Helden van gisteren – het dagboek van Stefan Zweig

Helden van gisteren – het dagboek van Stefan Zweig

We weten nu al waar de terugblik op 2014 over zal gaan: de IS, de MH17, Syrië, ebola en ander “ongerief”. De maakbare wereld lijkt opeens niet zo regiseerbaar te zijn. De wereld en het lot luisteren niet naar geavanceerde afstandsbedieningen, snelle media of quantum theorieën. Voor sommige realisten die zich bewust worden dat geen polis hen zal dekken bij een wereld die zich wreekt of zich losschudt uit een jarenlange slaap, een reden voor ongerustheid.  Voor  de echte sceptici wellicht een basis voor lichte paniek.

In de jaren ’30 van de vorige eeuw raakte menig intellectueel, met name van Joodse afkomst, ook dusdanig in paniek dat vluchten naar een ander land of zelfs in de dood vaak de enige redding leek te zijn. Stefan Zweig was zo’n man. Zeer succesvol in de tijd tussen WO1 en WO2 maar dusdanig in vertwijfeling gebracht dat hij in ’42 het lot zelf in handen nam door samen met zijn vrouw Lotte uit het leven te stappen.

Zweig liet mooie werken na en “Die Welt von Gestern” vind ik een van de mooiste tijdsdocumenten die ik ooit heb gelezen. Deze dagen las ik zijn “Tagebücher” uit en was net als bij zijn andere werk onder de indruk van zijn taalgevoel, waarnemingsvermogen en misschien wel schijnbare rust die hij zichzelf gaf door zijn gevoelens aan papier toe te vertrouwen.

dagboeken-zweig“Rolland zeigt mir den Brief Tolstois und einen Nietzsches an Malwida von Meysenbug, den diese ihm geschenkt hat”, schrijft hij op 1 april 1913 in Parijs. In 1917 en 1918 maakt hij gewag van bezoeken aan Hermann Hesse waarmee hij enigszins contact onderhield. Maar o.a. ook Rolland, Rilke, Hofmannsthal, Wassermann, Rodin, Wagner, Mahler, Strauss, Dostojewski, Tolstoi, Schnitzler, Schickele en Freud passeren de revue.

Van de Amerikaanse biograaf George Prochnik verscheen deze week “The impossible exile” met als ondertitel “Stefan Zweig at the end of the world”. Het kan niet anders dan een boeiend werk zijn maar ik wacht nog even totdat ik het gelezen heb. De ondertitel verraadt in ieder geval de vertwijfeling die Zweig moet hebben gevoeld. Als intellectueel, als Duitser maar hoofdzakelijk als jood te moeten leven in een wereld die, althans zeker tot 1942, door de nazi’s leek te worden gedomineerd. Misschien is zijn suïcide geen heldendaad (wat is heldendom?) maar volkomen te begrijpen. Bovendien wilde hij ook geen “man van gisteren” zijn zoals Raymond van den Boogaard in de NRC zijn recensie over “The impossible exile”, als titel meegeeft.

De werken van Zweig zijn rustgevende pareltjes uit de vooroorlogse Duitse literatuur. Kunstzinnige en psychologische ankerplaatsen, veelal getuigend van invloeden door Nietzsche, die we hard kunnen gebruiken in de huidige tijd waarin fundamenten van democratie en cohesie in samenlevingen, als in een onontkoombaar “l’histoire se répète” lijken te corroderen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *