Nietzsche en de Grieken

Nietzsche en de Grieken

Wie denkt dat je in het moderne Griekenland voor serieuze literatuur, en laat staan voor werken van Friedrich Nietzsche, naar de gespecialiseerde boekhandel in een bovengemiddeld grote stad dient te gaan, komt –hoe Grieks kan het zijn- enigszins bedrogen uit. Onder die hete Griekse zon was het in een onbekende strandplaats waar ik per ongeluk onlangs terecht kwam, een verrassing om aan een straat die in kustplaatsen tegenwoordig overal ‘boulevard’ heten, in een nietszeggende Ako/Bruna-winkelsfeer veel auteurs tegen te komen waar je als liefhebber van de Duitstalige literatuur en filosofie een speciale band mee hebt; Mann, Hesse, Rilke, Kafka, om er maar een paar te noemen die naast en tussen o.a. Marx, Herzen, Ehrenburg en Dostojevski keurig staan te wachten op een gretige Griekse lezer. En dat wachten duurt nooit zo lang wanneer ik mijn gesprekspartner Alexander, al 18 jaar de trotse eigenaar van de boekwinkel, mag geloven. Duitse literatuur mag zich in het hedendaagse Griekenland verheugen over een grote interesse bij zowel het jongere als het oudere lezerspubliek. Hij spreekt een naam uit die ik totaal niet kan thuisbrengen totdat ik de fonetische klanken weet te vertalen naar de juiste naam wanneer hij me –nog trotser- een eerste Griekse druk van ‘Die Wahlverwandschaften’ van Goethe laat zien. De bibliofiele inslag van Alexander maakt een grotere interesse bij mij los dus vraag ik uiteraard naar zijn plank(en) filosofen. Het Griekse alfabet maakt het bijzonder lastig om de titels van de boeken ook maar enigszins te begrijpen maar de namen van de auteurs zijn uiteraard hetzelfde; Sartre, Heidegger, Levinas, Schopenhauer, Kant, Derrida en…Nietzsche. Een naam die Alexander wonderwel goed uitspreekt in de Engelse conversatie die ik met hem voer.

Nietzsche is populair in Griekenland, ik had het al eens eerder vluchtig meegekregen, en dat is een postuum tweerichtingsverkeer wanneer je bedenkt hoeveel Nietzsche over de Grieken, het Griekse drama, de Griekse filosofen en de antieke wereld vol goden heeft geschreven. Met als het meest bekende duo uiteraard Apollo en Dionysos. Maar ook zoveel andere namen uit de Griekse oudheid ontkwamen niet aan zijn kritische pen: Epicurus, Democritus, Aristoteles, Plato, Pythagoras, Aristophanes, Euripides, Parmenides, Sophocles, Homerus en Heraclitus om er een paar te noemen, komen met grote regelmaat voorbij. De eerste openbare werken van Nietzsche getuigden niet voor niets van een grote bekendheid met al die grote Griekse namen uit de antieke wereld waar hij als filoloog veel over en van las én doceerde. Alexander weet waar ik het over heb en hij toont me een recente studie over Nietzsche waar de bekende foto van Nietzsche als student in Leipzig (1867) op de voorkant prijkt. Ik besluit nog steeds een beetje overweldigd door het aanbod in deze boekwinkel, snel een foto met mijn telefoon te maken. Maar waarom snel, flitst even later door mijn hoofd?

Buiten gaat ondertussen het Griekse leven voort zoals het leven alleen in Griekenland geproefd wordt. Dat zoiets met andere eisen en wensen dan de onze wordt aangegaan zal me daarna nog een paar weken lang steeds duidelijker worden. Dionysos en Apollo lijken ineens aanwezig in deze boekhandel waar de airconditioning volop draait met de deur open, de rook van de sigaret tussen Alexanders vingers naar alle richtingen ontsnapt  en we het over één ding wel heel gauw eens zijn; die Nederlanders weten wat werken is maar Grieken…die weten wat leven is. En je hoeft er niet ver voor te lopen om te zien welke bouwprojecten zich in een soort van gelaten determinisme in steeds hoger groeiend gras verhullen. Huizen, wegen, openbare gebouwen… Geen geld, geen werk, geen perspectief maar wel een goed glas wijn, een gesprek over de beste olijfolie en wat uitgesproken meningen over de laatste voetbalwedstrijd tussen twee Nederlandse eredivisie clubs. Neem het leven en vooral jezelf niet al te serieus en vier, nee drink, het leven zoals dit zich hier en nu aan je openbaart.

