Dagboeken van Stefan Zweig

Dagboeken van Stefan Zweig

Drie maart 2014; het carnavalsfeest is grotendeels weer voorbij, de decibellen weer in de kast, de alcohol tot de enkels gezakt en de hoofden die ik zowaar zelfs even in een optocht zag, hopelijk -en als ze dat al waren- enigszins voor rede vatbaar.

s-zweigVoor me ligt tussen verontrustend nieuws uit de oostzijde van Europa, toch uitnodigend de gebonden uitgave “Tagebücher” van Stefan Zweig. Een bundel vol inkijkjes in een interessant leven dat zich tussen 1881 en 1942 afspeelde. Als beginnend auteur met nog een hoop titels te gaan kwam hij vandaag precies 101 jaar geleden, op 3 maart 1913, in Parijs aan waar hij zich direct beklaagt over de drukke stad met het luidruchtig aanwezige verkeer. Zweig zit gelijk midden in de scene en er passeren een boel bekende namen (om jaloers op te worden), de revue; Rolland, Rilke, Hofmannsthal, Wassermann, Rodin, Wagner, Mahler, Strauss, Dostojewski, Tolstoi, Schnitzler, Verhaeren, een Russische dame (dat Lou Andreas Salomé moet zijn) en natuurlijk Nietzsche.

In het eerste deel dat tot aan de Eerste Wereldoorlog met soms grote tussenpozen het leven van een literair zoekende Europeaan laat zien, valt me direct op welke centrale plek Zweig heeft ingenomen tussen al die diverse interessante kunstenaars van verschillend pluimage, reikend vanaf het grensvlak tussen de 19e en 20e eeuw tot aan de twee eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog.

eiffeltoren
Wat een rijkdom, zo vlak voor de Eerste Wereldoorlog in het Parijs dat nog steeds dezelfde ijkpunten heeft zoals bijvoorbeeld de toen 25 jaar oude Eiffeltoren (Zweig was 5 jaar toen de bouw er van startte) of het door Zweig beschreven glas in lood in de Notre Dame. Wat een fascinerende tijdloosheid wanneer je tussen de regels van de soms wat snobistisch aandoende aantekeningen leest hoe de wereld in bepaald opzicht sinds 1914 alleen maar stil heeft gestaan. En wat kunnen woorden iets betoverends doen wanneer jezelf de beelden er gemakkelijk bij kunt halen; de straten in Parijs, het station van Salzburg, en het Schönbrunn in Wenen.

De aantekeningen van een reizende Europeaan stoppen vooreerst eind april 1914. De verwoestende brand tussen 1914 en 1918 staat op het punt uit te breken. Niemand die kon vermoeden dat 2 decennia later ook zijn boeken in de nazivlammen op zouden gaan. Zweig ligt inmiddels al 72 jaar onder de zoden en ik realiseer me dat de facto Europa nog geen millimeter opgeschoten is behalve een centrale maar ook vaak bediscussieerde munteenheid en een hoop heren en dames die internationaal over elkaar heen buitelen. Europa wankelt politiek als vanouds, de vorm is alleen wat anders, de namen van de pionnen gewijzigd en de inhoud misschien wel wat trivialer dan 101 jaar geleden.

Stefan Zweig en zijn 27 jaar jongere vrouw Lotte plegen in februari ’42 in Brazilië zelfmoord nadat Hitler Duitsland verschillende toenmalige Europese grenzen overschreden had en o.a. Parijs door de militaire macht was bezet. Ergens in het dagboek zal ik nog de zin tegenkomen: “Es ist vorbei. Europa erledigt, unsere Welt zerstört. Jetzt sind wir erst wirklich heimatlos.” En ik denk opnieuw aan de ondertitel van dit blog:”Weh dem der keine Heimat hat.” 

Ondertussen hebben Sovjetsoldaten op de Krim hun posities ingenomen en zijn in de Oekraïne alle reservisten opgeroepen. De vraag dient zich onuitgenodigd aan me op: hoe ziet de wereld er 2 decennia vanaf vandaag eigenlijk uit?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *