Blijf de aarde van Henk Manschot trouw

Blijf de aarde van Henk Manschot trouw

In een warm Italië werden de uren die ik besteedde aan “Blijf de aarde trouw” van Henk Manschot (Vantilt 2016), afgewisseld met gedachten of die snikhete dagen iets te maken zouden kunnen hebben met het veranderende klimaat. Steeds meer extremen in temperatuur, regenval en droogte, het was en is aan den lijve te ondervinden. De bruine en in hun trots geknakte zonnebloemen keken met honderdduizenden naar de grond in plaats van fier en verwachtingsvol naar de zon.

Werd en wordt het tijd voor een pleidooi voor een nietzscheaanse terrasofie dat uitnodigend op mijn knieën lag? Met enige scepsis nam ik het boek van Henk Manschot (em. Hoogleraar filosofie en ethiek aan de Universiteit voor Humanistiek) ter hand. Is deze studie en deze benadering van de teksten uit Nietzsches werk het zoveelste voorbeeld van een ‘Hineininterpretierung’ of is de studie daadwerkelijk fris, vernieuwend, vruchtbaar en overtuigend zoals Paul van Tongeren op de achterflap stelt?

Verdeeld over twee los van elkaar te lezen delen en onderverdeeld in 6 hoofdstukken neemt HM de lezer mee naar specifieke aspecten uit de denkwereld van Nietzsche. Met een helder wetenschappelijk vizier onderbouwt hij met teksten van Nietzsche een filosofische benadering van en waarschuwing voor de huidige mondiale ecologische crisis. HM is zelfs zo ver gegaan om zich ook fysiek in Nietzsches leefpatroon van ‘Wanderschaft’ te gaan verplaatsen. Een tocht die ook ik, weliswaar over diverse jaren verdeeld heb gemaakt zonder de bedevaartganger te willen zijn maar in alle eerlijkheid dan toch wel een beetje ben; Röcken, Naumburg, Bonn, Leipzig, Sils Maria, Sorrento, Genua, Nice, Turijn….waar vinden we bodem onder de gedachte dat Nietzsche al in de 19e eeuw pleitte voor een ecologische verantwoorde wijze van leven door te stellen dat we de aarde trouw dienen te zijn? Ja, de adembenemende bergen en meren in het Engadin kunnen de beschouwer en bezoeker zowel het euforische als het apocalyptische gevoel geven. Maar waar wilde Nietzsche met die uitspraak om de aarde vooral trouw te blijven naar toe? Was dat ook niet een tegengeluid tegenover al het transcendente en metafysische in zowel filosofisch als wetenschappelijk en religieus denken? Kortom, genoeg vragen die opkomen wanneer je de studie van HM tot je neemt.

De eerste pagina’s bevestigen al bijna direct mijn vermoeden, geen koude maar wel een lauwe douche; vanuit de grote betrokkenheid rondom de actuele ecologische crisis die ons omringt zijn uitspraken van Nietzsche gebruikt ter ondersteuning van een eigen visie. En ja, het is niet gemakkelijk om daar kritisch tegenover te staan want inhoudelijk kan ik mij zeer sterk vinden in de zienswijze van HM, maar wanneer ik lees hoe het eetpatroon van de zwervende denker wordt aangewend om eenvoud en verbondenheid met de natuur te onderstrepen (zie bijvoorbeeld ‘Walden” van Thoreau), dan is voor mij dit ‘Fressen” maar dan van één soort; gefundenes.

Nietzsche zocht zijn rust in klimaat, gezelschap en afzondering en last but not least in zijn eetpatroon. Al met al om verlost te kunnen zijn van zijn vreselijke lichamelijke aandoeningen die hem bijna zijn hele vruchtbare leven hebben vergezeld. En wie weet is die continue ongesteldheid wel een pijler onder zijn machtige denkwerk? Hoe dan ook, HM betrekt in zijn studie vooral drie thema’s waar hij iets van Nietzsche in kan verweven; verbinding met de natuur, relatie met de woongemeenschap en de aarde als herontdekte identiteit.

