Archief van
Categorie: Nietzsche werken

‘Los años de la locura’

‘Los años de la locura’

Nietzsche en Spanje, dat heeft op zich niet zoveel met elkaar uit te staan. Behalve wanneer je hoofd in het Duitse denken rondhangt en je hart zich vaak verliest bij de Spaanse klanken op straat en in de warme muziek. Het is dan niet voor niets dat ik er vaak verkeer, daar aan gene zijde van de Pyreneeën, en ook onlangs weer van een meerdaags verblijf in o.a. Madrid kon genieten. In een spontaan bezoek aan een wat obscuur lijkend antiquariaat zag ik zowaar het vorig jaar verschenen boek over de brieven tussen Franziska Nietzsche en Franz Overbeck liggen. Een Spaanse uitgave (Hermida) met de voor mij uitdagende titel “Los años de la locura”. Het bracht me op de gedachte die al eens wat vaker door mijn hoofd speelde, namelijk om eens te kijken naar de Spaanstalige Nietzsche, of beter verwoord, Nietzsche’s bekendheid in de Spaanssprekende landen. Bovendien schreef ik in september 2017 dat de materie die Stefan Zweig in zijn ‘Mater Dolorosa’ beschrijft (de bedoelde correspondentie die ten grondslag ligt aan ‘Los años de la locura’), een vervolg zal krijgen. Bij deze dus, maar dan in een Spaans jasje.

Nietzsche in Spanje heeft al eens tot wat nader onderzoek geleid. In de jaren ’60 bijvoorbeeld in Zwitserland ‘Nietzsche in der Hispania’ en in Madrid door Sobejano met zijn boek ‘Nietzsche en España’ uit 1968. Boeken die pas enkele decennia later werden gevolgd door titels als ‘Nietzsche y la crisis de la modernidad’ (1989), ‘La voluntad de poder como amor’ (1990) en ‘Nietzsche más allá de su tiempo’ (1998), om er een paar te noemen.

Toch wil ik eerst graag naar een grootheid in die Spaanse filosofische wereld. Een man die Nietzsche met veel energie een plek heeft gegeven in de Spaantalige media en academische wereld van met name Mexico en Chili. Het is José Jara García (voor vrienden ‘Pepe’ Jara) die helaas op 1 oktober 2017 is overleden. Jara studeerde in Duitsland (München) en bracht in Mexico, Chili en andere Spaanstalige landen de bekendheid van Nietzsche op een ander niveau. Er ontstond door zijn inspanningen niet alleen nieuwsgierigheid maar ook meer bekendheid in de jaren ‘70, ‘80 en ’90 rondom die bijzondere filosoof uit Duitsland. De naam van Nietzsche viel door het enthousiasme van Jara steeds vaker, zowel in universitaire kringen als in de media, overig onderwijs en bij meerdere uitgeverijen.

In het door Henning Ottmann uitgegeven ‘Nietzsche Handbuch’ (2011) is een bijdrage van deze José Jara gewijd aan de bekendheid van Nietzsche in de Spaanssprekende wereld. Jara begint daar met een kleine dooddoener door te wijzen op de noodzaak van goede vertalingen om ook maar enigszins fatsoenlijk iets over een denker, schrijver en filosoof te kunnen vertellen. En dat zoiets bij Nietzsche zeer evident is hoeft geen betoog (vandaar mijn eigen neiging om steeds terug te vallen op originele Duitse brontekst). Jara neemt ons mee terug naar de lange weg die Nietzsche in de Spaanse vertalingen heeft afgelegd. In 1906 was het ene González Blanco die de eerste vertalingen in het Spaans op zich nam maar zich daarbij wel baseerde op een eerder verschenen Franse uitgave. Geen brontekst in het Duits dus. Dat werd pas vanaf 1932 door ene Ovejero y Mauri opgepakt; direct vanuit het Duits, een uitgave die later een basis zal vormen voor de totale Spaanstalige uitgave van het Gesamtwerk. Een poging in 1947 van ene Simón om Nietzsches werk opnieuw te vertalen naar het Spaans vond weinig weerklank. Pas sinds 1971 zijn de vertalingen en publicaties in het Spaans echt serieus te noemen. Jara zelf heeft daar een grote bijdrage aan geleverd maar ook Germán Meléndez (Universiteit van Colombia) die vanaf 1992 publicaties op zijn naam heeft staan waaronder ‘Nietzsche en perspectiva’ uit 2001 en daarnaast interessante essays schreef, o.a. ‘Homen e estilo em Nietzsche’ (Mens en stijl van Nietzsche) in de Braziliaanse GEN. (Grupo de Estudos Nietzsche, een wetenschappelijk onderzoeksteam dat als doel heeft om in Brazilië de werken van en rondom Nietzsche beter te kanaliseren en de professionals die zich daar mee bezig houden samen te brengen d.m.v. seminars en bijeenkomsten.)

In andere landen in met name Europa, brengen de teksten en aforismen van Nietzsche vooral schrijvers, dichters en kunstenaars in beweging. Ook in de Spaanssprekende wereld gaat het op deze wijze. Mensen als Baroja, Machado (zie ook mijn bijdrage van 5 juni 2017), Maragall, Pérez de Ayala en natuurlijk Ortega Y Gasset, nemen aan het eind van de 19een het begin van de 20eeeuw, delen en flarden vertaalde tekst over of laten zich erdoor inspireren. Het zijn thema’s als het menselijke leven, de mens als individu, de massamens (Gasset!), de wil, de kunst en de kunstenaar. Ook de verbinding tussen een filosofisch werk en het leven van de auteur, krijgt van vele schrijvers en kunstenaars in het benauwende Spanje van Alfonso XII, Alfonso XIII -beiden niet bepaald cultureel geschoold- veel aandacht. Spanje kent geen lange historie van denkers zoals dat in noord Europese landen wel het geval was, maar maatschappelijke onrust heeft het land altijd gekend. Nietzsche wandelde daar ineens vanuit het Duitse denken over de bergen die Spanje altijd dat typische isolement heeft gebracht.

Synchroon aan de interpretaties in Spanje ontstonden in Duitsland meer uitgebreidere studies naar Nietzsche en diens werk. Zoals bekend waren het o.a. Heidegger, Löwith, Müller-Lauter en Jaspers die de toon zetten in het academische milieu van het naoorlogse Duitsland. De Spanjaarden lieten zich later ook bijstaan door de Franse interpretaties (want om met Nietzsche te spreken kan en zal het nooit meer zijn dan dat; interpretaties) van o.a. Deleuze, Bataille en Foucault. Vanaf eind jaren ’80 staan aan meerdere Spaanse faculteiten jonge onderzoekers op die op een eigen, autonome wijze de handschoen van het onderzoek hebben opgepakt. Onderwerpen als Nietzsche’s metafysica, het tijdloze (Unzeitgemäße) denken, de crisis van de moderniteit in het licht van de Zarathustra en de wil tot macht komen op de agenda te staan. Men gaat zelfs postuum de strijd met Heidegger’s interpretatie van deze wil tot macht aan door het fenomeen ‘liefde’ bij Nietzsche anders te gaan interpreteren. Want ook hier geldt weer dat het niet meer kan zijn dan dat; interpretatie.

Op 1 oktober 2017 overleed Jara. Een oud-student van professor Jara, zei: “Het enige beeld dat me in deze draaikolk van verdriet en stroom van herinneringen overeind houdt, is die van zijn diepe stem en zijn gezicht verpakt in de rook van zijn Gitanes zonder filter. Door de Nietzsche expert Jara werden wij, filosofie studenten, ingewijd in deze vreemde Duitse filosoof wiens naam ik steeds opnieuw moest opschrijven want waar was de zy, waar de s…, waar de tz? Filosofie studeren leek door Jara een bestemming, geen beslissing. De gedachten werden omgezet in prachtige constructies, vol met riskante ideeën en we werden uitgenodigd voor het gevaarlijke en de buiten het gewone leven bestaande wereld.; Ik herinner me hoe ik zijn lessen verliet, wilde lezen en schrijven en in alle bars van de wereld met vrienden en vrienden wilde kletsen over wat deze leraar ons had geleerd, want wat hij ons had verteld, was het leven: je moest het zingen, je moest het dromen, je moest het – in één woord – wagen. Met het verstrijken van de tijd, bleek deze leraar een vriend te zijn, een van de meest genereuze, opgewekte, leuke en trouwe die ik ooit heb gekend. Maar voor altijd ook een leraar. Nietzsche had geleerd dat het diepste wat een mens in zich heeft lachen is; en ik herinner me nu zijn lach, dat met de woorden van Foucault als een gedicht kon ontploffen.”