‘Nederlanders weten wat werken is maar Grieken…die weten wat leven is’

Terug naar Nietzsche en de Grieken, zijn werken staan er immers vol mee. Over de Grieken zelf maar ook over ‘het Griekse’. Voor dit blog haal ik er een paar naar de actualiteit van het internet die vanzelf weer onder het stof zal raken wanneer het zo moet zijn. In ‘Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben’ breekt Nietzsche al vroeg een lans voor dat antieke Griekse volk. Hij schrijft op het eind –ik neem de originele tekst – als volgt:

Es gab Jahrhunderte, in denen die Griechen in einer ähnlichen Gefahr sich befanden, in der wir uns befinden, nämlich an der Ueberschwemmung durch das Fremde und Vergangne, an der „Historie“ zu Grunde zu gehen. Niemals haben sie in stolzer Unberührbarkeit gelebt: ihre „Bildung“ war vielmehr lange Zeit ein Chaos von ausländischen, semitischen, babylonischen, lydischen aegyptischen Formen und Begriffen und ihre Religion ein wahrer Götterkampf des ganzen Orients: ähnlich etwa wie jetzt die „deutsche Bildung“ und Religion ein in sich kämpfendes Chaos des gesammten Auslandes, der gesammten Vorzeit ist. Und trotzdem wurde die hellenische Cultur kein Aggregat, Dank jenem apollinischen Spruche. Die Griechen lernten allmählich das Chaos zu organisiren, dadurch dass sie sich, nach der delphischen Lehre, auf sich selbst, das heisst auf ihre ächten Bedürfnisse zurück besannen und die Schein-Bedürfnisse absterben liessen. So ergriffen sie wieder von sich Besitz; sie blieben nicht lange die überhäuften Erben und Epigonen des ganzen Orients; sie wurden selbst, nach beschwerlichem Kampfe mit sich selbst, durch die praktische Auslegung jenes Spruches, die glücklichsten Bereicherer und Mehrer des ererbten Schatzes und die Erstlinge und Vorbilder aller kommenden Culturvölker.

Dies ist ein Gleichniss für jeden Einzelnen von uns: er muss das Chaos in sich organisiren, dadurch dass er sich auf seine ächten Bedürfnisse zurückbesinnt. Seine Ehrlichkeit, sein tüchtiger und wahrhaftiger Charakter muss sich irgendwann einmal dagegen sträuben, dass immer nur nachgesprochen, nachgelernt, nachgeahmt werde; er beginnt dann zu begreifen, dass Cultur noch etwas Andres sein kann als Dekoration des Lebens, das heisst im Grunde doch immer nur Verstellung und Verhüllung; denn aller Schmuck versteckt das Geschmückte. So entschleiert sich ihm der griechische Begriff der Cultur — im Gegensatze zu dem romanischen — der Begriff der Cultur als einer neuen und verbesserten Physis, ohne Innen und Aussen, ohne Verstellung und Convention, der Cultur als einer Einhelligkeit zwischen Leben, Denken, Scheinen und Wollen. So lernt er aus seiner eignen Erfahrung, dass es die höhere Kraft der sittlichen Natur war, durch die den Griechen der Sieg über alle anderen Culturen gelungen ist, und dass jede Vermehrung der Wahrhaftigkeit auch eine vorbereitende Förderung der wahren Bildung sein muss: mag diese Wahrhaftigkeit auch gelegentlich der gerade in Achtung stehenden Gebildetheit ernstlich schaden, mag sie selbst einer ganzen dekorativen Cultur zum Falle verhelfen können.

En hebben ze eigenlijk daar in zuidoostelijk Europa niet altijd meer naar de essentie van het leven gekeken dan die apollinische medeburgers van het grote Europa dat hen blijkbaar zo graag in de armen sluit? Een Grexit gaat er immers gewoonweg nooit komen vanwege andere krachtenvelden. Die noordelijke ‘vrienden’ toch, die er af en toe wat emmers geld naar toe verslepen totdat de bodem weer wat vervelend in zicht komt? Heeft Europa Griekenland nodig of heeft Griekenland Europa nodig? Een vraag die al decennia onder de Griekse politici en intellectuelen leeft. De chaos lijkt steeds meer onder controle maar is dat niet gewoon door het niet als chaos te zien? Te ervaren? De ongekende hoeveelheden vuilnis, verroeste autowrakken en wasmachines langs de vele mooie bergweggetjes getuigen van een totaal ander bewustzijn dan dat van 2019 in Nederland. Ongeorganiseerd leven is gewoon geen chaos wanneer het geïntegreerd is in je systeem. Morgen is de dag anders dan vanuit het perspectief van vandaag. Dus leef je Europese leven zonder de drukte van de zorg en bezing de kunst, de kleuren en de pracht van bijvoorbeeld de poëzie.

En Nietzsche dan? In die Fröhliche Wissenschaft is hij nog wat explicieter wanneer hij in het vierde deel van zijn ‘Vorrede’ schrijft;

Oh diese Griechen! Sie verstanden sich darauf, zu leben: dazu thut Noth, tapfer bei der Oberfläche, der Falte, der Haut stehen zu bleiben, den Schein anzubeten, an Formen, an Töne, an Worte, an den ganzen Olymp des Scheins zu glauben! Diese Griechen waren oberflächlich — aus Tiefe! Und kommen wir nicht eben darauf zurück, wir Wagehalse des Geistes, die wir die höchste und gefährlichste Spitze des gegenwärtigen Gedankens erklettert und uns von da aus umgesehn haben, die wir von da aus hinabgesehn haben? Sind wir nicht eben darin — Griechen? Anbeter der Formen, der Töne, der Worte? Eben darum — Künstler?

Met Alexander kom ik te spreken over een van de grote Nietzsche vertolkers die Griekenland heeft voortgebracht. Op 15 oktober 1985, die datum zal niet voor niets zo gekozen zijn net als deze blogdatum (is het vandaag niet de 119e sterfdag van Nietzsche?), kwam ‘Nietzsche: Life as Literature’ van de Griekse hoogleraar Alexander Nehamas uit (alweer een Alexander, net als de enthousiaste boekverkoper, een monteur in een garage een dag daarvoor en mijn eigen tweede naam, maar dat verder terzijde). Wie is deze Nietzsche-kenner Nehamas? Hij werd geboren in 1946 in Athene, studeerde af in 1967 en voltooide zijn doctoraat aan de Princeton University in 1971. Hij doceerde later aan de University of Pittsburgh en de University of Pennsylvania voordat hij bij de faculteit van Princeton ging doceren. Zijn vroegere werk ging over platonische metafysica en esthetiek evenals de filosofie van Socrates, maar hij kreeg een breder publiek met zijn bovenvermelde boek: ‘Nietzsche: Life as Literature’ waarin hij beargumenteert dat Nietzsche het leven en de wereld welbeschouwd naar het model van een literaire tekst benadert. Hij laat in zijn boek zien dat Nietzsche een literair karakter van zichzelf maakt en in feite de rol aanneemt zoals Socrates dat deed door o.a. zijn leerling Plato aan het woord te laten.

Meer recent is Nehamas bekender geworden om zijn opvatting dat filosofie een vorm van leven moet bieden, evenals voor zijn onderschrijving van de artistieke waarde van televisie. Deze visie wordt ook duidelijk in zijn boek ‘Only a Promise of Happiness’. De titel zelf wordt later in dit werk gebruikt als een definitie van schoonheid met verwijzing naar Stendhal. In die zin is schoonheid in alle media terug te vinden; zoals Nehamas in hetzelfde werk beweert: ‘Esthetische kenmerken zijn overal, maar dat heeft niets te maken met waar de kunst kan worden gevonden. Kunstwerken kunnen mooi zijn omdat alles mooi kan zijn, maar dat betekent niet dat alles een kunstwerk kan zijn.’

In 2016 publiceerde Nehamas een boek over vriendschap, gebaseerd op zijn Gifford-lezingen uit 2008. Daarin betoogt hij, in tegenstelling tot Aristoteles, dat vriendschap een vorm van esthetiek is, maar niet altijd in moreel opzicht als ‘goed’ gedefinieerd kan worden (in die zin doet het me een beetje aan de opvatting van Schopenhauer denken die ook al eens opwierp dat vriendschap de afspraak tussen twee mensen is dat ze elkaar de waarheid niet zullen vertellen). Wie geïnteresseerd is kan eens kijken naar het volgende filmpje. Hij wordt door een wat krakende stem geïntroduceerd. Wie dat wil overslaan gaat maar beter direct naar 02.50 op de tijdbalk.

 

En – zoals in zijn eerdere werk, ‘Only a Promise of Happiness’ – vergelijkt hij vrienden met kunstwerken. “Net als metaforen en kunstwerken zijn de mensen die voor ons belangrijk zijn allemaal, wat ons betreft, onuitputtelijk. Ze blijven altijd een stap verder dan het verste punt dat onze kennis van hen heeft bereikt – hoewel alleen als, en zolang ze nog steeds belangrijk voor ons zijn.’

‘Het worden van jezelf is het grootste doel in het leven’

Nehamas heeft aansprekende beelden van Nietzsche verwerkt in zijn boek waarin hij de schrijver Nietzsche als een eigen gecreëerde literaire entiteit benadert: ‘Het worden van jezelf is het grootste doel in het leven. Nietzsche zegt dat dit precies is wat hij doet en dat het bereiken van dit doel de grootste innovatie is die hij ooit heeft gebracht. Nietzsche noemt onze opvattingen, praktijken en levensstijlen ‘interpretatie’ omdat hij gelooft dat elk wereldbeeld een bepaalde manier van leven mogelijk maakt en ondersteunt, en daarom bepaalde interesses en waarden vooronderstelt en demonstreert, zodat hij de wereld vaak oproept vanuit de interpretaties van onze verschillende praktijken en levensstijlen. Het leven als een tekst. Het literaire karakter dat het product is van de opvattingen van de filosoof die deze in zijn werken tot uitdrukking heeft gebracht. Nietzsche als een filosoof die vanuit deze opvattingen een manier van leven creëert en stelt dat anderen hun manier van leven creëren vanuit hun eigen opvattingen. Iedereen produceert elk moment zijn eigen wereldbeeld. En zodra een persoon ja zegt tot een moment, zal hij ja zeggen tegen alle andere momenten. Bij elke actie die je uitvoert, wordt de datum van elke gebeurtenis herhaald en samengevat. Het tijdperk van toeval kan mij alleen overkomen; Wat kan er vanaf nu komen waar ik nog niet eerder mee te maken heb gehad? Is het niet het deel van mijzelf dat naar mij is teruggekeerd, eindelijk naar mij toe is gekomen, mijn eigen ik dat al lang in vreemde landen en verspreid tussen alle dingen, mensen en toevalligheden bestaat? Hoe word je jezelf? Zijn het niet uit deze stukken, dus interpretaties, opvattingen en waarden dat zij hun eigen leven creëren op een literaire en eeuwige manier?’ Hier is overduidelijk een Griekse denker aan het woord! Een denker die zichzelf ook weer in de staart bijt want ook déze opvatting is weer onderdeel van eigen werkelijkheden en interpretaties. Maar meer symbiose tussen Nietzsche en deze Griekse interpretatie kun je je haast niet voorstellen.

Ik sluit graag af met een derde verwijzing naar de Grieken in het werk van Nietzsche. In ‘Morgenröte’ haalt Nietzsche in aforisme 306 nog even Odysseus van de zolder: ‘Griechisches Ideal. — Was bewunderten die Griechen an Odysseus? Vor Allem die Fähigkeit zur Lüge und zur listigen und furchtbaren Wiedervergeltung; den Umständen gewachsen sein; wenn es gilt, edler erscheinen als der Edelste; sein können, was man will; heldenhafte Beharrlichkeit; sich alle Mittel zu Gebote stellen; Geist haben — sein Geist ist die Bewunderung der Götter, sie lächeln, wenn sie daran denken —: diess Alles ist griechisches Ideal! Das Merkwürdigste daran ist, dass hier der Gegensatz von Scheinen und Sein gar nicht gefühlt und also auch nicht sittlich angerechnet wird. Gab es je so gründliche Schauspieler!’

Het uitroepteken geeft het retorische karakter van zijn eigen vraag weer. Werkelijkheid of schijn, het maakt de Griek niet zoveel uit. Een sfeertje dat ik in dezelfde week op de Pelopennesos ook tegenkwam in de omschrijvingen van het ‘zelf’ ten opzichte van het ‘niet-zelf’ uit de pen van Yannis Kiourtsakis. Ook in dat werk (’Bij wijze van roman’) komt Nietzsche in gedachtekronkels en af en toe ook met naam genoemd voorbij. Ja, Nietzsche en de Grieken, dat vraagt om veel aandacht en er zijn pagina’s over vol te schrijven. Maar we gaan nu eerst, waar of niet waar, een fles Griekse wijn die er geduldig op wachtte, voorzichtig ontkurken.