In hoofdstuk 1 lezen we hoe Nietzsche uit bijna ascetische motieven de universiteit van Bonn de rug toekeerde. Maar hoezeer weten we dit? In mijn ogen was het veeleer het gebrek aan gehoor en aansluiting die hem heeft doen besluiten zijn denkwerk in een ander vat te gieten en niet zozeer het van veel welstand en welzijn verstoken levenspad van de monnik in te slaan.

Op pagina 34 geeft HM een perfecte vertaling van de hang naar het ‘vaste land’ zoals Nietzsche dit in zijn werken op verschillende plekken heeft genoemd. Het slaat terug op de hang naar houvast en het is voor mij persoonlijk een van de essentiële thema’s die in Nietzsches werk te vinden is. Niet voor niets dat dit blog “weh dem der keine Heimat hat” als ondertitel heeft. De waarschuwing voor wat komen gaat wanneer het nihilisme wortel schiet. Het gaf me een gevoel van herkenning, bevestiging en opluchting. Eindelijk weer eens iemand die doorgelezen en herkauwend de teksten tot zich heeft genomen en ook in de nagelaten fragmenten de metaforen van het land verlaten en het ter scheepgaan in die context in een studie opneemt; ‘de stilte van de natuur heeft meer zeggingskracht dan het spreken van de mens’, mooi geschreven! En op pagina 37: ‘Nietzsche beseft als geen ander dat elk woord, elk beeld ontoereikend is, een vermomming, een vervalsing, ja dat spreken en denken gebrekkige manieren zijn die de toegang tot de natuur in de weg kunnen staan. Het denken zelf, althans dat wat doorgaans onder denken wordt verstaan, gaat hem daarna zelfs tegenstaan. Nietzsche zal nadrukkelijker gaan zoeken naar een steeds persoonlijker en tegelijkertijd beeldender taal, een taal die niet pretendeert ‘waar’ te zijn,’ schrijft HM waarbij hij de zienswijze van Giorgio Colli uit diens ‘Scritti su Nietzsche’ meeneemt in een omschrijving van Nietzsches taalbeleving die naar mijn smaak de essentie raakt. Over die taal refereert HM ook nog aan de woorden van vertaler Wilfred Oranje die zijn eigen vertaling van de Zarathustra in 2006 opnieuw onder handen nam en de taal van de Zarathustra als een ‘ijsschots’ tussen de andere werken ziet. Volgens HM, en ik ben het hier met hem eens, is die ‘ijsschots’ niet voldoende omdat Nietzsche met zijn oude Pers een weg insloeg van iets hogers, spiritueels, mysterieus en –in mijn woorden- met minder of geen aan de oppervlakte verklaarbare logica maar meer met een verborgen verbeelding wilde schrijven. Maar dan, op pagina 52, gaat de ijsschots van HM zelf even onder. Door een uitspraak uit de nagelaten fragmenten woordelijk te plaatsen in het kader van het onderzoek naar eten en voedsel, lijkt het of Nietzsche letterlijk de eetgewoonten (maaltijden, dieet, dagindeling) als voorwaarde stelt voor een nieuwe cultuur. De essentie van hetgeen Nietzsche hier schrijft “könnte dies nicht verbessert werden?”, is om op de treden van de trap naar een Übermensch, het normale van de dagelijkse gang van zaken achter zich te laten met oog op een ontwikkeling naar iets hogers. Dat had hier dus ook slapen, kleden of een andere dagelijkse activiteit kunnen zijn.