Jara was min of meer gedwongen om Chili te verlaten nadat hem door het regime het vak van het doceren was ontzegd, en hij zal in 1975 een doctoraat van filosofie behalen aan de universiteit van München. Na terugkomst van zijn ballingschap geeft hij les aan de Centrale Universiteit van Caracas en leidt hij uiteindelijk de prestigieuze filosofische afdeling van de Simon Bolivar Universiteit van Caracas. Hij gaat uiteindelijk lesgeven aan een nieuwe generatie filosofische Chilenen en neemt actief deel aan de verdediging van de openbare universiteit. Zijn gepubliceerde werk is ook aanzienlijk in aantal waaronder een vertaling van ‘die fröhliche Wissenschaft’,

Jose Jara was een geweldige leraar wanneer je zijn studenten mag geloven. Een docent voor wie de universiteit verder gaat dan alleen de studie; een authentieke filosoof, die de oefening van het denken alleen beschouwt als een radicale en koppige ondervraging van alle vooraf vastgestelde waarheden. In zijn ogen ogen zal Nietzsche een ‘ontijdige denker’ blijven en volgens Jara zou Nietzsche vraagtekens zetten bij de democratie van vandaag. Het rigide trekken van nationale grenzen bracht Jara dan ook terug naar hetgeen ik bovenstaand al twee keer aanhaalde; ‘Er is geen moreel fenomeen, er is alleen een morele interpretatie van de verschijnselen’.

Maar nu dan ‘Los anos de la locura’: 280 pagina’s dik en zoals ik al schreef in 2018 verschenen. Het werd aangedurfd en geschreven door redacteuren bij het uitgevershuis Hermida en kreeg dus vertaald de naam ‘De jaren van waanzin’. Het origineel is overigens ‘Der kranke Nietzsche, Briefe seiner Mutter an Franz Overbeck’ van Erich Podach. De synopsis verduidelijkt de Spaanse lezer nog even waar het boek uit bestaat: ‘De briefwisseling tussen Franziska Nietzsche en Franz Overbeck is een ontroerende vertelling van het tragische einde van een van de meest transcendentale personages in de geschiedenis van de filosofie: Friedrich Nietzsche. Hoe weinig men ook weet van filosofie, Nietzsche’s naam is een van degenen die “klinken” en van degenen die “vallen” op examens. Het is een van de figuren die de evolutie van het hedendaagse denken heeft afgesloten met uitdrukkingen als “de dood van God” of concepten zoals “superman”. Zijn filosofie, die vanaf het begin strijdlustig, creatief en grensoverschrijdend was, werd abrupt tot zwijgen gebracht door een ziekte in de vorm van een mentale ineenstorting, op 3 januari 1889.’

En voor wie in Spanje nog meer wil weten en minder thuis is in het leven en werk van Nietzsche, heb ik een keuze van de synopsis genomen en deze vertaald:

‘De waanzin van Friedrich Nietzsche gaat door zijn laatste elf jaren van het leven, van 1889 tot 1900, en laat een vreemd donker spoor achter na in een jong leven. Zijn filosofie was van strijdlust, creatief en grensoverschrijdend en zijn tijd ver vooruit.’

‘Het boek bevat de volledige correspondentie geschreven door Nietzsche’s moeder aan het Overbeck echtpaar. Franziska zorgde liefdevol voor haar zoon in diens ‘gekke jaren’ tot aan haar dood in 1897.’

‘De grote Stefan Zweig bevestigde in zijn beroemde portret van Nietzsche dat deze brieven ‘een van de meest ontroerende documenten in de geschiedenis van de geest vormen.’ Bovendien tonen de brieven tegelijkertijd de onbaatzuchtigheid en genegenheid die Franziska Nietzsche voelde voor haar zoon.’

‘Tijdens de treinreis van Turijn naar Basel, zoals André Malraux in zijn Antimémoires vertelt, terwijl ze door de lange treintunnel van St. Gotthard gingen, helemaal donker en met het donderende geluid van de wielen van de trein, begint Nietzsche hardop te zingen.’

‘De moeder deed de verzorging met liefde en totale toewijding. Franziska Nietzsche houdt een hoop en het is God met wie zij praat in haar gebeden en in wie zij gelooft dat hij zal helpen om haar grote kind te herstellen, diezelfde God die door haar zoon ter dood was veroordeeld.’

Wanneer je de beschrijvingen en omschrijvingen tot je laat doordringen, rijst de vraag waar de Nederlandse vertaling blijft van deze mooie brieven? Welke uitgever in Nederland toont op z’n Spaans wat moed en brengt dit mooie werk, direct vanuit het Duits vertaald, op de Nederlandse markt?

Nieuwsgierigheid naar de resonantie van Nietzsche in de Spaanse literatuur bracht de in augustus 2017 overleden Paul Ilie (professor in Spaanse en Portugese literatuur) in 1964 er al toe een studie te verrichten naar de invloed van Nietzsche op de Spaanse vertolkers van kunst, literatuur en filosofie, met in het bijzonder de ‘Generatie van ‘98’. Het korte lijstje boven aangehaalde Spaanse schrijvers die een deel van deze beweging vormden, kan ik uitbreiden met namen als Azorin, Miguel de Unamuno, Valle-Inclán, Ibánez en Maeztu. Zij vormden samen de literaire beweging die haar naam had gevonden in de Spaans-Amerikaanse oorlog van 1898 dat het einde inluidde van de ooit zo machtige Spaanse hegemonie in de wereld. Tot de ‘Generatie van ’98’ behoorden voornamelijk schrijvers en dichters, maar ook journalisten en filosofen. Veel van hen waren van relatief eenvoudige afkomst, diversen ook rechtgeaarde autodidact en niet academisch geschoold. In het politieke spectrum waren de leden vooral in de communistische en anarchistische kamp te vinden. De beweging werd door de regering en door tijdgenoten als rebels en radicaal gezien. Van een eenduidig gemeenschappelijk gedachtegoed (sprekend Spanje) was nooit echt sprake, maar er zijn wel duidelijke overeenkomsten aan te wijzen, zoals de interesse in de filosofie van Schopenhauer en Nietzsche.

Het essay van Paul Ilie betoogt dat Nietzsche niet exclusief en alleen voor deze beweging iets heeft betekent. De inspiratie ontstond ook en helaas bij andere interpretatoren zoals ‘snobs’, ‘cranks’ en ‘sentimental vulgarizers’. Bovendien wijst Ilie er op dat Nietzsche vanwege zijn gebruik van metaforen en paradoxen, ook aangehaald werd in kringen met doctrines die zich op een andere wijze beriepen op de ‘superman’. Die kennen we.

Conclusie? Het kwam er allemaal wel maar wat later, daar achter de Pyreneeën en in Latijns Amerika. Verder heeft het soortgelijke overeenkomsten met de Noord-Europese vertolking van het werk van Nietzsche.

In 1986 sprak ik een student in Sevilla die toen hij me thuis had uitgenodigd voor een vino, trots zijn ‘Así habló Zaratustra’ liet zien. Het was onmogelijk om daar enige Spaanse woorden aan te wijden en of we elkaar toen hebben begrepen durf ik ten zeerste te betwijfelen. Maar het was en zou ‘un libro para todos y para ninguno’ blijven, daar waren we het over eens in een beginnende roes door een verstikkende hitte in de namiddag.

Troost en rustgevend is wel de gedachte dat enkelen en naar het lijkt steeds meer, zich de moeite getroosten om Nietzsche ook in het Spaans vooral langzaam te lezen, te herkauwen en dat oneindig wederkerend zullen blijven doen. Para siempre,…siempre,…siempre…