Unheil anrichten können. Du wärest nämlich ein Mystiker geworden. Die Mystiker sind, kurz und etwas grob gesagt, jene Denker, welche nicht von den Vorstellungen los kommen können, also überhaupt keine Denker sind. Sie sind heimliche Künstler: Poeten ohne Verse, Maler ohne Pinsel, Musiker ohne Töne. Es sind höchst begabte und edle Geister unter ihnen, aber sie sind alle ohne Ausnahme unglücklich.”

De thematiek van het boek blijft me fascineren. De stilistische kwaliteiten gaan op en af, evenals de snelheid. Het lijkt soms alsof je kunt merken wanneer Hesse het schrijven even stopt en wanneer hij het weer oppakt. Grote literatuur vermengt met soms wat trivialiteit als uit een liefdesroman. Dat laatste vind je duidelijk terug in de scene wanneer Goldmund met Lydia, de dochter van een ridder en haar jaloerse zus Julie, het bed deelt.

narzis-und-goldmundHet boek dat in 1930 in een oplage van 40.000 exemplaren verscheen bij Fischer (in de Nederlandse vertaling werden er slechts 16 exemplaren verkocht!), heeft een verrassende pagina die ik enkele keren terug las; “ Eine Frage Narziß: habt ihr auch einmal Juden verbrannt?” “Juden Verbrannt? Wie sollen wir? Es gibt ja bei uns keine Juden.” “Richtig. Aber sage: wärest Du imstande, Juden zu verbrennen? Kannst Du Dir den Fall als möglich denken?” “Nein warum sollte ich es tun? Hälltst Du mich für einen Fanatiker?” “Versteh mich Narziß! Ich meine: kannst Du Dir denken, daß du in irgendeinem Fall den Befehl zum Umbringen von Juden geben würdest oder doch Deine Einwilligung dazu? Es haben ja so viele Herzöge, Bürgermeister, Bisschöfe und andere Obrigkeiten solche Befehle gegeben.” “Ich würde einen Befehl dieser Art nicht geben. Dagegen ist der Fall wohl denkbar, daß ich eine solche Grausamkeit mit ansehen und dulden müßte.” “Du würdest es also dulden?” “Gewiß, wenn mir nicht die Macht gegeben wäre, es zu verhindern….” Waarop Narziß bevestigend antwoordt op de vraag van Goldmund dat de wereld dus eigenlijk een hel is. Het zou nog een goede 10 jaar duren voordat de nazis het boek van het wereldtoneel trachten te halen en enkele jaren de vooruitziende blik van Hesse in hun volledige gestoordheid ten uitvoer brachten.

Narziß und Goldmund dankt zijn populariteit met name door de eerste laag van een mooi (liefdes)verhaal in de middeleeuwen. De tweede laag, de psychologische en beschouwelijke, raakt diepere snaren, onder andere die van de vergankelijkheid. Hier is Nietzsche op de achtergrond weer aanwezig. Het eeuwige pendelen tussen lust en ascese houdt bij de dood niet op. Het gaat maar voort: “Es ist die Überwindung der Vergänglichkeit. Ich sah, daß aus dem Narrenspiel und Totentanz des Menschenlebens etwas übrigblieb und überdauerte: die Kunstwerke. Auch sie vergehen ja wohl irgendeinmal, sie verbrennen oder verderben oder werden wieder zerschlagen. Aber immerhin überdauern sie manches Menschenlebens und bilden jenseits des Augenblicks ein stilles Reich der Bilde rund Heiligtümer. Daran mitzuarbeiten scheint mir gut und tröstlich, denn es ist beinahe ein Verewigen des Vergänglichen.” Ik bedenk nu dat de auteur goed 50 moet zijn geweest toen hij het verhaal schreef (53 bij de eerste publicatie). Het bewustzijn van het vergankelijke en zijn eigen zoektocht in het eeuwige nietige draaiden waarschijnlijk op volle toeren. Evenals bij Nietzsche “jenseits” van het nihilisme maar wel met de nodige “Weltschmerz”. Een kwestie van leeftijd?

Ook hoofdstuk 10 opent met een duidelijke Nietzscheaanse invalshoek: “Alles kam wieder und wieder, was er nun schon so wohl zu kennen glaubte, alles kam wieder und war doch jedesmal anders: das lange Wandern über Feld und Heide oder auf steiniger Straße, das sommerliche Schlafen im Walde, das Schlendern in Dörfern, hinter den Reihen der jungen Mädchen her, die Hand in Hand vom Heuwenden oder vom Hopfenlesen heimkamen, das erste Schauern des Herbstes, die bösen ersten Fröste – alles kam wieder, einmal, zweimal, endlos lief das bunte Band vor seinen Augen hin.”

Je hoort bijna de Zarathustra in het souffleer vak.

Kunst, Eros, vriendschap en de dood, keren in verschillende verhoudingen telkens weer in het boek terug. De verschillende wijzen van aarden op deze wereld, hoe ze ook mogen heten, hoe we ze ook willen noemen, die tijdloos terugkeren in allerlei tegenstellingen die oosterse en westerse filosofieën verbinden; Hesse geeft er kleur aan die ik na 30 jaar weer als een ware “Bildung” terugvond. Een “Erziehungsroman” met een Nietzscheaans fundament dat generaties overstijgt en als kunstwerk het leven weer wat voller maakt.

Eén gedachte over “Narziß und Goldmund

  1. Herr Peters, verstehe die niederländische Sprache nicht immer recht gut aber es sieht toll aus und Hesse ist mein Lieblingsautor. Es wird mal Zeit wieder etwas von Nietzsche aus dem Schrank zu nehmen. Schreiben Sie bitte weiter über was so passiert in das literarische Deutschland!
    Hartmut W.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *