De dood van de tegenstander

De dood van de tegenstander

Toen in 1939 de laarzen op steeds meer plekken in Europa harder op de bodem klonken, was de bijna 3 jaar geleden overleden schrijver en psychiater Hans Keilson al 30 jaar.  Als volwassene en intellectueel begreep hij in welke houdgreep Duitsland zijn ledematen niet meer kon bewegen en emigreerde in 1936 na een 2-jarige studie medicijnen in Berlijn, naar Nederland waar hij 101 jaar oud in mei 2011 overleed. Enkele jaren voor zijn overlijden viel hem na een bewogen leven, actief schrijverschap en psychiatrie practicum, veel eer en roem ten deel. Aanleiding daarvoor was een recensie in de New York Times die zijn werk prees als absolute wereldliteratuur. Al heeft Keilson in directe zin niets met Nietzsche uit te staan, toch even enkele woorden aan deze bijna vergeten schrijver van soms prachtige zinnen en inzichten. Hij wist op literaire wijze prachtige en diepe menselijke emoties en inzichten te verwoorden en heeft met zijn nalatenschap m.i. een literaire statuur neergezet die niet vergeten mag worden.

der-tod-des-widersachers

Ik herlas “Der Tod des Widersachers”  en “Komödie in Moll” en hervond weer enkele prachtige zinnen vol levenskennis. De inhoud van beide werken wil ik graag aan de lezer overlaten met name voor hen die beide boeken nog niet gelezen hebben. Toch een paar voorproefjes uit bijvoorbeeld “Der Tod des Widersachers” (om onbegrijpelijke reden in het Nederlands vertaald als “In de ban van de tegenstander”): “Sie wollen also lieber Gott danken, daß Sie sind, der Sie sind, und Sie ziehen gegen den anderen zu Felde, weil er eben ein anderer ist”, sagte ich. “Sie vergessen, daß der andere das gleiche mit Ihnen tut, da für ihn Sie der andere sind. Es ist alles ein großes Karussel met den gleichen geschnitzten Holzpferdchen , nur verschiedenartig gefärbt, zur Abwechslung des verehrten Publikums.”

Keilson moet zijn grote levensenergie uit zijn verworven inzichten hebben gehaald om te kunnen volbrengen wat hij als psychiater gerealiseerd heeft. Hij behandelde getraumatiseerde Joodse kinderen en nam daarvoor tijdens de oorlogsjaren al grote risico’s. Om in reflectie en dissociatie in literatuur je zienswijzen neer te zetten zoals hij deed, past bij een grote vrijgeest zoals Keilson, die o.a. schreef: “Denn selbst der Haß kann nicht ohne einen Tropfen Liebe existieren, sonst ist er kein Haß mehr, sondern eine kalte Verwüstung, ein dummer Untergang (….). Aber nicht mit dem Haß, mit dem Leben mußt du den Tod bestreiten. Solange du hassest, und es sind Grabhügel und Steine, die du verwüstest, mußt du wissen, daß dies ein schlechter Haß ist, da er den Tod, aber nicht das Leben meint. Dieser Haß ist dein Feind, und du mußt auf ihn achten, denn er ist ein gefährlicher Feind. Darum muß man auch den Haß lernen. Heute ist er ein Schwäche, morgen kann er eine Stärke sein.” 

hans-keilson

De vele recente artikelen in o.a. de Groene Amsterdammer over de gruwelijke daden die een Himmler c.s. hebben begaan, terwijl ze evengoed keurige burgers en opvoeders van kinderen waren, staan in een perspectief van een “hoe is het mogelijk” sfeer, dat enigszins gedateerd is wanneer je psychologische dader/slachtoffer analyses van Keilson tot je neemt: “Auch wenn du es denkst , aber es ist nicht so, du streitest nicht gegen mich, weil ich eine andere Meinung habe oder eine andere Haarfarbe oder weil meine Nase anders im Gesicht sitzt als die deine, es ist alles dein Eigens, wogegen du streitest, und je mehr du es vor dir selbst verschweigst und nicht wahrhaben willst und es nicht fassen kannst und mogelst, desto heftiger bestreitest du es in mir, mit einem Haß, der nicht mehr mit dem Leben zugetan ist.” De gevestigde psycholoog schreef als 50-jarige in zijn DTDW: “Die grausame Wirklichkeit, die man nicht zu ertragen gelernt hat, wir sind nicht vorbereitet, sie aufzunehmen, gleichviel, ob sie ein Freundliches oder ein Feindliches bringt. Wir kleiden sie in Gewänder, die wir nach unseren Maßen verfertigen, behängen und verunzieren sie mit unseren Farben und wissen zugleich, daß eine andere gemeint ist. Wir wünschen nicht, ihr zu begegnen, noch einmal, wir sind nicht vorbereitet, und jedes tiefere Gefühl, dessen wir zaghaft fähig werden, fürchtet sein Démasqué.”

Voor de student of leerling Duits die weinig tijd heeft of zich weinig tijd gunt, is “Komödie in Moll”, dat 2 jaar na de Tweede Wereldoorlog verscheen, een absolute aanrader. Een eenvoudige vertelling met een mooie thematiek. Ik citeer: “Wie man einen Körper mit Tüchern und Kleidern verhüllt, da der Brand seiner nacktheit das schauende Auge zu tief blendet, so umhüllt sich das Leben selbst mit kostbaren Verkleidungen, hinter denen das doppelzüngige Feuer der Schöpfung, wie unter Aschen, schwelt. Liebe, Schönheit und Würde, – alles das war nur angetan, um dem, der sich der Glut in Ehrfurcht nahte, nicht die gierigen Hände und durstenden Lippen zu versengen. Doch wo die schützende Umfassung der Gewalt und der Vernichtung anheimfiel, kam das unverzagte Herz in Aufruhr und ruhte nicht eher, bis es neue Maskeraden geformt und neue Fäden gesponnen hatte, um das Schmähliche zu versöhnen, das Unerträgliche zu erheben.” 

komodie-in-moll
Hoe kunnen we Keilson plaatsen? Hoe kan een mens überhaupt kijken? Soms lijkt het of zijn zinnen uit een Dostojevskiaanse roman geknipt zijn. Uit de mond komen van een Aljosja of ander religieus en psychologisch doorwrocht personage. In de Komödie is Marie nog vol van het overlijden van “Nico”, de onderduiker. Ze ziet de waarheid alsof ze door de mist de andere oever duidelijker in zicht krijgt maar Keilson vervolgt: “Marie erschrak, als sie erfuhr, daß ein Geheimnis, das man zufällig errät, ein anderes, noch größeres dahinter verbirgt, das unaufdeckbar bleibt. Und das jedes Wissen, jede Erklärung nur wie ein Schnee ist, der süß geschlagen in den Teig kommt, um ihn aufzulockern und feiner im Geschmack zu lassen.” En als laatste citaat uit de Komödie wil ik u het volgende niet onthouden: “Das andere, das Fremde, das, was wir nicht selbst sind, ist unserem Begriff eher zugänglich. Aber das Entscheidende blieb unerklärt. Der Funke in ihm, die Absplitterung des großen Feuers, das in der Welt brannte und Leben genannt wurde, geheimnisvoll, einsam, in jedem Menschen neu Gestalt gewinnend und sich offenbarend nur in Bruchteilen einer Sekunde, in den erhellten Augenblicken die Brandmauern der Körper durchbrechend, und dann ein Leuchten, ein Zeichen der Verbindung, der Gemeinschaft, aber auch darin einsam und voller Geheimnis unzerstörbar.” Kijk, dat zijn nog eens zinnen om je aan te laven; poëtisch en vol zeggingskracht die een mix verraden van een spirituele, psychologische en filosofische ervaringsdeskundigheid.

Pas op zijn 95e jaar stopt Keilson met het behandelen van patiënten. Het kan niet anders dan dat veel van zijn patiënten de vlam van deze man gevoeld moeten hebben. Niet altijd in bittere ernst maar altijd gelardeerd met enige zelfspot en humor. Op zijn 100e werd Keilson benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Wat die er nou mee te maken hadden is een raadsel maar men wilde blijkbaar toch iets van eerbetoon tonen. Het begrip voor de dader en diens haat blijft overigens lastig in een tijd van ressentiment en de wens dat barbertje moet hangen. En wanneer is het niet die tijd? Christus? Jeanne d’Arc? Maarten L. King? Mandela? De diepe filosofische en psychologische inzichten van Keilson zijn een richtlijn wie in het kielzog van Hannah Arendt iets van dader en slachtofferschap wil begrijpen. Ook zij stootte op de kortzichtigheid in de wraak toen ze de normale burger Eichmann portretteerde. En Hitler die een kind of zijn hond lief streelt past ook niet in het stereotype beeld van de beul en sadist. Maar daarin –en dat heeft de geschiedenis onomstotelijk bewezen- schuilt juist het gevaar: de man zonder eigenschappen (Musil) blijft overal en altijd onzichtbaar voortbestaan en haat of wraak zijn zeer gemakkelijk aan te wakkeren driften in onze kudde instincten. Of we nou willen of niet; Befehl is slechts voor weinigen niet altijd Befehl. De 101 jaar geworden Keilson streelde met zacht literaire en verzoenende hand over de inzichten die zijn leven hem bracht. Een leven waarin zijn ouders hem ontvielen door de Nazi-terreur en waarvoor hij zelf in psychotherapie ging en het lijden aan dit verlies enigszins overwon. Zou grootsheid van hart iets met aanleg van doen hebben of te leren zijn?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *