Dio è morto!

Dio è morto!

“Dio è morto”….de echo is nog steeds niet weggeëbd. Nietzsche’s uitspraak draaide gisteren als een centrale as in de Europese motor die de spanning tussen de eeuwenoude beleving van religie en de wat jongere seculariteit aandrijft.

In de serie ‘Made in Europe” nam het team van de VPRO ons gisteren mee naar de plaats van de religie in het huidige Europa. Dimitri Verhulst spreekt met zijn zachte Vlaamse tongval het mooie framewerk van de documentaire aan elkaar. Zijn uitgangspunt: ‘de Europese religie verkeert in een identiteitscrisis zoals Europa er ook in verkeert. Maar laten we niet naar de banken en politici kijken maar veel meer naar de kunst die ons laat zien wie we zijn. Kunst die ons bindt.’ En tja, dat hebben we hard nodig in dit voorjaar.

jeannette-bougrabEen van de pijlers in de documentaire is het gesprek met de Franse activiste en publiciste Jeannette Bougrab. Zij verloor met de aanslag op Charlie Hebdo haar geliefde Charb die als cartoonist aan de uitgeverij verbonden was. In haar opinie moeten we alles over een religie kunnen zeggen zolang we maar niet gaan discrimineren en haat zaaien. Maar zijn dat nou net niet de grenzen waar eenieder verschillende lijnen trekt? De onenigheid die leidt tot bommen en granaten maar waar de basis steeds dezelfde is; mijn gelijk en jouw gelijk die niet vreedzaam met elkaar willen leven. Waar een wil tot macht de religie nieuw leven inblaast. Telkens weer opnieuw en in verschillende gedaanten.

Verhulst kijkt ook vervreemd naar de blote voeten die schuifelend over de versleten vloer van de kathedraal in Chartres gaan. Het zijn de ‘voetzoekers’ die in hun wandeling en stiltes een teken van verbondenheid zoeken of willen voelen. Verbinding met een allesoverheersende kracht, wijsheid, ergens daar, ginder, binnen, buiten als het maar een teken geeft. De kathedraal, opgedragen aan Maria is opgetrokken uit zes reeds eerdere bestaande kerken en heeft geen graven. Het is er licht, devoot en veilig.

In Rusland bewondert Verhulst het zwarte vierkant van Malevtsj. Een doek dat niet echt zwart is en ook niet echt vierkant meet. het-zwarte-vierkantEen werk dat vanaf de eerste verschijning bewonderaars bezighoudt; wat zit eronder? Welke kleuren komen door de verflaag naar voren. Een bezoeker ziet in het doek de geschiedenis van de kunst in de 20e eeuw. De suppoost vertelt hoe zij het doek als een afbeelding van een anti-God ziet. Hoe het ook zij, Malevitsj presenteerde zijn doek in 1915 wel op een plek die te denken geeft; daar waar de iconen en afbeeldingen van heiligen plegen te hangen. Boven aan het plafond.

orhan-pamukEen andere dimensie in de beleving van religie komt uit Istanbul waar Orhan Pamuk de kijker bezighoudt met zijn visie op de roman. De Turkse schrijver die o.a. “Dat vreemde in mijn hoofd” schreef wordt momenteel veel geïnterviewd in verband met de laatste politieke ontwikkelingen in zijn geboorteland. Orhan Pamuk, die in 2006 de 103de Nobelprijs voor literatuur toegekend kreeg, spreekt zich duidelijk uit over hetgeen zich in zijn ogen in romans afspeelt. Religie en de vragen die zij oproept ziet hij ook als een terugkerend facet in de roman, althans in het lezen daarvan. Hij spreekt daarom ook zijn respect en bewondering voor de roman als kunstvorm uit, een vorm die te vergelijken is met een symfonie. De roman vraagt om geloven in het verhaal en de personages (bijvoorbeeld in de broers Karamazov of de karakters van Thomas Mann). In de grote werken ziet hij de diepte en het begrip die te vergelijken is met wat religie met de zoekende mens kan doen.

En dan de bekende lantaarn van Nietzsche. Dimitri Verhulst paradeert met zijn luide stem over de Genuese markt en declameert: ‘Dio è morto, dio resta morto’.  Op de groentemarkt kijken sommige kinderen en ouderen hem verwonderd aan. Anderen gaan juist onverstoorbaar verder met het sorteren van de groenten die vandaag hopelijk in andere handen overgaan. Verhulst staat met “de vrolijke wetenschap” en een groen lantaarntje te lezen uit het werk van Nietzsche dat in 1882 voor het eerst het licht zag. Honderdvijfendertig jaar later beaamt de eerste de beste marktkoopman dat hij dood is en ook wel dood zal blijven. Weer een ander praat relaxed tegen een paal geleund over zijn teleurstelling nu hij in de wereld vol ellende kijkend alleen maar kan concluderen hoe morsdood die God moet zijn. En terwijl hij verzucht “volgens mij is hij al een tijdje dood” roept een collega marktkoopman hem tot de orde en wijst hem er fijntjes op dat God ook hém bij zich roept. De bekende regels en uitspraken. Maar de mooiste Genuees is toch wel de passant die langsloopt, de camera in de gaten houdt en onverbloemd tegen tegen Verhulst zegt “je lult uit je nek man”. Heerlijk.

dimitri-verhulstWe moesten ons heroriënteren toen God wegviel. Maar zijn we er ooit echt aan toegekomen? In de herinnering van Dimitri Verhulst mijmert hij over het jongetje dat hij was, twaalf jaar, vroom en kerks. Op een dag was het gehele mechaniek van zijn geloof kapot en vroeg hij zich af of hij de volgende dag nog wel wakker zou worden. De Godsvrees zat er diep in. Ik kan me sterk in zijn verhaal verplaatsen. Het was voor mij ook ergens in de laatste klas van de lagere school; het afscheid en de angst nu ik niet meer op mijn knietjes ging en misschien ooit de straf zou gaan krijgen. De volgende dag werd ik wakker en een paar jaar later las ik de mokerslagen van een Duitse filosoof.

In de documentaire – die me overigens ook doet denken aan de opzet en structuur van Wim Kayzer’s ‘Nauwgezet en wanhopig”- zwelt Mahler aan en pent de camera met Jeannette Bougrab die met haar geadopteerde dochtertje over rotsen en langs het water in Finland loopt. Op de vraag of ze zich nooit alleen voelt antwoord ze ontkennend maar de draaiende camera registreert nog fijntjes hoe haar blik vertrekt en zoekend naar beneden daalt terwijl ze net heeft geantwoord “waarom zou ik me hier alleen voelen?” Religie heeft in haar leven geen vragen beantwoord maar misschien alleen nieuwe opgeworpen.

En tenslotte met stip genoteerd, omdat de Paus het in 2010 zelfs nog nodig vond om de beroemde “God is dood” passage van Nietzsche aan te halen, (‘contradictio in terminis’ vanuit de schaduw van het Vaticaan) kan ik het niet laten om deze hier nogmaals over te nemen (in de vertaling van Pé Hawinkels):

cover-dio-e-mortoDe dolle mens. – Hebt gij niet gehoord van de dolle mens, die op klaarlichte morgen een lantaarn opstak, op de markt ging lopen en onophoudelijk riep: ‘ik zoek God! Ik zoek God!’ – Omdat er daar juist veel van die lieden bijeen stonden die niet aan God geloofden, verwekte hij een groot gelach. ‘Is hij soms verloren gegaan?’ vroeg de een. ‘Is hij verdwaald als een kind?’ vroeg de ander. ‘Of heeft hij zich verstopt? Is hij bang voor ons? Is hij scheepgegaan? Naar het buitenland vertrokken?’ – Zo riepen en lachten zij door elkaar. De dolle mens sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. ‘Waar God heen is?’ riep hij uit. ‘Dat zal ik jullie zeggen! Wij hebben hem gedood – jullie en ik! Wij allen zijn zijn moordenaars! Maar hoe hebben wij dit gedaan? Hoe hebben wij de zee kunnen leegdrinken? Wie gaf ons de spons om de horizon uit te vegen? Wat hebben wij gedaan, toen wij deze aarde van haar zon loskoppelden? In welke richting beweegt zij zich nu? In welke richting bewegen wij ons? Weg van alle horizonnen? Vallen wij niet aan één stuk door? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, naar alle kanten? Is er nog wel een boven en beneden? Dolen wij niet als door een oneindig niets? Ademt ons niet de ledige ruimte in het gezicht? Is het niet kouder geworden? Is niet voortdurend nacht en steeds meer nacht in aantocht? Moeten er ’s morgens geen lantaarns worden aangestoken? Horen wij nog niets van het gedruis der doodgravers die God begraven hebben? Ruiken wij nog niets van de goddelijke ontbinding? – ook goden raken in ontbinding! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood! Hoe zullen wij ons troosten, wij moordenaars? Het heiligste en machtigste dat de wereld tot dusver bezeten heeft, is onder onze messen verbloed – wie wist dit bloed van ons af? Met welk water kunnen wij ons reinigen? Welke zoenoffers, welke heilige spelen zullen wij moeten bedenken? Is niet de grootte van deze daad te groot voor ons? Moeten wij niet zelf goden worden om haar waardig te schijnen? Nooit was er een grotere daad – en wie er ook na ons geboren wordt, omwille van deze daad behoort hij tot een hogere geschiedenis dan alle geschiedenis tot dusver geweest is!’- Hier zweeg de dolle mens en keek opnieuw zijn toehoorders aan. Ook zij zwegen en keken bevreemd terug. Eindelijk wierp hij zijn lantaarn op de grond, zodat die in stukken sprong en uitdoofde. ‘Ik kom te vroeg,’ zei hij toen, ‘het is mijn tijd nog niet. Dit ongelooflijke gebeuren is nog onderweg. Het maakt een omweg – het is nog niet tot de oren der mensen doorgedrongen. Bliksem en donder hebben tijd nodig, het licht der gesternte heeft tijd nodig, daden hebben tijd nodig, ook nadat ze gedaan zijn, om gezien en gehoord te worden! Deze daad is nog steeds verder van hen af dan de verste gesternten – en toch hebben ze haar zelf verricht! ‘ – Men vertelt verder, dat de dolle mens diezelfde dag nog verscheidene kerken binnengedrongen is en daar zijn requiem aeternam deo aangeheven heeft. Naar buiten gebracht en ter verantwoording geroepen zou hij telkens alleen maar het volgende geantwoord hebben: ‘Wat zijn deze kerken eigenlijk nog, als ze niet de graven en gedenktekenen Gods zijn?’

De aflevering van de VPRO bekijken? Onderstaand de link:

http://www.vpro.nl/programmas/made-in-europe/kijk/afleveringen/2017/aflevering-2.html