HM gaat af en toe (logischerwijs) in de docentenmodus waarbij je je soms afvraagt welke lezer hij voor ogen heeft gehad bij het hanteren van woorden als ‘boekjes’ en ‘verhaaltjes’ van Nietzsche, of dat hij stelt dat Nietzsche ergens voor ‘pleit’ of de Italiaanse tuinen aanwendde om de natuur als metafoor te nemen. Of op pagina 131 de pointe van een uitspraak van Gandhi toelicht en zelfs Zarathustra als Nietzsches dubbelganger typeert. Ik ga dan met kromme tenen verder in de tekst waar gelukkig heel veel wel ter zake kundige en interessante dingen te lezen zijn. Zoals bijvoorbeeld de toelichting op de metafoor van de tuin en het tuinieren; de nooit eindigende dialectiek tussen het verrast worden wat de natuur laat ontdekken aan de ene kant, en het zich losmaken uit alle belemmeringen die een dergelijke open uitwisseling in de weg staan (…). Uiteraard komt hier een van de bekende Nederlandse Nietzsche intimi, Joep Dohmen o.a. met zijn boek “Nietzsche over de menselijke natuur” ter sprake. En net wanneer enthousiasme je aderen binnenstroomt komt de ontnuchterende vraag van HM of de interpretatie van Dohmen van Nietzsches levenskunst wel ver genoeg gaat. Of wanneer hij zichzelf de vraag stelt of Nietzsche met zijn opmerking misschien het ultieme doel om alles in het perspectief van de aarde te begrijpen heeft gemeend? Ja, het gaat over die Bovenmens (zoals HM de Übermensch naar Wilfred Oranje noemt) maar daar vloeit in het boek zoveel ecologische behoefte doorheen dat je bijna vergeet dat Nietzsche ook een moraalfilosoof was, een denker die uiteindelijk zichzelf als een Gekruisigde waande die een wezenlijke steiger van zijn hele denkwerk rondom de Christelijke moraal opbouwde en niet met een ecologisch vraagstuk bezig was.

In hoofdstuk drie betreffende de Zarathustra, neemt HM de lezer mee naar –hoe kan het anders- de steen van Surlej. HM heeft daar net als schrijver dezes de voetstappen van de geestelijk vader opgezocht. De eenzaamheid of beter gezegd de stilte willen voelen, de bekende 6000 voet boven de zeespiegel laten binnenkomen. HM geeft een uitleg over de paradigma stelling in het domein van levenskunstvragen en wil daarnaast de Zarathustra ook als stijlvorm onderzoeken, als tekst die een beroep doet op een enorm rijk aan metaforen en gelijkenissen. In zijn benadering van de Zarathustra spreekt ontegenzeggelijk de docent. Hij spreekt bijvoorbeeld de lezer aan om vooral ook historische kennis te hebben om een lijn naar Franz Kafka te kunnen begrijpen en geeft een toelichting op de gelijkenissen van het gelukzalige eiland en de vuurhond. En al heeft hij hier in essentie gelijk, ik voelde me hier opnieuw lichtelijk betutteld aangesproken. Of is het bij de lezers van Nietzsches werk zo slecht gesteld met de kennis over de Zarathustra? En mijn tenen werden ook weer wat onrustig door wat in voetnoot 5 wordt verteld door HM. Zou Nietzsche zich hebben laten beïnvloeden door wetenschappelijk werk rondom organische biologie en evolutie –dat hij daadwerkelijk ook heeft gelezen- dat hem tot de uitspraak heeft gebracht ‘wie gehoorzaamt hoeft slechts te volgen’? Ik lees hier een totaal andere Nietzsche, een denker die de autonome, creatieve en van Christelijke conventies verloste denkwijze voorstaat. En vervolgens gaat HM weer wonderlijk en wetenschappelijk verder met zijn beschrijving van de bedrijven in de Zarathustra, waarbij let wel, geen woord Spaans uit zijn pen komt. De analist weet wel waarover hij spreekt. Of om in fotografietermen te spreken; de lens (i.c. H.M.) registreert feilloos maar de sensor lijkt te veel gekleurd en daarmee niet voldoende onbevangen. Waar HM in de oude wijze man een voorloper van de ecologisch levende wereldburger ziet rekende Paul van Tongeren al jaren geleden met Zarathustra af door hem als een mislukking te zien. Niet het boek van Nietzsche maar als historisch figuur met een heilzaam ideaal naar iets bovenmenselijks.

In het tweede deel van het boek gaat het met wat minder Nietzsche maar er blijft voldoende over. Al redelijk snel legt hij dan ook uit dat bij Nietzsche de aarde als metafoor staat voor authentiek willen leven met een sterke oriëntatie op de toekomst. Ruiken we hier al wat “Hineininterpretierung?” De inleiding krijgt van HM de ondertitel ‘het heden is zwanger van de toekomst’. Misschien wordt hier al een kleine springplank gelegd voor mogelijke andere levenswijzen, die de toekomst van de aarde kunnen borgen? HM zit vervolgens weer op de docentenstoel en legt de filosofie van Nietzsche uit aan de hand van een klassieke driehoek uit de oudheid: zorg voor zichzelf, zorg voor de medemens en zorg voor de kosmos. Hier ligt de tweede springplank voor een maakbare toekomst door te impliceren dat er een zorg ligt. Hoor hoe Nietzsche zich omdraait in zijn graf. Waar zorg staat leze men relatie met, dan komt de analyse wel tot een punt die de plank raakslaat.

Op pagina 101 hijst HM zijn zogeheten terrasofie in de lucht en daar vindt hij mij weer aan zijn kant. De noodzaak voor een omslag in ons mondiale denken (zelfs Europees durf ik te stellen want wie wilde die euro; de bank of de Europese burger al is dat een andere discussie), naar een lokaal denken en handelen. Inderdaad, niet de universaliteit maar de waarden van pluriformiteit en diversiteit zijn van essentieel belang. Ons perspectief kent zijn grenzen, we kunnen geen 1000 vrienden hebben, geen 7 taken tegelijk naar behoren uitvoeren en al helemaal niet dingen doen of ontwikkelen met als loutere motivatie ‘omdat het kan’. We hebben onze beperkingen en die zorgen voor de afkadering van hetgeen toekomst heeft en wat niet. De amorele en berekende houdingen van de homo individualis en economicus tot aan menig multinational roept m.i. ook om een omslag in ons denken en handelen. De oproep van de terrasofie zoals HM die voorstaat kan ik inhoudelijk daarom ook onderschrijven maar een fundament verstevigen met de filosoof Friedrich Nietzsche gaat mij veel te ver.

We lezen verder en komen op een subtiele derde springplank. Daar waar HM inhoudelijk pleit voor de lokale gemeenschap meent hij een pleidooi daarvoor ook bij de ‘ecologische filosofie’ van Nietzsche te lezen. Cultuur als bemiddeling tussen mensen en het stukje aarde waar zij leven. Ja, helemaal waar, maar zie het als een geschiedkundige opmerking, een sociologische notitie, een psychologische analyse of nog sterker, een antropologische vaststelling maar niet als ‘ecologische filosofie’. Even verder stelt HM dan ook dat hij tot voor kort (i.c. voor zijn figuurlijke reis met Nietzsche en zijn concrete reis naar de levensplekken van Nietzsche) niet de ecologische component had opgemerkt en zijn mentoren Dohmen en van Tongeren dat nog steeds niet lijken te doen. Als voorbeeld neemt hij Sorrento. Ook hier put ik weer uit eigen ervaringen. Ik was er meerdere keren en ademde de lucht en de atmosfeer in. Maar dingen zien en voelen omdat je deze wilt zien en voelen geeft een perceptie die een eerlijke analyse niet ten goede komt. Sorrento is een mooie plek om wat lezingen te houden en de Nietzsche zoeker wat houvast te geven (hier draait de man in Röcken weer in zijn graf) maar is uiteindelijk een mooie drukke badplaats waar vroeger slechts de welgestelde Europeanen hun buitenhuisje hadden of hun vakantie doorbrachten.

En dan ineens, als een kometeninslag lijkt HM zichzelf in de spiegel te hebben gekeken en aan de tand te hebben gevoeld. Op pagina 108 stelt hij dat bij Nietzsche, in tegenstelling tot onze tijd, ‘de wending naar de aarde niet een reactie is op een dreiging die vanuit de toekomst op ons afkomt’ maar voortkomt uit het verlangen dichter bij de natuur te staan en het plezier dat die natuur hem geven kan. Geen ecologische motieven van Nietzsche dus?

De vertaling van Wilfred Oranje (uitgeverij Boom) raadplegend verwijst HM naar de woorden van Zarathustra waar deze vraagt aan zijn ‘gelovigen’ de aarde trouw te blijven. In de originele tekst lezen we: ‘Führt, gleich mir, die verflogene Tugend zur Erde zurück – ja zurück zu Leib uns Leben: dass sie der Erde ihren Sinn gebe, einen Menschen-Sinn!’  en verder: ‘Ich beschwöre euch, meine Brüder, bleibt der Erde treu und glaubt Denen nicht, welche euch von überirdischen Hoffnungen reden! Giftmischer sind es, ob sie es wissen oder nicht.’ We lezen hier en in de context van de gehele Zarathustra, dus vooral de zin van het menselijke leven niet in het niet-aardse te zoeken (metafysica, religie, hiernamaals) maar terug te geven aan het tastbare leven van hier en nu.

Ook in de omtrekkende beweging die HM maakt naar voorbeelden in de marketing en misleiding in commercie kan ik me vinden maar dan meer als parameters van een maatschappelijk-kritische beschouwing. De wereld staat ook steeds meer op z’n kop en de vooruitgang neemt exponentieel toe. Maar was Nietzsche daar in zijn jaren al voor aan het waarschuwen? Nee, maar hij schiep wel aanknopingspunten om het leven zoveel mogelijk als een autonoom denkende wereldburger te benaderen, te bejahen, zonder de vooruitgang te willen stoppen. HM schrijft: ‘Nietzsche kan ons leren hoe we ons beter bewust worden van de vele manieren waarop het inkapselen in gedragspatronen en maatschappelijke codes verloopt. Hij is een meester in het blootleggen van de werking van sociale patronen’. Ik zou daaraan toe willen voegen: maar niet ingegeven door oorzaken of krachten van buiten zoals wetenschap, religie, economie, -ismen, ecologie of bijvoorbeeld een humanistisch wereldbeeld. Maar louter en alleen door een motivatie van binnenuit, een authentiek doorleefde intrinsieke drijfveer!

In “een genealogische analyse van het eigen verleden” gaat HM verder met een moraliserend ‘hineininterpretieren’ wanneer hij zes factoren opnoemt die Nietzsche in zijn kuur van de eenling heeft geschreven. Het verschil lijkt er alleen daar in te zitten dat Nietzsche dit doet om tot die Übermensch te komen en HM deze ‘kuur’ aanwendt om in te kunnen zetten voor een doel dat buiten de individuele ontwikkeling ligt. Want het moge duidelijk zijn dat hier een vierde springplank wordt gebouwd voor een transformatie van levenspatronen. “Du sollst dein Leben ändern”, speelde door mijn hoofd en inderdaad memoreert HM ook enkele keren aan het werk van Peter Sloterdijk.

Gelukkig weet HM dat de stijl van Nietzsche speelser is, ik zou willen zeggen poëtischer -want laten we vooral niet vergeten dat Nietzsche een grote stilist was- en minder schools is dan zijn eigen stijl. Dat vind ik getuigen van lef en stijl. HM weet als auteur van dit boek zichzelf ook die spiegel voor te houden en reflecteert ook tussendoor kort over zichzelf, zijn motivaties, achtergronden en persoonlijke geschiedenis (katholiek internaat, student). En eerlijk is eerlijk, vanuit de sterke behoefte om ons leefpatroon aan te willen passen, aan de noodklok te willen trekken is het moeilijk om als bewonderaar van de eye-openers die Nietzsche op Europese wandelpaden zich liet invallen, deze niet te willen inzetten voor een rechtvaardig en toekomstgerichte verdeling van schaarste. Volg hem maar eens niet, denk maar eens niet als hem, een hele opgave! Wanneer HM minder vanuit de noodzaak denkt weet hij heel raak het verschil van Nietzsche in vergelijking met ander filosofen uit te leggen door bijvoorbeeld het ontbreken van een morele doelgerichtheid te noemen. Toch kan de Zarathustra heel sterk als een Bijbel op de maag liggen. Alle dieren, metaforen en gelijkenissen doen je sterk aan oud- en nieuwtestamentische verhalen denken waar wel degelijk een moraal en doel als rode draad de lezer en gelovige richting geven. Volgens HM legt Nietzsche de zin van het leven in een nieuwe relatie met de aarde, bij een manier van leven die in overeenstemming met de natuur is. Ook hier weer een belangrijke nuance; Nietzsche beschrijft deze weg inderdaad uitvoerig maar niet als doel, als zin maar veeleer als middel. Tot wat is dan de vraag? Tot het voortdurend overstijgen van zichzelf, de mens die zichzelf steeds weer moet ontdoen van zijn oude en vergane huid, en cyclisch meegaat in het geheel van een voortdurend leven, voorbij doelgerichtheid of doelloosheid, gedreven door een ongrijpbare wil tot macht. Is dat wat?

Op het eind van hoofdstuk vier gaat HM nog een keer te rade bij Joep Dohmen en Paul van Tongeren. Zichzelf vergelijkend met PvT legt HM m.i. de vinger precies op het verschil tussen beide Nietzsche interpretators; HM blijft in mijn visie in een morele ‘evangelisatie’ hangen dat ergens naar toe wil, PvT vindt het ‘ont-toverd’ zijn (zie ook diens boek over het Europese nihilisme) en de secularisatie boeiender.

In het laatste hoofdstuk gaat HM verder in op de huidige ecologische problemen. Ik kan daar zoals bovenstaand al gezegd alleen maar hartgrondig mee eens zijn, evenals met zijn scherpe analyses. We dwalen dan wel richting politiek-economische criteria en zienswijzen wanneer we de lokale economie laten prevaleren boven de mondialisering. Bij mij zelf ontstaat dan de vaststelling hoe de geschiedenis zichzelf blijft herhalen wanneer we economische modellen kritisch beschouwen. Wie zijn de heersers, de kasteeleigenaren, grootgrondbezitters, multinationals, banken, verzekeraars en wat zijn hun belangen? Ja, macht zuigt en vernietigt de lokale ‘kneuterigheid’. Maar Nietzsche inroepen? Ieder toch zijn eigen Nietzsche?  Kurt Tucholsky klinkt in mijn hoofd: ”Wer kann ihn nicht in Anspruch nehmen! Sage mir, was du brauchst, und ich will dir dafür ein Nietzsche-Zitat besorgen.”

In zijn slotpleidooi ‘Op weg naar de grote gezondheid’ schrijft Henk Manschot rake woorden waar je alleen maar hartgrondig mee eens kunt zijn, althans als weldenkende (wereld)burger. Is de wereld dus wat rijker geworden nadat Marc Beerens van Uitgeverij Vantilt in dezelfde serie als bijvoorbeeld boeken van Paul van Tongeren, dit boek heeft durven uitgeven? Ja, sterker nog, het zou een vertaling in het Engels (of misschien Duits) verdienen om ook over de grenzen een belangrijk appel aan ieders verantwoordelijkheid een gezicht te geven. Verpakt in een inderdaad mooie, vernieuwende, vruchtbare en ik zou eraan willen toevoegen gedurfde studie. Maar een overtuigende terrasofie vanuit de gedachten van Friedrich Nietzsche ? Nee, ik zou afsluitend willen zeggen, eerder als terra secreta en tot verdere dialoog en discussie uitnodigend.

Eén gedachte over “Blijf de aarde van Henk Manschot trouw

  1. Geachte Hr. Peters,
    Een mooie voordracht deze middag van de heer Manschot. Maar uw opmerkingen hebben mij ook zeer geïntrigeerd. Heb uw website her en der en de kritiek op het boek van Henk Manschot gelezen. Mijn interesse in de filosoof Nietzsche is alleen nog maar gegroeid.
    Mooie beschouwingen overigens!
    J.B.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *